De opgraving kaderde in de uitvoering van wegenis- en rioleringswerken ter hoogte van de Houtkaai en de Korte Moutstraat. Het onderzoek sloot aan op een bureau- en proefsleuvenonderzoek die reeds in 2018-2019 gerealiseerd werden. Het projectgebied situeert zich nabij de historische kern van de Aalst, meer specifiek ter hoogte van de laatmiddeleeuwse stadsomwalling en gracht op de rechteroever van de Dender, alsook aan de latere bastionnering op die plaats.
De registratie gebeurde onder de vorm van een werfbegeleiding die is opgevat als een vlakdekkende opgraving in stedelijke context voor een site met complexe stratigrafie.
De archeologische site kent een relatief complexe stratigrafische opbouw. Tijdens de werfbegeleiding zijn er in totaal 81 individuele sporen geregistreerd. Een groot deel van de sporen is als alluviale laag te interpreteren en zijn met andere woorden niet antropogeen. Deze werden door middel van boringen vastgesteld.
Daarnaast zijn er een reeks antropogene sporen vastgesteld. Het betreft vermoedelijk loopniveaus die zich vormden bij de verlanding van het terrein. Nadien zijn er ook verschillende ophogingslagen te identificeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om ophogingslagen in een poging het terrein droger te maken. Een laag is als de onderkant van een wallichaam dat zich wellicht nog in situ bevindt te interpreteren. Van dit wallichaam en de muur die er ooit op gestaan heeft zijn afbraakresten aangetroffen in een kuil. Er is daarnaast slechts een andere kuil geregistreerd. Wel is er nog een insteek van een bakstenen riool opgetekend en ten slotte ook een oud niveau van een kasseibaan.
Tijdens de late middeleeuwen vond er accumulatie van alluviaal/fluviatiel sediment plaats. Dit fenomeen zou zich af en toe tot ca. 1600 doorzetten.
Op het eind van de 16de-begin 17de eeuw werden de terreinen geleidelijk aan droger en ontstond er begroeiing, weliswaar in natte omstandigheden en wellicht met nog enkele sporadische overstromingen. Hierna is een fase van stabilisatie en ophoging vast te stellen. Vanaf het begin 17de eeuw en dit doorlopend tot het begin van de 19de eeuw zijn er sporen vastgesteld die te linken zijn aan de aanleg van de stadsversterkingen.
Voor de periode vanaf het eind van de 18de eeuw tot vandaag kon de aanwezigheid van een straat en plein vastgesteld worden.
Auteurs: Verbeke, Erik; Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: SOLVA