Bij restauratiewerken in de Sint-Pauluskerk werd het gewelf van een voordien onbekende grafkelder doorbroken. De vondst werd gemeld bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Door een kleine gat waren menselijk botmateriaal en houten fragmenten zichtbaar, waarschijnlijk delen van grafkisten, bevat. Deze liggen verspreid over de vloer van de grafkelder, maar lijken gesorteerd: het botmateriaal bevindt zich vooral aan de ene zijde en niet meer in anatomisch verband, terwijl het hout zich vooral aan de andere zijde bevindt. Dit lijkt erop te wijzen dat de graven ooit werden doorzocht, waarschijnlijk op zoek naar waardevolle grafgiften.
De grafkelder zelf is in rode baksteen gemetst met kalkmortel. Hij is rechthoekig en heeft een tongewelf. Er is geen toegang meer aanwezig of zichtbaar. Op basis van het metselwerk stamt de grafkelder vermoedelijk uit de 18de of 19de eeuw. Een uitstekend stuk muur is met zandmortel gebouwd; mogelijk betreft het een deel van een oudere structuur waartegen de grafkelder is gebouwd.
Het gat in het gewelf werd gedicht en de grafkelder kon in situ worden bewaard.
Auteurs: Van Gils, Marijn
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)