Binnen het projectgebied werd een vlakdekkende opgraving uitgevoerd, waarbij in meerdere werkputten alle sporen werden geregistreerd en opgegraven. In totaal werden 64 sporen geregistreerd.
Het overgrote deel van het archeologisch bestand dateert uit de late middeleeuwen. Verspreid over het terrein werden talrijke (paal)kuilen, kleinere afval- en beerkuilen en vondstenrijke lagen geregistreerd. De paalkuilen vertonen een beperkte bewaring en konden niet worden samengebracht tot duidelijke gebouwplattegronden, wat eerder wijst op los ingeplante structuren of lichte constructies dan op permanente bebouwing. Enkele grotere kuilen, waaronder beerkuil S52, zijn dieper bewaard en bevatten duidelijke afvalcontexten. Mogelijk gaat het bij sommige grote kuilen initieel om ontginningskuilen die later werden opgevuld met huishoudelijk afval.
Het aardewerkensemble wordt gedomineerd door (zeer) hard gebakken rood aardewerk, vaak met sporen van misbakking (vervorming, krimpsporen, indeukingen). De types omvatten voornamelijk kannen/kruiken op uitgeknepen standring, grapes, kommen en teilen. Daarnaast zijn kleinere hoeveelheden steengoed (o.m. Langerwehe en Siegburg) en grijs aardewerk aanwezig. Opvallend zijn meerdere concentraties van misbaksels, waaronder een groep deels intacte kruiken die met de bodem naar boven gedeponeerd lagen. Deze wijzen sterk op de nabijheid van pottenbakkersactiviteiten, zonder dat een ovenstructuur in situ werd aangetroffen.
Theoretisch lijkt de nabijheid van pottenbakkersactiviteiten in de onmiddellijke buurt mogelijk gelet op de situering van het terrein eerder aan de rand van het stadscentrum langs een invalsweg en in de nabijheid van water. Deze hard gebakken recipiënten vertonen een gelijkenis met aardewerk dat o.m. in Zoutleeuw werd aangetroffen in een oven. Ook in pottenbakkersateliers zoals Tienen-Velbornstraat en Sint-Truiden- Tiensesteenweg werd het aangetroffen. Het gaat om een kenmerkende, regionale pottenbakkerstraditie in dit deel van het hertogdom Brabant tijdens de (late) middeleeuwen.
Meer in het zuiden, ter hoogte van de Hasseltsestraat, werden enkele stratigrafisch elkaar oversnijdende muren en funderingen opgegraven. De stratigrafisch oudste funderingen zijn opgebouwd uit ijzerzandsteen. Ze worden oversneden door een recentere kelder en bovendien ligt er een grote verstoring ten oosten van deze funderingen.
Een projectie van deze resten op historische kaarten geeft aan dat de kelder zich ter hoogte van bebouwing op de Atlas der Buurtwegen situeert. Het kanaaltje met de NW-ZO-oriëntering lijkt hiermee in de richting van de beek ten zuiden te lopen die op de Atlas der Buurtwegen weergegeven wordt. De natuurstenen muur S54 volgt de zuidrand van bebouwing die op de Ferrariskaart weergegeven wordt ter hoogte van het projectgebied. Al bij al zijn de oudere muurresten te fragmentarisch en te verspreid bewaard om te duiden.
De jongste fasen worden gekenmerkt door recente ingrepen, waaronder een bakstenen kelder met industriële vloertegels en een bakstenen kanaaltje. Deze structuren oversnijden oudere funderingen en hebben het bodemarchief lokaal verstoord. Bovendien werden aanzienlijke ophogingspakketten aangetroffen, vooral in het noordelijk deel van het terrein. Deze ophogingen zijn vermoedelijk aangebracht om het terrein te egaliseren en te draineren in functie van latere bebouwing.
Auteurs: Vander Ginst, Vanessa
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie