Verspreid over het onderzoeksgebied werden verschillende archeologische restanten aangetroffen. De archeologische sporen waren zowel aanwezig in de antropogene bovengrond als er vlak onder in het alluvium.
Het betreft voornamelijk (funderings)muren en uitbraaksporen. Enkele muren konden gelinkt worden aan een uitbreiding van de hoeve die zichtbaar is op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1840). Volgens het plan dat werd opgesteld op basis van de tweede opgravingscampagne van W. Caes behoort deze uitbreiding tot bouwfase VII (1750-1850). Ook kunnen twee uitbraaksporen mogelijk gelinkt worden aan ‘het kasteel’ (woning van de eigenaar). Ook dit gebouw zou tot bouwfase VII behoren. Als laatste werd een uitbraakspoor ten noorden van de huidige hoeve geregistreerd. Ook dit spoor behoort mogelijk tot een uitbreiding van de hoeve uit bouwfase VII.
Verder werden restanten van een groot zoogdier aangetroffen (rund of mogelijk een paard) in de profielwand van een van de werkputten. Door het ontbreken van snijsporen of andere pathologieën lijkt het eerder te gaan om een depositie van een karkas i.p.v. om consumptieafval.
Door de beperkte oppervlakte die onderzocht kon worden, is het moeilijk om nog bijkomende conclusies te trekken.
Auteurs: De Raymaeker, Annelies; Claessens, Sara
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie