Tijdens het vooronderzoek met ingreep in de bodem zijn antropogene sporen aangetroffen. In totaal zijn er 22 spoornummers uitgedeeld, waarvan 2 natuurlijk bleken te zijn. Verder zijn dit 4 greppels, 1 paalkuil en 15 kuilen. Op basis van de vulling, aflijning en het gerecupereerde aardewerk, kunnen deze sporen gedateerd worden vanaf de late middeleeuwen. Buiten één afvalkuil en een paalkuil kan een verdere interpretatie van het gebruik van de sporen op basis van de informatie uit dit proefsleuvenonderzoek niet gegeven worden.
Auteurs: de Ruiter, Celine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Indar