Aan de Sint-Hilariuskerk werden bij graafwerken menselijk bot en stenen structuren aangetroffen en als toevalsvondst gemeld.
Bij terreinevaluatie bleken menselijke skeletresten in anatomisch verband aanwezig ten zuiden van de kerk, in een zone voor aanleg van drie regenwaterputten: twee duidelijke individuen, en de aanzet van mogelijk twee of drie meer. Er was geen kist aanwezig of bewaard. Rond de skeletten tekende zich een donkere sporen af, maar eerder smal en onregelmatig van vorm. De bewaringstoestand van het bot is vrij goed. Het is nog onduidelijk hoe dens en in hoeveel fasen/niveaus de begravingen voorkomen. Ook de datering is nog onduidelijk, maar aangezien de kerk uit de 12de eeuw stamt zijn begravingen van de late middeleeuwen tot en met de nieuwste tijd mogelijk.
In een 40 cm diepe leidingensleuf rond de kerk werd alleen los menselijk bot aangetroffen, maar nergens in anatomisch verband. Ten noorden van de kerk werd een grafkelder aangetroffen in de rand van de sleuf. Door een klein gat hierin was een redelijk modern ogende en zeer goed bewaarde grafkist zichtbaar. Parallel daarnaast bevond zich een grote zware arduinen plaat met twee ijzeren ogen in de sleuf. Vermoedelijk betreft het een tweede grafkelder. In de leidingensleuf werden ten slotte twee bakstenen structuren aangetroffen. Eén was alleen aanwezig in de noordwand van de sleuf, de andere liep tot aan de zuidwand. Het is onduidelijk wat deze zijn: kleine grafkelders of muurresten van opstaande gebouwen?
De grafkelders kunnen waarschijnlijk in situ bewaard blijven, maar de zone met begravingen ten zuiden van de kerk niet. Deze zal worden opgegraven. De structuren in de leidingensleuf zullen daarbij ook verder worden geregistreerd.
Auteurs: Van Gils, Marijn
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)