Tijdens bouw- en verbouwingswerkzaamheden in de panden Lange Munt 61 en 63 te Gent, kwamen enkele bouwelementen in Doornikse kalksteen aan het licht. Dit was de aanleiding voor een vondstmelding. Het pand met nummer 61 was bij het plaatsbezoek nauwelijks toegankelijk wegens de lopende afbraak- en ruimingswerken. Er waren bij het uitbreken van de recente vloer in elk geval geen uitgesproken archeologische sporen waar te nemen. In het pand met nummer 63 kon wel een reeks structuren, vloerniveaus en bouwsporen worden geregistreerd die wijzen op een complexe stratigrafie en meerdere bouwfasen.
Op het kelderniveau werd een bakstenen vloer aangetroffen op een hoogte die nagenoeg overeenkomt met het huidige waterniveau van de Leie. De vloer bestaat uit lineair geplaatste rechthoekige rode bakstenen (25,5 × 12,5 × 3,5 cm), geplaatst in een beige zandige leemlaag. Opmerkelijk is een dwars georiënteerde rij bakstenen in het midden van de ruimte, vergezeld van een parallelle verkleuringsstrook in de leemlaag. Mogelijk verwijst dit naar een vroegere binnenindeling of scheidingsstructuur binnen het pand.
Langs de zuidoostelijke zijde werd een muur in Doornikse kalksteen vastgesteld. Het onderste gedeelte lijkt oorspronkelijk in situ bewaard, terwijl hogere delen wijzen op latere herstellingen of aanvullingen met baksteen en kalksteen. De zwarte verkleuring op delen van de vloer nabij deze muur houdt verband met een haard die volgens de plannen van de architect op deze locatie verwijderd werd. Verder werd een aanzet van een gewelf vastgesteld bestaande uit beton die dus tot een recentere bouwfase behoort.
Een lichte verhoging in de vloer in het verlengde van de natuurstenen muur (een combinatie van een natuurstenen fragment en bakstenen tegels) kan geïnterpreteerd worden als een voormalige dorpel maar kan ook de basis vormen van waar de muur misschien oorspronkelijk door liep richting Leie. Tegelijk tonen latere doorbrekingen van de vloer en recente muren aan dat het pand herhaaldelijk werd aangepast.
Aan de noordzijde werd een gebogen gootstructuur vastgesteld, opgebouwd uit bakstenen van 25 × 11 × 4 cm. Er wordt vermoed dat deze structuur diende voor waterafvoer richting de Leie. Deze interpretatie sluit wellicht aan bij de historische functies van het gebouw als brouwerij en later als peperkoekfabriek.
In het zuidelijke deel van de ruimte bevond zich bovendien een latere bakstenen opbouw met licht gebogen structuur, mogelijk gerelateerd aan een citerne die zich volgens de aannemer mogelijk in de onopgegraven hoek van het pand bevindt.
Twee circulaire structuren in de vloer wijzen op meer recente ingrepen vermoedelijk in functie van riolering of afwatering. Zo werd een hoefijzervormige cementstructuur met een diameter van circa 70 cm vastgesteld tegen de noordwestelijke muur, evenals een kleinere afgeronde uitbraak in het tegelwerk.
Een bijzonder element vormt de vondst van gerecupereerde architecturale natuurstenen onderdelen, waaronder drie zuiltrommels en een beschadigd kapiteel. Deze elementen waren verwerkt in een inmiddels afgebroken binnenmuur en hielden mogelijk verband met een boogconstructie. De trommels hebben een diameter van ongeveer 52–53 cm en een hoogte van circa 34–36 cm. Het kapiteel vertoont breuken maar bezit nog een rechthoekige bovenzijde van 67 cm breedte. Op deze elementen werden mortelresten vastgesteld, wat wijst op het hergebruik binnen jongere bouwfasen.
Centraal in het keldergedeelte bevindt zich een bakstenen waterput met een binnendiameter van 97 cm. De constructie vertoont relatief recente mortelvoegen en bevat twee metalen leidingen. Een loden leiding voor hemelwateropvang bleef gedeeltelijk bewaard. Deze put was grotendeels met puin gevuld.
Ook bovengronds bleven sporen van recentere tongewelven zichtbaar in de zijmuren. Volgens de architect waren deze gewelven dwars op de Leie georiënteerd. Enkel de ruimte ter hoogte van de historische vloer was reeds afgevlakt en gemoderniseerd. Deze gegevens illustreren de continue aanpassing van het gebouw aan veranderende functies en gebruik.
De historische gegevens bevestigen de lange bewonings- en gebruiksgeschiedenis van de site. Het pand met nummer 63 zou reeds in de 16de eeuw zijn opgetrokken in Gentse renaissancestijl met toepassing van hardsteen. Bebouwing op deze locatie is reeds zichtbaar op het stadsplan van Jacob van Deventer uit 1559 en op het plan van Horenbault uit 1619. In de eerste helft van de 18de eeuw onderging het pand een verbouwing in classicerende barokstijl, onder meer gekenmerkt door een grillig volutenpaar. Nummer 61 werd volgens de beschikbare gegevens opgericht in 1788.
De functies van beide panden wijzigden doorheen de eeuwen aanzienlijk. Nummer 63 deed lange tijd dienst als brouwerij “Den Rooden Leeuw”, waar een gevelornament op de hoek van pand 63 nog getuige van is. Het werd later een peperkoekfabriek met winkelruimte en in de 20ste eeuw werd het een winkel voor geschenkartikelen en vervolgens een kledingzaak. Nummer 61 kende onder meer een functie als hoedenmakersatelier met winkel en beschikte aan de waterzijde over een frettenkwekerij.
Auteurs: Demerre, Ine; Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)