Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Wereldoorlogerfgoed

Menenpoort (Ieper - WOI) (ID: 1422)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Details

Beschrijving

Beschrijving Locatie

De Menenpoort is ingewerkt in de vestinggordel rond de stadskern van Ieper en bevindt zich aan de O-kant van de stad, op de scheiding van de Meensestraat en de Maarschalk Frenchlaan, op ca. 350m ten O van de Grote Markt. Op de vestingen, ten N van het gedenkteken, bevindt zich de zogenaamde 'Bastiaanplaque'. Aan de Z-kant bevindt zich het gedenkteken voor de Indische troepen, het gedenkteken met het gedicht van Edmund Blunden en een bronzen replica van de Menenpoort. Diverse infoborden geven meer informatie over de poort.

Beschrijving Relict

Poortgebouw op rechthoekige plattegrond, als stadspoort opgenomen in de vestinggordel. Groot poortgebouw geïnspireerd op de klassieke triomfboog, met drie doorgangen, aan de straatzijden opgebouwd uit muurvlakken van rode baksteen en witte Portlandsteen. De doorgangen zijn uitgevoerd in witte natuursteen en springen vooruit. De hoge middelste doorgang is rondgebogen, met zware sluitsteen, de twee buitenste zijn vlak eveneens met zware sluitsteen. Classicistische gevelordonnantie: kolossale Dorische zuilen op hoge vierkante sokkels, onder hoofdgestel met zware geprofileerde architraaf, fries met trigliefen waartussen schijven en een doorlopende geprofileerde kroonlijst op klossen. De bekroning bestaat uit zware in- en uitspringende natuurstenen blokken, die vooraan versierd zijn met laurierkransen en waarop in het midden aan de kant van de Maarschalk Frenchstraat (O) een liggende leeuw geplaatst is die in de richting van het slagveld kijkt en aan de kant van de Meensestraat (W) een cenotaaf met lijkwade en kroon. Aan de zijkanten bevindt zich op de hoogte van de vestingmuren een galerij met zes Dorische zuilen uit witte natuursteen. De bakstenen hoekrisalieten hebben een smalle rechthoekige doorgang uit witnatuurstenen blokken en zijn bekroond met een opengewerkte lauwerkrans met trofeeën. De zuilen zijn onderling verbonden door een bronzen afsluiting versierd met rechtopzittende leeuwtjes op de paaltjes. Aan elke kant een ontdubbelde trap bovenaan eindigend uit een volutevormige balustrade uit witte natuursteen, treden uit hardsteen. Het interieur is volledig uit witte natuursteen overwelfd met rondboogvormige tongewelf versierd met cassettenplafond tussen de gordelbogen; verlichting d.m.v. 3 grote openingen, waarvan de zijkanten met brons bekleed zijn. Aan de oostkant: boven de centrale doorgang twee bloemguirlandes en boven de kroonlijst een tekstpaneel 'To the armies of the British Empire who stood here from 1914 to 1918 and to those of their dead who have no known grave'; boven de voetgangersdoorgangen op de spiegels 'Pro Patria' en 'Pro Rege' aan de westkant herhaald. Aan de binnenzijde: boven de zijdoorgangen 'Ad majorem Dei gloriam. Here are recorded the names of officers and men who fell in the Ypres Salient but to whom the fortune of war denied the known and honoured burial given to their comrades in death' Op de zuilen kant Meensestraat: 'This memorial was built and is maintained by the Commonwealth War Graves Commission'; 'Deze poort door de stammen van het Britsche Rijk ter eere van hun dooden opgericht wordt aan de burgers van Yper geschonken tot versiering van hunne stad en herinnering aan de dagen toen zij door het Britsche Leger tegen den inval beschermd werd'. 'Erigé par les nations de l'Empire Britannique en l'honneur de leurs morts ce monument est offert aux citoyens d'Ypres pour l'ornement de leur cité et en commémoration des jours où l'Armée Britannique l'a défendue contre l'envahisseur' (met puntjes tussen de woorden). In de talloze registers aangebracht op 60 panelen binnenin de Menenpoort, tegen de muren van de trappen en onder de galerijen zijn ca. 55.000 namen gebeiteld van vermisten vóór 15 augustus 1917. De namen zijn ingedeeld per organieke eenheid (per korps, regiment, bataljon…) volgens de Britse orde van voorrang. Binnen elke eenheid zijn ze gerangschikt per rang, en binnen elke rang alfabetisch. In het 'Memorial Register' bewaard in een kastje in de Menenpoort kunnen de legereenheden worden opgezocht waar de vermisten deel van uitmaakten. H. 2135 cm x Br. 4650 cm x D. 4120 cm (met trappen) Uitvoering: Sir William Reid Dick (beeldhouwer), Sir Reginald Blomfield (architect-ontwerper)

Historische Achtergrond

De Britse regering had na de oorlog geijverd voor het behoud van (een deel van) de ruïnes van de stad Ieper, als symbool van de volharding in de Britse verdediging van een wel verwoeste, maar nooit door de vijand ingenomen stad. In Ieper zou eveneens een groots monument voor de Britse natie komen, een idee die alleen maar aan kracht won toen bleek dat de wens tot behoud van de ruïnes niet door de Belgische bevolking gekoesterd werd. Het gedenkteken werd aanvankelijk als een triomfboog opgevat en zou komen op de plaats van de oude oostelijke stadspoort. Ondertussen was in 1921 beslist dat de 'Imperial War Graves Commission' (de voorloper van de 'Commonwealth War Graves Commission') in de verschillende frontzones gedenktekens voor de vermisten zou oprichten. In Ieper werd uiteindelijk het plan voor een 'memorial to the missing' gekoppeld met een nationaal Brits monument, de Menenpoort. Vandaar het duale karakter van het gedenkteken, waarbij de buitenzijde van de poort als een triomfboog opgevat kan worden. De dichter Siegfried Sassoon woonde de onthulling van de Menenpoort bij en begon een dag later aan zijn gedicht 'On Passing the New Menin Gate', waarin hij het gedenkteken vanwege de ongepaste praal hekelde: hij vond het pompeus, 'een stapel stenen, zelfvoldaan van vrede' en een 'misdadige graftombe'. De binnenzijde van het gedenkteken, met de namen van maar liefst 55.000 vermisten, roept anderzijds een indrukwekkende ingetogenheid op. Het gaat om de namen van Britse militairen, die voor 16 augustus 1917 vermist raakten. De namen van de andere vermisten zijn aangebracht op de gedenkmuur op 'Tyne Cot Cemetery' (Passendale). Voor de Nieuw-Zeelanders en Newfoundlanders werden afzonderlijke gedenktekens opgericht (het gedenkteken op 'Buttes New British Cemetery' en op 'Messines Ridge British Cemetery' en deels op het gedenkteken van 'Tyne Cot Cemetery'). Voor de vermisten ten Z van de Ieperboog werd in 1929 het 'Ploegsteert Memorial' opgericht. De Menenpoort lijkt steeds meer te evolueren naar hét algemeen symbool van de Eerste Wereldoorlog. De Menenpoort werd ontworpen door Sir Reginald Blomfield en werd officieel ingehuldigd op 24 juli 1927 door maarschalk Lord Plumer in aanwezigheid van koning Albert. Toen werd o.m. de 'Last Post' gespeeld, een sonnerie ter ere van de gesneuvelde Britse soldaat, die sinds 1 mei 1929 dagelijks herhaald wordt, met een onderbreking onder de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op de Menenpoort staan de namen van o.m. volgende dichters, wiens graf naderhand niet meer teruggevonden kon worden: John Collinson Hobson, gestorven op 31 juli 1917, auteur van 'As I came up from Wipers'; Walter S.S. Lyon, gestorven op 8 mei 1915 nabij Sanctuary Wood, auteur van de bundel 'Easter at Ypres & other poems' (1915); The Hon. Colwyn Erasmus Phillips, gestorven op 13 mei 1915 nabij Railway Wood, auteur van het gedicht 'There is a healing magic in the night' en meerdere andere brieven; Gerald George Samuel, gestorven op 7 juni 1917 in de omgeving van 'White Chateau' (Hollebeke), auteur van de gedichtenbundel 'Poems' (1917).

Bronnen

Relaties