Geografisch thema

Ieperstraat

ID
10783
URI
https://id.erfgoed.net/themas/10783

Beschrijving

Straat in het historisch stadscentrum die straalsgewijs vertrekt vanaf de westzijde van de Markt, de vroegere Hoogmarkt, aan de splitsing met de Kortrijkstraat, met licht gebogen tracé westwaarts tot aan het kruispunt Polenplein - Deken Darraslaan - Sint-Michielstraat.
Historische toegangsweg tot Tielt-binnen, voor het eerst vermeld in stadsrekeningen van 1431, die tot in het midden van de 16de eeuw met "balies", een soort slagbomen, is afgebakend. Vormt samen met de Sint-Janstraat in de middeleeuwen een oostwest-as doorheen het schependom, die de oude cuestarug volgt, de asymmetrische heuvelrug die zich grillig uitstrekt van Vinkt over Aarsele naar Tielt, Pittem, Koolskamp en verder westwaarts tot Hooglede. Het oostelijke straatdeel vormt tevens de zuidgrens van de "Kromme Wal", deel van de heerlijkheid "Willecomme" dat zich uitstrekt tussen de Poekebeek, de Bruggestraat en de Krommewalstraat, aangehecht in 1390 bij het schependom.
Van oudsher verhard met veldstenen, vanaf de 15de eeuw met kasseistenen, krijgt de Ieperstraat, net als enkele andere centrumstraten een nieuwe verharding in 1579. Volgens het eerste landboek van Tielt-binnen van 1635 behoort de noordzijde van de Ieperstraat tot de "Kerckencerc" en de zuidzijde tot de "Recollectencerc", weergegeven op de bijhorende plannen van Lodewijk de Bersacques.
Tot de aanleg van de Sint-Michielstraat in 1890 loopt de Ieperstraat aan de westzijde door tot aan de grens van het middeleeuwse schependom, m.n. het kruispunt van de Volderstraat en Schependomstraat, thans onderdeel van de Deken Darraslaan.
In de 13de eeuw (eerste vermelding in 1245) wordt op een hoogte aan het westelijke uiteinde van de straat de "Stedemolen" of de "coornewindmeulen" opgetrokken (cf. Stedemolenstraat), een graan- en oliewindmolen waarvan de maalrechten gedeeld worden door de stad en het hospitaal van de Alexianen aan de Markt. In 1452-1453 wordt de molen door de Bourgondiërs en de Gentse Groententers vernield.
In de 15de eeuw bevindt zich langs de Ieperstraat het "Stedevyverken", vermoedelijk vrij vroeg gedempt. Tevens zijn enkele huisnamen gekend, o.m. "Naeldenburgh", in een stadsrekening van 1470 als belangrijkste drankslijterij in de straat vermeld. Enkele latere huisnamen zijn o.m. "De Gauden (of Ghouden) Leeu", "Het Gauden (of Ghouden) Hooft", "'t Hantvat", "'t Paradijs" en "'t Moyelseken". "De Vliegende Weerelt" is een tijdje het woonhuis van de gekende pastoor-deken Jan De Mol (1585-1657) (cf. Deken Demolstraat) wanneer de "priesterage" of dekenij er gehavend bij ligt.
Niettegenstaande het grotendeels agrarische karakter van Tielt-binnen in de middeleeuwen, is in de 16de eeuw in de Ieperstraat een weefhuis gevestigd. In 1550 wordt de Stedemolen weer opgebouwd door gezamenlijke financiële inspanning van de stad en de Alexianen. In 1561 wordt de molen uitgebreid met een rosmolen, hoewel volgens enkele bronnen het octrooi pas aangevraagd wordt in 1632, m.n. door griffier Jan Van Zantvoorde en deken Jan De Mol.
Op de kopergravure opgenomen in "Flandria Illustrata" van Antoon Sanderus (1641-1644) wordt langsheen de Ieperstraat, evenwel beperkt tot de onmiddellijke omgeving van de Markt, vnl. rijbebouwing van zowel breed- als diephuizen van twee bouwlagen weergegeven. De hoek met de Kortrijkstraat ligt zuidelijker dan de huidige toestand zodat de ruimte ten zuiden van de Sint-Pieterskerk bij de voormalige Hoogmarkt aansluit en afgezoomd is door imposante woonhuizen. Op de kaart bij het eerste landboek van Tielt-binnen van 1635 wordt een poortgebouw met rondboogdoorgang weergeven aan de oostzijde van de Ieperstraat, die de Hoogmarkt met de Sint-Pieterskerk verbindt.
In 1645, wanneer verscheidene compagnieën van het Spaanse leger Tielt en omstreken teisteren, branden verschillende huizen in de Ieperstraat af, o.m. de "priesterage" en het woonhuis van stadsgriffier Jan Van Zantvoorde (Haarlem, 1594 - Tielt, 1665). Zijn nazaten verwerven vele eigendommen in Tielt en zullen gedurende eeuwen de stad mee besturen door het leveren van o.m. schepenen en burgemeesters.
In 1686 stichten de Minderbroeders aan de zuidzijde van de straat, in een huis waarvan de boomgaard paalt aan het erf van het klooster in de Kortrijkstraat, een Latijnse school of humaniora; deze verhuist reeds in 1688 naar de Kortrijkstraat.
In het begin van de 18de eeuw ontwikkelt zich aan het westelijk straateinde een steenbakkerij, waarnaar de Steenovenstraat verwijst. Deze verdwijnt echter bij de aanleg van de nieuwe steenweg naar Pittem (huidige Deken Darraslaan - Pittemse Steenweg) in 1763-1765 als aftakking naar Tielt van de steenweg Brugge-Kortrijk, aansluitend op de Ieperstraat ter hoogte van de huidige Ontvangerstraat. Hierdoor wordt het stadscentrum noordwaarts ontsloten en krijgt de Ieperstraat tot aan de Stedemolen een nieuwe verharding. Na de aanleg van de steenweg Tielt-Deinze (1772) die aansluit op de Hoogstraat, waardoor de Sint-Janstraat aan belang verliest, wordt de as Hoogstraat-Markt-Ieperstraat de belangrijkste verkeersas door de stad.
Ondanks de afnemende maalactiviteit op het einde van de 18de eeuw, wordt op het stadsplan van Philip Jan Lemaieur van 1786 de Stedemolen nog steeds afgebeeld; deze blijft in bedrijf tot de ontmanteling in 1921. Op het primitief kadasterplan (ca. 1830) staat een schorsmolen afgebeeld die hoort bij de leerlooierij gelegen aan de noordzijde van de straat, in de tweede helft van de 19de eeuw gesloopt voor de bouw van een herenhuis (nr. 45). Het plan van 1786 geeft tevens de evolutie naar aaneengesloten bebouwing in de Ieperstraat weer; Op de grens van de Hoogmarkt, ter hoogte van de "kerkestichel", is er nog steeds de open doorgang naar de Sint-Pieterskerk, ook gekend als "Kerkenhol" of "Spuyssens' hol" z.g. naar de stadsbode Pieter Spuyssens die ca. 1815 het huis ten oosten ervan bewoont. Op de zuidwestelijke hoek met de Krommewalstraat is er het onbebouwde perceel van de voormalige "priesterage".
Een herbergentelling van 1807 vermeldt dat in de Ieperstraat zes herbergen gelegen zijn, o.m. "Le Paradis", "Lion d'Or", "La Truelle", "A la Rose", "Belgrade" en "La demie Lune".
Pas eind 18de - begin van de 19de eeuw (vóór 1813) wordt op dit hoekperceel de dekenij opgetrokken, die in de loop van de eeuw meerdere verbouwingen ondergaat, o.m. in 1872 door architect Angelus De Lancker. Dit uitzicht wordt in 1934 door architect Gerard Vande Weghe (Tielt) in zijn oorspronkelijke vorm hersteld.
Na de aanleg van een nieuw kerkhof in 1828 aan het noordelijke uiteinde van de Krommewalstraat, op de westelijke hoek met de Keidamstraat, wordt de Ieperstraat verbonden met de Krommewalstraat die een nieuwe bestrating krijgt.
Langsheen de Ieperstraat worden in de loop van de 19de eeuw, net als langs de Hoogstraat, zeer veel statige herenhuizen met laat- of neoclassicistische lijstgevels - al dan niet met oudere kern - opgetrokken, bewoond door vnl. grootgrondbezitters, renteniers en eigenaars die vaak ook politiek actief zijn als schepen, burgemeester of volksvertegenwoordiger. Zo wordt in 1824 het imposante *huis Mulle de Terschueren (cf. nrs. 44-48) gebouwd voor Emile-Pierre Mulle de Terschueren, naar verluidt als kopie van zijn ouderlijk huis in Gent. Hij laat tevens een rij werkmanswoningen optrekken aan de westzijde van het herenhuis, eind jaren 1980 vervangen door nieuwbouw. Tevens hebben ook enkele landbouwersfamilies er eigendommen en zijn de ambachten en traditionele nijverheden er goed vertegenwoordigd. In 1847 wordt op initiatief van Deken Darras door de familie Schippers uit Lot, in samenwerking met het gemeentebestuur, een modelwerk- of weefschool opgericht in de gebouwen van "Den Keyser" aan het einde van de Ieperstraat, onder het beheer van de gebroeders-textielfabrikanten Vande Vyvere. Door de vlugge uitbreiding verhuist de school naar een nieuw complex aan het Hulstplein. In deze periode zijn ook de textielbedrijven van De Volder & Wauters en van Fredericq Parait (cf. nr. 74) gevestigd in de straat.
Aan de oostzijde, bij de Hoogmarkt, bevinden zich in een groot neogotisch complex met trapgevel en naastliggend laatclassicistisch pand, de redactielokalen en de drukkerij van "De Gazette van Thielt", de katholieke stadskrant die vanaf 1850 door J.D. Minnaert en later door J.A. De Fuster (cf. Hulstplein nr. 10) wordt uitgegeven als ideologische tegenhanger van het in 1843 gestichte liberale blad "De Tieltenaer".
In 1866-1867 brengen de Zusters Apostolinen het weeshuis met kleuterschool vanuit de resterende delen van het Alexianenklooster aan de Markt over naar een ruim pand aan de zuidzijde van de Ieperstraat. Enkele jaren later is het nog uitsluitend een lagere (o.m. kost-) school met kleuterklassen. Het scholencomplex met klooster kent in het laatste kwart van de 19de eeuw meerdere uitbreidingen (cf. nrs. 32-42).
Op de eigendom van Mulle de Terschueren wordt in 1879 de Sint-Godelieveschool opgericht, een vrije betalende meisjesschool die wordt overgebracht vanuit de Krommewalstraat. Hiervoor wordt een gebouw uitgebreid waarin de in hetzelfde jaar opgerichte stichting "Sint-Rochus", een afdeling van de Zusters van het Geloof, is ondergebracht. Hierdoor dienen de zusters die de stichting beheren een kleiner pand te betrekken, tot hun verhuis in 1880 naar de Kortrijkstraat en later naar de Krommewalstraat/ Peperstraat (cf. Peperstraat nr. 13).
In 1882 gebeurt de samenvoeging met de kosteloze Sint-Annaschool in de Ontvangerstraat; de Sint-Godelieveschool staat vanaf dan onder het beheer van de Zusters Apostolinen. Nog in hetzelfde jaar wordt dan in de vrijgekomen lokalen van de Sint-Godelieveschool de vrije katholieke jongensschool ondergebracht, tot de verhuis in 1886 naar het schoolgebouw op de hoek van de Krommewalstraat en de Kerkstraat (cf. Krommewalstraat nr. 1).
Een stadsplan getekend door onderwijzer Edmond De Slypere van ca. 1880 toont aan de zuidzijde van de Ieperstraat het ommuurde domein met klooster en school van de Zusters Apostolinen, aan de noordzijde de in 1872 verbouwde dekenij op de zuidwestelijke hoek van de Krommewalstraat, het herenhuis nr. 45 met poortgebouw en annexen, nog aangeduid als leerlooierij, en de woning van lijnwaadhandelaar en toenmalig burgemeester Charles Stevens (later afgebroken voor parking) (afb.).
Dankzij de aanleg van de Sint-Michielstraat wordt in 1890 de Ieperstraat verbonden met de in 1873 aangelegde Stationstraat en de zich ontwikkelende stationsbuurt ten zuiden van het centrum.
In de 19de en het begin van de 20ste eeuw worden in de straat nog steeds vele herbergen uitgebaat, o.m. "Sint-Eloy", "Het Paradijs", "D'Oude Bakkerij", "De Stad Gent", "De Gulden Sporen", "Den Blauwvoet", "Het Dambert", "Sint-Crispijn" en "Het Nieuw Brouwershof".
In 1905 laat Richard Denys, textielhandelaar en liberaal voorman, enkele oudere panden afbreken om er een prestigieuze herenwoning met dienstgebouw en torentje te laten optrekken (cf. nrs. 23-25).
In 1909 richt Joris Lannoo (1891-1971), samen met zijn vader Jozef en broer Rafaël, hier de gekende "drukkerij-uitgeverij Lannoo" met boekhandel op in de bestaande drukkerij van George Horta (later verbouwd, cf. nr. 22), in 1929 overgebracht naar de huidige locatie op de hoek van de Kasteelstraat (woonhuis) en de Plantinstraat (drukkerij) (cf. Kasteelstraat nr. 99).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de Tieltse "Kommandantur" vanuit de Kortrijkstraat overgebracht naar het *huis "Mulle de Terschueren". Ook het "Meldeamt", waar de opeising voor verplichte tewerkstelling bij de Duitse bezetter plaats vindt, wordt vanuit de Kortrijkstraat overgebracht naar de Ieperstraat. Door bombardementen tegen de bezetter en het dynamiteren van de straat door de wegtrekkende Duitsers wordt o.m. een deel van de kostschool van de Apostolinen en de redactielokalen en drukkerij van de "Gazette van Tielt" vernield. De kostschool wordt in de jaren 1921-1923 weer opgebouwd en in de jaren 1930-1940 uitgebreid.
In de jaren 1920 wordt in het herenhuis nr. 45 het metaalwarenhuis Van Daele opgericht, vanaf 1951 "P. Van Daele en Zonen p.v.b.a."; de groothandel wordt in 1955 uitgebreid met detailhandelszaak in de Kortrijkstraat.
In 1922 richten de Witte Zusters van O.-L.-Vrouw van Afrika een klooster in in een complex op de hoek met de Sint-Michielstraat en de Ontvangerstraat; na hun verhuis in 1935 naar Herent wordt het hoekperceel grotendeels verkaveld (cf. nr. 84).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in 1940 vooral de huizen aan de noordoostzijde van de straat zwaar getroffen, o.m. de drukkerij en redactielokalen van "De Gazette van Thielt". Voor de herbouwing ervan, samen met het aanpalende deel van de Hoogmarkt en de omgeving van de Sint-Pieterskerk, wordt in 1946 het oudste "Bijzonder Plan van Aanleg" in Vlaanderen goedgekeurd, dat stelt dat de huizen in een traditionele stijl dienen te worden opgebouwd; het plan wordt evenwel niet in die stijl uitgevoerd.
Na eerdere locaties in de Hoogstraat en aan het Stationsplein, vestigen de Tieltse Socialistische Verenigingen zich vanaf 1950 in lokaal "Textielhuis" aan het noordwestuiteinde van de straat.
In 1955 sluit de kloostergemeenschap van de Apostolinen zich aan bij de congregatie van de Zusters van Maria van Pittem. Na afbraak van enkel aanpalende huizen wordt een nieuw klooster gebouwd naast het bestaande. Het schoolcomplex, vanaf dan gekend als "Regina Pacis", kent nog diverse uitbreidingen in het derde kwart van de 20ste eeuw, o.m. op de aanpalende gronden aan de zuidzijde, behorend tot de paters Minderbroeders.
In de tweede helft van de 20ste eeuw worden enkele parkings aangelegd: aan het westelijk uiteinde, ten behoeve van een supermarkt, waarbij o.m. het neoclassicistische herenhuis van lijnwaadhandelaar en burgemeester van Tielt (1848-1881) Charles Stevens gesloopt wordt; aan de noordoostelijke hoek met de Krommewalstraat, waarbij de herberg "Den Blauwvoet" en een aanpalend winkelpand worden afgebroken. In 1985 wordt op deze hoek het Heilig Hartbeeld geplaatst, in 1938 opgericht aan de zuidkant van de hallentoren op de Markt.
Na reeds eerdere verwerving van een gedeelte van de tuin en benutting als stadspark, koopt het stadsbestuur in 1986 de rest van de tuin van het herenhuis *"Mulle de Terschueren" aan om deze in te richten als stedelijke groene ruimte. Na onteigening (1993) en restauratie (1996-2006) van het pand en de bijgebouwen, wordt de bijhorende tuin definitief heringericht als publiek stadspark; dit kadert tevens in het z.g. "Masterplan Kortrijkstraat" (2005), waarbij men het bouwblok tussen de Kortrijk-, Ieper- en Sint-Michielstraat aantrekkelijker wil maken als publieke ruimte met kernversterkende rol voor de ganse historische stadskern. In juli 2006 wordt het herenhuis *"Mulle de Terschueren" geopend als regionaal bezoekerscentrum met logiesmogelijkheid.
De panden nrs. 15-47 waren voorlopig beschermd als stadsgezicht (voorontwerp van lijst M.B. 18/04/1994), evenwel geschrapt van de lijst bij M.B. van 3/05/1995.

Aaneengesloten heterogene 19de- en 20ste-eeuwe bebouwing van vnl. burger- en herenhuizen, handelspanden en handels- en appartementsgebouwen. Oudste bebouwing bestaande uit 19de-eeuwse laat- en neoclassicistische burger- en herenhuizen van twee à drie bouwlagen - al dan niet met oudere 18de-eeuwse kern - onder pannen zadeldaken (nok evenwijdig met straat). Veelal bepleisterde en geschilderde lijstgevels, waarvan enkele aangepast met een winkelpui of nieuw gevelparement.
Nr. 20, een 19de-eeuws pand reeds weergegeven op het primitief kadasterplan, uitgebreid met achterbouw in 1886; breedhuis met vernieuwde lijstgevel, cf. parement van lichtgele siersteen, natuurstenen deuromlijsting, garage en schrijnwerk.
Nr. 37/ Begijnestraat, restant van een groot 19de-eeuws herenhuis weergegeven op het primitief kadasterplan (ca. 1830). In de loop van de 19de eeuw wordt dit hoekpand afgesplitst en in 1903 worden de twee woningen links ervan volledig herbouwd. Bepleisterde en geschilderde lijstgevel van vier traveeën op natuurstenen plint, met nieuwe winkelpui op begane grond. Puilijst met o.m. licht vooruitspringende uiterste venstertraveeën voorzien van lisenen met imitatiebossage. Bewaard houtwerk (T-ramen) in tweede bouwlaag. Gecementeerde zijgevel voorzien van schijnvoegen; muurankers; getraliede muuropeningen en opkamervenster; oculus in top.
Nr. 43, voormalige 19de-eeuwse brouwerswoning, na afbraak van een bestaand woonhuis herbouwd in 1893 door brouwer René Loosveldt met achterliggende stoombierbrouwerij; in 1965 verbouwd tot appartementencomplex. Breedhuis van oorspronkelijk zeven traveeën en drie bouwlagen onder pannen zadeldak (nok evenwijdig met straat). Roodbakstenen lijstgevel met gebruik van zwarte baksteen voor banden en omlijstingen; natuurstenen sokkel; horizontale geleding door doorlopende natuurstenen onderdorpels. Attiekverdieping met tussen de modillons van de gootlijst casementen met restanten van sgrafittobepleistering. Gewijzigde muuropeningen in uiterste traveeën. Witgeschilderde bakstenen achtergevel. Losstaand bijgebouw van twee bouwlagen, gedeeltelijk omgevormd tot woongelegenheden met inbreng van garages op begane grond.
Aan zuidwestzijde, tussen nrs. 80 en 82, 19de-eeuwse overbouwde voetgangersdoorsteek naar de Ontvangerstraat (foto), met overwelving door tongewelf en voorheen met bepleisterde gevel in empirestijl waarboven huis met Serlianavenster en centraal smeedijzeren balkonhek; thans bewaarde overwelving met imitatiebanden aan binnenmuren doch recent verbouwde bovenbouw.
Slechts enkele nieuw gebouwde woonhuizen uit het interbellum. Nr. 35/Begijnestraat, hoekpand van twee bouwlagen onder pannen zadeldak (nok evenwijdig met straat), opgetrokken in 1923 voor de Tieltse fotograaf Karel-Lodewijk Van Maele. Lijstgevel met parement van lichtgele siersteen; gebruik van natuursteen voor hoge plint en pui met geblokte hoekbanden; centraal balkonnetje in tweede bouwlaag met ijzeren leuning; vernieuwd houtwerk. Nrs. 53-55-57, handelspanden met bewaarde bovenbouw getypeerd door geel- of roodbakstenen (nr. 55) parement met gebruik van rode of lichtgrijze (nr. 55) baksteen voor banden; segmentbogige (nrs. 55, 59) of rondbogige (nr. 57) muuropeningen; nr. 55 met panelen waarin tegeltableaus boven muuropeningen; verbouwde begane grond met nieuwe winkelpuien.
Nr. 47, smal winkelpand gebouwd in 1943 op de plaats van een begin 20ste-eeuws laag poortgebouwtje horend bij het herenhuis nr. 45 waar dan de metaalgroothandel "Van Daele" is gevestigd. Geschilderde houten pui met uitstalraam en deels beglaasde deur met decoratief hekwerk.
Aan de noordoostzijde van de straat, palend aan de noordwestzijde van de Markt, nrs. 1-13, eenheidsarchitectuur tot drie bouwlagen, opgetrokken na de bombardementen van 1940. Typerende wederopbouwstijl van punt- of lijstgevels met bakstenen parementen en muuropeningen met simili-omlijstingen, al dan niet met dakvensters voorzien van typerende frontonbekroning.
Aan de oostzijde van nr. 1, de z.g. "Stanislaspoort", opgericht ter herinnering aan de bevrijding van Tielt door de Poolse militairen in 1945, op de plaats van het z.g. "Spuyssens' hol" of "Kerkenhol", de reeds van oudsher bestaande doorgang van de Markt naar de Sint-Pieterskerk, z.g. naar de stadsbode Pieter Spuyssens die ca. 1815 het huis ten oosten ervan bewoont (cf. Kerkstraat, Markt).
Aanvullende recente bebouwing van handels- en appartementsgebouwen tot vier bouwlagen.

DEXIA-ARCHIEF, Prentkaartencollectie, Brussel.
HEEMKUNDIGE KRING DE ROEDE VAN TIELT, Fototheek.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207 : Mutatieschetsen, Tielt, Afdeling 1, 1886/2, 1893/12, 1901/125, 1904/32, 1920/39, 1923/76, 1965/103.
1918-1978 Het verhaal van de bevrijding, Tielt, vier jaar bezetting 1914-1918, in De Gazette van Tielt, jg. 2, nr. 2, 1978.
ARICKX V., De Tieltse drukker-uitgevers Stéven, Michiels, Horta en Lannoo (1791-1929), in De Roede van Tielt, jg. 27, nr. 2, 1996, p. 83-87.
BUYCK J., De herbergentelling van 1807 in Tielt, in De Roede van Tielt, jg. 30, nr. 3-4, 1999, p. 85, 87.
DE GRYSE P., Tielt graag gezien, Aarsele-Kanegem-Schuiferskapelle-Tielt, Tielt, 2003, nrs. 73, 115, 116, 117.
DESMET G.; DEVRIENDT J., Het godsdienstig leven te Tielt in het verleden en op heden, Geschiedkundige gegevens & samenstelling van den historischen stoet, Tielt, 1938, p. 25-26, 28-29.
Dit is West-Vlaanderen, deel 3, Brugge, 1962, p. 1865.
Eeuwfeest der Zusters Apostolinen te Tielt 1839-1939, s.l., 1939.
Generaties Tieltenaars op de schoolbanken. Van Vlaamse en Franse Kostschool tot lagere afdelingen van het Sint-Jozefscollege, 1788-1983. Een studie van Luc Neyt, in De Roede van Tielt, jg. 14, nr. 2, 1983, p. 3, 27.
Gids voor Groot-Tielt 1987, Tielt, 1987, p. 108.
HOLEMANS H., Windmolens te Tielt, in Ons Molenheem, 2002, nr. 4, p. 59.
HOLLEVOET F. e.a., Als straten gaan… praten. De roede van Tielt, Tielt, 2005, p. 221.
HOLLEVOET F., Tielt feodaal, in De Roede van Tielt, jg. 33, nr. 3, 2002, p. 116.
IMPE A., Bijdragen voor de Geschiedenis van Thielt en het Thieltsche, in Handelingen Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, nieuwe reeks, deel XIX, Kortrijk, 1941, p. 201-202, 209.
NEYT L., Generaties Tieltenaars op de schoolbanken. Van Vlaamse en Franse kostschool tot lagere afdelingen van het Sint-Jozefscollege, 1788-1983, in De Roede van Tielt, jg. 14, nr. 2, 1983.
OSTYN R., De familie Mulle de Terschueren en haar woning in Tielt, in De Roede van Tielt, jg. 33, nr. 2, 2002, p. 39-80.
OSTYN R., De Tieltse jaren van Jan De Mol (1613-1675), in De Roede van Tielt, jg. 21, nr. 4, 1990, p. 195.
OSTYN R., Het verhaal van de Ieperstraat, Tielt, onuitgegeven nota, s.d., s.p.
OSTYN R., Historische stedenatlas van België, Tielt, Brussel, 1993, p. 21, 27, 30, 38, 41, 46, 48, 52, 55, 61, 71, 79, 82, 85, 89, 90, 106-107, 109.
OSTYN R., Stadsplan en landboek van Tielt-binnen of het aanzien van Tielt omstreeks 1635, in De Roede van Tielt, jg. 23, nr. 1, 1992, p. 6, 11, 14-15, 24.
TECHNUM GENT, Masterplan Kortrijkstraat, onuitgegeven studie in opdracht van stad Tielt, 2005.
VANDEPITTE P., Tielt. Speuren naar heden en verleden van Tielt, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Tielt, 1985, p. 48.
VANDEPITTE P., Van Thielt tot Tielt, Tielt, 1975, nrs. 16, 17, 76, 104.
VANDERMEULEN J., Hertog Albrecht von Württemberg-de illustere onbekende- en zijn IVe Duitse leger, in De Roede van Tielt, jg. 9, nr. 3-4, 1978, p. 113.
VAN LANDSCHOOT R., Joris Lannoo, Drukker en Uitgever voor Vlaanderen 1891-1971, Tielt, 1984, p. 129.
VAN NIEROP M., Lannoo 50 jaar in volle zee, Tielt, 1959, s.p.
VERBRUGGE J., Tieltse caférijkdom. Een overzicht van cafés en uitbaters tussen 1900 en 1980, in De Roede van Tielt, jg. 11, nr. 2-3-4, 1980, p. 87-91.
VERBRUGGE J., Tielt, textielstad (deel 1 : negentiende eeuw), in De Roede van Tielt, jg. 18, nr. 2, 1987, p. 49, 69, 72, 82, 87.


Bron     : Callaert G. & Santy P. met medewerking van Boone B., Devooght K. & Moeykens S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Tielt, Deel I: Stad Tielt (straten A-R), Deel II: Stad Tielt (straten S-Z), Deelgemeenten Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL29, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed


Relaties

  • Omvat
    Burgerhuis in art-decostijl

  • Omvat
    Dekenij van de Sint-Pieterskerk

  • Omvat
    Eclectisch burgerhuis

  • Omvat
    Eenheidsbebouwing

  • Omvat
    Half vrijstaand interbellumwoonhuis

  • Omvat
    Heilig Hartbeeld

  • Omvat
    Herenhuis Mulle de Terschueren met park

  • Omvat
    Huis Strack

  • Omvat
    Huis Denys

  • Omvat
    Huis Loosveldt

  • Omvat
    Huis Priem

  • Omvat
    Interbellumburgerhuis

  • Omvat
    Laatclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Laatclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Laatclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Laatclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Restant van eenheidsbebouwing van vier dorpswoningen

  • Omvat
    Restant van hoekcomplex in traditionele stijl

  • Omvat
    School- en kloostercomplex Regina Pacis

  • Omvat
    Vrijstaande interbellumvilla

  • Omvat
    Winkelhuis

  • Omvat
    Winkelpand


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Ieperstraat [online] https://id.erfgoed.net/themas/10783 (Geraadpleegd op 14-05-2021)