Teksten van Fort van Haasdonk

Fort Haasdonk

Na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 werd rond Antwerpen een nieuwe fortengordel gelegd. In een tweede fase na 1906 werd de 'Vesting Antwerpen' nog verder verstevigd. Het is in deze periode dat de forten Breendonk, Liesele, Bornem en Haasdonk werden gebouwd. Deze forten werden volledig in beton uitgevoerd.

Het fort van Haasdonk werd op een hoogte van 20 meter ingeplant. Eind 1912 was de ruwbouw af en toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak was alleen het linker gedeelte klaar. Het fort werd in oktober door de Duitse troepen bezet. In 1927 werd het gedeclasseerd als verdedigingswerk en diende enige tijd als munitiedepot. Voor de bewaking ervan werd in 1937-1939 aan de inkom een dubbelwoonst met elektriciteitscabine voor militairen gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het fort opnieuw in Duitse handen. In 1944 gebruikten de geallieerde troepen het fort als bivakterrein het werd ook gebruikt als schuilplaats voor de bevolking. Na de Tweede Wereldoorlog werd het fort opslagplaats voor gedeclasseerd legermateriaal. Tot op heden wordt er toezicht gehouden door twee militairen die in de dubbelwoonst aan de inkom van het fort wonen. Het glacis werd als veeweide in concessie gegeven en de gracht werd verhuurd aan een vissersclub.

Naast historische waarde heeft het fort nu ook een biologisch (volgens de Biologische Waarderingskaart van België "zeer waardevol"), botanisch, ornithologisch en chiropterologisch aspect.

Het fort van Haasdonk is aangelegd in de vorm van een trapezium waarvan het hoofdfront de kleine basis is met een lengte van 240 meter en het keelfront de grote basis met een lengte van 300 meter. Het fort wordt omringd door een 40 à 50 meter brede natte gracht die in het front vooraf wordt gegaan door een bedekte weg, gedekt door een zachte glooiing, het glacis. Elk van de twee hoeken van het korte front worden gevormd door samengevoegde gekazemateerde caponnières voor de verdediging van de grachten. Op de boven¬bouw van het fort zijn er één infanteriekam en de draaibare geschutskoepels. De enige ingang bevindt zich langs de traditoirebaterij met links en rechts de keelkazerne. Een centrale gang leidt naar het hoofdgebouw. Er zijn twee binnenplaatsen. Een aantal gangen leiden naar de koepels en caponnières. Deze structuur is nog volledig aanwezig en duidelijk waarneembaar.

Het fort is grotendeels geconstrueerd uit aarde, de gebouwen uit gewapend beton. Zowel in opbouw als plan heeft het fort nog het voorkomen van een typisch militair neoclassicistisch gebouw uit het begin van de 20ste eeuw: ton- naast kruisgraatgewelven van gangen en kamers, bandomlijstingen van met segmentboog afgewerkte lichtgaten, pseudo-entablementen met afgeronde cordons, gevelritmering door rusticapilasters van de ingangs-traditorebatterij, keel- en hoofdfrontgebouwen.


Bron: Beschermingdossier DO002187
Auteurs:  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum: 2002

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed: Fort van Haasdonk [online], https://id.erfgoed.net/teksten/125204 (geraadpleegd op 25-10-2020)


Fort Haasdonk (2018)

Het fort van Haasdonk (19 hectare) is een betonnen pantserfort uit de buitenste fortengordel van de vesting Antwerpen, gebouwd tussen 1906-1914. Het heeft maar 15 jaar als fort gefunctioneerd. Ongetwijfeld is het een van de beter bewaarde forten.

In de periode 1906-1914 werd de buitenste fortengordel met 25 forten en schansen uitgebreid, waaronder het fort van Haasdonk. De vesting Antwerpen bereikte toen haar maximale uitbreiding. Kenmerkend voor pantserforten uit die periode is dat ze volledig in ongewapend beton zijn opgetrokken én met geschutkoepels zijn uitgerust. In het fort van Haasdonk stonden oorspronkelijk de kanonnen in 7 geschutkoepels opgesteld. Gepantserde koepels beschermden de artilleriestukken. Het zwaarste kanon was een 15 centimeter kanon dat tot 7,4 kilometer ver kon schieten.

Grondplan: samengevoegde caponnières van tweede orde

In de positionering van de fortgebouwen op het forteiland herkennen we een fort van het type samengevoegde caponnières van tweede orde (=minder sterk bewapend). Dit type grondplan komt het meest voor in de buitenste fortengordel, ook in de forten van Breendonk, Broechem, Ertbrand en Liezele. Typisch voor dit type grondplan is de positionering van de hoofdcaponnières op de voorste hoekpunten van het forteiland aan de aanvalszijde. De caponnières stonden voor de grachtverdediging in. Andere gebouwen zijn de traditorebatterij aan de ingang van het fort, het keelfrontgebouw, de gang met kamers, het hoofdfrontgebouw en de galerijen naar de geschutkoepels. Een aarden dek bovenop en tegen de gebouwen beschermden de betonnen constructies tegen het impact van inslaande projectielen. Twee binnenplaatsen brachten licht en lucht in de verblijfsgebouwen. Ventilatie was trouwens heel belangrijk in de forten, niet alleen om de constructies droog te houden, maar ook om giftige gassen die bij explosies vrijkwamen uit de forten te drijven.

Het fort van Haasdonk was op een aanval vanuit het westen georiënteerd. Aan de westzijde bevond zich dus het hoofdfront of de aanvalszijde. Forten uit het begin van de 20ste eeuw hebben niet langer hoge wallen op de rand van het forteiland. Dat is hier ook duidelijk het geval. Het hoogste punt bevindt zich centraal op het forteiland, op de aanaarding tegen het hoofdfrontgebouw. Het microreliëf is goed bewaard op het fort van Haasdonk, het best aan de rechterzijde. Volledig intact is het aarden dek rond het forteiland (buitenglacis) en dat is uitzonderlijk. De 45 meter brede vestinggracht omsluit het forteiland.

Bouw (1909-1912)

Tot de bouw van het fort werd al in 1906 beslist, maar de werken begonnen pas in 1909. De tussenliggende tijd had men nodig voor het vinden van de goede locatie, het ontwerpen van de plannen, het onteigenen van de gronden en het aanbesteden van de werken. Fort Haasdonk is door de Antwerpse firma ‘Bolsée frères’ gebouwd, samen met 22 andere forten. Voor een fort van dit type was heel wat grondverzet nodig: voor het uitgraven van de vestinggracht (125.000m³) en voor de funderingen van de fortgebouwen (100.000m³). De uitgegraven aarde hergebruikte men ter plaatse bij de aanleg van de aarden dekken tegen de gebouwen en het glacis. Niet minder dan 34.500m³ beton ging in de fortgebouwen. Niet verwonderlijk want de gewelven waren 2,5 meter dik en de buitenmuren 1,4 meter. Bolsée liet het bouwmateriaal via de Schelde aanrukken tot in Rupelmonde, waar het op een speciaal aangelegd spoorlijntje werd overgeslagen. Met man en macht werkte men aan de site, vooral door werkkrachten uit het Waasland. De bouw van de forten moet in het begin van de 20ste eeuw een groot impact op de lokale economie hebben gehad, zij het tijdelijk. In ruim 2,5 jaar was de klus geklaard. Dan volgde de constructie van de geschutkoepels en de bewapening. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was die nog niet helemaal klaar. In 1914 waren de militairen nog bezig met het ingieten van de betonnen randen van de koepels.

Wereldoorlogen

Het fort van Haasdonk kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog niet in actie. Eén van de verdedigers die er kort verbleef was schilder Rik Wouters. Na de overgave van de vesting Antwerpen op 10 oktober 1914 namen Duitse troepen het fort zonder slag of stoot in. In 1916-17 integreerden zij het fort in de bunkerlinie Westabschnitt tegen een mogelijke invasie vanuit Nederland. Een gelijkaardig scenario speelde zich bij het begin van de Tweede Wereldoorlog af. Opnieuw nam de Duitse bezetter het fort in handen. Daar zijn de sporen nog van te zien in de Duitstalige opschriften te zien. Maar ook in de opstelling van luchtafweergeschut (Flak-eenheid) uit 1943. Tegelijk ontmantelden de Duitsers het metaal uit de forten, want dat was nog bruikbaar in de oorlogsindustrie. In 1944 gebruikten de geallieerde troepen het fort als bivakterrein en schuilde de lokale bevolking er tegen de gevaren van een bombardement.

Hoewel het fort van Haasdonk al in 1927 werd gedeclasseerd, is het tot in 2011 militair domein gebleven. Door zijn vroege declassering is het fort in de jaren 1930 uitzonderlijk niet tot een infanteriesteunpunt omgevormd, zoals dat voor de andere forten in de buitenste fortengordel wel het geval was. Het Belgisch leger gebruikte het fort van Haasdonk als opslagplaats. Tot zolang hielden twee militairen er toezicht in de dubbelwoonst aan de inkom (°1939). Sindsdien is het fort particulier eigendom. Het maakt deel uit van het Europees habitatrichtlijngebied voor vleermuizen.

  • GHEYLE W. & BOURGEOIS I. 2018: Vergeten linies III: militair erfgoed binnen de Antwerpse fortengordels op luchtfoto en Lidar, Streekgericht 4, Antwerpen, 86-99.
  • GILS R. 1998: Vesting Antwerpen, deel 2: De Pantservesting, 1885-1914, België onder de wapens 7, Erpe.
  • VAN MEIRVENNE R. 2002: Fort Haasdonk van de Vesting Antwerpen, België onder de wapens 22, Erpe.
  • S.N. s.d.: De Achttiendaagse Veldtocht: Het Belgische verhaal van mei 1940, eenheid per eenheid [online], https://18daagseveldtocht.be/infanterie/overige/speciale-vestingseenheden/ (geraadpleegd op 18 december 2018).

Bron: -
Auteurs:  Verboven, Hilde
Datum: 2018

Je kan deze pagina citeren als: Verboven, Hilde: Fort van Haasdonk [online], https://id.erfgoed.net/teksten/298635 (geraadpleegd op 25-10-2020)