Rodenborch ()

“Rodenborch” behoorde vanouds tot de meest imposante gildehuizen van de Grote Markt, met een gevelfront uit 1644, dat tot de hoogtepunten van de Antwerpse barok wordt gerekend. Het pand met een overwelfde kelder uit de 13de eeuw, dateert vermoedelijk in kern uit de tweede helft van de 15de eeuw.

Historiek

Het huis “Rodenborch”, waarvan de overwelfde kelder opklimt tot de 13de eeuw, en dat omstreeks 1400 voor het eerst wordt vermeld, vormde oorspronkelijk één geheel met de aanpalende huizen “Den gulden Treft” en “De Ketel”. Na de opsplitsing in het midden van de 15de eeuw, kwam “Rodenborch” in 1454 in het bezit van het Huidevettersambacht, dat het in 1459 in gebruik nam als gildehuis. Mogelijk werd de oorspronkelijk houten gevel van het pand in 1490 vervangen door een traditionele trapgevel in bak- en zandsteenbouw. In het midden van de 16de eeuw voegden de Schoenmakers zich bij de Huidevetters. Samen lieten zij in 1644 het gevelfront heropbouwen in barokstijl, en ontvingen daartoe een toelage van de stadsmagistraat van 400 Pond Artois. Na de opsplitsing van het ambacht in 1678, bleef “Rodenborch” in het bezit van het Schoenmakersambacht, dat het gildehuis in 1755 verkocht aan het Timmerlieden- en Schrijnwerkersambacht. Van toen dateren de gebeeldhouwde reliëfs die de verschillende ambachtsgroepen verbeelden. Voortgaande op de jaarlijkse staat van inkomsten en uitgaven zouden zij gebeiteld zijn door de beeldhouwer Bex. In 1798 werd het gildehuis door het Frans bewind als nationaal goed verkocht aan C.J. Van den Nieuwenhuysen. Van 1843 tot 1900 was hier de drukkerij Ratinckx fréres gevestigd, uitgever van de “Guide commercial ou Livre d’adresses de la Ville d’Anvers”. Het gebouw werd in 1980-1982 gerestaureerd door de Stad Antwerpen, naar een ontwerp door de architect Guido Derks. De belangrijke ingrepen van de gevelrestauratie betroffen de reconstructie van de pui en insteekverdieping, waarvan de eerste twee traveeën vroeg in de 19de eeuw waren verbouwd tot een hoge rondboogpoort, het terugbrengen van de kruiskozijnen van de eerste verdieping en de balustrade van de tweede verdieping.

Architectuur

Diephuis van vijf traveeën, vier bouwlagen en een insteekverdieping, onder een zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien). De verhoogde halsgevel, gedateerd 1644, heeft een parement uit blauwe hardsteen en witte natuursteen opgehoogd met vergulding. Geleed door klassieke entablementen met architraaf, fries en gekorniste waterlijst, is de opstand opgebouwd uit verkleinende, horizontale registers. Deze zijn geordonneerd door de superpositie van de klassieke orden, en rusten op een geblokte, sokkelvormende onderbouw. Een rondboogarcade met sluitstenen en doorgetrokken imposten vormt de pui, een register van trapezoïdale vensters de insteekverdieping. De hoge eerste verdieping onderscheidt zich door geblokte Dorische pilasters, kruiskozijnen, en een entablement met trigliefen in de fries. De vier gebeeldhouwde reliëfs met putti in de borstwering, verbeelden de verschillende ambachten van de timmerlieden en schrijnwerkers, zoals de hout- en spantbouw, meubelmakerij, trappen- en molenbouw. Het wapen van de Stad Antwerpen in de middenas dateert van de restauratie in 1980-1982. De tweede verdieping wordt gemarkeerd door Ionische pilasters, balustraden en cartouches boven de rechthoekige vensters. Deze van de tweede en voorlaatste travee dragen de jaarstenen “ANNO” “1644”. Op de derde verdieping, geritmeerd door hermpilasters met trigliefen, flankeren kloosterkozijnen het rondboogluik van de middenas. Dit laatste is gevat in een booglijst met diamantkopsleutel op imposten. Tweeledig, gemarkeerd door voluten, vleugelstukken en entablementen, wordt de geveltop bekroond door een gekornist, driehoekig pseudo-fronton met sierbollen. Korinthische halfzuilen ritmeren de eerste geleding, die zich verder onderscheidt door een gebroken balustrade en siervazen op de voluten. Het rechthoekige middenvenster met imposten en waterlijst, wordt geflankeerd door omlijste rondboognissen met oren, neuten en een gebogen waterlijst. Deze waren vermoedelijk bedoeld voor beelden van de patroonheiligen van Huidevetters en Schoenmakers, Crispinus en Crispianus. Een derde rondboognis met sluitsteen, imposten en frontonbekroning, gevat tussen pilasters, vormt de als portiek opgevatte topgeleding. Hier bevond zich een Onze-Lieve-Vrouwebeeld.

De vroeggotische, tweebeukige kelder van vier traveeën, is overwelfd door kruisribgewelven met gordelbogen uit baksteen. Deze rusten op muurpilasters en rondzuilen uit Doornikse kalksteen met een achtzijdig bladwerkkapiteel. De constructie is sterk verwant met de overwelfde kelder van "De Cluyse" aan de Oude Koornmarkt. Verder zijn van het interieur de balkenlagen en de dakconstructie van het type gordingenkap bewaard.

  • ASAERT G. 2005: Honderd huizen aan de Grote Markt van Antwerpen. Vijf eeuwen bewoningsgeschiedenis, Zwolle en Antwerpen, 53-60.
  • BLOMMAERT V. 1981: Het huis Rodenborch, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek, 1981.1-2, 18-19.
  • BRENDERS F. 1978: Over Antwerpse kelders, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek, 1978.4, 11-12.
  • HENDRICKX M. & VAN DER WEE P. 1997: Enkele traditionele dakconstructies in de Antwerpse binnenstad, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek 1997.3-4, 26-27.
  • VANDERHENST C. 1981: Het huis Rodenborg, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek, 1981.7-10, 61-93.

Auteurs:  Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Braeken J. 2018: Rodenborch [online], https://id.erfgoed.net/teksten/298457 (geraadpleegd op ).


Rodenborch ()

Huis "Rodenborch", in 1644 door de verenigde gilden van Huidevetters en Schoenmakers voorzien van de huidige voorgevel. Ze ontvingen daartoe een steungeld van het magistraat van 400 Pond Artois. In 1755 kwamen voornoemde gilden in verval en kwam het ambacht van de Schrijnwerkers in bezit van het huis.

Diephuis van vijf traveeën en vier verdiepingen + tussenverdieping met zadeldak (leien). Gevel in barokstijl met parement van blauwe hardsteen en witte natuursteen, 1644 gedateerd op gevelsteen. Geblokte benedenverdieping; gelijkvloerse verdieping geritmeerd door rondbogen. Hierboven rechthoekige vensters met afgeschuinde hoeken van de tussenverdieping. Gevelgeledingen van de bovenbouw door entablementen met gekorniste kroonlijsten aangeduid, ordonnantie door middel van superpositie van klassieke orden; geblokte pilasters met klein Dorisch kapiteel tegen de muurdammen van de hoofdverdieping. Tussen de voetstukken halfverheven beeldhouwwerken met de voorstelling van verschillende houtbewerkingen, uitgevoerd door putti: zij dagtekenen van 1755, toen de gilde der Schrijnwerkers eigenaar was van het huis. Voortgaande op de jaarlijkse staat van inkomsten en uitgaven zouden zij gebeiteld zijn door beeldhouwer Bex. Derde verdieping geordonneerd door tussenpilasters met Ionisch kapiteel. Op de muurvlakken tussen laatstgenoemde werden cartouches uitgewerkt; in de tweede leest men "anno", in de vierde "1644". Vierde geleding geritmeerd door plastische kurven. Eenheid van vensterverdeling van de tweede en derde bouwlaag hier vervangen door vier kloosterkozijnen met getralied bovenlicht en een rondboogvormig middenvenster. Ten slotte geveltop, eveneens door entablementen geleed. In de onderste topgeleding wordt de vijfdelige indeling van de gevel drieledig, de uitersten afgesloten zijnde door een balustrade waarop een vleugelstuk met voluut, bekroond door halfronde nissen. Ten slotte bekroond door een rijk versierde portiek, eveneens met een halfronde nis, en gecantonneerd door vleugelstukken. De brede inrijpoort is een 19de-eeuwse verbouwing. Oorspronkelijk was ook de pui vijfdelig.

Gevel met bijzondere architectuurhistorische waarde. Uniek en oudst bewaard gebleven voorbeeld van barokke gildehuizen. Geveltop schijnt invloed van de kerkelijke architectuur te hebben ondergaan. Vraagt om dringende restauratie.


Bron: GOOSSENS M. & PLOMTEUX G. met medewerking van LINTERS A., STEYAERT R., ILLEGEMS P. & DE BARSÉE L. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3na, Brussel - Gent.
Auteurs:  Plomteux, Greet; Goossens, Miek
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Plomteux G. & Goossens M. 1976: Rodenborch [online], https://id.erfgoed.net/teksten/4058 (geraadpleegd op ).