Gebeurtenis

Inventarisatie tuinen en parken ten noordoosten van Brussel

geografische inventarisatie
ID
1021
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1021

Beschrijving

Het agentschap Onroerend Erfgoed is in 1994 gestart met het in kaart brengen van tuinen en parken met erfgoedwaarde. In de periode 1997-2007 werden de gemeenten Kampenhout, Kraainem, Machelen, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Zemst geïnventariseerd. De resultaten van dit onderzoek verschenen in 2008 in een M&L-Cahier van de reeks “Historische tuinen en parken van Vlaanderen”. In de periode 2013-2016 werden alle tuinen en parken van deze reeks in de online erfgoedinventaris opgenomen. Voor dit gebied met een oppervlakte van 17.300 hectare resulteerde dit uiteindelijk in 57 erfgoedobjecten.

In de Inventaris van Historische Tuinen en Parken worden zowel bescheiden voortuinen en villatuinen als stadsparken en kasteeldomeinen van meerdere hectaren opgenomen. Voor elk item wordt getracht aan de hand van kaarten, iconografisch materiaal, literatuuronderzoek en terreinstudie de aanleg en evolutie te schetsen. Architecturale en ruimtelijk-structurerende kenmerken zoals de aanwezigheid van zichtassen, tuinornamentiek, het architecturale microreliëf, en de padenstructuur worden hierbij besproken. Het determineren en opmeten van het aanwezige bomenbestand geeft informatie over de verschillende aanplantingscampagnes en de soortenvariatie die in de tuin of het park aanwezig is.

Een gegeerd gebied

De nabijheid van Brussel en Mechelen verklaart het groot aantal buitenverblijven waarmee het geïnventariseerde gebied al sinds 1600 bezaaid was. In deze “hoven van plaisantie” en buitenplaatsen zocht de adel en later ook de stedelijke bourgeoisie rust en ontspanning. Vooral de Zennevallei ten noorden van Brussel was in de 17de en 18de eeuw een felbegeerde locatie. Hier kocht in 1635 de schilder en diplomaat Pieter Paul Rubens een reeds bestaand speelhuis te Elewijt.

In het gebied komen diverse interessante voorbeelden van vroege landschappelijke aanleg voor. Deze ‘jardins à l’anglaise’ van de late 18de en de vroege 19de eeuw waren vaak het werk van een vooruitstrevende, door vooruitgangsidealen en geldgewin bezielde elite, die later ook met het Franse bewind sympathiseerde. Zo creëerde bankier Jean-Joseph Walckiers rond 1780 in zijn landgoed Drie Fonteinen te Vilvoorde één van de oudste ‘Engelse’ tuinen van België: een ommuurde tuin met serpentinevijver en opgesmukt met verschillende follies. Bankier Maximilien Plovits behield de bestaande formele baroktuin van het kasteel van Sterrebeek, maar vormde het achterliggende sterrenbosje om tot een 'Engelse' tuin met kronkelende waterloopjes en heuveltjes, opgesmukt met follies, waaronder de nog bewaarde Minervatempel. Bij het kasteel Wolfslinde in Eppegem duikt rond dezelfde tijd een hybride overgangsvorm op: een tuin met golvende contouren maar netjes symmetrisch en als onderdeel van een typisch 18de-eeuws stramien van ‘vivre entre cour et jardin’.

Parken in landschappelijke stijl

Het uitzicht en de vorm van de meeste tuinen en parken – zelfs na een ingrijpende landschappelijke, 19de-eeuwse transformatie – is in hoge mate schatplichtig aan de primitieve vorm of de functie van het object waaromheen ze aangelegd werden of gegroeid zijn. Bij de heraanleg in landschappelijke stijl worden reeds aanwezige elementen getransformeerd en in de nieuwe aanleg opgenomen, zoals de verbrede en opgestuwde beek in het kasteelpark van Wilder te Kampenhout. Ook blijft soms de oorspronkelijke opperhof-neerhof structuur met ringgrachten van de feodale motte nog duidelijk zichtbaar, zoals bij het kasteel van Ham te Steenokkerzeel.

Bij het merendeel van parken en tuinen is de ontwerper niet gekend. In deze regio konden een aantal ontwerpen met grote waarschijnlijkheid aan twee belangrijke landschapsarchitecten uit de tweede helft van de 19de eeuw toegeschreven worden, Edouard Keilig en Louis Fuchs. Het kasteeldomein de Ribaucourt, in oorsprong een feodale motte met wortels in de 12de eeuw, onderging rond 1882 een transformatie in laat-landschappelijke steil. Keiligs ontwerp behield deels de bestaande 17de en 18de-eeuwse aanleg, maar transformeerde de strakke rechtlijnigheid door onder meer de inbreng van inspringende en terugwijkende bomengroepen langs de bestaande strakke bomenranden, het vervangen van rechte paden door een kronkelend wegennet en de omvorming van een kanaal tot slingerende waterpartij. Ook de aanleg uit 1890 van het landgoed Fontigny, nu onderdeel van het domein Drie Fonteinen, zou van zijn hand zijn.

Naar verluidt was Louis Fuchs verantwoordelijk voor de aanleg van het circa 7 hectare grote park van Huyenhoven met een arcadisch rivierlandschap dat een kasteeltje in neomiddeleeuwse stijl uit 1860 omgeeft. Fuchs, leraar aan het in 1848 opgerichte Hoger Rijksinstituut voor Tuinbouw, was tevens verantwoordelijk voor de herinrichting van de voortuin in 1898.  Landschapsarchitect Emile-Edmond Galoppin, ontwerper van het Josaphatpark in Schaarbeek, ontwierp een informele villatuin voor zijn buitenverblijf uit circa 1910 te Melsbroek.

Een hernieuwde belangstelling voor het formele

De revival van de geometrische stijl aan het einde van de 19de eeuw heeft in het inventarisgebied duidelijke sporen nagelaten. Geïnspireerd door publicaties als het 'Traité général de la composition des parcs et jardins' (1879) van Edouard André en de 'style Duchêne' van de Franse tuinarchitecten vader (Henri) en zoon (Achille) Duchêne, ging de bestaande aanleg in landschappelijke stijl op de schop. Vaak beperkte deze nieuwe formele aanleg zich tot de onmiddellijke omgeving van het landhuis. De in 2006-2007 gerenoveerde geometrische  tuin in het domein Drie Fonteinen te Vilvoorde is een spectaculair voorbeeld van deze ‘style Duchêne’. Een ander voorbeeld treft men in het kasteeldomein van Sterrebeek . Parallel met de restauratie van het kasteel werd tijdens het interbellum het formele karakter van de als rozentuin heraan­gelegde barokke parterretuin, het ere-erf en het eilandje in het zuidelijke gedeelte van de kasteelvijver opnieuw hersteld. Typisch voor de 'style Duchêne' is de afscheiding tussen de rozentuin en de moestuin: een hoge palissade van haagbeuk met nissen, waarin marmeren beelden staan, die de moestuinmuur langs de kant van de rozentuin verbergt.

Een deel van deze tekst werd integraal overgenomen uit:

  • DENEEF R. 2008: Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Ten noordoosten van Brussel: Kampenhout, Kraainem, Machelen, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wezembeek-Oppem, Zaventem, Zemst, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.

Auteurs :  Deneef, Roger, Michiels, Marijke
Datum  : 2020


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

de Bavaylei 105 (Vilvoorde)
Relict (oude bomen, vooral platanen) van een informele tuin van 71 are bij een rond 1873 gebouwde villa met neogotisch paviljoen, in 2003 gesloopt en vervangen door een flatgebouw.


Zavelstraat 2 (Zaventem)
Neoclassicistisch waterkasteel met bijgebouwen gebouwd omstreeks 1761, omgeven door een domein van bijna 7 hectare met als kern een baroktuin voorzien van een elegant Lodewijk XV-paviljoen; park in de jaren 1790 omkaderd in landschappelijke stijl. Eén van de belangrijkste historische tuinen van België.


Tervuursesteenweg 623 (Zemst)
Heropgebouwde pastorie uit 1867 met ommuurde tuin van 26 are; sporen van vroegere indeling tussen nut- en siergedeelten.