Gebeurtenis

Inventarisatie tuinen en parken in zuidoostelijk Vlaams-Brabant

geografische inventarisatie
ID
1025
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1025

Beschrijving

Het agentschap Onroerend Erfgoed is in 1994 gestart met het in kaart brengen van tuinen en parken met erfgoedwaarde. In de periode 1991-2006 werden in het zuidoosten van de provincie Vlaams-Brabant de gemeenten Geetbets, Hoegaarden, Kortenaken, Landen, Linter, Tienen en Zoutleeuw geïnventariseerd. De resultaten van het onderzoek verschenen in 2008 in een M&L-Cahier van de reeks “Historische tuinen en parken van Vlaanderen”. In de periode 2013-2016 werden alle tuinen en parken van deze reeks in de online erfgoedinventaris opgenomen. Voor dit gebied met een oppervlakte van 32.700 hectare resulteerde dit uiteindelijk in 74 erfgoedobjecten.

 Het grootste gedeelte van het inventarisgebied ligt in de leemstreek, een gebied dat aansluit bij het Limburgse en het Waalse Haspengouw, één van de vruchtbaarste en oudste cultuurgebieden van België. Het wordt gekenmerkt door grootschalige, vrijwel ongerepte kouters en kleine, regelmatig verspreide dorpen. De zandlemige noordrand van het gebied (Kortenaken en Geetbets) kent een meer uitgesproken lintbebouwing en versnippering. Tienen is de enige belangrijke agglomeratie in deze zone.

In de Inventaris van Historische Tuinen en Parken worden zowel bescheiden voortuinen en villatuinen als stadsparken en kasteeldomeinen van meerdere hectaren opgenomen. Voor elk item wordt getracht aan de hand van kaarten, iconografisch materiaal, literatuuronderzoek en terreinstudie de aanleg en evolutie te schetsen. Architecturale en ruimtelijk-structurerende kenmerken zoals de aanwezigheid van zichtassen, tuinornamentiek, het architecturale microreliëf, en de padenstructuur worden hierbij besproken. Het determineren en opmeten van het aanwezige bomenbestand geeft informatie over de verschillende aanplantingscampagnes en de soortenvariatie die in de tuin of het park aanwezig is.

Herenboerenparkjes

Typerend  voor de hele oostelijke leemstreek is het groot aandeel aanwezige ‘herenboerenparkjes’. Deze kleine landschappelijke tuinen werden vanaf circa 1850 aangelegd in de schaduw van ‘gecastelliseerde’ grote boerderijen die vaak een brouwerij of distilleerderij met hun landbouwactiviteiten combineerden. Zo bewaart de hoeve Tassin een informeel, gedeeltelijk ommuurd herenboerenparkje van 42 are. Het parkje bestaat voor de helft uit bosplantsoen waarin een heuveltje, sporen van een rondpad en enkele oude bomen bewaard bleven. De gesloten hoeve met brouwerij werd in 1875 heropgebouwd ter vervanging van een ouder hoevecomplex uit het midden van de 18de eeuw. Ook bij de hoeve Persoons werd aan het einde van de 19de eeuw een landschappelijk parkje aangelegd als aanvulling bij een tot herenwoning opgesmukte hoevevleugel.

Een botanisch curiosum in Tienen

In Tienen, de enige belangrijke agglomeratie in het inventarisgebied, bevind zich een unieke plantencollectie. Het was diplomaat Leon Van den Bossche, wiens familie rijkdom vergaarde in de suikerindustrie, die tussen 1886 en 1910 zijn fortuin aanwende voor de creatie van een botanische tuin: de ‘Hortus Thenensis’. Deze gepassioneerde plantenliefhebber liet op de terreinen van het vroegere Danebroekklooster een park, tuinen en serres aanleggen voor zijn dendrologische verzameling. Het park waarin rond 1900 nog 700 winterharde soorten stonden, bezit vandaag nog steeds een belangrijke dendrologische collectie en vervult nu de rol van stadspark.

Pastorietuinen

De pastorie is een opvallende aanwezigheid in het dorpsbeeld in het oostelijke gedeelte van de provincie Vlaams-Brabant. Soms gaat het om een omwald en omgracht goed dat min of meer beantwoordt aan het model van een bescheiden ‘huis van plaisantie’ uit de 17de eeuw, meestal om een huis naar het model ‘vivre entre cour et jardin’ dat in de 18de eeuw opgang maakte. Rond 1850 werden bovendien de meeste Oost-Brabantse pastorietuinen, een bij het huis aansluitend perceel met een padenkruis, uitgebreid naar het aanpalende ‘pastoorsbosje’, waarin een parkje met sierbomen en -struiken werd aangelegd. Dit is duidelijk zichtbaar in de pastorietuin te Neerlinter en min of meer ook bij de pastorie van Rummen.

Kasteelparken

In het gebied komen geen voorbeelden van parken met een goed bewaarde vroeg-landschappelijke aanleg voor. Dit type was het werk van een vooruitstrevende, vaak met het Franse bewind gelieerde of sympathiserende elite, die in het zuidoosten van Vlaams-Brabant grotendeels ontbrak. Het kasteelpark van Meldert, in 1845-1850 aangelegd door graaf d’Oultremont rond een neogotisch kasteel, is het oudste landschappelijke park van het inventarisgebied. Om het park aan te leggen werd niet alleen 1800 meter openbare weg geprivatiseerd, maar werd in volle landbouwcrisis ook het grootste gedeelte van het gehucht Keulen – een tiental daglonershuisjes met tuintjes – met de grond gelijkgemaakt.

Bij de landschappelijke heraanleg in de loop van de 19de eeuw werden oude, bestaande elementen vaak getransformeerd. Zo is het weidse rivierlandschap met een rotscascade en eilandjes in het park van Meldert in feite een verbrede en opgestuwde beek. De dubbelstructuur met ringgrachten van de feodale motte blijft niet zelden herkenbaar, zoals het kasteel van Bets of de villa Trémouroux-Dumont.

Neoformele en architecturale tuinstijlen zijn in het gebied vrijwel afwezig. De ‘style Duchêne’ – naar de Franse tuinarchitecten vader (Henri) en zoon (Achille) Duchêne – heeft alleen bij het kasteeldomein van Bets en in het domein Vroenhoven sporen nagelaten. Interessante voorbeelden van aanleg geïnspireerd op de ‘Nouveau jardin pittoresque’ werden evenmin gevonden. De door Louis Van der Swaelmen jr. in 1910 ontworpen functionele heraanleg van de onmiddellijke omgeving van het kasteel van Meldert met golf, tennisveld, moestuin, bloemenweide, rozentuin en een ‘straklijnige’ parterre, vormt een apart geval, wellicht een voorafschaduwing van de modernistische tuin van het interbellum.

Een uitdrukking van de toenemende belangstelling voor lichaamshygiëne, sport en openluchtleven, maar ook van de esthetische voorkeuren van de bouwheer of de ontwerper, zijn de zwembaden bij het kasteel van Meldert en het kasteel de Schrynmakers te Dormaal.

Een deel van deze tekst werd integraal overgenomen uit:

  • DENEEF R. 2008: Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Zuidoostelijk Brabant - Haspengouw: Geetbets, Hoegaarden, Kortenaken, Landen, Linter, Tienen, Zoutleeuw, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.

Auteurs :  Deneef, Roger, Michiels, Marijke
Datum  : 2020


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Berg van Leningstraat 10, zonder nummer (Tienen)
Voormalig begijnhofconvent met kerkruïne van de begijnhofkerk, opgericht in vroeggotische stijl en gebouwd in twee campagnes: beuken en transept uit de tweede helft van de 13de eeuw, koor en kapellen uit de eerste helft van de 14de eeuw. De conventgebouwen hebben vermoedelijk een 16de-eeuwse kern, de zuidzijde en volledige zuidvleugel werden heropgebouwd na 1944, de westgevel werd opgericht tijdens de restauratiewerken van 1854; de tuin van het convent telt 49,10 are, met enkele bruine beuken en een rond 1850 aangeplante ginkgo.


Helen-Bosstraat 30 (Linter)
Feodaal kasteel, afgebrand in 1868 en heropgebouwd in het vierde kwart van de 19de eeuw en opnieuw aangepast in 1906; waterkasteel met boomgaard van circa 2,5 hectare met 4 appelaars en 46 perelaars met stam­ omtrekken tot meer dan 2 m; relicten van landschappelijke sierbeplanting.


Overbeekstraat 7 (Geetbets)
Burgerhuis gebouwd omstreeks 1786 als dubbelhuis van twee bouwlagen onder gebogen zadeldak, met bijgebouwen omgeven door landschappelijke tuin van 22 are 30 centiare.