Gebeurtenis

Herinventarisatie bouwkundig erfgoed Overijse

geografische herinventarisatie
ID: 1156   URI: https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1156

Beschrijving

Het bouwkundig erfgoed in Overijse werd als één van de laatste gemeenten in de Vlaamse Rand geherinventariseerd door het agentschap. In 2015 werd het veldwerk aangevat: verspreid over de jaren nadien werd het onderzoek gevoerd en voltooid in 2019. Dit leidde tot een update van 54 bewaarde erfgoedobjecten uit de bestaande inventaris en de toevoeging van 116 nieuwe erfgoedobjecten. Daarnaast werden er 33 geografische thema’s (straat, gehucht en gemeentebeschrijvingen) toegevoegd of voorzien van een update.

Onderzoeksmethodologie en -resultaten

Het bouwkundig erfgoed van Overijse werd voor het eerst geïnventariseerd in de vroege jaren 1970. De resultaten hiervan werden in 1975 gepubliceerd in het boekdeel 2n van de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Voor Overijse werden tijdens de eerste inventarisatie 88 panden en bouwkundige constructies geregistreerd. Deze zijn voornamelijk ouder dan 1800; enkele dateren uit de 19de en 20ste eeuw. De nadruk lag op landelijke architectuur en de burger- en dorpswoningen met een oudere kern in de centra. Zo werden bijvoorbeeld enkel de Sint-Martinuskerk in Overijse centrum en de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Jezus-Eik opgenomen, maar niet de 19de-eeuwse kerken in de gehuchten Eizer, Maleizen, Terlanen en Tombeek.

Doorheen de jaren bleven van het erfgoed opgenomen in de inventaris slechts 54 panden bewaard (toestand 2015). Ook waren er door het verschil in selectiecriteria hiaten ontstaan. De herinventarisatie van Overijse vertrok dus in eerste instantie van een uitgebreid, gebiedsdekkend veldwerk in 2015. Dit maakte immers niet alleen een controle ter plaatse van de oudere inventaris mogelijk, maar ook kon er een bijkomende selectie van panden met erfgoedwaarde gemaakt worden. Deze selectie dateert voornamelijk uit de tweede helft van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw.

Na een grondige evaluatie van de erfgoedwaarden, werd voor alle bewaarde erfgoedobjecten kadasteronderzoek uitgevoerd. Dit leverde essentiële informatie op over de bouwgeschiedenis. Bouwdossiers werden bij de gemeente Overijse pas systematisch bewaard vanaf de jaren 1960. Hierdoor kon voor quasi geen van de erfgoedobjecten een bouwplan teruggevonden worden. De volledige selectie werd vervolgens aan een uitgebreider literatuur- en archiefonderzoek onderworpen. Vooral de publicaties van heemkundige kring "De Beierij van IJse" waren een belangrijke bron van informatie. Daarnaast was het eigen archief van het agentschap een belangrijke bron. In de eerste plaats werd het beeldmateriaal van de eerste inventariscampagne systematisch gescand en toegevoegd in de online inventaris. Daarnaast werden ook de talrijke documentatie en restauratie- en beschermingsdossiers in dit archief doorgenomen in functie van de inhoudelijke aanvulling van de erfgoedobjecten.

Dankzij de herinventarisatie kregen circa 170 fiches in de online inventaris een nieuwe, uitgebreide tekst, namelijk 54 bestaande erfgoedobjecten en 116 nieuwe objecten. Een aantal fiches was al eerder toegevoegd naar aanleiding van onder andere ad hoc-aanvragen en waren al voorzien van een uitgebreide tekst. Aangezien ook de geschiedenis en ruimtelijke ontwikkeling van Overijse deel uitmaakte van het onderzoek, kregen de geografische fiches eveneens een update en aanvulling. In totaal werden circa 30 nieuwe teksten over straten, gehuchten en deelgemeenten toegevoegd.

Uitzicht en erfgoed van Overijse

Het bouwkundig erfgoed van Overijse is verspreid over het dorpscentrum van Overijse met een meer stedelijk karakter en vijf grote, veelal landelijke, gehuchten met elk hun eigen karakter: Eizer, Jezus-Eik, Maleizen, Terlanen en Tombeek. In de 19de eeuw kwamen de parochies in deze gehuchten tot ontwikkeling en kregen ze hun eigen parochiekerk, met uitzondering van Jezus-Eik dat al vanaf de 17de eeuw over een bedevaartkerk beschikte.

Overijse wordt gekenmerkt door haar verstedelijkte dorpskern met centraal de Sint-Martinuskerk met rond de kerk de voor Overijse kenmerkende stijgende S-bocht van de baan tussen Waver en Brussel. De bebouwing in dit centrum bestaat voornamelijk uit de 18de- en 19de-eeuwse burgerhuizen waarvan een groot deel bepleisterd of gecementeerd is. Het Justus Lipsiushuis met tuin, het kasteel Isque, enkele voormalige brouwerijen en de Vuurmolen met ernaast de begijnhofkapel, als enige restant van het voormalige begijnhof, zijn de grote blikvangers in het centrum. Het uitzicht van het omliggende, voorheen landelijke, gebied is door de nabijheid van Brussel in de loop van de tweede helft van de 20ste eeuw veranderd door de komst van nieuwe verkavelingen. Toch behielden bijvoorbeeld het zuidelijk gelegen kleine gehucht Reutebeek zijn landelijk karakter met nog een aantal bewaarde hoeves zoals het beeldbepalende Hof te Reutenbeek.

De druiventeelt was vanaf eind 19de eeuw van zeer groot belang voor de economische ontwikkeling van Overijse en zal ook haar uitzicht drastisch wijzigen door de komst van talloze serres. Serristenwoningen, van rond 1900 of uit het interbellum, met soms nog bewaarde serres als restanten van de voorheen grote serristenbedrijven zijn verspreid over de gemeente te vinden, ook in de gehuchten. Verspreid komen enkele concentraties voor van serristenbedrijven, onder andere in het centrum van Overijse waar twee serristenwoningen en een bijhorend serrecomplex op Solheide beschermd zijn als monument.   

Verdeeld over het ganse grondgebied van de gemeente liggen verschillende landhuizen, vaak gelegen in grote domeinen die mee het groene karakter van de gemeente bepalen. Sommige van deze landhuizen werden opgericht tijdens de 19de of begin 20ste eeuw als buitenverblijf van de rijke Brusselse burgerij, andere hebben dan weer een oudere oorsprong. De belangrijkste zijn de domeinen de Marnix, de Meeus, Terblock, Hagaard, ter Deck en Bisdom.

Wat de gehuchten betreft is Eizer, ten noordoosten van de het centrum, een nog zeer landelijk gehucht dat zich uitstrekt op het grondgebied van Overijse en Duisburg (Tervuren). De kern wordt gevormd door de Sint-Magdalenakerk en het erover gelegen schoolcomplex. Vooral langs de Duisburgsesteenweg zijn nog een aantal dorpswoningen bewaard en verschillende serristenwoningen, waaronder de woning van de familie Charlier die zijn stempel drukte op de fruitteelt in Eizer.

Nog twee gehuchten die hun landelijke karakter behouden hebben zijn Terlanen, ten oosten, en het heuvelachtige Tombeek, ten zuidoosten van het centrum. In Terlanen was de druiventeelt minder aanwezig. Dit gehucht kent vooral een groot akkerlandschap tussen Overijse en het gehuchtscentrum. De grens met Sint-Agatha-Rode en Ottenburg wordt gevormd door de Laan waarop in Terlanen een nog gaaf bewaard watermolencomplex gelegen is. In Tombeek is het bekende sanatorium Joseph Lemaire uit het interbellum gelegen op de Tombeekheide.

Ten zuidwesten van het centrum is Maleizen te situeren. Dit gehucht bestond tot ver in de 18de eeuw nog grotendeels uit bos behorend bij het Zoniënwoud. Door de aanleg van de spoorlijn Brussel-Namen midden 19de eeuw met een station (nu op grondgebied van Terhulpen) ontwikkelde het gehucht zich met veel cottagegetinte villa’s van de Brusselse elite. Ook de oprichting van het klooster van Maleizen, in 1868 op de grens met Terhulpen, zorgde voor de verdere ontwikkeling van de omgeving. Te midden van een groot akkercomplex ligt nog de 18de-eeuwse gesloten hoeve Hof ter Holst. Ten zuiden in de vallei van de Zilverbeek ligt het begin 20ste-eeuws aangelegde meer van Genval. Tegen de hellingen werden nieuwe woonwijken met villa’s aangelegd gedurende de 20ste eeuw.

Jezus-Eik is het jongste en het meest verstedelijkte gehucht en situeert zich ten noordwesten van het centrum aan de rand van het Zoniënwoud. Het gehucht is ontstaan rond de verering van een Onze-Lieve-Vrouwenbeeld dat ophing aan een eik in het bos en uitgroeide tot een bedevaartsoord rond de Onze-Lieve-Vrouwkerk.  

Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  : 2020


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Terdekdelleweg 27 (Overijse)
Moderne eengezinswoning van 2002 als eigen woning van architectenduo Geert Buelens en Veerle Vanderlinden.


Kapucijnendreef 14 (Overijse)
Villa met gecementeerde gevels onder mansardedak, kadastraal geregistreerd in 1933 in eigendom van architect Joseph d'Ours – Fourneau, omhaagde voortuin met grote linde.


Brusselsesteenweg zonder nummer (Overijse)
Barokke bedevaartkerk uit de 17de eeuw gelegen in het gehucht Jezus-Eik. In de 17de eeuw was het kleine gehucht nog volledig omgeven door het Zoniënwoud. Vandaag ligt het aan de grens van het woud. Tegen het koor ten zuidoosten aangebouwde rectorswoning, later pastorie. De woning vormt één geheel met de kerk sinds midden 17de eeuw. Ten noorden van de kerk voormalig, deels ommuurd, kerkhof met enkele bewaarde grafstenen.