Maldegemveld

Vastgesteld landschapsatlasrelict van 18-07-2011 tot heden

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen
Gemeente Maldegem, Beernem, Lievegem, Aalter
Deelgemeente Maldegem, Oedelem, Adegem, Oostwinkel, Ronsele, Zomergem, Ursel, Knesselare
Straat
Locatie Knesselare, Ursel (Aalter), Oedelem (Beernem), Oostwinkel, Ronsele, Zomergem (Lievegem), Adegem, Maldegem (Maldegem)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.05/30000/185.1

Is de (gedeeltelijke) vaststelling van

Maldegemveld

Knesselare, Ursel (Aalter), Oedelem (Beernem), Oostwinkel, Ronsele, Zomergem (Lievegem), Adegem, Maldegem (Maldegem)

Dit gebied omvat het Maldegemveld op de cuestarug van Oedelem-Zomergem. Dit gebied wordt gekenmerkt door oude ontginningen aan de rand terwijl in het centrum jongere ontginningen voorkomen (eind 18de- begin 19de eeuw) die zeer planmatig zijn en waarvan de drevenpatronen kenmerkend zijn. Centraal in de kernen liggen ontginningshoeves: Drongengoedhoeve, Papinglohoeve en Groot Burkelhoeve. Aan de rand liggen twee kleinschalige gehuchten: ‘Ronsele’ en ‘Oostveld’. Daarnaast ligt verspreid in het gebied nog bouwkundig erfgoed (voornamelijk agrarisch). Drongengoedbos is momenteel het grootste aaneengesloten bosgebied van Oost-Vlaanderen, rijk aan heiderelicten uit de voormalige wastine.

Beschrijving

Het Maldegemveld is vastgesteld in de landschapsatlas.

Waarden

natuurwetenschappelijke waarde

Maldegemveld is een cultuurlandschap, en op sommige plaatsen een halfnatuurlijk landschap. De typische kenmerken van het gebied worden bepaald door een combinatie van geologie, geomorfologie, pedologie, hydrologie en ecologie die ook onderling aan elkaar gekoppeld zijn. De ligging op de cuesta Zomergem-Oedelem en de marginale kwaliteit van de bodem, samen met stuwwatertafels en brongebieden van waterlopen vormen de fysische ondergrond van het gebied. Het reliëf van Keigat en Steenberg wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van grindafzettingen op de kleilagen, waardoor deze hoger aanwezig zijn in het landschap. De oud-bosvegetaties, voornamelijk beekdal- en hellingsbossen met kenmerkende voorjaarsaspecten, drogere beuken-eikenbos op zandigere gronden, arme eiken-berkenbossen zijn in verschillende boskernen terug te vinden.

De oligotrofe berken-elzenbossen met zomereik, of witte gagel en veenmos zijn zeldzaam. Hun voorkomen op voedselarme, zure en natte bodems zijn typerend. De weidegebieden met kleine landschapselementen rond het Koningsbos herbergen zeldzame soorten, zoals de kamsalamander. Heiderelicten van de oude veldgebieden zijn terug te vinden op verschillende waardevolle bermen van dreven, in bosranden, in het natuurreservaat ‘Maldegemveld’ en op de bermen van het vliegveld van Ursel. Op vele plaatsen zijn de potenties tot heideherstel hoog.

De kasteelparken en de sites van de ontginningshoeves vormen een structuurrijkdom door de afwisseling van parkbosranden, open grasland, gazon- en waterpartijen, hagen en hoogstamboomgaarden. In de kasteelparken komen ook typische stinsenmilieus voor.

Valleistructuren zoals de Dries- en Wagenaarsbeek met historisch permanente beekdalgraslanden in lokaal goed gestructureerde oevers. De Driesbeek ontspringt op het cuestafront en heeft in haar bovenloop een vrij groot verval. In de beekvalleien komen veel kleine landschapselementen voor. De depressie waar de Vossenholsemeersen gelegen zijn, bestaat uit historisch permanente graslanden op een venige bodem. Ten noordwesten van de Vossenholsemeersen is de overgang naar de grote dekzandrug als een markante terreinovergang bewaard in het landschap.

historische waarde

Voor de ankerplaats zijn bijzonder veel archeologische sites gekend. De oudste dateren uit de laatste fasen van het paleolithicum. Verspreid over het gebied werden verschillende concentraties van het mesolithicum en neolithicum aangetroffen. De site Maldegem-Burkel is gekend als vroege- tot middenbronstijd met gebouwen, wat zeer zeldzaam is. Daarnaast zijn vele circulaire structuren gekend van de luchtfoto’s en zogenaamde langbedstructuren. In de ankerplaats zijn er tevens sporen en structuren van de Romeinse tijd en de volle en late middeleeuwen, waarvan sommige nog bewoond zijn en andere gekend zijn als verlaten sites. Eveneens uit de middeleeuwen dateren tal van ambachtelijke sporen, zoals de restanten van een pottenbakkersatelier die werden opgegraven in Ronsele.

De ankerplaats is gelegen binnen het historische 'Maldegemveldt', een uitgestrekte heide die verschillende fases in haar ontginningsgeschiedenis kent.

De eerste fase, namelijk het omzetten van bos naar veld, situeert zich tussen het midden van de 10de eeuw en de 13de eeuw. Het natuurlandschap werd omgezet in een cultuurlandschap. Onder invloed van de bevolkingstoename, nam ook de druk toe op de bossen die via begrazing van vee degradeerde en de naam ‘wastina’ of ‘veld’ meekregen. Het landbouwkundig marginaal karakter van de gronden is de belangrijkste reden waarom hier zo laat gestart werd met ontginnen. De ‘velden’ waren in oorsprong eigendom van de graaf van Vlaanderen. Bewoners van omliggende dorpen konden er gebruiksrechten op laten gelden.

De tweede fase startte in de jaren 1240 toen Johanna van Constantinopel grote delen eigendom verkocht en schonk aan verschillende abdijen. De Sint-Baafsabdij van Gent verwierf ‘Papinglo’ (1240), de abdij van Drongen het ‘Drongengoed’ (1242), en de abdij Ter Doest van Lissewege het domein ‘Burkel’ (1243), dat later verkocht werd aan abdij ‘Ter Duinen’ uit Koksijde. Via pachtcontracten is wel wat geweten uit deze fase.

De ontginningshoeves moesten hun broodheer voorzien van hout en vis. De vissen werden in een stelsel van veldvijvers gekweekt. De voornaamste taak was echter het ontginnen van de ‘wastine’ voor landbouw. Geen van de drie slaagde hierin tussen de 13de en 18de eeuw. Dit mislukken is toe te schrijven aan een veranderende economische situatie, de gemeenschappelijke gebruiksrechten van de omwonenden op de veldgebieden, de slechte landbouwkundige kwaliteit van de gronden en de woelige godsdienstoorlogen. Er waren ook veel discussies tussen abdijen en hun pachters. Rond 1750 lagen de meeste hoeves in puin en was het ontgonnen areaal terug zeer beperkt.

De derde fase, de omzetting van ‘veld’ naar bos, was een verbetering voor de crisissituatie van de abdijen. Men probeerde nu niet langer de gronden om te zetten in akkerland maar men begon een algemene bebossing van het veld. Deze ommekeer nam midden de 18de eeuw een aanvang.

In het Drongengoed werd tussen 1740-1746 gans het domein bebost op systematische wijze waarbij de typische orthogonale drevenpatronen werden aangelegd. In deze periode werd de huidige hoeve gebouwd. In Burkel startte de herbebossing in de periode 1752-1754, met hoogtepunt na 1775. Rond Papinglo was dit nog later, en meer versnipperd. De eerste tijd bestond de herbebossing uit loofbosaanplantingen, later werd de overgang naar naaldbos zeer belangrijk.

De vierde fase, de omzetting van bos naar akkerland, en de fase die nog goed zichtbaar is in het actuele landschap. Door betere landbouwtechnieken werd een deel van het beboste veld omgezet naar akkerland. Dit begon in 1846 en vond vooral plaats tussen 1855 en 1862. De meest marginale gronden werden nooit omgezet naar akkerland. De omzettingen van bos tot landbouwland gebeurde met het behoud van het 18de-eeuwse drevenpatroon.

Elk van deze fasen heeft zijn relicten in het landschap nagelaten onder verschillende vormen (veldvijverdammen, archeologische sites, dreven, perceelsrandbegroeiing,...).

De historische waarde wordt verder bepaald door de aanwezigheid van enkele 19de-eeuwse parkdomeinen, namelijk kasteel Wapenaar en kasteel Prinsenveld. Rond de kastelen liggen parken in een landschappelijke stijl of gemengde stijl met gazonpartijen, vijvers, bomengroepen, moestuinen en verschillende dienstgebouwen en andere parkconstructies.

Er is een vrij hoog aantal historische sites aanwezig. Het domein Wulfsberge heeft een opperhof-neerhofstructuur. De ontginningshoeves van de verschillende abdijen; Papinglo, Groot Brukel en Drongengoed zijn goed bewaard. Daarnaast komen in het zuiden van de ankerplaats nog enkele in oorsprong middeleeuwse sites voor: Koningsgoed, Goed de Driepikkel en het Blauwgoed. Verspreid komt heel wat bouwkundig erfgoed voor. Het betreft voornamelijk agrarisch erfgoed; namelijk kleinschalige boerderijen met een typische erfstructuur met hoogstamboomgaarden en keerhagen.

In het oosten van de ankerplaats komt de kleinschalige kern van Ronsele voor met een grote dichtheid aan bouwkundig erfgoed rond een centraal beboomd plein (gekandelaarde linden) met dorpspomp en oorlogsmonumentjes.

De site van het Tweede Wereldoorlog-vliegveld, het vliegveld B-67 tussen het Koningsbos en het Koningsgoed, is nu een open landbouwgebied. Er zijn hier talrijke kleine relicten te vinden. De belangrijkste zijn twee bunkertjes.

esthetische waarde

De esthetische waarde wordt bepaald het geordende en gevarieerd gecompartimenteerde landschap. Het orthogonaal drevenpatroon komt repetitief terug. In het boscomplex is duidelijk een dambordvormig patroon aanwezig en het omliggend landbouwland heeft hetzelfde patroon. De afwisseling van grote aaneengesloten boscomplexen, open graslanden, agrarische gebieden, die allemaal doorsneden worden door de drevenstructuren verhoogt de landschappelijke beleving. De kleinschalige hoevetjes met omhaagde erven en hoogstamboomgaarden worden ook esthetisch gewaardeerd omdat de schaal klopt. De beekvalleien, soms met sterk meanderende beeklopen en een hoge dichtheid aan kleine landschapselementen hebben een hoge esthetische waarde. Hier en ook op plaatsen waar er markante terreinovergangen zijn, zoals de overgang Vossenholse meersen-Dekzandrug, en verschillende locaties aan het cuestafront, geven opvallende zichten. Tal van puntrelicten zoals de hoge concentratie aan militaire constructies en relicten tussen Wessegem en Drongengoed, de parken van kastelen Prinsenveld en Wapenaar, veldkruisen en archeologische sites zorgen voor een extra afwisseling in het landschap en in de beleving ervan.

sociaal-culturele waarde

Het Drongengoedbos, met centraal de Drongengoedhoeve, is het grootste boscomplex van Oost-Vlaanderen. Het heeft een belangrijke toeristisch- recreatieve waarde voor de passieve recreanten. Doordat het Maldegemveld lange tijd slecht ontgonnen gebleven is, was hier pas in 1736 de laatste wolf van beide Vlaanderen gedood. De aanwezigheid van de site van het voormalige Tweede Wereldoorlog vliegveld B-67 is een belangrijk relict in de herinnering aan de drie Meetjeslandse vliegvelden.

ruimtelijk-structurerende waarde

Centraal liggen verschillende boskernen op het cuestafront en op de hoogste toppen van de cuesta. De gehuchten Oostveld en Ronsele liggen op de cuesta-overgang, en lagen zo centraal tussen de gemeenschappelijke wastine-gebieden en de meer vruchtbare landbouwgronden. De markante terreinovergang tussen de veldlandschappen en Binnen-Vlaanderen valt samen met de cuestaovergang. Deze markante terreinovergang verhoogt de leesbaarheid van het landschap en structureert de open ruimte. De overgang tussen verschillende landschappen gaat gepaard met een verschil in bodemgebruik en/of percelering. De ontginningssites hebben een centrale plaats in dit raster dat van daaruit vertrekt. In de bossen wordt een in een raster gestructureerd wegenpatroon afgezoomd met dreven. Het drevenraster loopt door in de aansluitende agrarische gebieden. De dreven zorgen zo voor een gecompartimenteerd landschap. Op de perceelsranden komen nog kleine landschapselementen voor. De beekvalleien hebben een andere structuur, de lage ligging door de beekuitsnijdingen en de rijkheid aan kleine landschapselementen zijn typerend. Het voormalige NAVO-vliegveld zorgt voor een grote openheid centraal in het Drongengoedbos. Het voormalige Tweede Wereldoorlog B67-vliegveld is op het cuestafront gelegen.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.