Hoeve-brouwerij met mouterij Goossens

Beschermd monument van 18-05-2017 tot heden

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Dilbeek
Deelgemeente Schepdaal
Straat Isabellastraat
Locatie Isabellastraat 16 (Dilbeek)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/23016/102.1
  • 4.01/23016/142.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Hoeve-brouwerij met mouterij Goossens

Isabellastraat 16, Dilbeek (Vlaams-Brabant)

Hoeve-brouwerij-complex met 18de-eeuwse kern gelegen in het centrum van Sint-Gertrudis-Pede.

Beschrijving

Deze bescherming betreft de hoeve-brouwerij met mouterij Goossens, met inbegrip van de cultuurgoederen.

Waarden

De hoeve-brouwerij met mouterij Goossens is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De hoeve met voormalige brouwerij-mouterij is gelegen in het centrum van een gehucht in de Pedevallei dat haar landelijk karakter nog grotendeels heeft bewaard. De gemeente was gekend om zijn variatie aan kleine- en grootschalige lambiekbrouwerijen net als de hele streek ten zuidwesten van en rond Brussel. De meeste van deze middelgrote brouwerijen die ontstonden als nevenactiviteit bij een hoeve zijn verdwenen. In tegenstelling tot vele andere brouwerijen zijn de hoevegebouwen nog in hun oorspronkelijke configuratie bewaard. De site van brouwerij-mouterij Goossens, opklimmend tot minstens eind 18de eeuw, is een representatief voorbeeld van een site waar men de evolutie kan aflezen van een kleine brouwerij met mouterij als nevenbedrijf bij een boerderij naar een volwaardige middelgrote lambiekbrouwerij. De site kent een historische gelaagdheid waarbij zowel de oude hoevegebouwen, als de oude mouterij bewaard bleven, wat uitzonderlijk is. Tot en met de eerste helft van de 19de eeuw bereidden brouwerijen in de regel hun eigen mout en beschikten ze daartoe over een eigen mouterij. Bij brouwerij Goossens bleef de kleine brouwerij met mouterij bewaard, ondanks het oprichten van een grote brouwerij eind 19de eeuw. De oude brouwerij met mouterij ligt tegen een beek die voorzag in het nodige water voor het mout- en brouwproces. Ten westen naast de mouterij is ook een kleine poel aanwezig waar men water kon opslaan. Later zal men waarschijnlijk water hebben opgepompt uit een waterput om de nieuwe 19de-eeuwse brouwerij van water te voorzien. Kenmerkend voor lambiekbrouwerijen is het grote volume van het pakhuis, dat nodig was voor de opslag van tonnen, vooral in de jaren met een goede graanoogst waarin er veel gebrouwen werd. Deze lambiekbrouwerijen hielden zich ook bezig met het steken van Geuze waarbij ook voldoende ruimte noodzakelijk was voor de opslag van Lambiek om Geuze mee te maken. Voor de bouw van een groter pakhuis eind 19de eeuw met uitbreiding midden 20ste eeuw beschikte de brouwerij al over grote kelders onder het woonhuis en een ouder pakhuis op de locatie van de vergroting.

architecturale waarde

De hoevegebouwen, vooral het woonhuis en het pakhuis zijn beeldbepalend in het dorpscentrum van Sint-Gertrudis-Pede. Ze kenmerken het landelijk karakter van dit gehucht samen met onder andere de beschermde watermolen (Lostraat 84) en een 18de-eeuwse boerenwoning (Isabellastraat 16) tussen de heden veelal 20ste-eeuwse residentiële bebouwing. Het beeldbepalend woonhuis met kern, minstens opklimmend tot de tweede helft van de 18de eeuw, wordt gekenmerkt door het steile zadeldak, de gewitte gevels met gepikte plint, de keellijst, de muuropeningen met diefijzers en het gebruik van arkosesteen voor de omlijsting van de deur- en vensteropeningen in voor- en achtergevel. Ook het pakhuis, uit het laatste kwart van de 19de eeuw en met uitbreiding uit midden 20ste eeuw, heeft een kenmerkende architecturale uitwerking met verschillende laadvensters in de straat- en achtergevel en relatief gesloten zijgevels.

industrieel-archeologische waarde

In de mouterij van de oude brouwerij, opklimmend tot minstens het einde van de 18de eeuw, is het 18de-eeuwse ambachtelijke productieproces van mout van een kleine mouterij als nevenactiviteit bij een dorpshoeve te reconstrueren. De moutbereiding in deze kleine vloermouterijen gebeurde ambachtelijk, waarschijnlijk met zelf geteeld gerst en was gebaseerd op empirische kennis. Kenmerkend bij de oude brouwerij van Goessens is dat de functie van de kleine mouterij niet af te lezen valt uit het exterieur van het gebouw waarin beide vervat zaten. Afvoer van de dampen gebeurde waarschijnlijk via een weinig opvallend luik.

De kleine vloermouterij combineerde de verschillende functies in het moutproces: reinigen van de gerst, weken, kiemen, drogen in de ast en opslag van gerst en mout op de zolder. Deze functies zijn nog duidelijk herkenbaar door de wanmolen, de weekkuip, de kiemvloer, de ast en het valluik. Wat betreft de uitrusting van de mouterij behoren de weekbak en de moutast tot de oudst bewaarde types, opklimmend tot zeker eind 18de eeuw. De mouterij heeft een vierkante gemetste bakstenen weekbak met een vlakke bodem . Tot ver in de 19de eeuw gebeurde het weken meestal in houten of bakstenen weekkuipen. De muren van de bakstenen kuipen werden meestal met cement bezet en soms voorzien van natuurstenen plinten. Onderaan de kuip was een opening voorzien waarlangs het vervuilde water kon worden afgevoerd. De geweekte gerst spreidde men manueel vanuit de weekbak open over de kiemvloer. Op het einde van de 19de eeuw kwamen meer en meer ijzeren kuipen met conische bodem voor. Buiten deze weekbak in brouwerij Goessens zijn er maar weinig weekbakken bewaard gebleven. De keramische weekvloer heeft een beperkte oppervlakte, maar dit is in verhouding tot de beperkte inhoud van de weekbak. De productiviteit van dergelijke mouterijen was ook beperkter dan deze van de grote eind 19de-eeuwse mouterijen waar men uitgestrekte kiemvloeren had. Verder hing de beperkte capaciteit ook af van de brouwactiviteit van de kleine ambachtelijke brouwerij. De keramische weekvloer heeft een beperkte oppervlakte, maar dit is in verhouding tot de beperkte inhoud van de weekbak. De productiviteit van dergelijke mouterijen was ook beperkter dan deze van de grote eind 19de-eeuwse mouterijen waar men uitgestrekte kiemvloeren had. Verder hing de beperkte capaciteit ook af van de brouwactiviteit van de kleine ambachtelijke brouwerij. De mouterij heeft intern een bewaarde moutast met een gemetselde eestoven en een tremelvormige hel. Dit type van ast werd reeds op het einde van de 18de eeuw beschreven door de Nederlandse brouwer J. Buys. Dit model kwam in Vlaanderen veelvuldig voor in kleine mouterijen en stokerijen tot aan het begin van de 20ste eeuw. De mouterij is hierdoor een zeldzame getuige van het ambachtelijke moutbedrijf vanaf minstens het eind van de 18de eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog. Van de nog bekende bewaarde moutasten van dit type is deze ast het enige bekende in Vlaams-Brabant en meer bepaald in de streek van de lambiekbrouwerijen ten westen van Brussel. Deze ast is ook het enige bekende voorbeeld met een tremelvormige hel, waarbij de hel is opgebouwd uit houten elementen met bakstenen vulling als getuige van versteende vakwerkbouw. Brouwerij Goossens heeft een bewaard brouwerijgebouw met een grote leesbaarheid. De nieuwe brouwerij is kenmerkend voor een middelgrote brouwerij uit het laatste kwart van de 19de eeuw. De functies in het gebouw zijn nog duidelijk herkenbaar en het productieproces is nog afleesbaar. Deze afleesbaarheld is te danken aan de schoorsteen, de bewaarde stookplaatsen met baksteenconstructie van de brouwketels, de muuropeningen met lamellen van het koelschip, de drafgoot, de houten trechters voor toevoer van mout in de roerkuip, de loopbrug, de sporen in de vloer van de voormalige roerkuip, de leidingen met kranen, de sporen van de elektrische installatie uit het interbellum en de maalderij met moutmolen en luiwerk. Een traditionele maalstoel in een brouwerij is uitzonderlijk want vanaf het midden van de 19de eeuw werd meestal gebruik gemaakt van moutcilindermolens. Toch bleef men bij de bouw van de nieuwe brouwerij vasthouden aan de traditionele manier om het mout te breken. Het pakhuis is belangrijk voor de ensemblewaarde van deze lambiekbrouwerij, omwille van de opslag van de tonnen lambiek. De functie als pakhuis is afleesbaar aan de laadvensters in de voor- en achtergevel en het gesloten karakter van de oost- en westgevel. Ook de interne draagstructuur van de vergrotingen uit het einde van de 19de en midden 20ste eeuw wijzen op het belang van de draagkracht van de vloeren. Intern is ook een gietijzeren handlier bewaard om de zakkenlift te bedienen.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.