erfgoedobject

Ontmoetingscentrum Westrand

bouwkundig element
ID
206884
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/206884

Juridische gevolgen

Beschrijving

Cultuurcentrum dat een belangrijke rol speelt in de westrand rond Brussel. Het door het brutalisme geïnspireerde "ontmoetingscentrum" van 1968 is ontworpen door architect Alfons Hoppenbrouwers in samenwerking met Rudy Somers. Het is gelegen tussen het dorpscentrum van Dilbeek en de vallei van de Wolfsputten, meer bepaald aan de zuidoostelijke hoek van het natuurdomein de Wolfsputten. Ten westen werd het centrum uitgebreid met een nieuwe bibliotheek in 1999 en ten oosten naast de parking staat de in 2012 geopende nieuwe Academie voor Muziek, Woord en Dans naar ontwerp van architect Carlos Arroyo.

Dit cultuurcentrum is één van de meest besproken cultuurcentra in Vlaanderen. Zoals er vlak na de opening werd over gesproken, wordt het centrum vandaag nog steeds aangehaald in de literatuur zoals in het onderzoek "Architectuur voor vrijetijdscultuur" van na de Tweede Wereldoorlog (2010).

Context

De gemeente Dilbeek besliste in 1967 om een groot ontmoetingscentrum te bouwen. Factoren die meespeelden waarom net Dilbeek zulk centrum bouwde, waren de nabijheid van de hoofdstad en ook de sterke bevolkingstoename en verstedelijking vanaf de jaren 1950 in de gemeente.

Het centrum werd opgericht als een Vlaams cultuurcentrum dat het Nederlandstalige karakter van het randgebied rond Brussel moest identificeren en bevestigen. Dit ideologische karakter van een Vlaams centrum in de westrand is nog steeds zichtbaar op de toneeltoren met de Dilbeekse slogan: "Dilbeek, waar Vlamingen THUIS zijn…". Nog een reden voor de oprichting van het centrum was de bezorgdheid om het "eigen leefbare karakter" van Dilbeek als randgemeente van Brussel. De eerste directeur van het cultuurcentrum, Wilfried Van Der Poorten, verwoordde het als volgt: "Door de opbouw van een culturele groeipool wensen we mede te verhinderen dat Dilbeek, zoals vele andere randgemeenten, wordt herleid tot een suburbaan gebied van Brussel en degradeert naar een passieve slaapzone met alle gevolgen van dien". De bevolkingstoename in de gemeente Dilbeek was voornamelijk te danken aan nieuwe inwijkelingen die pendelden naar Brussel. "Met de oprichting van een cultureel centrum hoopte men de integratie van de nieuwe inwijkelingen te vergemakkelijken en de bestaande (Vlaamstalige) culturele waarden te bevestigen en te versterken".

Bij de aanvang van de plannen werd besloten om verschillende functies samen te brengen in één groot centrum, na een sociocultureel onderzoek van het bestaande gemeenschapsleven. Het gebouw moest een ontmoetingsplaats zijn voor de verschillende gebruikers uit alle lagen van de bevolking en moest ook ruimte bieden aan toekomstige culturele activiteiten. Westrand moest niet alleen een hoogstaand cultureel centrum worden, maar eveneens ten dienste staan van het plaatselijk socio-culturele verenigingsleven. Vanuit dit standpunt werd er zoveel mogelijk geopteerd voor polyvalente ruimtes. Men streefde ook naar een zeer open karakter waar veel plaats was voor ontmoetingen tussen de verschillende "gebruikers" van het centrum. Het oorspronkelijk bouwprogramma met zeer veel ruimtes, was zeer ambitieus en werd niet gerealiseerd. Ook aan de openheid van de ruimtes werd gesleuteld zodat de verschillende activiteiten elkaar niet te veel "stoorden".

Naar analogie van de eerstesteenlegging, werd in 1969 het eerste beton ontkist door Frans van Mechelen, minister van Nederlandse Cultuur. Volgende inscriptie aan de noordelijke toegang tot het centrum herinnert hieraan: "Op 13 september 1969 heeft prof. Dr. Frans Van Mechelen, minister van Nederlandse cultuur het eerste beton ontkist van het ontmoetingscentrum Westrand te Dilbeek". Hiernaast staat volgende boodschap in dezelfde betonnen balustrade: "Het is een opgave voor elke inwoner van de Westrand dit centrum te maken tot een ware plaats van ontmoeting". De aannemer van de bouwwerken was J. Cobbaut uit Wetteren en het complex werd gebouwd tussen 1969 en 1973.

Het centrum kreeg ondanks het aangepaste programma toch een grote lijst aan functies mee: onder andere een schouwburg met 500 plaatsen, ook te gebruiken als congrescentrum en een volledige, professionele uitrusting, een toneeltoren en een artiestenfoyer, polyvalente feestzalen, seminarie- en vergaderruimtes, leslokalen, een expositiezaal en een tentoonstellingstuin, een gemeentelijke bibliotheek met leeszaal en jeugdbibliotheek, bars, keukens, een videostudio en een muziekschool.

Doorheen de jaren werden er intern aanpassingen gedaan in functie van nieuwe behoeftes en noden. In 1999 werd er een nieuwe bibliotheek gebouwd ten oosten tegen het cultuurcentrum, omdat de interne bibliotheek niet meer voldeed aan de huidige normen. Deze aanbouw werd ontworpen door het architectenbureau L3M. In 2010 werd er ook begonnen met de bouw van een nieuwe Academie voor Muziek, Woord en Dans naar ontwerp van architect Carlos Arroyo die opende in 2012. De architect won een wedstrijd uitgeschreven door de Vlaamse Bouwmeester en het gebouw kreeg de naam "Dil’Arte".

Door de uitbouw van functies doorheen de jaren zal enkel het hoofdgebouw niet volstaan en zal men nieuwe vestigingsplaatsen in gebruik nemen in de verschillende deelgemeentes van Dilbeek vanaf 1993. Het recreatiecentrum Keperenberg in Itterbeek, het Solleveld in Sint-Martens-Bodegem en het kasteel La Motte in Sint-Ulriks-Kapelle maken nu alle deel uit van het Cultureel Centrum Westrand.

Kenmerken

Het gebouwencomplex is geïnspireerd door het brutalisme, kenmerkend hiervoor is de expressieve vormentaal en het gebruik van ruw afgewerkte elementen, hier onder andere toegepast door zichtbeton. Hoppenbrouwers zal zich laten beïnvloeden door Le Corbusier die in de kapel te Ronchamp onder andere ook gebruik maakt van ruw beton. Voor dit ontmoetingscentrum werd Hoppenbrouwers ook beïnvloed door de foyer van de Berliner Philharmonie van de hand van Hans Scharoun (1963) en het Bensbergse stadhuis van de hand van Gottfried Böhm, die hij allebei bezocht ter voorbereiding van zijn ontwerp.

Het complex bestaat uit verschillende aaneengesloten volumes van een variërend aantal bouwlagen onder platte daken. Centraal wordt de aandacht getrokken door de hoge massieve toneeltoren. De gevels werden in de jaren 2000 voorzien van extra isolatie en afwerking in crepi. Hoppenbrouwers zal bij zijn ontwerp rekening houden met de inplanting van het centrum in de vallei van het natuurdomein De Wolfsputten. Het centrum werd ontworpen op de bestaande topografische lijnen. Er wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van grote raampartijen die uitzicht geven op het achterliggende natuurdomein (lokalen, terrassen en de "binnenstraat" kijken hierop uit) en aan de oorspronkelijke tentoonstellingsruimte aan de straatzijde (nu café). Tegenwoordig wordt het zicht op het natuurdomein verhinderd door de veelvuldige bomengroei.

De straatgevel met zijn hoge massieve toneeltoren heeft een gesloten massief karakter met bovenaan één lang bandraam. De open gevels zijn opgevat als gordijngevels, waarbij de structuur gedragen wordt door grote betonnen zuilen in het interieur of exterieur. Voorts nog een aantal ronde muuropeningen die het speelse karakter benadrukken. De hoofdtoegang bevindt zich links naast de toneeltoren aan de Kamerijklaan, verder is er ook nog een toegang ten zuiden. Beide toegangen hebben een grote vooruitstekende betonnen luifel op betonnen zuilen.

In het interieur werd gebruik gemaakt van gewassen keibeton voor de vloeren, hout, crepimuren, vrijgelaten betonnen elementen (verloren bekisting) en er werd staal gebruikt voor de plafonds. Het is een levendige architectuur met onverwachte perspectieven, hellende vlakken en veelvuldig gebruik van trappen. De ruimtes zijn gelegen rond een centrale hal of "binnenstraat", vanuit het oogpunt van de ontmoeting. Deze binnenstraat loopt van noord naar zuid vanaf de bibliotheek tot aan de grote feestzaal en is gelegen langsheen de achtergevel met uitzicht over de vallei. Deze zogenaamde straat werd ingericht met pleintjes, een kinderspeelplaats, ommuurde zitputten, een café en andere ontmoetingsplekken. Ten noordoosten tegen de d' Aconatistraat aangebouwde nieuwe bibliotheek van 1999. Deze nieuwbouw sluit aan bij het bestaande gebouw maar maakt gebruik van rode baksteen om te contrasteren met het oorspronkelijke gebouw van Hoppenbrouwers. De nieuwe Academie voor Muziek, Woord en Dans maakt van de parking voor het Ontmoetingscentrum een plein. Het is een imposant gebouw met een reusachtige, overstekende uitkraging of luifel boven de inkom waarin zich het auditorium bevindt. De zuidoostelijke gevel langs de Kamerijklaan is gefragmenteerd en bestaat uit verschillende kleurvlakken, geïnspireerd op de schilderkunst van Hoppenbrouwers, met glasplaten tussen. Als je de gevel vanuit een bepaalde hoek bekijkt zie je een verknipte foto van een bos. De rest van de gevels is soberder met metalen platen opgebouwd. Verder heeft het gebouw een zeer grillige vorm die doet denken aan fabrieksarchitectuur (een onregelmatig zaagdak). Het interieur bestaat uit een centrale gang met verschillende klassen die uitloopt op een trappenhal.

  • BEKAERT G. & STRAUVEN F. 1971: Bouwen in België 1945-1970, Brussel, 320-322.
  • GOSSEYE J., HEYNEN H. (red.), LOECKX A. & VAN MOLLE L. 2011: Architectuur voor vrijetijdscultuur. Culturele centra, zwembaden & recreatiedomeinen, Tielt.
  • MOTMANS K. (red.), BRAEKEN J., CORNILLY J. & MIGOM S. 2008: 20 jaar open Monumentendag Vlaanderen, 20 markante monumenten van de 20ste eeuw, Leuven: 152-159.
  • VAN PARIJS W. 2008: Ontmoetingscentrum Westrand 35 jaar, Monumentenmap uitgegeven door het gemeentebestuur van Dilbeek naar aanleiding van Open Monumentendag op zondag 14 september 2008, Dilbeek.
  • VAN SYNGHEL K. 2012: Boven het maaiveld, De Standaard (6 oktober 2012), C17.

Bron     : -
Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Ontmoetingscentrum Westrand [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/206884 (Geraadpleegd op )