Abdij van Terbeek en Sint-Niklaashoeve

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Sint-Truiden
Deelgemeente Sint-Truiden
Straat Terbeek
Locatie Terbeek 76-78, Sint-Truiden (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Sint-Truiden (actualisaties: 11-09-2007 - 31-10-2007).
  • Adrescontrole Sint-Truiden (adrescontroles: 18-12-2007 - 18-12-2007).
  • Inventarisatie Sint-Truiden (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Abdij van Terbeek en Sint-Niklaashoeve

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

Beschrijving

Resten van de voormalige abdij van Terbeek, met abdijhoeve, de zogenaamde "Sint-Niklaashoeve", gelegen aan de Melsterbeek. De oorspronkelijke stichting van dit cisterciënzerinnenklooster was het klooster Sint-Trudodal, gelegen in het gehucht Straten, in de 12de eeuw. In de eerste helft van de 13de eeuw (mogelijk in 1221) vestigde de orde zich in Terbeek. In 1707 werd een groot gedeelte der gebouwen door brand vernield. In 1796 werden de goederen in beslag genomen en verkocht aan G. Siaens.

Van de abdijgebouwen bleef een vleugel van het oorspronkelijke kwadraatvormige klooster bewaard (nummer 76), namelijk het abdisverblijf met gastenverblijf, de hoeve (nummer 78), en de kapel, die in 1959 naar het Openluchtmuseum van Bokrijk werd overgebracht, en voorheen stroomopwaarts op de linker oever der Melsterbeek gelegen was; de kerk, aansluitend op de cellen, en het washuis over de beek werden voor kort gesloopt. Het geheel ligt in een gave, landelijke omgeving, met aan de noordoostzijde de straat, en aan de zuidwestzijde de Melsterbeek; velden en weilanden omringen het complex aan alle zijden. De gebouwen zijn opgetrokken rondom een gekasseide binnenplaats, thans door een muur in twee verdeeld.

Ten zuidoosten, kloostervleugel, bereikbaar langs een poortgebouw ten oosten van de binnenplaats, voorzien van een schilddakje (kunstleien); rondboogpoort in een verankerde, kalkstenen omlijsting.

L-vormig, alleenstaand gebouw van twaalf + zes traveeën en twee bouwlagen onder steil, mank zadeldak (kunstleien en golfplaten), met dakkapellen en een klokkenruitertje met gesmeed ijzeren windvaan. Datering 1627 op de windvaan en 1684 door middel van muurankers op de zuidoostgevel; de datering A 1707 (muurankers) op de noordwestgevel verwijst naar de wederopbouw na de brand in hetzelfde jaar; de zuidwestgevel behield de aanzet van een datering door middel van muurankers: A 1, het overige gedeelte van het gebouw is verdwenen. Aan de noordoostzijde sloot het gebouw aan bij de kerk, die thans eveneens verdwenen is. De bouwnaad, rechts, duidt de oorspronkelijke lengte van de noordwestvleugel aan.

Bakstenen gebouw waarvan de noordwestgevel voorzien is van een bakstenen plint met zandstenen afzaat; gesmeed ijzeren muurankers; dakrand op uitgesneden houten modillons. Oorspronkelijk mergelstenen kruiskozijnen, waaruit thans het kruis is verdwenen; posten met kwarthol profiel en negblokken; de benedenvensters hebben vrijwel allemaal hun mergelstenen latei bewaard; dubbele ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag. De linkse deur is een vergroot venster; de middendeur (tweede helft 18de eeuw) schijnt samengesteld te zijn uit hergebruikte kalksteenblokken; de rechtse deur (18de eeuw) heeft een geblokte, kalkstenen omlijsting, en een gecementeerd bovenlicht onder houten latei. De achtergevel heeft gewijzigde muuropeningen onder houten lateien, met de oorspronkelijke ontlastingsboog van een brede rollaag en een platte laag. De noordoostelijke zijgevel behield de bakstenen korfboogpoort die toegang gaf tot de aansluitende kerk.

De zuidwestvleugel heeft aangepaste muuropeningen, grotendeels onder houten lateien. Oculi en gesmeed ijzeren muurankers in de zuidoostelijke zijgevel.

Zogenaamde "Sint-Niklaashoeve", hoeve met losstaande bestanddelen, in kern opklimmend tot de 17de eeuw (?), (poortgebouw), en met delen uit de eerste helft van de 18de eeuw (schuur) en de tweede helft van de 18de eeuw (stallen). Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen). Een korte, gekasseide oprit verbindt de inrijpoort met de straat.

Ten noordoosten, poortgebouw met kern uit de 17de eeuw (?), (muurankers en muuropeningen der zuidwestgevel), aangepast in de eerste helft van de 18de eeuw (poorten). Vijf traveeën en twee bouwlagen; witgekalkt gebouw op een gepikte plint; gesmeed ijzeren muurankers; dakrand op gesculpteerde houten modillons. Monumentaal opgevatte poorttravee, licht uitspringend, en geplaatst in een bovenaan ingezwenkte, kalkstenen omlijsting; kalkstenen rondboogpoort waarvan de booglijst afgewerkt is met op regelmatige afstanden geplaatste negblokken; boven een geprofileerde waterlijst verheft zich de ingezwenkte top; hierin een kalkstenen rondboognis, geflankeerd door voluten en afgewerkt met imposten en een geprofileerde druiplijst met gestrekte uiteinden; bolbekroning; in de nis een gepolychromeerd Sint-Niklaasbeeld; een zware geprofileerde druiplijst ter hoogte van de dakrand bekroont het geheel; hierboven een gebogen fronton in een kalkstenen omlijsting, waarbinnen het wapenschild van abdis Jeanne Dawans (1679-1717), en de initialen I D.

De zuidwestgevel heeft een verankerde, kalkstenen rondboogpoort met negblokken aan de posten; datering 1738 op de sluitsteen. Mergelstenen kruiskozijnen en kloosterkozijnen, waarvan alleen (op een kruiskozijn na) de omlijsting bewaard bleef; kwarthol profiel en negblokken; bewaard kruiskozijn boven de poort, met geprofileerd kruis. De noordwestelijke zijgevel met drie gedichte, mergelstenen kozijntjes met negblokken en sponningbeloop.

Tussen de beide poortgebouwen bevindt zich een laag gebouw, thans samen met het poortgebouw als woonhuis ingericht. Drie traveeën en één bouwlaag onder wolvedak (mechanische pannen), uit eind 18de-, begin 19de eeuw. Vergroting onder lessenaarsdak naar de noordoostzijde toe. De zuidwestgevel heeft gesmeed ijzeren muurankers en een tandlijst met dropmotief onder de kroonlijst; een rechthoekig venster in vlakke kalkstenen omlijsting, waarschijnlijk van hergebruikt materiaal; een venster onder houten latei; kalkstenen rondboogdeur met negblokken, en de initialen I D met kromstaf in de sluitsteen; aangebouwde gevelvoorsprong in de eerste travee.

In het verlengde van het poortgebouw, stal van dertien traveeën, uit 1792 (datering op de sluitstenen der deuren). Het dak is voorzien van laadvensters met kalkstenen onderdorpels, onder lessenaarsdakjes; gesmeed ijzeren muurankers; kleine, rechthoekige vensters van kalksteen; vijf rondboogdeuren in een kalkstenen omlijsting met neuten, aanzet- en sluitsteen. Witgekalkte noordoostgevel met gepikte plint; asemgaten.

Haaks aansluitend op dit gedeelte, ten noordwesten, langsschuur van drie traveeën. Aanbouwsels onder lessenaarsdak tegen beide gevels. De noordoostelijke zijgevel is voorzien van aandak, muurvlechtingen en uilengaten in de top; verankerde, kalkstenen rondboogpoort met op regelmatige afstand geplaatste negblokken; ontlastingsboog van een rollaag en een platte laag; boven de poort, gevelsteen met wapenschild van een abdis, jaartal 1727 en leus DEO FORTITUDO MEA. Aangebouwd karrenhuis onder lessenaarsdak tegen dezelfde gevel. De zuidwestelijke zijgevel heeft zijn aandak verloren. Aangepaste (?) rechthoekige poort met houten latei en kalkstenen posten; boven de poort, gevelsteen met ingekrast wapenschild van een abdis en initialen M (?) L.

In het verlengde van de schuur, kleinere dwarsschuur en stal; drie traveeën. De voorgevel heeft een verankerde, kalkstenen rondboogpoort met op regelmatige afstanden geplaatste negblokken en een ontlastingsboog van een rollaag; gelijkaardige deur rechts, doch zonder negblokken aan de posten. Zuidwestelijke zijgevel met aandak en vlechtingen. De overige gebouwen zijn minder belangrijke, recentere dienstgebouwen.

  • CANIVEZ J., L'Abbaye de Ter Beeck , in L'Ordre de Cîteaux en Belgique, Forges, 1926, p. 255-256.
  • OPSOMER C. e.a., Monasticon belge, Province de Limbourg, Liège, 1976, p. 195-201.
  • PLOEGAERTS T., L 'Abbaye de Terbeek à Saint-Trond au de'but du 18e siècle, in Les Moniales de l'Ordre de Cîteaux, I, Westmalle, 1936, p. 369-390.
  • THIJS A., Doorheen het aloude Sint- Truiden, XVIII, Sint-Truiden, 1963, p. 57-79.

Bron: Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 1981

Relaties

maakt deel uit van Sint-Truiden

Sint-Truiden (Sint-Truiden)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.