Geografisch thema

Sint-Truiden

ID: 13901   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13901

Beschrijving

Handelsstad en marktcentrum, gelegen in een landbouwgebied, met accent op de fruitteelt.

Voormalige nederzetting Sarchinium, gelegen op een hoogvlakte (huidig marktplein) waarlangs aan de westzijde de Cicindria stroomt, bij de grens met Brabant.

Circa 655 sticht Trudo, zoon van Wicbolde, graaf van Haspengouw, op de noordhoek van deze hoogvlakte een klooster. Na de dood en heiligverklaring van de stichter wordt het klooster een bekende bedevaartplaats; rondom de verschillende wegen die naar het klooster leiden concentreert zich de eerste bewoning; deze wegen, samen met de Cicindria, bakenen een ruimte af, die zich mettertijd als marktplein zal ontwikkelen. In 740 wordt het klooster van Sint-Trudo omgevormd tot benedictijnenabdij, in 883, samen met de nederzetting door de Noormannen verwoest; onder impuls van Otto I, keizer van het Duitse Rijk, in 938 wederopbouw van abdij en nederzetting onder patronaat van het bisdom Metz. Organische groei van de woonkern rondom het marktplein en de invalswegen, die volgens een radioconcentrisch patroon vanuit het marktplein vertrekken: Brustemstraete (huidige Luikerstraat), Cloesterstraete of Steenstraete (Diesterstraat), Clockheimstraete (Naamsestraat), Planckstraete, en Staepelstraete (Tiensestraat); deze invalswegen werden onderling verbonden door secundaire wegen.

De abdij was reeds vroeg van een eigen vestinggordel voorzien; onder het abbatiaat van Adelardus II (1055-1082) worden buiten deze omheining twee kerken gebouwd: de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Gangulfuskerk; kort daarop de Heilig-Grafkerk (thans Sint-Maartenkerk). Door dezelfde abt wordt tussen 1060 en 1085 begonnen met de bouw van een vestinggordel rondom de nederzetting; Sarchinium verkrijgt hiermee het stadsrecht onder de naam "oppidum Sancti Trudonis"; de vesting telde, in haar uiteindelijke vorm, ijf poorten, gelegen aan elk der invalswegen, behalve de Plankstraat; de Niefport, die de later tot stand gekomen verbinding met Hasselt controleerde, bestond niet in het oorspronkelijk systeem; voorts waren er negen torens en twee versterkte sluissystemen: Comisgaet, waar de Cicindria de stad binnenstroomt, en Vissegaet waar ze de stad verlaat. Het stratentracé en de vorm van de stad, zoals ze afgebakend werd door de omwalling, zal in de loop der tijden weinig verandering ondergaan.

In 1086 (of 1087), inlijving bij het prinsbisdom Luik; de abdij behoudt de jurisdictie over een gedeelte van het grondgebied; het voogdijschap over de stad is een twistpunt tussen de heren der omliggende gebieden, voornamelijk de hertogen van Leuven en de graven Duras, en geeft aanleiding tot verschillende belegeringen en plunderingen.

Bloei van de lakenindustrie en het gildewezen in de 13de- en 14de eeuw, wat tot uiting komt in de bouw van een lakenhal met toren op de markt.

De 15de eeuw is een vrij woelige periode: in 1405 belegering en inname van de stad door Hendrik de Horne van Luik; in 1467, slag van Karel de Stoute tegen het Luikse leger te Brustem, met beleg en inname van de stad, en verwoesting der versterkingen; in 1489, belegering door Robert van der Marck. In 1568, inname door Willem de Zwijger; door haar afhankelijkheid van het prinsbisdom heeft de stad echter weinig te lijden van de Spaanse troepen. In 1675 wordt de vesting door Lodewijk XIV ontmanteld: de poorten worden opgeblazen, en de ommuring verdwijnt geleidelijk; de enige restanten zijn de onderbouw der Brustempoort, en een gedeelte der stadswal in de kloostertuin der minderbroeders; het tracé bleef echter behouden, op de meeste plaatsen in de vorm van beboomde dreven - Tiensevest, Tichelrij, Hoge Veser, Kazernevest, en stadspark (1876, tuinarchitect M. Creten) ten noorden -, die mede met de torens der hogervermelde gebouwen en het volume der minderbroederskerk, het stadssilhouet bepalen.

Onmiddellijk buiten de wallen bevonden zich van oudsher twee belangrijke gehuchten: Schurhoven ten noordoosten, met bebouwing geconcentreerd rondom de Sint-Jacobskerk; hier werd in 1258 het Sint-Agnesbegijnhof gesticht; ten zuiden, Nieuwenhuyzen en Zerkingen, oorspronkelijk twee wooneenheden, later een parochie bij de Sint-Niklaas - Sint-Pieterskerk.

De eerste uitbreiding van het stadscentrum is de geplande aanleg van de stationswijk, ten westen van de stad, rond de eeuwwisseling. Tussen beide wereldoorlogen verdere uitbreiding in noordwestelijke richting met de tuinwijk "Nieuw-Sint-Truiden". Terwijl het centrum tot nog toe zonder al te ingrijpende wijzigingen zijn historisch karakter heeft weten te behouden, heeft de tot voor kort nog landelijke omgeving, gekenmerkt door de boomgaarden, op verschillende plaatsen sterke veranderingen ondergaan, in hoofdzaak te wijten aan de toenemende bebouwing, voornamelijk ten oosten en ten westen van het centrum. De omgeving der Diestersteenweg (ten noorden) en Naamsesteenweg (ten zuiden) behield beter zijn agrarisch karakter, doch ook hier neemt de bebouwing toe.

De stedelijke architectuur vertoont weinig restanten van leembouw. De 16de eeuw wordt vertegenwoordigd door de renaissancegevel van het refugiehuis van Averbode (Naamsestraat). Uit de 17de eeuw bleven verschillende voorbeelden bewaard, waarvan de meeste echter met sterk aangepaste gevels; enkele huizen in Maasstijl (onder meer Heilig Hartplaats nummer 1). De classicistische stijl (tweede helft 18de eeuw) telt een vrij groot aantal voorbeelden, voornamelijk kleinere burgerhuizen. De 19de eeuw wordt gekenmerkt door de neoclassicistische gevels; de moderne stromingen uit eind 19de eeuw en uit het eerste kwart van de 20ste eeuw hebben vrijwel geen sporen in de stedelijke architectuur achtergelaten; de fin-de-siècle architectuur concentreert zich voornamelijk in de hogervermelde stationswijk. Opmerkelijk is het groot aantal behouden houten winkelpuien uit de tweede helft van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw, die verwijzen naar de historische handelsfunctie van de stad.

Oppervlakte: 10.827 hectare. Aantal inwoners (1976): 22.150.

  • CHARLES J.L., La ville de Saint-Trond au Moyen-Age, des origines à la fin du XIVe siècle, Paris, 1965.
  • CHARLES J.L., Topografische bijdrage over Sint-Truiden tot in de XIIIe eeuw, in Limburg, 37, 1958, p. 187-198.
  • COURTEJOIE E., Histoire de la ville de Saint-Trond, traduite de la chronique meme et d'autres anciens manuscrits de cette ville impériale, Sint-Truiden, 1846.
  • DARIS J., Notices historiques sur les églises du diocese de Liège, Notice sur Saint-Trond, V, Liège, 1885, P. 110-122.
  • DEMAL J., Notice historique sur l'origine de la ville de Saint-Trond et sur celle du collège communal en particulier, accompagnée de notes explicatives, Sint-Truiden, 1854.
  • DEMARTEAU J., Les remparts de Saint-Trond, ville du pays de Liège , in Bulletin de l'Institut Archéologique liégeois, 20, 1887, p. 487-497
  • DREIMULLER A.P., Afstudeerprojekt restauratie St.-Truiden. België. Onuitgegeven studie onder leiding van C.L. Temminck Groll, Delft, 1975-1976.
  • FLAMEND J., Gids voor Sint- Truiden, Sint-Truiden, 1957
  • HANSAY A., La villa et l'oppidum de Saint-Trond , in Revue Belge de Philologie et d'Histoire, I, 1922, p. 87-90.
  • HEYNEN G. - HOUBAERT A., De Sint-Truidense kloosters tot aan hun opheffing op het einde van de XVIIIe eeuw, Sint-Truiden, 1963.
  • MATHYS A.G., Peilingen in de oudste geschiedenis van Zerkingen Sint-Truiden , in Limburg, 35, 1956, p. 239-246; 36, 1957, p. 1-7; 37, 1958, p. 8-11.
  • STRAVEN F., Inventaire analytique et chronologique des archives de la ville de Saint-Trond, Sint-Truiden, 1886-1899.
  • THIJS A., Doorheen het aloude Sint- Truiden, I-XXI, Sint-Truiden.
  • THIJS A., Sint-Truiden, I, Sint-Truiden, sine dato.

Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981


Relaties

  • Omvat
    Abdij van Terbeek en Sint-Niklaashoeve

  • Omvat
    Abdijstraat

  • Omvat
    Arbeiderswoningen

  • Omvat
    Beekstraat

  • Omvat
    Bevingen

  • Omvat
    Boompoortje bij het kasteel Nieuwenhoven

  • Omvat
    Boswachterswoning en vakwerkschuur

  • Omvat
    Breendonkstraat

  • Omvat
    Capucienessenstraat

  • Omvat
    Clement Cartuyvelsstraat

  • Omvat
    Clockemstraat (1981)

  • Omvat
    Commanderij van Bernissem

  • Omvat
    Diestersteenweg

  • Omvat
    Diesterstraat

  • Omvat
    Gazometerstraat

  • Omvat
    Gesloten hoeve

  • Omvat
    Gesloten hoeve

  • Omvat
    Gootstraat

  • Omvat
    Grevensmolenweg

  • Omvat
    Grote Markt

  • Omvat
    Guvelingen

  • Omvat
    Halmaal

  • Omvat
    Hamelstraat

  • Omvat
    Heilig-Hartplein

  • Omvat
    Herberg Moeder Lambik

  • Omvat
    Herenboerenparkje van de Commanderij van Bernissem

  • Omvat
    Herenhuis in eclectische stijl

  • Omvat
    Heropgebouwde vakwerkhoeve

  • Omvat
    Historische stadskern van Sint-Truiden

  • Omvat
    Hoekhuis

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Hoeve (?)

  • Omvat
    Hoeve De Verbrande Winning

  • Omvat
    Hoeve met losstaande bestanddelen

  • Omvat
    Hoeve uit de 19de eeuw

  • Omvat
    Hoeve van 1920

  • Omvat
    Hoevetje in L-vorm

  • Omvat
    Houtmarkt

  • Omvat
    Kapelboom op kruispunt

  • Omvat
    Kasteel van Nieuwenhoven en kasteelhoeve

  • Omvat
    Kasteeldomein van Terbiest

  • Omvat
    Koningin Astridstraat

  • Omvat
    Korensteeg en aanpalende gebouwen

  • Omvat
    Kortenbos

  • Omvat
    Landarbeiderswoning

  • Omvat
    Landarbeiderswoning

  • Omvat
    Langgestrekt hoevetje

  • Omvat
    Langgestrekt hoevetje

  • Omvat
    Langgestrekt hoevetje

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve met schrijnwerkerij

  • Omvat
    Leopold II straat

  • Omvat
    Luikerstraat

  • Omvat
    Meinstraat

  • Omvat
    Melveren

  • Omvat
    Metsterenweg

  • Omvat
    Minderbroedersstraat

  • Omvat
    Molen en hoeve Hoog Molen

  • Omvat
    Neogotische kapel

  • Omvat
    Nieuwenhovenwinning

  • Omvat
    Nieuwenhuyzen-Zerkingen

  • Omvat
    Nieuwpoort

  • Omvat
    Onze-Lieve-Vrouwkapel

  • Omvat
    Opgaande zilverlinde als vredesboom

  • Omvat
    Pastorie van de Sint-Pieterparochie

  • Omvat
    Plankstraat

  • Omvat
    Prins Albertlaan

  • Omvat
    Reeks arbeiderswoningen

  • Omvat
    Restant van de kloostertuin van de minderbroeders

  • Omvat
    Ridders de Menten de Horneplein

  • Omvat
    Ridderstraat

  • Omvat
    Rij arbeidershuizen

  • Omvat
    Rijschoolstraat

  • Omvat
    Schepen Dejonghstraat

  • Omvat
    Schurhoven

  • Omvat
    Sint-Gangulfusplein

  • Omvat
    Sint-Joriskapel van 1420

  • Omvat
    Sluisberg

  • Omvat
    Spoorwegbedding lijn 23 Drieslinter-Tongeren

  • Omvat
    Spoorwegstraat

  • Omvat
    Staaien

  • Omvat
    Stadswandeling

  • Omvat
    Stadswoningen

  • Omvat
    Stapelstraat

  • Omvat
    Stationsstraat

  • Omvat
    Stenaartberg

  • Omvat
    Straten

  • Omvat
    Terkelen

  • Omvat
    Tiensesteenweg

  • Omvat
    Tiensevest

  • Omvat
    Toegangspijlers domein Nieuwenhoven

  • Omvat
    Ursulinenstraat

  • Omvat
    Watermolen

  • Omvat
    Watermolen Grevensmolen

  • Omvat
    Weeshuis en school in art-decostijl

  • Omvat
    Ziekeren

  • Omvat
    Zoutstraat

  • Is deel van
    Sint-Truiden