erfgoedobject

Wederopbouwhoeve van het langgestrekte type

bouwkundig element
ID: 307470   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307470

Beschrijving

Dieper gelegen wederopbouwhoeve uit 1921-1923, naar ontwerp van architect Julien Kreuwels uit Ieper. Gaaf bewaarde kleine hoeve van het langgestrekte type, opgetrokken in regionalistische baksteenarchitectuur.

Historiek

De hoevesite wordt reeds aangeduid op de Ferrariskaart (1771-1778). Hierop is een langwerpig gebouw met west-oost oriëntatie afgebeeld, dezelfde opstelling als op de Atlas der Buurtwegen (1841). Ook de huidige perceelstructuur is reeds herkenbaar op de Ferrariskaart. Op de Atlas der Buurtwegen (1841), de Vandermaelenkaart (1846-1854) en de Poppkaart (circa 1850) is de weergave van de hoeve onveranderd, namelijk één langwerpig volume met de korte zijde naar de Diksmuidseweg. Na de Eerste Wereldoorlog werd de verwoeste hoeve heropgebouwd op dezelfde plaats, opnieuw als een langgestrekte hoeve met ongeveer dezelfde omtrek als het vooroorlogse gebouw. Architect van de wederopbouwhoeve was Julien Kreuwels voor eigenares Céline Waeles uit Ieper. De bouwwerken werden aanbesteed in 1921, het proces-verbaal van de voltooiing werd opgemaakt in 1923. Aannemer van de werken was Emile Leveau. Tijdens de wederopbouw was de hoeve gekend als de ‘hoeve Peene’, naar toenmalig bewoner en landbouwer Léon Peene. De kadastrale intekening van de heropgebouwde hoeve gebeurde pas in 1926.

Nadien onderging de hoeve slechts minieme wijzigingen. Aan de noordzijde van het woongedeelte werd een bijgebouw aangebouwd en aan de zuidzijde van het erf werden vrijstaande varkens- en kippenstallen opgetrokken.

Beschrijving

Het erf is bereikbaar langs een oprit vanuit de Diksmuidseweg. De wederopbouwhoeve bevindt zich aan de noordzijde van het verharde erf (betonplaten). Het perceel tussen de hoeve en de Diksmuidsestraat wordt aan de zuidzijde afgebakend door een gracht en poel.

Het uiterlijk van de hoeve wordt bepaald door het pittoreske samenspel van aandaken, dakkapellen en zadeldaken (platte pannen) met dakrand. Tegen de oostelijke puntgevel van de schuur staat het lage wagenhuis met wolfsdak (platte pannen). De buitengevels van het woonhuis en de stal en schuur worden visueel verenigd door een gecementeerde plint. Het verankerde baksteenmetselwerk is in kruisverband, met strekkenlagen voor de overspanningen van de doorbrekingen en vlechtingen in de aandaken en de puntgevels van de dakkapellen. De stallen worden verlucht door keramiekbuizen in het baksteenmetselwerk.

Aandaken scheiden het woonhuis in het westen van de stal en schuur in het oosten. Beide delen worden overdekt door afzonderlijke zadeldaken van verschillende nokhoogte. Het westelijke deel van het woonhuisvolume bevat de paardenstallen, met stalvensters en staldeuren in de zuidgevel en de westelijke puntgevel. Naast de paardenstallen bevinden zich de kelder en de opkamer van het woonhuis, daarboven de dakkapel met tot zoldervenster verbouwde laadopening. Het gelijkvloerse deel van het woonhuis bevat de voordeur onder rondboog en twee vensters. De beluikte vensters hebben hardstenen dorpels. Tussen het keldergat en de voordeur staat een waterpomp.
De houten staldeuren van de paardenstallen zijn wellicht nog oorspronkelijk. De binnenruimte wordt overspannen door bakstenen troggewelven op metalen liggers.

In het woonhuis zijn meerdere oorspronkelijke interieurelementen bewaard: binnendeuren, de houten trap naar de opkamer en de zolder, de vloer in cementtegels van de opkamer en de plankenvloer van de zolder. De kelder van het woongedeelte wordt overdekt door bakstenen troggewelven op metalen liggers.

De voorgevel van de stal heeft een symmetrische indeling met drie metalen staldeuren, twee stalvensters aan de linker- en rechterzijde en een centrale dakkapel met metalen laadopening en takelbalk. De achtergevel bevat twee stalvensters en twee staldeuren. In de oksel van het stal- en woongedeelte bevindt zich een uitbouw met toilet. Binnen heeft de stal een vloer in baksteen en een overwelving van bakstenen troggewelven op metalen liggers. De oorspronkelijke hardstenen slieten zijn nog aanwezig. De vloer van de zolder is deels in beton en deels in planken. In het gedeelte met de plankenvloer staat een metalen havercilinder uit het interbellum, misschien nog uit de bouwjaren van de hoeve.
De deuren van de verhoogde poorten van de schuur zijn wellicht origineel. De kappen van woonhuis, stal en schuur zijn alle gordingenkappen met driehoekspanten.

Het wagenhuis is een lage constructie op baksteenpijlers tegen de oostelijke puntgevel van de schuur. De oorspronkelijk open doorgangen zijn met baksteen gedicht.

  • Algemeen Rijksarchief Brussel, Archief van de Dienst der Verwoeste Gewesten, dossier 3995.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Ieper, 2de afdeling (Ieper), 1926/1.

Auteurs :  Debonne, Vincent
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Wederopbouwhoeve van het langgestrekte type [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307470 (Geraadpleegd op 17-01-2020)