erfgoedobject

Burgerhuis in art deco

bouwkundig element
ID
307569
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307569

Beschrijving

Burgerhuis in art-decostijl, in 1928 ontworpen door Lode Van Marcke in opdracht van John Venkeler. Het pand was bestemd voor diens dochter Louise Venkeler en haar echtgenoot Raymond Carion.

Historiek en context

Over het leven en oeuvre van architect Lode van Marcke is tot dusver weinig bekend: naast een aantal verbouwingen op zijn naam kunnen slechts drie ontwerpen met zekerheid aan hem toegeschreven worden. Een meer gedetailleerde ontsluiting van de bouwdossiers van de Antwerpse districten - onder meer op naam van de aanvrager - zou dit aantal kunnen doen oplopen. Hoewel de twee andere gekende panden van Van Marcke, de burgerhuizen Koninklijkelaan 7 en Venneborglaan 74, getypeerd worden door een expressieve gevelarchitectuur, verwezenlijkt door middel van speels en vooruitstrevend materiaal- en kleurgebruik, vertoont dit gebouw een meer klassieke vormgeving. Bepalend hierbij zijn de uitwerking van de volledige voorgevel in witte natuursteen en de spaarzame en ingetogen toepassing van decoratieve elementen. Het stilistische verschil tussen deze vroegst gedateerde woning en de twee andere panden lijkt te impliceren dat de ontwerpstijl van Lode Van Marcke wortelde binnen een traditionele, gevestigde vormentaal en zich geleidelijk aan emancipeerde tot een meer vernieuwende en persoonlijke stijl. Niettegenstaande het sterk verschillende uitzicht werden alle drie de woningen in éénzelfde stijlgeest ontworpen. Dat illustreert niet enkel de vele verschijningsvormen van de art deco, maar tevens het artistiek kunnen en de veelzijdigheid van de architect in kwestie. Dat hij de familie Carion-Venkeler tot zijn cliënteel kon rekenen zou er bovendien op kunnen wijzen dat Van Marcke enige naam genoot als architect.

John of Jan Baptiste Venkeler (1863-1933), opdrachtgever van het bouwwerk, was een telg van een voornaam Antwerps stouwersgeslacht. De familieonderneming, die in 1871 was opgericht door Melchior Venkeler en nadien onder verschillende namen zijn werking verderzette, bleef tot ver in de twintigste eeuw een belangrijke speler in het Antwerpse havenbedrijf. Getuige van dit succesverhaal is ook het buitenverblijf in Ekeren dat John Venkeler en zijn echtgenote Joséphine Tersago (1871-1948) in 1900 lieten optrekken onder de naam "Villa Louise", naar hun dochter Louise Venkeler (1894-1985). Zij huwde in 1914 met majoor Raymond Carion (1883-1953), later gepromoveerd tot luitenant-generaal. In 1932-1933 liet de familie Venkeler-Carion een tweede woning bouwen op het adres Koninklijkelaan 7, die na het overlijden van John Venkeler in 1933 door zijn weduwe betrokken zou worden. Voor dit bouwproject deden zij opnieuw een beroep op architect Lode Van Marcke.

Architectuur

Zowel stilistisch als typologisch beantwoordt het hier besproken burgerhuis aan het bouwprogramma van de Koninklijkelaan en bij uitbreiding de wijk nieuw Berchem. Net als de omliggende panden met de nummers 1A, 5 en 7  is het uitgevoerd in art-decostijl. Een voortuintje met smeedijzeren hekwerk in typische art-decovormgeving bevindt zich tussen de woning en de openbare weg.

De rijwoning van het bel-etagetype is volledig onderkelderd en telt vier bouwlagen onder een plat dak. Geheel uitgewerkt in witte natuursteen, wordt de voorgevel begrensd door een plint in blauwe hardsteen en een licht gebogen, geprofileerde daklijst. Dominerend binnen het eerder sobere gevelbeeld zijn de bow-window ter hoogte van de bel-etage en het daarboven gesitueerde balkon met smeedijzeren balustrade in art-decovormgeving. Aansluitend op de belijning van bow-window en balkon omvat een vlakke omlijsting de drie muuropeningen van de derde bouwlaag, die elk geplaatst zijn binnen een smal, accentuerend spaarveld. Plint en puilijst vormen de enige gevelbrede horizontale geledingen in de opstand. De verder ononderbroken stroken metselwerk aan de zijkanten van de gevel creëren in combinatie met de relatief grote bouwhoogte, de penanten in de bow-window met in het verlengde daarvan de postamenten van het balkon, en tot slot de muurdammen van de derde bouwlaag, een verticale tendens in het ontwerp. Hoewel verschillend in formaat, zijn alle muuropeningen rechthoekig uitgewerkt. De sluitsteen met sterk uitkragende, balkvormige decoratie vormt een terugkerend element in de eerste, derde en vierde bouwlaag. Centraal in de geveltop bevindt zich een eveneens balkvormig ophangpunt met ezelsrug waaraan een markante, smeedijzeren lantaarn bevestigd is. Deze neemt positie in tussen de vierkante vensteropeningen van de vierde bouwlaag. Het schrijnwerk in de vensteropeningen, dat op het bouwplan vrijwel volledig met kleinhouten roedeverdelingen werd ingevuld, is vervangen door historiserend schrijnwerk dat gedeeltelijk van een gelijkaardige kleine roedeverdeling voorzien is. De inkomdeur met smeedijzeren roosters in art-decomotieven bleef wel bewaard. Aan de rechterzijde in de eerste bouwlaag verwijst een steen met inscriptie "L. Van Marcke" naar de architect. Het plan van de achtergevel, dat eveneens met een licht gebogen geveltop werd uitgetekend, voorziet voor de achterdeuren en het balkon van de eerste verdieping smeedwerk met een terugkerend spiraalmotief, kenmerkend voor de art-decostijl.

Op de gelijkvloerse verdieping geeft de voordeur in de linkertravee toegang tot een vestibule met sas, die uitmondt in een traphal met vestiaire. Daarachter bevinden zich volgens de bouwplannen een toilet en bureau, dat tenslotte uitgeeft op een overdekt terras. Aan de rechterzijde volgen een niet nader gespecifieerde ruimte (salle), gang met ‘monte-plats’ en keuken elkaar op. Een tweede trap achter de keuken verzekert toegang tot de ruime kelder, die is opgedeeld in een stookplaats met kolenberging, voorraad- en wijnkelders en een wasplaats. In het verlengde van de keldertrap is een buitentoilet gesitueerd. De eerste verdieping (bel-etage) omvat over de volledige breedte van het pand een enfilade van salon, fumoir en eetkamer met een balkon ter hoogte van het overdekte terras van de gelijkvloerse verdieping. De vertrekken van de tweede en derde verdieping zijn per twee geschikt langsheen de centrale traphal met vide en omlopende gang. Zij bestaan uit een badkamer met toilet (tweede verdieping) en zeven niet nader gespecifieerde kamers, wellicht slaapkamers. Uitvoerige notities van de hand van de architect geven op het plan de verschillende diktes aan waarin de structuur van gewapend beton moest uitgevoerd worden. 

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 961#10125.

Auteurs :  Vanderheyden, Bhumi
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in art deco [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307569 (Geraadpleegd op )