erfgoedobject

Visrokerij Huysseune

bouwkundig element
ID
308988
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308988

Beschrijving

De visrokerij Huysseune is met zijn haaks op de straat gelegen bedrijfsgebouw met zes rookschouwen beeldbepalend in de Sint-Jacobstraat.

Historiek

Aan de oorsprong van de visrokerij Huysseune ligt een kleine ambachtelijke visrokerij die de familie Huysseune uitbaatte in de parallelle Oostendestraat. Het visroken gebeurde in een dergelijke rokerij niet in een schoorsteen maar in een hoge schuur, voorzien van een stenen vloer om te stoken. Deze stookvloeren varieerden sterk qua oppervlakte. Soms liep deze op tot 100 m2. In het dak waren de bovenste rijen pannen zo geplaatst dat de rook erdoor kon ontsnappen. Vanaf het einde van de 19de eeuw werden visdrogerijen en -rokerijen geleidelijk op een semi-industriële leest geschoeid. Het roken gebeurde daarbij in rookschouwen. In het vroege interbellum opteerde de familie Huysseune dan ook voor een uitbreiding van de ambachtelijke rokerij in de Oostendestraat met een semi-industriële rokerij die in het oosten grenst aan de achterliggende Sint-Jacobstraat.

De nieuwe visrokerij werd voorzien van zes rookschouwen, die ongeveer 8 meter hoog zijn. Binnenin waren ze uitgerust met een metalen geleidingssysteem. Met katrollen werden de rekken met de op houten of metalen spiesen geregen haringen, sprotten of andere vissoorten in de schoorsteen omhoog getrokken. In de openingen onderaan werd er gestookt. Aangevoerde vis, voornamelijk sprot of haring, werd echter niet onmiddellijk gerookt. Eerst werden de vissen grondig gewassen in zuiver water in hiervoor bestemde tobben. Vervolgens werden ze gedurende een viertal uur gepekeld in een (cementen) kuip. Daarna werd de vis in de wind gedroogd. Lieten de weersomstandigheden dit niet toe, dan gebeurde dit in de schoorstenen. Daartoe werden ze op een rooster gelegd en met behulp van een klein vuurtje gedroogd. Eenmaal gedroogd werden ze via de ogen op spijlen geregen. Dit ‘aanspitten’ gebeurde voor sprotten en haringen op populierenhouten spijlen, voor andere vissoorten veelal op ijzeren spiesen. Eenmaal met volle spijlen gevuld werden de rekken door de roker in de rookschouw geplaatst en omhoog getrokken. In het geval van sprot duurde het roken, afhankelijk van de weersomstandigheden, vier tot zes uur. De valluiken op de rookschouwen waren daarbij half gesloten. Het stoken in de openingen onderaan gebeurde alleen met houtzaagsel van geschikte houtsoorten zoals eik. Tot slot liet men de sprot gedurende een uur drogen in de schoorsteen waarvan de valluiken volledig werden opengezet om de rook en waterdamp ongehinderd te laten ontsnappen.

Omstreeks 1966 stopte de visrokerij Huysseune haar bedrijvigheid. Met de concurrentie van het invriezen van ‘verse vis’ vanaf het late interbellum en de verder aanhoudende schaalvergroting kregen ook de (semi-)industriële visverwerkende bedrijven het in geheel Vlaanderen steeds moeilijker. Bijna allemaal sloten ze hun poorten in de jaren 1950 en 1960.

In 1967 werd in de visrokerij Huysseune de wasserij Vyvey-Maes ondergebracht. Een plattegrond uit hetzelfde jaar geeft aan dat de gelijkvloerse verdieping, die wellicht tot een grote werkruimte was omgevormd, werd ingevuld met “vier zelfwasmachines, een mazoutmotor, een ‘droogzwierder’ en een stoomketel met bijhorende pomp”.

Beschrijving

Het rokerijgebouw staat haaks op de Sint-Jacobsstraat. Aan de straatzijde vertoont het in gele baksteen opgetrokken nijverheidsgebouw onder lessenaarsdak een schermgevel van twee traveeën en drie bouwlagen. De rechter travee, die door twee risalieten wordt geaccentueerd, is het hoofdgebouw dat met zes beeldbepalende visrookschouwen wordt bekroond. Het baksteenparament wordt onderbroken door drie vensterramen onder een getoogde bakstenen strek en twee oculi. De linker travee betreft een smallere en iets minder hoge voorbouw. Beide traveeën worden met een bakstenen ezelrug en een bloktandlijst afgezoomd. De poortopening tussen beide traveeën is van recente datum en gaat vermoedelijk terug op de wasserij Vyvey-Maes die omstreeks 1967 in het gebouw werd ondergebracht. Deze nieuwe invulling leidde heel waarschijnlijk tot aanpassingen van de gelijkvloerse verdieping, zoals het creëren van één grote werkruimte. Troggewelven met I-profielen dekken het gelijkvloers af. Een deels met houten planken ingekapselde trap leidt naar de bovenverdiepingen, die vermoedelijk nog in hun oorspronkelijke staat zijn bewaard. Ook de zes rookschouwen behielden heel waarschijnlijk hun binneninrichting.

  • Provinciaal Archief West-Vlaanderen, Hinderlijke bedrijven, A.3./A.5./A.7.-G.B./P.B./2004/2c.
  • BEUN J. 2011: Sprotrokerijen te Nieuwpoort, Nieuwpoort.
  • DE CLERCK R. 2012: De West-Vlaamse visverwerkende industrie in de periode 1880-1930. Gemak en ongemak, Oostduinkerke, Uitgave Vrienden van het Nationaal Visserijmuseum, 76.
  • LANSZWEERT W. 2000: Strandvisserij van toen en nu. Bewaarmethoden & visverwerking van vroeger, Koksijde, Nationaal Visserijmuseum van Oostduinkerke (onuitgegeven nota), 23.

Auteurs: Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Visrokerij Huysseune [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308988 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.