Geografisch thema

Nieuwpoort-Stad

ID: 13982   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13982

Beschrijving

Circa 1150, eerste vermelding van Ysera Portus als kleine handelsnederzetting aan de linker oever van de Ijzermonding. Enigszins kunstmatige stadsstichting, zie stadsbenaming en schaakbordpatroon van het stratenplan. Grondgebied vermoedelijk als apanage geschonken door Diederik van de Elzas aan zijn zoon Filips met vergunning tot stichtingvan nieuwe stad. Vervolgens, verdeling van de bodem waarop agglomeratie in wording, in kleinere percelen; toegewezen aan inwijkelingen tengevolge van toenemende inpolderingen (Duinkerke eerste kwart van de 3de eeuw transgressie), tegen betaling in cijns.

1163: schenking van stadskeure aan de bewoners van Novum Oppidum (Neoportus, Novus Portus) en vestiging van een landsheerlijke tol; bouw van omwalling en aanleg van nieuwe kaaien. Aanvankelijk parochiaal afhankelijk van Oostduinkerke op wiens grondgebied de eerste kapel (huidige Onze-Lieve-Vrouwekerk) stond. 1165: onder bisschop Milo van Terwaan erkend als parochie onder patronaat van de Sint-Niklaasabdij van Veurne. Vanaf 1240 tot aan de Franse Revolutie,afzonderlijke parochie bediend door Norbertijnen.

13de eeuw: oprichting van een tweede parochiekerk toegewijd aan Sint-Laurentius (zie huidige ruïne in de Willem Deroolaan); bestaan van een Sint-Jansgasthuis voor armen, pelgrims en reizigers, zie schilderij "Brooduitreiking door de beheerders van het Sint-Janshospitaal" van 1655 door P. Van Lint, bewaard in de Onze-Lieve-Vrouwekerk; bouw van thans twee verdwenen vuurtorens, de grote en de kleine "Vierboete". 1383: verwoesting van de stad bij de belegering door de Engelsen. Vanaf 1385, wederopbouw en aanleg van nieuwe vestingsmuren. Vierde kwart van de 14de eeuw: bouw van Graanhal met Belfort.

15de eeuw: vergrotingswerken aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk omwille van bevolkingsaangroei in eind 14de-15de eeuw. Belangrijkste vissershaven van de Vlaamse kust in de middeleeuwen waarna verval. Vanaf eind 16de eeuw, bastionering van de ommuurde stad door de Spanjaarden. Vooral vanaf de 18de eeuw belangrijk op militair gebied omwille van ligging als grensvesting tussen Frankrijk en de Spaanse Nederlanden. Verschillende belegeringen onder meer de slag bij Nieuwpoort (2 juli 1600) tussen de legers van Maurits van Nassau en aartshertog Albrecht.

1785: eerste ontmanteling van de vesting Nieuwpoort door Jozef II. 1818- 1822: wederopbouw van de vestingen door Willem I. 1861-1866: volledige ontmanteling, uitgezonderd drie poedermagazijnen waarvan nog een bewaard, zie het zogenaamd "Bommevrij". Sleutelpositie in de verdediging van de noordelijke uithoek van het westelijk front gedurende de Eerste Wereldoorlog; onderwaterzetting van de IJzervlakte (oktober 1914) door het openen van de sluizen van de Noordvaart en volledige verwoesting van Nieuwpoort. Na 1918, historiserende wederopbouw.

Verkeersmiddelen. In de loop van de 17de eeuw, verbetering van de verbindingen tussen Nieuwpoort en het achterland. Circa 1630: aanleg van het kanaal Plassendale-Nieuwpoort-Veurne-Duinkerke waardoor aansluiting met de kanalen Gent-Brugge (1613) en Brugge-Oostende (1618). Naast scheepvaartwegen, ook afwateringswegen gegraven. In de achterhaven van Nieuwpoort monden drie scheepvaartwegen en drie afwateringskanalen uit, zie sluizencomplex met respectievelijk van oost naar west, de sluizen: de overlaat van het Nieuw Bedelf (Bamburgkreek), het Gravensas (Kanaal naar Plassendale), het Springsas (Kreek van Nieuwendamme of Oude IJzer), het lepersas (de in 1643 gekanaliseerde IJzer), de overlaat van het Veurne-Ambacht (Noordvaart), en het Veurnesas (kanaal Veurne-Duinkerke). Aanleg van moderne landwegen tussen Nieuwpoort en het binnenland: 1777, steenweg Nieuwpoort-Gistel-Brugge; 1821-1822, steenweg Nieuwpoort-Oostende; 1837, steenweg Nieuwpoort-Veurne. In 1867, aansluiting op het spoorwegnet via thans geschorste lijn Nieuwpoort-Diksmuide. Buurtspoorweg langs de kust (kusttram). Respectievelijk recent voltooide en geplande aansluiting bij A 18 (Jabbeke-Nieuwpoort-Calais) en A 19 (Kortrijk-Oostduinkerke).

Visserij. Economische activiteit in de middeleeuwen gekenmerkt door visserij en handel; in de hand gewerkt door tolvrijdom in Vlaanderen aan de inwoners van Nieuwpoort en de gunstige stadsligging op de verbindingsweg leper-Engeland en leper-Brugge. Met het verdwijnen van de Vlaamse actieve handel na 1270, gevoelige terugloop van de handelsactiviteit door afwezigheid van nijverheid, en uitgroei tot specifieke vissershaven toegespitst op haringvisserij. Sterke terugval van de visserij na de oorlogen van de 17de eeuw en het eerste kwart van de 18de eeuw. De oprichting van de "Indische Compagnie van Oostende" in 1723, leidt in Nieuwpoort tot de stichting van de "Compagnie van Vischvaert" in 1727; vooral gericht op de heropleving van de IJslandvisserij, echter reeds ontbonden met verlies in 1737.

1853: oprichting van de "N.V. Nieuwportsche Maetschappij van de Nationale Visscherij" als poging tot wederopbloei van de visserij. 1861:ontbinding van vermelde maatschappij waarvan de boten aangekocht door de rederij Meynne die in 1870 acht boten bezat; ontbonden in 1884. Heden bekleedt Nieuwpoort de derde plaats onder de vissershavens aan de Belgische kust met 11 procent van de aangevoerde vis. Vismijn. Enkele haringrokerijen met markante schoorstenen typerend voor de bedrijfsfunctie (Oostendestraat nummer 9; Sint-Jacobsstraat nummer 7-7a, thans drankdepot). Aanverwante industrie als bouw en herstel van schepen, scheepsbenodigheden, berging, bevoorrading, ijsproduktie en andere, voornamelijk gelegen in nabijheid van de havengeul. Havenbeweging. 16de eeuw: nog regelmatige contacten tussen Nieuwpoort en Engeland. Tussen 1619 en 1729, regelmatige maalbootdienst tussen Nieuwpoort en Dover. Geen groot havenverkeer in de moderne tijden tengevolge van de ondiepe havengeul (slechts bevaarbaar bij hoog tij). Herstel van de haveninstallaties na de tweede wereldoorlog. Thans belangrijke jachthaven (nog in uitbreiding) en watersportcentrum zie ook watersportbeoefening op het huidig waterspaarbekken, ontstaan door zandwinning, achter het sluizencomplex ten noordoosten van de stad.

Nieuwpoort-Stad is voornamelijk een klein verzorgend centrum met vredegerecht, scholen, musea, markt, ziekenhuis en handelsuitrusting. Winkels, commerciële diensten en Horeca zijn voornamelijk gevestigd langs de Kaai, de Marktstraat met als verlengde het Marktplein, en langs een kort gedeelte van de Langestraat; eerder losse groepering van handelszaken dan echte concentratie. In 1965 was ongeveer de helft van de actieve bevolking werkzaam in de tertiaire sector. Naast vermelde bedrijven verwant aan visserij en haven, enige industrie ten noordoosten van de stadskern aan de kanalen Nieuwpoort-Plassendale en Nieuwpoort-Duinkerke, onder meer steenbakkerij. Zuidoostelijke industriezone voorzien in de onmiddellijke omgeving van de A 18 (centrum Sint-Joris). Met de inlijving van Nieuwpoort-Bad in 1949 ontstond een belangrijke toeristische infrastructuur vooral geconcentreerd in de badplaats, en gekenmerkt door veel nieuwe bouw. Sinds 1865 verbindt de huidige Albert I-laan Nieuwpoort-Stad met Nieuwpoort-Bad.

Na de volledige verwoesting van Nieuwpoort tijdens de Eerste Wereldoorlog gebeurde de voorlopige huisvesting van de daklozen in noodwoningen van het "Albert Fonds"; ontstaan van houten barakkenwijk op de plaats van het huidige stadspark (1951) ten westen van de stadskern. Vrij snelle wederopbouw geconcentreerd in de periode 1920-1925, grosso modo volgens aanlegplan naar ontwerp van J. Viérin (Brugge). Wederopbouw grotendeels neerkomend op een herstel van de vooroorlogse toestand van stratenplan, perceelindeling, gebouwenschaal en architecturaal uitzicht. Oorzaak van deze historiserende wederopbouw te zoeken in de globale aanpak van het wederopbouwvraagstuk na de wapenstilstand; gekenmerkt door een conflictsituatie tussen de vernieuwde inzichten van de modernisten aansluitend bij een nieuwe sociale bewustwording, en de vooroorlogse opvatting van de behoudsgezinden. Voornamelijk technische en esthetische aanpak van de wederopbouw, te wijten aan: enerzijds, het gebrek aan overdrachtelijkheid van de sociaal-functionele stellingen van de modernisten, aanhangers van een wederopbouw in het teken van de nieuwe tijd; anderzijds, de behoudsgezinde politiek van de overheid gedragen door de bekommernis van de heersende klasse om haar vooroorlogse positie te herstellen. Voorts omzeilde een traditionele aanpak ook tal van louter praktische en administratieve problemen, onder meer in verband met eventuele eigendomsveranderingen en onteigeningen bij afwijking van het vooroorlogs stadsplan.

Stadsgebied van Nieuwpoort gekenmerkt door een regelmatig stratenplan binnen de voormalige vestingen; stemt grosso modo overeen met het schaakbordpatroon uit de 12de eeuw, dat zijn oorsprong vindt in vermelde kunstmatige stichting (1163) waarbij de stad opgevat werd als een geheel in schaakbordvorm. Zeven noord-zuid-hoofdassen lopen loodrecht uit op de haven: respectievelijk van oost naar west, Schoolstraat-Schipperstraat, Arsenaalstraat, Schipstraat-Sint-Jacobsstraat, Marktstraat-Oostendestraat, Recollettenstraat-Valkestraat, Onze-Lieve-Vrouwestraat-Hoogstraat-Kaaistraat, Kokstraat-Havenstraat. Oost-west-assen respectievelijk van noord naar zuid, gevormd door, een hoofdstraat (Langestraat), steeg (Ankerstraat) en de zigzaglijn met Kerkstraat en Potterstraat onderbroken door het rechthoekige Marktplein. Laatst genoemde met Hal en Belfort, Stadhuis en Onze-Lieve-Vrouwekerk, gelegen in meest zuidelijk stadsgedeelte.

Rationele indeling, gemakkelijke bereikbaarheid van het Marktplein met belangrijkste gebouwen enerzijds, en van de haven (ten noorden) anderzijds; noord-zuid-hoofdassen beschut tegen overheersende westenwind. Helling naar Ankerstraatje toe, zie ligging van Nieuwpoort op binnenduin; ook vermeld als Sandeshove voor 1163. Kaai, Koningin Elisabethlaan, Willem Deroolaan en Koningin Astridlaan volgen grosso modo het tracé van de voormalige vestingsmuur.

Het wederopbouwproject (1919) van J. Vierin voorzag een identieke reconstructie van alle gebouwen waarover voldoende documentatie bestond, en een gevarieerde architectuur gesteund op specifieke stijlkarakteristieken van de streek voor de overige gebouwen. Toezicht op de wederopbouw uitgeoefend door het "Raadgevend Commiteit" onder leiding van J. Viérin. Vrijwel identiek gereconstrueerdegebouwen: Hal met Belfort en Onze-Lieve-Vrouwekerk. Benaderende reconstructies: voormalig stadhuis of huidig Vredegerecht en het zogenaamd "'t Kasteeltje" oorspronkelijk van 1650. Op oorspronkelijke toestand geïnspireerde wederopbouw: het zogenaamd "Duynenhuys", oorspronkelijk uit de 16de eeuw (Oostendestraat, nummers 13-15) en in mindere mate de voormalige stadsgevangenis uit 16de-17de eeuw, thans burgerhuis (Langestraat, nummer 48).

Voorts, eclectische wederopbouwarchitectuur voornamelijk geïnspireerd op de gotiek en de regionale Vlaamse-renaissancestijl. Getypeerd door het traditiegetrouwe gebruik en bewerking van baksteen (profielstenen, metselverbanden) eigen aan de archtectuur van de Westhoek (zie Veurne, Diksmuide). Kopiërende mentaliteit al of niet gekenmerkt door een meer interpretatieve benadering. Overname van of varianten op het gotisch patroon van de zogenaamde Brugse traveeën; dakvensters met trap-, tuit- of schoudergevel. Ontlening of interpretatie van typisch regionale renaissancepatronen: aediculavenster ter verfraaiing van geveltop, dakvensters met inzwenkende belijning, top- en schouderstukken, rechthoekige muuropeningen met boogvelden, geprofileerde schoorstenen met pilastertjes. Ook houtwerk soms aansluitend bij de regionale kozijntraditie.

Architecturale kwaliteitsverschillen naargelang de ligging. Grosso modo, meer kwaliteitsvolle bebouwing in het middenste stadsgedeelte begrensd door Langestraat, Markstraat, Marktplein met omgeving van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, Duinkerkestraat en Kokstraat. Marktstraat gekenmerkt door eclectische gevelwanden geïnspireerd op verschillende neostijlen naast de neo-Vlaamse-renaissancestijl met regionale inslag. Eenvoudiger wederopbouwarchitectuur afgewisseld met meer nieuwe bouw typeert de overige straten van het middeleeuwse stadsgebied.

Architecten volgens bouwaanvragen (1920-1923) betrokken bij de wederopbouw (alfabetische orde): M. Braeckman en E. Van Imschoot (Nieuwpoort), L. Coppe (Brugge-Diksmuide), Ch. Crevits (De Panne), A. Daniels (Oostende), A. Dankelman (Brussel), A. De Paepe, G. Dervaux en A. Taverniers, A. Golenvaux (Nieuwpoort-Brussel), J. Clunst (Nieuwpoort), L. Halsberghe (Nieuwpoort), A. Hannaert (Ukkel), G. Iacquaert (Oostende), L. Jaquemin (Oostende), G. Lejeune (Koksijde), J. Leper (Veurne), L. Neyrinck, architecten Pil en Carbon (Oostende), F. Remacle (De Panne, Brussel), L. Reynvoet (Doornik), F. Roussel (Westende), F. Schoup (Nieuwpoort), V. Tinant (Oostende), P. Vandervoort (Ukkel-Nieuwpoort-Bad), C. Van Elslande (Veurne), E. Van Massenhove (Oostende), J. Viérin (Brugge).

De onmiddellijke omgeving van de middeleeuwse stadskern is omringd door de Oude Veurnevaart. Ten zuiden van de Willem Deroolaan, eclectische wederopbouwarchitectuur (zie stadskern) naast sociale woningbouw geconcentreerd rondom het Theo Goedhuysplein met oudste kern van 1920, gevormd door de zogenaamd "Monobloc" naar ontwerp van A. Van Huffel; uiting van het nieuwe tuinwijkprincipe der modernisten buiten de stadskern, daar waar zij de strijd om de sociaalfunctionele aanpak van de wederopbouw binnen de stad verloren hadden.

Ten noorden van de Veurnevaart, vervallen scheikundige fabriek zogenaamd "Produits Chimiques". Vooral na 1945, modernisatie en stadsuitbreding in noordwestelijke richting, met stadspark, sportcentrum, villawijk en sociale woningbouw, zie recente Stuiverwijk. Desondanks blijven in het huidige Nieuwpoort en omgeving vooralsnog de verhevenheid van het "Zandeshoofd", de oude stad en het Polderlandschap te herkennen.

Na de Eerste Wereldoorlog, oprichting in de nabijheid van het sluizencomplex van een reeks monumenten ter nagedachtenis van de gesneuvelden. Het grootse Koning Albertmonument naar ontwerp van architect J. De Ridder, met ruiterstandbeeld van Karel Aubroeck (1938). Het IJzermonument, werk van Pieter Braecke, voor de Belgische gesneuvelden aan de IJzer. Het gedenkteken van de 81 ste Franse Territoriale Divisie. Het Britse Oorlogsmonument voor de gesneuvelden met onbekend graf.

  • Gedenkboek Karel-Romaan Berquin, uitgave van de heemkring Bachten de Kupe en de familie Berquin, Nieuwpoort, 1963.
  • Nieuport, avant et après la guerre 1914-1918. Before and after the war of 1914-1918. (O.N.I.G. Sites de guerre, Brussel, 192.).
  • Nieuwpoort, commercieel verzorgingscentrum, Economisch en sociaal instituut voor de middenstand. Dienst planologie van de Handel, 1971.
  • BERQUIN K., Beknopte katalogus van het museum van geschiedenis en folklore te Nieuwpoort, (Ken uw land, uw staaf, uw dorp), (Nieuwpoort, 1956).
  • BERQUIN K., Beknopte Levensbeschrijving van Pieter-Jan Braecke beeldhouwer, gevolgd door een lijst van zijn werken, Nieuwpoort, 1956.
  • DALLE D., Het ontstaan van het waterwegennet Plassendale, Nieuwpoort, Veurne, Duinkerke (1633-1641), in Bachten de Kupe, V, 4-5, 1963, p. 41-57.
  • DANSERCOER R., Over de Stichting van Nieuwpoort, in Bachten de Kupe, V, 4-5, 1963, p. 2-5.
  • DECRAEMER A., Scheepvaartwegen en Sluizencomplex te Nieuwpoort, in De Gidsenkring, X, 2, 1972, p. 6-8.
  • DEGRYSE R., Nieuwpoort, in Belgische steden in reliëf. Plannen opgenomen door Franse militaire ingenieurs - XVII-XIXe eeuw, Brussel, 1965, pagina's 107- 138.
  • DEGRYSE R., 's Gravendomein te Nieuwpoort, in Handelingen van het genootschap voor geschiedenis "Société d'Emulation" te Brugge, XXCV, 1948, p. 70-111.
  • (DE SAEVER E.), Nieuwpoort. Nieuwe Ydewandeling. Grote Polderwandeling, in Wandelboekje nummer 63, V.W.B., 1978.
  • (DE SAEVER E.), Nieuwpoort. Sandeshovewandeling. Iserawandeling, in Wandelboekje nummer 62, V.W.B., 1978.
  • (DE SAEVER E.), Nieuwpoort. Verkenningsroute, in Ontdek Vlaanderen op de fiets, 5, V.T.B.-V.A.B., 1977.
  • DE SMET J., Nieuwpoort in de moderne tijd, in Bachten de Kupe, V, 4-5, 1963, p. 23-40.
  • FILLIAERT J., De Compagnie van Vischvaert te Nieuwpoort, 1727-1737, Nieuwpoort, 1939.
  • FILLIAERT J., De dood van Nieuwpoort, Nieuwpoort, 1938.
  • HOUWEN P., Ornitologisch belang van het reservaat De IJzermonding te Nieuwpoort, in Bulletin van de Belgische Natuur- en Vogelreservaten, 1961, p. 45-47.
  • KESTELOOT E., Geologisch en botanisch belang van het reservaat De IJzermonding te Nieuwpoort, in Bulletin van de Belgische Natuur- en Vogelreservaten, 1961, p. 42-43.
  • LEPER J., Kunstmatige inundaties in maritiem Vlaanderen 1316-1945, Tongeren, 1957.
  • LEVECQUE H., Herinneringen aan Nieuwpoort met geschiedkundige nota's over Diksmuide, Ieper, Oostende en Veurne, voorwoord door M. VAN COPPENOLLE, Brugge, 1938.
  • LOPPENS K., Geschiedenis van Nieuwpoort, Koksijde, 1953.
  • MISSIAEN M., Nieuwpoort 800- 1163-1963, in Vlaamse Toeristische Bibliotheek, 81, Antwerpen, 1963.
  • MISSIAEN M., Nieuwpoort in oude prentkaarten, Zaltbommel (Ned.), 1973.
  • [MEYNNE A.J.], Histoire de la ville de Nieuport, in Lectures de la plege, série historique, volume 2, Brugge, 1876.
  • RYBENS J.B., DE ROO T. sr., DE ROO T. jr., Beschrijving der stad en de haven van Nieuport, in het graafschap Vlaanderen, benevens alle merkweerdigheden er in begrepen...+ 1770-1876, in Dokumenten Bachten de Kupe, nummer 10 / Kr. 9 en nr. 11 / Kr. 10, gestenc., Nieuwpoort, 1966.
  • SMETS M., De ontwikkeling van de tuinwijkgedachte in België. Een overzicht van de belgische volkswoningbouw in de periode van 1830 tot 1930, Brussel-Luik, 1977, p. 98- 124.
  • THIJS R., Nieuport 1914-1918. Les Inondations de l'Yser et la Compagnie des Sapeurs Pontonniers du Génie Belge, Parijs-Luik-Londen, 1922.
  • VIERIN J., Nieuport-Ville. Projet de reconstruction. Rapport, gestencilleerde nota (1919), Stadsarchief Nieuwpoort, verzameling 547, reeks 52.
  • WYBO C., Nieuport ancien et moderne, Rijsel-Parijs, [1904].

Bron     : Delepiere A.-M. & Lion M. met medewerking van Huys M. 1982: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Veurne, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 8N, Brussel - Gent.
Auteurs :  Delepiere, Anne Marie, Lion, Mimi
Datum  : 1982


Relaties