erfgoedobject

Telefooncentrale Regie van Telegraaf en Telefoon

bouwkundig element
ID: 4886   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4886

Juridische gevolgen

Beschrijving

Uitgestrekt gebouwencomplex dat de westelijke helft beslaat van het bouwblok Meir, Jezusstraat, Lange Nieuwstraat en Cellebroedersstraat, en in meerdere fasen tot stand kwam tussen eind jaren 1890 en eind jaren 1970.

Historiek

Op een terrein grenzend aan Jezusstraat en Cellebroedersstraat werd in 1897-1899 door het Ministerie van Spoorwegen, Posterijen en Telegrafen het Hoofdkantoor voor Telegraaf en Telefoon van Antwerpen opgericht. Ontwerper van het klassiek geïnspireerde, eclectische gebouwencomplex was architect in overheidsdienst F. Tondeur, die in dezelfde periode ook voor de Posterijen meerdere gebouwen tot stand bracht in Antwerpen, waaronder de postkantoren van het Sint-Jansplein en de Jezusstraat. Het Hoofdkantoor voor Telegraaf - eind jaren 1940 verbouwd en eind jaren 1970 gesloopt - besloeg het oostelijk deel van het terrein met voorgevel aan de Jezusstraat. Het nog bestaande Hoofdkantoor voor Telefoon besloeg het westelijk deel van het terrein, voordien ingenomen door het voormalige cellebroedersklooster. Deze orde die zich toelegde op ziekenzorg en lijkbezorging, ook lollaarden of alexianen genoemd, was hier gevestigd vanaf midden 16de eeuw tot de opheffing in 1795. De oprichting van het Hoofdkantoor voor Telefoon, de eerste telefooncentrale van Antwerpen, viel samen met de uitbouw van het telefoonnetwerk in België, waartoe het Ministerie van Spoorwegen, Posterijen en Telegrafen in 1896 de aanzet had gegeven. Uit dezelfde periode dateert het Hotel Centrale Téléphonique in de Strostraat 5 te Brussel, een gebouw van gelijkaardige omvang en typologie ontworpen door de architect L. Van der Aa in 1895.

Het Hoofdkantoor voor Telegraaf en Telefoon werd in 1946-1954 een eerste maal uitgebreid door de Regie van Telegraaf en Telefoon (RTT), een autonoom overheidsbedrijf opgericht in 1930 en omgevormd tot Belgacom in 1991. Ontwerpers van dit nieuwbouwcomplex in een conventioneel modernisme typisch voor de vroeg-naoorlogse overheidsarchitectuur, was de Gentse ingenieur Jules Trenteseau (gevelsteen) in naam van Artec (Algemeen Bouwbureau Architectuur Techniek nv). De bouwplannen vermelden ingenieur-architect H. Somers als medeontwerper. Trenteseau was medestichter en directeur-beheerder van het in 1946 opgerichte studiebureau Artec met hoofdzetel te Brussel en vestigingen in Antwerpen, Gent, Luik en Namen. Het bouwbedrijf Entreprises Genérales Fernand Gillion uit Vorst (Brussel) trad op als aannemer. De eerste fase naar een ontwerp uit 1947, betrof het Hoofdkantoor voor Telegraaf in de Jezusstraat, dat een volledig nieuwe voorgevel kreeg en links en rechts werd uitgebreid met twee kantoorvleugels. De tweede fase naar een ontwerp uit 1949, betrof de uitbreiding van het Hoofdkantoor voor Telefoon in de Cellebroedersstraat, met een nieuwe telefooncentrale gelegen aan de Lange Nieuwstraat. Op te merken valt dat vóór de oprichting van Artec, Trenteseau van 1940 tot 1946 als ingenieur architect in dienst van de RTT had gewerkt. Later in zijn carrière realiseerde hij te Gent voor de RTT de telefooncentrale op de hoek van de Sint-Niklaasstraat en de Bennesteeg opgetrokken vanaf 1954, voor de Rijksuniversiteit Gent onder meer het Ledeganckcomplex van de Faculteit Wetenschappen opgetrokken in 1959-1961, en voor de Gentse Maatschappij voor de Huisvesting onder meer de hoogbouwwijk Groenebriel opgetrokken in 1959-1965 en de recent gesloopte Rabottorens opgetrokken in 1972-1974.

Het gebouwencomplex van de Regie van Telegraaf en Telefoon werd een tweede maal uitgebreid met een nieuwbouwvleugel op de hoek van Meir en Cellebroedersstraat, aansluitend bij het oude Hoofdkantoor voor Telefoon, naar een ontwerp uit 1961. Van dit gebouw in zakelijk modernisme, is de auteur - mogelijk verbonden aan de Directie Gebouwen en Centrales van de RTT te Brussel - niet gekend. Het herbergde een uitbreiding van de telefooncentrale en een reeks winkels met entresol. Architect Gustaaf De Ceulaerde, ontwierp in 1967-1968 de oostelijke uitbreiding van dit laatste gebouw, aansluitend bij het Hoofdkantoor voor Telegraaf in de Jezusstraat. Ter vervanging van dit laatste gebouw, bewaard achter een vernieuwd gevelfront, tekende De Ceulaerde in 1972-1973 ook voor het eerste ontwerp van een laatste uitbreiding, een telefooncentrale met een brutalistisch gevelfront in glas en architectonisch beton. Na weigering van het gevelontwerp door de stad Antwerpen en de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, vanwege de nabijheid van de als monument beschermde Leysstraat, werd in 1975 een volledig nieuw ontwerp ingediend. Dit laatste gebouw in expressieve, brutalistische baksteenarchitectuur door de architect Rud Vael, een voormalig medewerker van de architect Renaat Braem in dienst van de RTT, werd voltooid in 1979. Vael realiseerde in 1985-1986 ook de voormalige gebouwen van de RTT Durmelaan 118 te Lokeren, een postmodernistische complex met oriëntaalse trekken, opgebouwd uit een reeks onderling verbonden, achthoekige paviljoens.

Architectuur

Van het gebouwencomplex van de Regie van Telegraaf en Telefoon worden de drie onderdelen met de grootste erfgoedwaarde hieronder besproken: de nog bewaarde vleugel van het oude Hoofdkantoor voor Telegraaf en Telefoon door F. Tondeur uit 1897-1899, meer bepaald de telefooncentrale in de Cellebroedersstraat, de uitbreiding van deze laatste door Jules Trenteseau uit 1946-1954 in de Lange Nieuwstraat, en de meest recente telefooncentrale door Rud Vael uit 1975-1979 in de Jezusstraat.

Hoofdkantoor voor Telefoon

Het Hoofdkantoor voor Telefoon (Cellebroedersstraat) is een telefooncentrale in klassiek geïnspireerde eclectische stijl, naar een ontwerp door de architect F. Tondeur uit 1897-1899. Opgetrokken op een rechthoekige plattegrond, met een gevelbreedte van negen ongelijke traveeën, omvat het gebouw een souterrain en vier bouwlagen onder een zadeldak. Voor de constructie is gebruik gemaakt van een skeletstructuur bestaande uit I-liggers op gietijzeren kolommen; ijzeren vakwerkkniespanten met opwaarts gebogen onderrand vormen de overkapping, oorspronkelijk uitgerust met drie dakruiters voor de ventilatie. Op de bouwplannen leunt een vandaag verdwenen ventilatieschacht tegen de achtergevel aan. De monumentale lijstgevel, nauwelijks waarneembaar in de smalle Cellebroedersstraat, is opgetrokken uit witte natuursteen, op een geblokte pui uit blauwe hardsteen. Nadrukkelijk horizontaal geleed door de puilijst, de attieklijst en het klassieke hoofdgestel met een gekorniste kroonlijst op modillons, wordt de opstand verticaal geritmeerd door pilasters, een drieledig compositieschema en een alternerend traveeënritme. De rechthoekige vensters en drielichten, verticaal gevat binnen de pilasterorde en horizontaal gegroepeerd tot regelmatige registers, worden gemarkeerd door een entablement op composiete pilasters en een bewerkte borstwering. Waar de flankeerpilasters in hardsteen zijn uitgevoerd, is voor de tussenpijlers van de drielichten gietijzer gebruikt. Het centrale hoofdportaal en de koetspoort in de voorlaatste travee werden later omgevormd tot vensters. Met onder meer de machinezaal en de smidse in de ondergrond, bood de begane grond oorspronkelijk ruimte aan een conciërgewoning, lokalen en werkplaatsen voor werklui, meestergasten en lijnleggers. Een centrale trap leidde vanaf het hoofdportaal - de toegang voor publiek en vrouwelijk personeel - naar de bovenverdiepingen die werden ingenomen door de installaties van de telefooncentrale. Daarbij liep de hoge bovenste verdieping door tot in de dakstructuur.

Telefooncentrale Lange Nieuwstraat

De door de RTT opgetrokken nieuwe telefooncentrale (Lange Nieuwstraat) naar een ontwerp door de ingenieurs Jules Trenteseau en H. Somers uit 1946-1954, vormt een langgerekt, ondiep, en licht welvend gebouw dat de lijnrichting van de Lange Nieuwstraat volgt, en via een afgeronde hoek aansluit op het oude Hoofdkantoor voor Telefoon in de Cellebroedersstraat. Het onderkelderde gebouw met een totale gevelbreedte van twintig traveeën, telt zes bouwlagen ontsloten door een trappenhuis met liften in de centrale dwarsvleugel die tevens ruimte biedt aan toiletten en wasruimtes. De zakelijke, gematigd modernistische architectuur beantwoordt aan het representatieve streven van de overheidsarchitectuur uit de vrooege naoorlogse periode. Opgetrokken met een skeletstructuur uit gewapend beton, is voor het gevelfront een parement uit blauwe hardsteen toegepast. De gevelopstand volgt een drieledig compositieschema, geleed in een onderbouw met getraliede vensters, een door kolossale, getrapte pijlers geritmeerde bovenbouw met oplopend beglazing in metalen schrijnwerk, en een doorlopend beglaasde attiekverdieping als bekroning. Oorspronkelijk bood de begane grond ruimte aan stapelruimte, een conciërgewoning en een open doorgang naar de binnenplaats. De eerste en tweede verdieping omvatten de kantoren van directie en personeel, de derde en vierde verdieping de automatische telefooncentrale en de storingsdienst, de vijfde verdieping de mess met keuken en de leeszaal.

Telefooncentrale Jezusstraat

De telefooncentrale (Jezusstraat) die het oude Hoofdkantoor voor Telegraaf vervangt, is het meest recente gebouw van het complex, opgetrokken in 1975-1979 naar een ontwerp door de architect Rud Vael. Zeven traveeën breed en vijf bouwlagen hoog, onderscheidt het gebouw zich door het expressieve karakter van zijn beton- en baksteenarchitectuur, een combinatie van brutalistische en postmoderne invloeden typisch voor de latere jaren 1970. De anti-industriële geveluitdrukking in artisanaal metselwerk, kadert in het toenmalige streven naar levendigheid en kleinschaligheid in het stadsbeeld. Het veeleer gesloten gevelfront wordt krachtig gescandeerd door oplopende, trapezoïdale erkers, die als verticale sheds in beperkte mate daglicht capteren via noordwaarts gerichte raampartijen. De benedenverdieping met geschakelde winkelpuien suggereert een arcade met betonnen kolommen, als uitbreiding van het voetpad. Oculi en kleine erkertjes geven in de laatste travee de positie van het trappenhuis aan. De terugwijkende attiekverdieping is afgewerkt met een geplooide betonstructuur van parallelle zadeldakjes. Typisch is het patroon van het schrijnwerk uit tropisch hardhout, op basis van ruiten, vierkanten en driehoeken. Behalve de winkels op de begane grond, bood het gebouw op vier open plateaus ruimte voor de technische installaties van de telefooncentrale.


Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

  • Is deel van
    Meir
    Meir (Antwerpen)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Telefooncentrale Regie van Telegraaf en Telefoon [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4886 (Geraadpleegd op 20-10-2019)