Sint-Martinuskerk

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Sijsele
Straat Dorpsstraat
Locatie Dorpsstraat zonder nummer, Damme (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Damme (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Martinuskerk

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Dorpsstraat nr. 118A. Sint-Martinuskerk, neogotische parochiekerk gebouwd in 1890-1892 naar ontwerp van de Brugse architect Antoon Verbeke (1828-1907) ter vervanging van een kerk opgetrokken in twee bouwfasen (ca. 1790, herbouwd in 1837-1838) op de plaats van de middeleeuwse Romaanse kerk. Georiënteerde kerk met achterliggend kerkhof, gelegen ten zuidwesten van het langgestrekte "dorpsplein" gevormd door het bredere centrale tracé van de Dorpsstraat.

Historiek.
Voor zover bekend, bestaan er vóór 800 er in het Brugse Ommeland slechts twee parochies, m.n. Sijsele en Snellegem, die beide teruggaan op grote uitgestrekte Frankische domeinen uit de 6de eeuw, gelegen in de zandstreek en van elkaar gescheiden door de Reie. Kerkelijk maakt het gebied deel uit van het bisdom Noyon-Doornik. Het uitgestrekte domein Sijsele wordt in de 9de eeuw grafelijk bezit onder de eerste graaf van Vlaanderen, Boudewijn I, die dit ca. 862 schenkt aan het Sint-Maartenskapittel van Utrecht. Vóór 875 bestaat er wellicht reeds een bedehuis gewijd aan Sint-Martinus en gebouwd als burchtkapel op het domein van de Heer van Sijsele.
Vermoedelijk in de eerste helft van de 11de eeuw wordt een Romaanse Sint-Martinuskerk opgetrokken als hoofdkerk van de parochie Sijsele. Het is een kruiskerk met een spitse Romaanse vieringtoren en drie altaren: het hoogaltaar voor Sint-Martinus en twee bijaltaren, één voor Sint-Sebastiaan en één voor Sint-Anna. Deze kerk wordt afgebeeld op de kaart van Pieter Pourbus (1561-1571).
In 1559 wordt de parochie Sijsele bij het nieuw opgerichte bisdom Brugge gevoegd.
Tijdens de geuzenstrijd in 1578 wordt de Sint-Martinuskerk verwoest. Erna gebeuren herstellingswerken, o.m. in 1611 aan de voorkerk met gerecupereerd bouwmateriaal afkomstig van de oude kloostergebouwen van de verwoeste Spermalieabdij.
Pas hersteld, wordt de kerk opnieuw toegetakeld door de Hollandse troepen in 1634 en door Franse invallers in 1676; in 1691 brandt de kerk gedeeltelijk af. In de tweede helft van de 18de eeuw wordt de steenweg aan de noordzijde van de kerk aangelegd, wat een directe stimulans betekent tot ontwikkeling van de tot dan toe kleine dorpskern nabij de kerk, met aanpalend kerkhof tot op de huidige steenweg en de ommuurde pastorie aan de westzijde.
In 1706 wordt een nieuw schilderij voor het hoogaltaar gemaakt.
In 1740 maakt de Brugse beeldhouwer Pieter Van Walleghem het borstbeeld van H. Martinus.
Tussen 1760 en 1780 gebeuren er regelmatig herstellingswerken o.m. witbepleistering van het interieur, dichten van de zoldering, aanbrengen van nieuwe vloerbekleding; tevens wordt het kerkbezit regelmatig aangevuld met nieuw meubilair (o.m. communiebank, biecht- en preekstoel, O.-L.-Vrouwaltaar) en schilderijen. Tevens wordt een orgel geplaatst door P. Van Peteghem (Gent).
Ca. 1790 starten grondige verbouwingswerken aan de Sint-Martinuskerk, waarbij het koor en twee traveeën worden herbouwd en verhoogd. De Franse Revolutie maakt evenwel een einde aan de werkzaamheden.
In 1801 wordt de parochie Sijsele bij het bisdom Gent gevoegd en vanaf 1834 opnieuw bij het bisdom Brugge.
Pas in 1802 wordt de Sint-Martinuskerk weer opengesteld. De kerk bevindt zich echter op dat moment nog steeds in een erbarmelijke en zelfs eigenaardige toestand, cf. het nieuw gebouwde deel is hoger dan de oorspronkelijke toren en er is geen zoldering. Er wordt beslist het nog resterende oude gedeelte af te breken en aan te passen aan het reeds herbouwde gedeelte. De kerk- en gemeenteraad vraagt hiervoor toelating aan koning Leopold I en doet beroep op de provinciale bouwmeester op een plan op te maken.
In 1837 vangen de werken voor de bouw van een nieuwe kerk aan onder aannemer Pieter Sabot (Sijsele); ze kan reeds in 1838 in gebruik worden genomen. Tevens wordt het kerkmeubilair teruggeplaatst. In 1841 wordt een doopkapel en een trap voor het doksaal bijgebouwd en een nieuwe natuurstenen tegelvloer gelegd. Pastoor, later kanunnik, Coppieters, aangesteld in 1846, doet vele schenkingen aan de kerk o.m. de doopvont (1846) en een nieuw torenuurwerk met vier wijzerplaten.
Wegens de bevolkingstoename in de 19de eeuw is de pas 50 jaar oude, bovendien bouwvallige, Sint-Martinuskerk te klein geworden. In 1890 vangt men aan met de bouw van de huidige kerk in neogotische stijl naar de plannen van de Brugse architect Antoon Verbeke en uitvoering door aannemer Désiré Declercq (Roeselare). Tijdens de bouwwerken worden de diensten gehouden in een grotendeels houten noodkerk, "berdelenkerk" genoemd, opgetrokken langs de muur van de pastorie.
Op 11 november 1892, Sint-Maartens feestdag, neemt men de nieuwe Sint-Martinuskerk in gebruik. De werken duren evenwel voort, o.m. plaatsen van neogotisch kerkmeubilair: hoogaltaar en O.-L.-Vrouwaltaar (1895), communiebanken en koorgestoelte (1897), altaar van H. Martinus en biechtstoelen (1898). Op 26 september 1898 wordt de nieuwe kerk officieel ingehuldigd door de Brugse bisschop Waffelaert.
In 1903 wordt een nieuwe preekstoel en het eiken portaal geplaatst; in 1905 het orgel dat evenwel in 1969 vervangen wordt door een nieuw.
Ingevolge de aanleg van een nieuw kerkhof ten zuiden van de kerk, wordt in 1929-1931 de oude onderpastorij vervangen door een nieuw gebouw, waarin thans de pastorie is ondergebracht (nr. 124). In 1938 wordt op de plaats van de 18de-eeuwse ommuurde pastorie ten westen van de kerk een nieuwe pastorij en het gemeentehuis opgetrokken (nr. 122).
In de jaren 1950 krijgt het interieur van de kerk een ander uitzicht; zo wordt o.m. het beeldhouwwerk van het hoofdaltaar vervangen en worden de beelden ontdaan van hun polychrome beschildering.

Beschrijving.
Kerk gelegen langsheen de Dorpsstraat, met parking aan de straatzijde en kerkhof (cf. infra) aan de zuidzijde. Aan westzijde, voorliggend plantsoen met vrijheidsboom (linde), oorspronkelijk geplant op de hoek met de Decloedtstraat.
Neogotische kerk opgetrokken op kruisvormig grondplan met vierzijdige westgeveltoren ten noorden van de hoofdbeuk, driebeukig basilicaal schip van vijf traveeën, transept van één travee, hoofdkoor van drie traveeën met driezijdige aspis, geflankeerd door twee vlak afgesloten zijkapellen.
Materiaalgebruik typisch voor neogotiek : rode baksteenbouw met natuursteen voor o.m. versnijdingen steunberen, detaillering vensteropeningen, hoektorentjes en borstwering van de geveltoren; leien zadel- en lessenaardaken; leien torenspits waarin houten dakkapellen onder windbord.
Exterieur. Sober, licht uitspringend westportaal met spitsbogige ingangsdeur; aan weerszijden afwisselend bakstenen en natuurstenen zuiltjes met florale kapitelen op basementen, onder spitsbogige druiplijst; deur met smeedijzeren hengsels; sierankers. Erboven spitsboogvensters met neogotisch maaswerk. Ten noorden, drieledige westtoren voorzien van versneden steunberen op de hoeken; eerste geleding met noordportaal, tweede geleding met gekoppelde spitsbogige blinde muurvlakken, centraal met tracering, derde geleding met gekoppelde spitsbogige galmgaten waarboven uurwerk. Aflijnende boogfries op lisenen. Vier licht uitkragende natuurstenen hoektorentjes met spits waartussen natuurstenen borstwering voorzien van dito maaswerk (rosas- en vierlobmotief); ijzeren windwijzer en haan op top van achtzijdige leien spits.
Zijgevels van lagere zijbeuken en -kapellen en hoeken van transept geritmeerd door versneden en op elkaar geplaatste steunberen; lage plint, per travee spitsboogvenster met neogotisch maaswerk. Boven het dak van de zijbeuken, gekoppelde spitsboogvensters van de middenbeuk. Dwarsbeuken met kenmerkende zijpuntgevels met aandak en bekroond door stenen kruis; lage plint, groot spitsboogvenster met neogotisch maaswerk waarboven kleine spitsboognis. Koorafsluiting met gelijkaardige steunberen waartussen lancetvensters met neogotisch maaswerk.
Boven noordportaal in westtoren, in centrale blinde spitsboognis, natuurstenen beeld van H. Antonius-abt onder baldakijn, hier vereerd als beschermer tegen veeziekten. Aan noord- en zuidgevel omgangskapellen (bas-reliëfs) met taferelen uit het leven van de heilige. Tegen noordzijgevel van dwarsbeuk, houten kruis met Christusbeeld.
Interieur. Bepleisterde en witgeschilderde binnenafwerking. Hoge middenbeuk en lagere zijbeuken afgedekt door bepleisterd kruisribgewelf met open ronde sluitstenen, op doorlopende schalken met natuurstenen consoles. Beuken gescheiden door spitsbogige scheibogen op ronde, natuurstenen zuilen met Corinthische kapitelen en achthoekige basis, waarboven lichtbeuk van gekoppelde spitsboogvensters. Wanden van zijbeuken, transept en koor voorzien van spitsboogvensters; in transept en koor met figuratieve glas-in-loodinvulling. Natuurstenen tegelvloeren.

Mobilair.
Eenvoudig neogotisch kerkmeubilair aangebracht bij de bouw van de nieuwe kerk.
Hoogaltaar, hout, in 1895 geplaatst door De Wispelaere (Brugge), oorspronkelijk beeldhouwwerk in jaren 1950 vervangen.
O.-L.-Vrouwaltaar, hout, in 1895 vervaardigd door de Kortrijkse beeldhouwer Lelou en geschilderd door kunstschilder Wybo (Veurne); H. Martinusaltaar, steen, 1898, gemaakt door het huis Sinaeve-Dhondt (Gent); retabel met gepolychromeerd houten beeld van de patroonheilige geschilderd door het huis Goethals (Gent). Koorgestoelte en communiebank, hout, 1897, l.g. met symbolen van de H. Eucharistie in panelen.
Biechtstoelen, hout, 1898, door het huis Sinaeve-Dhondt (Gent), met o.m. gebeeldhouwde lijdenswerktuigen in rosas en Christus- en Mariamonogram boven de deuren.
Preekstoel, hout, 1903, door het huis Sinaeve-Dhondt (Gent); op kuip panelen met bijbelse taferelen waartussen de vier Evangelisten met hun zinnebeelden.
Doopvont, marmer met koperen deksel, geschonken door pastoor Coppieters in 1846 (uit oude kerk).
Beeldhouwwerk : o.m. borstbeeld van H. Martinus gemaakt in 1740 door de Brugse beeldhouwer Pieter Van Walleghem (zijaltaar); beeld van O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans; houten madonnabeeld uit 1954; kopie van 13de-eeuws Mariabeeld van Spermalie (thans bewaard in de Brugse Begijnhofkerk); beeld van H. Antonius met kind; beeld van O.-L.-Vrouw met kind en H. Antonius; Piëta door Maison A. Denis (Brussel); houten apostelbeelden.
Figuratieve glasramen, niet gesigneerd, geschonken o.m. door familie Coppieters.
Geschilderde kruisweg op panelen.
Obiits met o.m. wapen van pastoor Coppieters.
Orgel, 1969, Jos. Loncke en zoon (Esen), waarin restanten van het vorige orgel (1905) door G. Cloetens (Brussel) verwerkt.

BLONDEEL C.; GODDYN P., Sijsele in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1975, afb. 1, 2, 5,
DENORME C., Kerkelijke geschiedenis van Sijsele, in 1000 jaar Sijsele, Brugge, 1976, p. 49-84.
FAUCONNIER A.; ROOSE P., Het historische orgel in Vlaanderen, deel IVa, Provincie West-Vlaanderen (Arrondissement Brugge en Oostende), Brussel, 1986, p. 292.
RAU J., Het Damme van toen en omgeving, Brugge, 1981, p. 120, 122.
TANGHE G.F., Beschryving van Sysseele, Brugge, 1858.
VAN DEN BON A., Uit de geschiedenis van het duizendjarige Sijsele, in 1000 jaar Sijsele, Brugge, 1976, p. 7-48.
VAN HAECKE, B., Wegwijs in Damme en omgeving, Brugge, 1985, p. 72-73.
VAN POUCKE G., Archiefbeelden Damme, v.z.w. 't Zwin Rechteroever Grondgebied Damme/Gloucestershire, 2003, p. 18.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Dorpsstraat

Dorpsstraat (Damme)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.