erfgoedobject

Sint-Jozefscollege

bouwkundig element
ID: 87299   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/87299

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Sint-Jozefscollege
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Bruggestraat nr. 23. Sint-Jozefscollege, deel van scholengroep Sint-Rembert. Scholencomplex gelegen tussen Bruggestraat, Sint-Jozefstraat, de spoorweg en de Papebrugstraat.

Complex gebouwenbestand met meerdere vleugels en gebouwengroepen. Straatvleugel evenwijdig aan de Bruggestraat, ten oosten hiervan twee haaks hierop gepositioneerde vleugels, de voormalige muzieklokalen, die de straatvleugel visueel verbinden met de achterliggende neogotische kapel.

Geschiedenis van de site.

De geschiedenis van het Sint-Jozefscollege start wanneer in 1846 de normaalschool, voorheen een deel van het Klein Seminarie te Roeselare, wordt overgebracht naar Torhout, aanvankelijk naar het oude hospitaal ten Walle en later naar het in 1810 opgerichte pensionaat van Pieter Behaeghel (1783-1857). In 1850 wordt op de speelplaats van het pensionaat een neoclassicistisch 'voorgebouw' opgetrokken tegen de bestaande bebouwing, cf. mutatieschets van 1852. In de linker vleugel wordt het pensionaat ingericht, in de rechter vleugel de normaalschool. In 1854 koopt het bisdom de schoolgebouwen. De school wordt achtereenvolgens uitgebreid met een oefenschool voor de studenten van de normaalschool (1861-1863), een gymnastieklokaal (1874), nieuwe lokalen voor de zusters (1895-1896), de muzieklokalen (1895, cf. mutatieschets van 1896, het kadaster vermeldt de oprichting van een muziek- en gymzaal door de overste van het Roeselaarse Klein Seminarie), de neogotische kapel (1896, cf. mutatieschets van 1899). De school wordt in 1918 gebruikt als veldhospitaal.
De ontwikkeling van het complex gaat verder in de 20ste eeuw: in 1937 wordt een bioscoop gebouwd, in 1947-1951 wordt de school uitgebreid met het Vrij Technisch Instituut, in 1952 wordt het regentaatsgebouw gebouwd (cf. Sint-Jozefstraat nr. 1). Vanaf de jaren 1960 grote bloei van onder meer de normaalschool, gekoppeld met een grote bouwactiviteit (terreinen naar de spoorweg op). Sinds 1998-2000 is het Sint-Jozefinstituut opgenomen in de scholengemeenschap Sint-Rembert.
In 1933 wordt het oorspronkelijk witbeschilderde en bepleisterde parement van de hoofdvelugel vervangen door het huidige geelbakstenen parement (wellicht door ontpleistering van het bestaande parement). Hierbij worden de vensters van de rechter zijgevel grotendeels dichtgemaakt.

Beschrijving.

Straatvleugel. Neoclassicistisch 'voorgebouw' met geelbakstenen parement (1933) boven sokkel van grote arduinstenen. Imposant symmetrisch gebouw van drieëntwintig traveeën en drie bouwlagen onder schilddak (blauwe pannen). Licht getoogde vensters in bakstenen omlijstingen voorzien van oren en neuten; arduinen onderdorpels. Hoeken gemarkeerd door gevelhoge geblokte pilasters. Licht vooruitspringend middenrisaliet van vijf traveeën onder bekronend driehoekig fronton met halfrond venster en markerende lantaarntoren: rondboogportaal en -vensters onder doorgetrokken arduinen druiplijst, imitatiebanden, hierboven over de verdiepingen doorlopende pilasters met arduinen sokkels en kapitelen, waartussen licht getoogde vensters, klein fronton met wapenschild boven centraal venster op de eerste verdieping. Deels bewaard beschilderd houtwerk met kruisindeling en kleine roedeverdeling. Het houtwerk van de rondboogvensters heeft een grote roedeverdeling, wat nog teruggaat op de situatie van voor 1933. Vleugeldeur met waaiervormig bovenlicht, dito raam in het fronton.
Links, aansluitend interbellumgebouw (/Sint-Jozefstraat) onder lager zadeldak. Rechthoekige muuropeningen, bewaarde beschilderde schuiframen met grote roedeverdeling in de bovenlichten. Ter hoogte van de Sint-Jozefstraat, nis met beeld Sint-Jozef.

Plattegrond: grote inkomhal met aan beide kanten een centrale gang met lambrisering, waarop meerdere salons en vertrekken aansluiten. Op de verdiepingen een gelijkaardige indeling met een centrale gang waarop de vertrekken aan beide zijden aansluiten. Tweebeukig gebouw, de achterste vleugel loopt in U-vorm verder rondom de speelplaats, hierop sluiten andere schoolgebouwen aan (deze situatie komt tot stand tussen 1852 en 1896 cf. vergelijking van mutatieschetsen). Deels verbouwde achtergevel.

Interieur. Ruime inkomhal (nu verbouwd) met een rechthoekige houten gedenkplaat voor de gesneuvelde studenten en oud-leerlingen van de Tweede Wereldoorlog, met bovenaan in het midden in reliëf het Belgische wapenschild met bijstukken, links het wapenschild van Torhout en rechts het wapenschild van West-Vlaanderen en onderaan een gestileerde palmtak, een zwaard gekruist met toorts. Opschrift: "+ AAN ONZE STUDENTEN EN OUDSTUDENTEN SLACHTOFFERS VAN DEN WERELDOORLOG 1940-1945.", "SOLDATEN", de namen, "WEERSTANDERS", de namen, "WEGGEVOERDEN", de namen, "GEDOOD BIJ BOMBARDEMENTEN", de namen, "MOGE HUN OFFERVAARDIGHEID HET NAGESLACHT TOT VOORBEELD STREKKEN".
Gang met bewaarde vleugeldeuren met waaiervormig bovenlicht, kleurrijke cementtegelvloer en lambrisering van gebakken aardwerk.
Meerdere gaaf bewaarde salons op de benedenverdieping. Voormalige priesterrefter van 1919-1920 met art-nouveau-inrichting voorzien van lambrisering, deuren en vensters met gebogen lijnvoering, vervaardigd door Omer Verlinde (Torhout) (cf. inscriptie); gelijkaardig uitgewerkte natuurstenen schouw met opschrift "FLAM NESCAT IGNE CARITAS". Recent behang geïnspireerd op papier van William Morris.
Voormalige directeurskamer, ca. 1945-1950 ingericht met eikenhouten parket, lambrisering en plafond vermoedelijk naar ontwerp van architect Willem Nolf (Torhout). Kachelschouw bezet met Torhouts aardewerk. Meerdere ontvangskamers aan de straatzijde, heden ingericht als bureaus, met parketvloer (visgraat), lambrisering, marmeren schouw en plafond voorzien van eenvoudig lijstwerk.
Aan de noordzijde van de gang een aansluitende art-decotrappenhal (interbellum) met lambrisering.
Neoclassicistische kapel, ca. 1850 ingericht op de eerste verdieping van het oorspronkelijke schoolgebouw. Rechthoekige ruimte met halfronde absis, getypeerd door pilasters en rondboogvormig lijstwerk; aansluitende sacristie. Gemarmerd altaar met tabernakel; fraai versierde koor- en communiebanken met voorstelling van bijbelse taferelen.

Op de eerste verdieping van het interbellumgebouw, art-decorookkamer. Opmerkelijk ensemble met bewaarde parketvloer, houten wanden met opschrift "ECCE NUNC LAETO VULTU GAUDEAMUS", meubilair en een marmeren schouw in de vorm van een afgeplatte mijterboog.

Beeldbepalende muziek- en gymlokalen, in 1895 haaks opgetrokken ten oosten aan de achterzijde van de straatvleugel. Parallelle roodbakstenen volumes van twee bouwlagen onder schilddaken (blauwe mechanische pannen, verzorgde gootlijst op klossen), sierankers. Deze sierlijke gebouwen worden gemarkeerd door zware rondboogarcades op arduinen zuilen, en aan de zuidwestzijde (muzieklokaal) een brede houten loggia met drieledige steekboog en balustrade, uitkragend op zware korbelen. Aansluitende lage volumes onder zadeldaken met tuitgevels (blauwe Vlaamse pannen). Rechthoekige en getoogde muuropeningen, eerst genoemde verdiept in nis. Bewaard beschilderd houtwerk, onder meer grote drieledige vensters met roedeverdeling.
De ruimte tussen de volumes functioneert als zichtas tussen het hoofdgebouw en de neogotische kapel.

Neogotische kapel van 1896 (mutatieschets 1899) naar ontwerp van bouwkundige De Nys-Corbonnez (Roeselare). Zowel tijdens de Eerste als de Tweede Wereldoorlog beschadigd en naderhand hersteld. Renovatie aan het einde van de jaren 1960, waarbij een belangrijk deel van het meubilair verdwijnt en de neogotische polychrome binnenschildering overschilderd wordt. In de jaren 1990 opnieuw gerenoveerd. Nieuw meuliair vervaardigd uit de restanten van het neogotische meubilair; interieur krijgt huidige roze afwerking.
Bakstenen kapel op rechthoekige plattegrond samengesteld uit een koor met twee flankerende sacristieën, schip van zes traveeën en portaal onder het doksaal. Leien bedaking met dakruiter. Voorgevel getypeerd door drie Brugse traveeën met neogotische aflijning, aandak en tuitgevel. Centrale travee met spitsboogpoort onder arduinen druiplijst, drielicht op afzaat en spitsboognis met beeld van H. Jozef in gevelpunt. Zijgevels geritmeerd door versneden steunberen, waartussen gekoppelde lancetvensters op afzaat. Dubbele tandlijst.
Koor met vijfzijdige sluiting, geordonneerd door versneden steunberen en lancetvensters op afzaat.

Bepleisterd interieur overkluisd met spitsboogvormig tongewelf met gordelribben. Verdiepte steekkapnissen ritmeren de wanden die opengewerkt zijn met gekoppelde spitsboogvensters.
Koor, heden ingericht als bezinningskapel, met brandglasvensters: voorstellingen van Aloysius van Gonzaga en Godelieve, Maria en Karel de Goede, H. Hart en Donatianus, Sint-Jozef en Sint-Petrus Banden, Gregorius en Cecilia. Kruisweg (1996), vervaardigd door Armand Demeulemeester.

Voorts rondom de speelplaats, bewaarde vleugels van twee bouwlagen uit het laatste kwart van de 19de eeuw: ritmering door middel van gesuperposeerde vensterpartijen, al dan niet opgenomen in een Brugse travee. Het gebouw van twaalf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (mechanische pannen), ten zuidoosten van de straatvleugel is vermoedelijk de gymnastiekzaal van 1874, cf. de over de twee bouwlagen doorgetrokken vensters rechts, met getrapte dakvensters. Segmentboogvensters verdiept in gedrukte spitsboogvormige nissen. De rechter traveeën (turnzaal) zijn getypeerd door versneden steunberen, waartussen over de verdiepingen doorgetrokken vensters. Bewaard beschilderd houtwerk met kruisindeling en kleine roedeverdeling.

Ten oosten hierop aansluitende voormalige theater- en bioscoopzaal van 1937 (cf. gedenksteen met opschrift "GEHEILIGD AAN GOD / GEWYD AAN DE STUDIE / OPGERICHT VOOR DE KUNST / DOOR HENRICUS BISSCHOP VAN / BRUGGE BY HET EEUWFEEST DER / NORMAALSCHOOL TEN JARE / 1937"). Baksteenbouw getypeerd door grote vensterpartij.

Ten zuiden van kapel, baksteenbouw (mogelijk uit de jaren 1940-1950) onder zadeldak met onregelmatige gevelordonnantie, getypeerd door vensterpartijen gevat in arduinen omlijsting. Opmerkelijke trappenhal met sobere volle trapleuning met houten handlijst. Trappenpartij gemarkeerd door kleurrijke tegels.

Bronzen beeld van Sint-Jan Bosco met opschrift "SINT JAN BOSCO / HEILIGE OPVOEDER / BID VOOR ONS" (vermoedelijk interbellum).

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Torhout, 1852/4, 1861/ 110, 1899/9.
PROVINCIALE BIBLIOTHEEK EN DOCUMENTATIECENTRUM WEST-VLAANDEREN, Iconografische collectie.
JACOBS M., Zij, vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1996, p. 396.
LECOMTE E., Pro Memoria, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring Het Houtland, Torhout, 1994, p. 92-95. (5. De oudste kapel van het Sint-Jozefsinstituut)
MESTDAGH M., Archiefbeelden Torhout, Gent, 2002, p. 69-77.
MESTDAGH M., Torhout. De geschiedenis van een stad, Torhout, 2000, p. 215-219.
Open monumentendag 2005, patrimonium scholengroep Sint-Rembert campus noord.
WINDELS R., Kroniek van de Torhoutse Normaalschool, 1838-1958, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring Het Houtland, Torhout, 1988, p. 56-73.


Bron     : Vanneste P. met medewerking van Moeykens S. & Callens T. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Torhout, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL28, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Vanneste, Pol


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Sint-Jozefscollege [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/87299 (Geraadpleegd op 19-09-2020)