Gebeurtenis

Inventarisatie bouwkundig erfgoed Brakel

geografische inventarisatie
ID
489
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/489

Beschrijving

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Brakel gebeurde in 1999 voor wat betreft veldwerk en fotografische registratie. Het inventaristeam van de toenmalige Afdeling Monumenten en Landschappen selecteerde in Brakel, dat bestaat uit centrumgemeente Nederbrakel en deelgemeenten Opbrakel, Elst, Michelbeke, Zegelsem, Everbeek, Parike en een deel van Sint-Maria-Oudenhove, 396 panden en constructies met erfgoedwaarde. Het project werd gefinaliseerd in 2008 met het publiceren van het fotomateriaal en de inventaristeksten op de inventariswebsite.

Context en doelstelling

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Brakel situeert zich in de eindperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in België. In het jaar 2000 valt de beslissing de boekenreeks Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen stop te zetten. In 2004 publiceert men de laatste boekdelen voor de provincie Antwerpen, in 2005 werkt men Limburg af. Na de twee oudste, tweetalige boekdelen, waarvan één voor het arrondissement Leuven en één voor het arrondissement Nijvel, verschenen er van 1975 tot de stopzetting van de publicatiereeks 19 nummers met in totaal 56 volumes. Daarmee bevat de reeks de inventarissen van 243 van de toen 308 Vlaamse gemeenten. De provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant werkte men helemaal af. Op het moment dat de beslissing valt, moest men in Oost-Vlaanderen aan de inventarissen van nog 16 gemeenten beginnen.

De teksten voor de inventarissen van de zes Oost-Vlaamse gemeenten die voorzien waren voor boekdeel 15N4 (Arrondissement Oudenaarde, kantons Kruishoutem, Brakel en Horebeke) waren bijna klaar voor druk; een druk die echter nooit zou plaatsvinden. Voor de gemeenten Brakel, Horebeke, Kruishoutem, Lierde, Zingem en Zwalm werd het veldwerk en de selectie in 1999-2000 uitgevoerd, goed voor een totaal van circa 1260 erfgoedobjecten. Het onderzoek en het uitwerken van de teksten volgde meteen. Het tekstmateriaal werd per gemeente in ongepubliceerde, geprinte bundels zonder illustraties ter beschikking gesteld. Tegelijkertijd werd de basisinformatie, bestaande uit adresgegevens en typering, op de inventariswebsite gepubliceerd. In 2008 werden aan die basisfiches de foto’s en de teksten toegevoegd, zodat op dat moment alle inventarisgegevens publiek beschikbaar waren.

De doelstellingen van de inventarisprojecten in deze zes gemeenten zijn net dezelfde als die van de gemeenten die als laatste in de boekenreeks werden gepubliceerd. De drieledige missie uit de beginjaren blijft de basis, aangevuld in de jaren 1990 met een vierde doelstelling:

  1. De inventaris wil een beschermingsinstrument zijn als uitgangspunt voor op te stellen lijsten van te beschermen monumenten en stadsgezichten.
  2. De inventaris wil een gids zijn voor de architectuur van de streek.
  3. De inventaris wil door een eerste, uiteraard verbeterbaar overzicht van het bouwkundig erfgoed te geven, een uitgangspunt vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek.
  4. De inventaris wil een hulpmiddel bieden aan lokale besturen ter ondersteuning van het gemeentelijk beleid inzake het architecturale patrimonium.

Methodologie

Voor de opmaak van deze inventarissen van de gemeenten Brakel, Horebeke, Kruishoutem, Lierde, Zingem en Zwalm gebruikte men de basisprincipes van de inventarismethodologie van het project Bouwen door de eeuwen heen. Veldwerk vanop de openbare weg is de basis voor de evaluatie en de selectie van het bouwkundig erfgoed. Registratie van de visuele waarnemingen ter plaatse op een veldwerkfiche en fotografische opnamen vullen elkaar aan.

Aanvankelijk nam men het arrondissement als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek, de selectie en de publicatie in boekdelen. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventarissen per arrondissement al snel niet meer haalbaar, waardoor men overschakelde naar kantons. Die opdeling voorzag men ook voor reeksnummer 15N4, dat de kantons Kruishoutem, Brakel en Horebeke zou bevatten. Het aantal verzamelde gegevens (circa 1260), maakte een opdeling in minstens twee boekdelen alvast legitiem. De publicatie van de gegevens vond nooit plaats; het opzet van de teksten volgde natuurlijk strikt de richtlijnen en het stramien van de inventarismethodologie.

Bij de eerste inventarissen maakte men de beschrijving van panden en constructies op basis van een visuele evaluatie en screening van het erfgoed ter plaatse. Vanaf de jaren 1990 vulde men dat aan met onderzoek van beschikbare literatuur en archiefonderzoek, waarbij het onderzoek in het archief van het kadaster steeds systematischer werd uitgevoerd. Deze bouwhistorische achtergrondinformatie kon de gebouwen in hun context situeren, hun vroegere functie en evolutie belichten, en op die manier de erfgoedwaarde extra motiveren. Deze contextuele aanpak resulteerde in de introductie van beschrijvingen van straatbeelden en (deel)gemeente-inleidingen. Bij het begin van elk boekdeel ten slotte legde een algemene inleiding per arrondissement of kanton het verband tussen het bouwkundig erfgoed en de geografische, landschappelijke en historische en stedenbouwkundige omgeving en evolutie. Omdat afgestapt werd van de publicatie in boekvorm, zijn de algemene inleidingen voor de kantons Kruishoutem, Brakel en Horebeke achterwege gelaten.

Waarden en criteria voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed

Men selecteert panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat moment geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Brakel, dat bestaat uit centrumgemeente Nederbrakel en deelgemeenten Opbrakel, Elst, Michelbeke, Zegelsem, Everbeek, Parike en een deel van Sint-Maria-Oudenhove gebeurde in 1999. Men gebruikte bij de inventarisatie de criteria opgenomen in het decreet van 3 maart 1976 en gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995. Vanaf 1976 wordt bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Er is grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteert men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van de gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, krijgen systematisch hun plaats in de inventarissen. Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden. Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, is het volledig achterwege laten van de chronologische limiet, wat het toekennen van erfgoedwaarde aan recent gebouwde panden en constructies mogelijk maakt. Verder houdt men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.

Deze waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. Het is de globale beoordeling die het uitgangspunt vormt voor de evaluatie. Voor opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed dienen de waarden en criteria afgetoetst te worden binnen het geografische kader van het inventarisproject. Met andere woorden: de opname van een gebouw of object in de inventaris wordt nooit object per object besloten, maar steeds in het kader van de erfgoedwaardeafweging van een groep van gebouwen of objecten per regio en/of per type.

Op basis van deze waarden en criteria selecteerde het inventaristeam in 1999 in Brakel 396 panden en constructies met erfgoedwaarde voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed. In centrumgemeente Nederbrakel werden de meeste panden en constructies geselecteerd, goed voor 159 fiches. Deelgemeente Opbrakel heeft 47 fiches, Elst heeft 22 fiches, Michelbeke 28 fiches, Zegelsem 39 fiches, Everbeek 77 fiches, Parike 12 fiches en het Brakelse deel van Sint-Maria-Oudenhove telt 12 inventarisfiches. In de inventaris bouwkundig erfgoed van Brakel is erfgoed opgenomen dat getuigt van in oorsprong landelijke gemeenten, waarvan een aantal kernen verstedelijkt zijn. Parochiekerken, pastorieën, dorps- en burgerwoningen met een eerder conventionele architectuur, en hoeves met losse, gesloten of semigesloten opstelling van de gebouwen vormen het basiserfgoed. De heuvelachtige ligging, met talrijke beken, verklaart de aanwezigheid van waterbedrijven en watermolens. De vele wegkapellen en wegkruisen vallen op in de inventaris, net als de concentratie van onderwijsgebouwen, waaronder een aantal grote complexen die naam maakten tot ver buiten de gemeente. Vooruitstrevende architectuur uit de tweede helft van de 20ste eeuw is niet opgenomen in de inventaris, wat getuigt van een lang doorlevende schroom om hedendaagse architectuur als erfgoed te waarderen.

Spilgemeente Nederbrakel is voornamelijk een woon- en pendel- en in mindere mate een landbouwgemeente, die haar agrarisch karakter in de loop van de tweede helft van de 20ste eeuw is verloren. Het betreft een sterk verstedelijkt gebied met bebouwing geconcentreerd rond de verkeersaders die het centrum doorkruisen en teruggaan op het oudere wegennet. Behalve parochiekerk en pastorie, vinden we vooral woonarchitectuur in de inventaris bouwkundig erfgoed terug. Aan de hoofdassen, voornamelijk bebouwd met hedendaagse woningbouw en twee sociale woonwijken, is er bebouwing met erfgoedwaarde geselecteerd uit de eerste helft van de 20ste eeuw, de 19de eeuw en sporadisch uit de 18de eeuw. Het gaat vooral om woningen in een conventionele bouwstijl, bijvoorbeeld heren- en burgerhuizen met neoclassicistische lijstgevels, en woningen met rode bakstenen gevels, soms met een lichte art-deco- of modernistische toets, uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Opvallende concentratie van schoolgebouwen in de Kasteelstraat. De talrijke panden uit de tweede helft van de 19de eeuw getuigen van de economische opbloei van de gemeente tot een centrum met nagenoeg kleinstedelijke allure.

Buiten de dorpskern werd van de verspreide bebouwing een aantal kleinschalige gemengde landbouwbedrijven (vee- en graanteelt), waarvan enkele opklimmen tot de 18de of de 19de eeuw, opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed. Het betreft vooral hoeves met losse bestanddelen of semigesloten hoeves, waarvan een groot deel na beëindiging van de uitbating omgevormd tot woning.

Veel gebouwen met industrieel-archeologische waarde zijn verdwenen. Van de zeven, over het grondgebied verspreide, water- en windmolens en twee rosmolens kon enkel de zogenaamd "Slijpkotmolen" geregistreerd worden in de inventaris. Verder telt de inventaris slechts enkele architecturale getuigen van de vele brouwerijen en één stokerij die gemeente begin 20ste eeuw nog telde. Hetzelfde geldt voor de plaatselijke textiel-, kleding- en handschoenindustrie. Typisch voor de streek is de aanwezigheid van zuiver bronwater, waardoor hier in het begin van de 20ste eeuw waterbedrijven ontstonden, bijvoorbeeld de "Top Bronnen" en "Koningsbronnen".

In deelgemeente Elst ligt één van de oudst bekende watermolensites in ons land, teruggaand tot de 9de eeuw. De deelgemeente heeft een bosrijk, landelijk karakter, dat meer en meer verdrongen wordt door de woonfunctie. De bewoning concentreert zich in de kleine dorpskern gekenmerkt door rijhuizenbouw, en in een aantal oude gehuchten. In de inventaris is een selectie van typische dorpsarchitectuur opgenomen, zoals lage dorpswoningen, de kerk en pastorie en eind-19de-eeuwse en begin-20ste-eeuwse klooster- en schoolgebouwen. In en rond de woonkernen zijn er opvallend veel kapellen geregistreerd. Verder staan in de inventaris een aantal gesloten of semigesloten hoevesites beschreven, en een stenen windmolenromp op de hoogste plek van Elst.

Voor deelgemeente Everbeek zijn 77 inventarisfiches opgemaakt. Er zijn twee kernen aanwezig in Everbeek: Everbeek-Boven en Everbeek-Beneden, telkens met kerk en pastorie en omliggende dorpsbebouwing. Everbeek-Beneden heeft een oude dorpskern, met bijvoorbeeld een pastorie uit de 17de eeuw, en een enigszins verstedelijkt karakter. Het centrum van Everbeek-Boven is getypeerd door jongere bebouwing, met parochiekerk, pastorie en eigen gemeenteschool uit het derde kwart van de 19de eeuw. Everbeek telde voorheen meerdere historische sites met walgrachten; de meeste zijn volledig verdwenen, van een aantal konden de resterende gebouwen geregistreerd worden in de inventaris. Van het ooit sterk landelijke karakter van deze deelgemeente getuigen de talrijke hoeves in de inventaris, doorgaans (semi)gesloten of met losse bestanddelen. Het inventaristeam nam ook een zeldzame rest van versteende hout- en leembouw op. Andere getuigen van het landelijke karakter zijn een watermolen en de romp van de Kapellekoutermolen. Opvallend in Everbeek zijn de talrijke veldkruisen en wegkapellen, de meeste met een oude standplaats.

Michelbeke wordt gekenmerkt door een kleine landelijke, historische dorpskern met eenvoudige bebouwing. Kenmerkend is het enorme contrast tussen het typische silhouet van kleinschalige dorpskern met parochiekerk en de imposante hoogbouw van de onderwijsinstelling Stella Matutina. Rondom de dorpskern, eind-20ste-eeuwse woonuitbreiding, en verspreide gesloten en semigesloten hoeves, vaak met oude kern. Het stationsgebouw is in de inventaris opgenomen, als getuige van de 19de-eeuwse spoorlijn Aalst-Zottegem-Ronse.

Opbrakel is een landbouwdorp met toenemende woonfunctie. In de inventaris bouwkundig erfgoed is zijn talrijke getuigen opgenomen van het 19de-eeuwse kleinschalige dorpskarakter. De dorpskerk met omliggende kleinschalige bebouwing ligt excentrisch bij de noordoostelijke grens aan de weg naar Nederbrakel. De oude weg naar Ronse (Leinstraat) kende reeds voor de 19de eeuw een opvallende bebouwingsdensiteit. In de 19de eeuw was er een opvallende toename van de bewoningsconcentratie bij de kerk en de inplanting van voorzieningen zoals klooster, school en hospitaal. Het kleinschalige karakter werd in de 20ste eeuw doorbroken door grote gebouwencomplexen, zoals de site die uitgebouwd werd bij het voormalige moederhuis van de congregatie der zusters penitenten van Sint-Franciscus van Assisi. Opbrakel kende geen industriële vestigingen tenzij vertegenwoordigers van de traditionele ambachtelijke agrarische nijverheden; als getuigen daarvan zijn in de inventaris het bouwpuin van een watermolen aan de Pieter Hoelmanstraat en een recent heropgebouwde stenen windmolen op Verrebeke opgenomen. Rond de dorpskern registreerde het inventaristeam hoeves met erfgoedwaarde, vaak in gesloten of semigesloten opstelling, en kruisen en kapellen die langs de wegen verspreid zijn. Het kleinschalige, landelijke stationsgebouw, ver van de dorpskern gelegen, getuigt van de ontsluiting van het gebied door de spoorlijn Zottegem-Ronse uit 1885.

Parike is de kleinste deelgemeente van Brakel, waarvoor het inventaristeam 12 fiches opmaakte, getuigen van het vroegere landelijke dorpskarakter. Bescheiden dorpskom, ter hoogte van de kerk voornamelijk ontwikkeld aan de steenweg. Enkel daar komt zeer beperkt aaneengesloten dorpsbebouwing voor. De recente toename van alleenstaande woningen aan twee verbindingswegen, hebben het aanzien van de bebouwde kern en het landelijk karakter van dit dorp sterk veranderd. Hof ter Planken, historisch gelinkt aan de Gentse Sint-Pietersabdij, is een van de oudste hoeves van Brakel.

Ook voor Sint-Maria-Oudenhove werden maar 12 inventarisfiches geschreven. De verklaring hiervoor is dat de dorpskern van Sint-Maria-Oudenhove zich op het grondgebied van Zottegem bevindt. Bij de fusie werd maar een klein deel van het dorp bij Brakel gevoegd. Het erfgoed geeft een beeld van het landelijke karakter van vroegere gemeente, met hoeves, een dorpscafé in een boerenwoning, en een opvallende architectenwoning gebouwd in 1914-1918. Het kasteeldomein Norman, nu het Sint-Franciscusinstituut, omvat een lyceum met internaat, een vrije lagere basisschool en moederklooster van de zusters van de congregatie van Sint-Franciscus van Opbrakel.

Deelgemeente Zegelsem is een landbouwdorp in de Vlaamse Ardennen met toenemende woonfunctie. Het wordt gekenmerkt door een bescheiden landelijk dorpscentrum met verheven kerk en pastorie. In de inventaris bouwkundig erfgoed vinden we verder het klooster en schoolgebouw, gemeenteschool met onderwijzerswoningen terug, het gemeentehuis met een zeer conventionele jaren 1950-architectuur, bescheiden dorpswoningen en een aantal dorpscafés. Rondom de dorpskern zijn wegkapellen en hoeves met erfgoedwaarde geregistreerd, vooral gesloten en semigesloten hoeves. 

Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  :


Relaties

Is deel van

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Reepstraat 7 (Brakel)
Zijdelings aan de straat palend burgerhuis waarvan elementen getuigen van een vroegere woning, opklimmend tot het tweede kwart van de 19de eeuw; in de tweede helft van de 19de eeuw uitgebreid en aangepast. Huidig uitzicht echter in historiserende stijl bepaald door nieuw gevelparement van bak- en zandsteen, aangebracht circa 1970. Siertuin omheind door behouden bakstenen muur uit de tweede helft van de 19de eeuw; bakstenen tuinpaviljoen. Fraai ijzeren toegangshek.


Spoorwegstraat 54-56, 54B, 56A (Brakel)
Ensemble van woonhuis met bijhorend bedrijfsgebouw, wellicht uit de tweede helft van de 20ste eeuw.


Oude Blekerijstraat zonder nummer (Brakel)
Omhaagde kapel in straatbocht, gebouwd in 1904 naar verluidt voor het bekomen van een genezing. Gewit rechthoekig bakstenen gebouwtje onder zadeldak met dakoverstek.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Inventarisatie bouwkundig erfgoed Brakel [online] https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/489 (Geraadpleegd op )