Gebeurtenis

Inventarisatie bouwkundig erfgoed Lochristi

geografische inventarisatie
ID
548
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/548

Beschrijving

De inventaris bouwkundig erfgoed van de gemeente Lochristi en deelgemeenten Beervelde, Zaffelare en Zeveneken werd gepubliceerd in 1993 in boekdeel 12n4 van de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Een inventaristeam van het Bestuur Monumenten en Landschappen binnen het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap maakte de inventaris op. De optekeningsperiode ter plaatse liep van 1981 tot eind 1992. De inventarisatie van bouwkundig erfgoed in Lochristi, Beervelde, Zaffelare en Zeveneken leverde 305 inventarisfiches op.

Context en doelstelling

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Lochristi situeert zich in de hoogtijperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. De inventaris vormde in de jaren 1990 een essentieel instrument binnen het beleid van de opeenvolgende ministers Johan Sauwens en Luc Martens. Allebei wilden ze een snelle afwerking en een actualisatie van de inventaris, om een optimaal beschermingsbeleid te kunnen voeren. Gedreven door deze beleidsvisie, publiceerden de inventaristeams in Vlaanderen in de jaren 1990 negentien boeken, dubbel zoveel als wat ze in het vorige decennium realiseerden. In Oost-Vlaanderen waren er twee inventaristeams aan de slag, die zes boekdelen publiceerden in de jaren 1990. Ze finaliseerden het arrondissement Gent met drie boeken (12n3, 4 en 5) en rondden het arrondissement Oudenaarde af, waarvan de inventaris in drie boekdelen werd gevat (15n1, 2 en 3).

De inventaristeams, waarvan er in elk van de vijf provinciale buitendiensten één was, stonden niet enkel in voor het inventariseren, maar hadden ook de opdracht op basis van de resultaten van deze inventarissen beschermingsvoorstellen op te maken en de procedures op te volgen. Die koppeling tussen inventariseren en beschermen vertraagde in Oost- en West-Vlaanderen het inventaristempo. De onderzoekers hadden immers de opdracht de inventarissen meteen na publicatie om te zetten in beschermingsdossiers, en het nieuwe inventariswerk daarvoor on hold te zetten. Deze combinatie maakte de doorlooptijd van veldwerk naar publicatie voor het arrondissement Gent uitgesproken lang. De optekenperiode startte al begin jaren 1980. De eerste twee boekdelen publiceerde men in 1989. Pas in de jaren 1990 finaliseerde men de drie andere boekdelen. Door het lange uitstel van publicatie was een nieuwe fase veldwerk ter controle nodig.

De doelstellingen van de inventarisatie in de reeks Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen bleven doorheen de hele reeks steeds dezelfde:

  1. Vooreerst wil de inventaris een beschermingsinstrument zijn, als uitgangspunt voor de op te stellen lijsten van te beschermen monumenten, stads- en dorpsgezichten.
  2. Vervolgens wil de inventaris een gids zijn voor de architectuur van de streek.
  3. Tenslotte wil hij door een eerste, verbeterbaar overzicht te geven van het bouwkundig erfgoed, een uitgangspunt vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek.

Methodologie

Inventarisonderzoeker van het eerste uur Suzanne Van Aerschot-Van Haeverbeeck bleef centraal instaan voor de eindredactie van elk boek om op die manier een gelijkvormige aanpak binnen de vijf provinciale teams te garanderen. De verantwoording die de onderzoekers schreven aan het begin van boekdeel 12n4, geeft aan dat ze de standaard methodologie voor inventarisatie gebruikten en daarbij heel dicht bij de klassieke manier van werken bleven, zowel wat veldwerk, onderzoek als publicatie betreft. Het uitgesproken landelijke karakter van het gebied, met het ontbreken van stedelijke centra, leende zich uitstekend voor deze methodologie. Veldwerk was de basis voor de opname van het erfgoed in de inventaris: de kritische visuele vaststelling en ontleding van het gebouw ter plaatse fungeerden als uitgangspunt. Registratie van interieurs bleef in deze methodologie beperkt bleef tot kerken en een aantal openbare gebouwen. Voor de kantons Evergem en Lochristi maakte men hierop een opmerkelijke uitzondering. Door bereidwillige bewoners kon men van tal van hoeves de vaak behouden interieurelementen zorgvuldig documenteren.

Wegens het dringende karakter van de operatie, en de wens om zo snel mogelijk een volledig overzicht te bieden van het waardevolle bouwkundig erfgoed in Vlaanderen, koos men er bewust voor het bijkomende bronnenonderzoek te beperken. Men sloot een grondige, volledige raadpleging van literatuur uit en beperkte zich tot een vluchtig bibliografisch onderzoek om de beschrijvingen aan te vullen, en de belangrijkste gebouwen in hun context te situeren en hun vroegere functie en evolutie te belichten. Het basisprincipe om geen onuitgegeven archiefstukken te raadplegen, wordt in dit boekdeel verlaten, wat een gevolg is van een verschuiving in de methodologie op vlak van bronnenonderzoek die al in de jaren 1980 was begonnen. Voor de vertaling naar beschermingsdossiers was er nood aan precieze bouwhistorische informatie, waardoor het literatuur- en zeker het archiefonderzoek tijdens het inventariseren steeds gespecialiseerder, en steeds uitgebreider werd. We merken bijvoorbeeld op dat men voor de opmaak van de inventaris van deze kantons het Rijksarchief in Gent en het archief van het kadaster consulteerde om een aantal historische gebouwen preciezer te dateren. Kadasteronderzoek werd echter nog niet systematisch voor alle geïnventariseerde panden uitgevoerd.

Wat de uitgave betreft streefde men naar uniformiteit binnen de boekenreeks. Men nam het arrondissement steeds als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek en de selectie. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventaris van één arrondissement per boekdeel al snel niet meer haalbaar, waardoor men vanaf de jaren 1980 overschakelde naar kantons. Voor het arrondissement Gent was nummer 12n voorzien. De grote omvang van het arrondissement maakte een kantonnale opdeling nodig, goed voor vijf boeken. Voor boekdeel 12n4 nam men de kantons Evergem en Lochristi samen omwille van een aantal gemeenschappelijke geografische en historische karakteristieken. Dit boekdeel bevat behalve de inventaris van Lochristi ook het bouwkundig erfgoed in Evergem, Moerbeke en Wachtebeke.

Waarden en criteria voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed

De inventaris bouwkundig erfgoed vormt de voorbereiding voor de opmaak van beschermingsvoorstellen. Men selecteert panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat ogenblik geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. Het inventarisproject voor boekdeel 12n4 paste de waarden en criteria uit het Monumentendecreet van 3 maart 1976 toe op de selectie van het bouwkundig erfgoed in de kantons Evergem en Lochristi. Vanaf 1976 werd bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Er was grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteerde men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van een bepaalde gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, kregen systematisch hun plaats in de inventarissen. Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden.

Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, was het achterwege laten van de chronologische limiet. In principe bestond er sindsdien geen chronologische limiet meer voor opname in de inventarissen, maar in praktijk werd deze toch vastgesteld op circa 1940. Dit sloot echter de optekening van recentere gebouwen niet uit.

Geheel eigen aan de inventaris bouwkundig erfgoed in de jaren 1990 in Oost-Vlaanderen is de introductie van houtig erfgoed met erfgoedwaarde. Geïnspireerd door een landschappelijke erfgoedconsulent die in deze provincie inzette op bomen met erfgoedwaarde, integreerden de inventarisploegen beeldbepalende en betekenisvolle bomen in bouwkundige context. Bomen op dorpspleinen bijvoorbeeld, bij kapellen, of op erven van boerderijen en in tuinen van landhuizen of herenhuizen. Houtige elementen werden niet enkel vermeld bij de tekst van het gebouw, maar soms ook als apart erfgoedobject, iets wat in de inventarissen van andere provincies niet of veel minder het geval was.

Verder hield men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.

Een onroerend goed kan geselecteerd worden voor opname als het aan verschillende waarden en criteria tegemoetkomt, maar het kan ook in aanmerking komen voor opname als het in hoge mate aan slechts één waarde of criterium tegemoetkomt. Essentieel in deze methodologie is dat deze waarden en criteria niet afzonderlijk worden beschouwd. De totale beoordeling vormt het uitgangspunt voor de evaluatie. Voor de opname in de inventaris wordt rekening gehouden met de geografische of de thematische context. Bij deze beoordeling wordt steeds een relevantie voor Vlaanderen voor ogen gehouden.

In de geografische inleiding voor de kantons Evergem en Lochristi geven de auteurs een overzicht van de belangrijkste conclusies die de inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in deze twee sterk gelijkaardige kantons opleverde.

Inventaris bouwkundig erfgoed in Lochristi

Op basis van de decretale waarden en criteria selecteerde een inventarisonderzoeker in 1981-1993 in Lochristi, Beervelde, Zaffelare en Zeveneken 305 panden en constructies met erfgoedwaarde voor opname in de inventaris.

Lochristi telt het meeste erfgoedobjecten, goed voor 118 inventarisfiches. Beervelde telt 83 inventarisfiches, Zaffelare 60 en Zeveneken 44.

De inventaris bouwkundig erfgoed bestaat voor een groot deel uit landelijke architectuur. De regio is gekenmerkt door een uitgesproken landelijk karakter dat het gevolg is van een lange en interessante ontginnings- en bebouwingsgeschiedenis waarin vooral de Gentse abdijen en de adel een belangrijke rol speelden. In de inventaris staan grotere omwalde hoven op oude historische sites, kasteeltjes en buitenplaatsen die wijzen op de voortdurende aanwezigheid van de landadel en de Gentse burgerij en achterin gelegen bescheiden hoeves. Het hoevetype dat duidelijk in het gebied overheerst is de hoeve met losse bestanddelen opgesteld in U- of L-vorm.

De inventaris van Lochristi bevat verder het evidente bouwkundige erfgoed dat de gemeente- en dorpscentra typeerde zoals parochiekerken en pastorieën, gemeentehuizen, scholen en onderwijzerswoningen, kloosters, dorps- en notabelenwoningen, brouwerijen, herbergen, molens en cafés. Typerend in Lochristi zijn de bloemistenvilla’s, soms met bewaarde serres, onroerende getuigen van de sinds de laatste decennia van de 19de eeuw aanwezige bloementeelt, voornamelijk begonia's en azalea's.

Hoewel men de chronologische limiet bij de selectie van bouwkundig erfgoed liet vallen, is de schroom om dit systematisch te doen duidelijk afleesbaar in de inventaris van Lochristi. Die bevat maar één voorbeeld van naoorlogse architectuur: de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Middelares naar otnwerp van Adrien Bressers van 1950-52.

Een ander duidelijk hiaat in de inventaris bouwkundig erfgoed van Lochristi van 1981-1993 zijn de bunkers. De bunkers deel uitmakend van de Hollandstellung uit de Eerste Wereldoorlog worden wel in de inleiding van Zaffelare vermeld, maar kregen geen eigen beschrijving. Zij zijn pas tijdens een thematische inventarisatie in 2013-2015 door het agentschap Onroerend Erfgoed als nieuwe erfgoedobjecten aan de inventaris bouwkundig erfgoed van Lochristi toegevoegd.

Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  :


Relaties

Is deel van

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Antwerpse Steenweg 119 (Lochristi)
Kleine landelijke woning met links zijdelings aansluitend bijgebouw, sedert 1979 horend bij "Dierenpark Lochristi". Bakstenen woonhuis van één bouwlaag en drie traveeën onder zadeldak (pannen), uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, met elementen ontleend aan de hoevebouw en aan de neotraditionele architectuur.


Boskapellaan 32 (Lochristi)
Alleenstaand schuin ten opzicht van de straat ingeplant dorpshuis met voortuintje. Naar verluidt oorspronkelijk bewoond door de ontvanger van de pachten van "Kasteel Rozelaar".


Bosstraat 31 (Lochristi)
Omgrachte hoeve met losse bestanddelen op het eind van de straat. Gedeeltelijk bewaarde oorspronkelijk vierhoekige omgrachting. Boerenhuis midden op het erf met oude kern. Ten oosten lange bakstenen bedrijfsvleugel gedateerd 1857 en rechthoekige bakstenen schaapsstal.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2022: Inventarisatie bouwkundig erfgoed Lochristi [online] https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/548 (Geraadpleegd op )

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.