Gebeurtenis

Inventarisatie bouwkundig erfgoed Zwalm

geografische inventarisatie
ID
965
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/965

Beschrijving

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Zwalm gebeurde in 1999 voor wat betreft veldwerk en fotografische registratie. Het inventaristeam van de toenmalige Afdeling Monumenten en Landschappen selecteerde in Zwalm, dat bestaat uit twaalf deelgemeenten Beerlegem, Dikkele, Hundelgem, Meilegem, Munkzwalm, Paulatem, Roborst, Rozebeke, Sint-Blasius-Boekel, Sint-Denijs-Boekel, Sint-Maria-Latem en Nederzwalm-Hermelgem, 251 panden en constructies met erfgoedwaarde. Het project werd gefinaliseerd in 2008 met het publiceren van het fotomateriaal en de inventaristeksten op de inventariswebsite.

Context en doelstelling

De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Zwalm situeert zich in de eindperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in België. In het jaar 2000 valt de beslissing de boekenreeks Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen stop te zetten. In 2004 publiceert men de laatste boekdelen voor de provincie Antwerpen, in 2005 werkt men Limburg af. Na de twee oudste, tweetalige boekdelen, waarvan één voor het arrondissement Leuven en één voor het arrondissement Nijvel, verschenen er van 1975 tot de stopzetting van de publicatiereeks 19 nummers met in totaal 56 volumes. Daarmee bevat de reeks de inventarissen van 243 van de toen 308 Vlaamse gemeenten. De provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant werkte men helemaal af. Op het moment dat de beslissing valt, moest men in Oost-Vlaanderen aan de inventarissen van nog 16 gemeenten beginnen.

De teksten voor de inventarissen van de zes Oost-Vlaamse gemeenten die voorzien waren voor boekdeel 15N4 (Arrondissement Oudenaarde, kantons Kruishoutem, Brakel en Horebeke) waren bijna klaar voor druk; een druk die echter nooit zou plaatsvinden. Voor de gemeenten Brakel, Horebeke, Kruishoutem, Lierde, Zingem en Zwalm werd het veldwerk en de selectie in 1999-2000 uitgevoerd, goed voor een totaal van circa 1260 erfgoedobjecten. Het onderzoek en het uitwerken van de teksten volgde meteen. Het tekstmateriaal werd per gemeente in ongepubliceerde, geprinte bundels zonder illustraties ter beschikking gesteld. Tegelijkertijd werd de basisinformatie, bestaande uit adresgegevens en typering, op de inventariswebsite gepubliceerd. In 2008 werden aan die basisfiches de foto’s en de teksten toegevoegd, zodat op dat moment alle inventarisgegevens publiek beschikbaar waren.

De doelstellingen van de inventarisprojecten in deze zes gemeenten zijn net dezelfde als die van de gemeenten die als laatste in de boekenreeks werden gepubliceerd. De drieledige missie uit de beginjaren blijft de basis, aangevuld in de jaren 1990 met een vierde doelstelling:

  1. De inventaris wil een beschermingsinstrument zijn als uitgangspunt voor op te stellen lijsten van te beschermen monumenten en stadsgezichten.
  2. De inventaris wil een gids zijn voor de architectuur van de streek.
  3. De inventaris wil door een eerste, uiteraard verbeterbaar overzicht van het bouwkundig erfgoed te geven, een uitgangspunt vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek.
  4. De inventaris wil een hulpmiddel bieden aan lokale besturen ter ondersteuning van het gemeentelijk beleid inzake het architecturale patrimonium.

Methodologie

Voor de opmaak van deze inventarissen van de gemeenten Brakel, Horebeke, Kruishoutem, Lierde, Zingem en Zwalm gebruikte men de basisprincipes van de inventarismethodologie van het project Bouwen door de eeuwen heen. Veldwerk vanop de openbare weg is de basis voor de evaluatie en de selectie van het bouwkundig erfgoed. Registratie van de visuele waarnemingen ter plaatse op een veldwerkfiche en fotografische opnamen vullen elkaar aan.

Aanvankelijk nam men het arrondissement als studiegebied voor de geografische aanpak van het onderzoek, de selectie en de publicatie in boekdelen. Door de ruimere selectiecriteria was de publicatie van de inventarissen per arrondissement al snel niet meer haalbaar, waardoor men overschakelde naar kantons. Die opdeling voorzag men ook voor reeksnummer 15N4, dat de kantons Kruishoutem, Brakel en Horebeke zou bevatten. Het aantal verzamelde gegevens (circa 1260), maakte een opdeling in minstens twee boekdelen alvast legitiem. De publicatie van de gegevens vond nooit plaats; het opzet van de teksten volgde natuurlijk strikt de richtlijnen en het stramien van de inventarismethodologie.

Bij de eerste inventarissen maakte men de beschrijving van panden en constructies op basis van een visuele evaluatie en screening van het erfgoed ter plaatse. Vanaf de jaren 1990 vulde men dat aan met onderzoek van beschikbare literatuur en archiefonderzoek, waarbij het onderzoek in het archief van het kadaster steeds systematischer werd uitgevoerd. Deze bouwhistorische achtergrondinformatie kon de gebouwen in hun context situeren, hun vroegere functie en evolutie belichten, en op die manier de erfgoedwaarde extra motiveren. Deze contextuele aanpak resulteerde in de introductie van beschrijvingen van straatbeelden en (deel)gemeente-inleidingen. Bij het begin van elk boekdeel ten slotte legde een algemene inleiding per arrondissement of kanton het verband tussen het bouwkundig erfgoed en de geografische, landschappelijke en historische en stedenbouwkundige omgeving en evolutie. Omdat afgestapt werd van de publicatie in boekvorm, zijn de algemene inleidingen voor de kantons Kruishoutem, Brakel en Horebeke achterwege gelaten.

Waarden en criteria voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed

Men selecteert panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat moment geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in Zwalm, dat bestaat uit twaalf deelgemeenten, Beerlegem, Dikkele, Hundelgem, Meilegem, Munkzwalm, Paulatem, Roborst, Rozebeke, Sint-Blasius-Boekel, Sint-Denijs-Boekel, Sint-Maria-Latem en Nederzwalm-Hermelgem, gebeurde in 1999. Men gebruikte bij de inventarisatie de criteria opgenomen in het decreet van 3 maart 1976 en gewijzigd bij decreet van 22 februari 1995. Vanaf 1976 wordt bouwkundig erfgoed geselecteerd op basis van de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, wat een zeer ruime interpretatie van de definitie van bouwkundig erfgoed mogelijk maakte. Er is grote aandacht voor straatbeelden en ensembles; naast religieuze, burgerlijke en industriële gebouwen selecteert men een ruim aantal doorsneewoningen en -constructies, representatief voor de basisbebouwing van de gemeente of streek. Kleinere bouwkundige elementen, zoals straatmeubilair, krijgen systematisch hun plaats in de inventarissen. Meestal heeft een geselecteerd inventarisobject niet één bepaalde erfgoedwaarde, maar gaat het om een wisselwerking tussen meerdere waarden. Een ander belangrijk aspect bij de selectie dat het decreet van 1976 genereerde, is het volledig achterwege laten van de chronologische limiet, wat het toekennen van erfgoedwaarde aan recent gebouwde panden en constructies mogelijk maakt. Verder houdt men rekening met volgende criteria: de zeldzaamheid, de herkenbaarheid, de authenticiteit, de representativiteit, de ensemblewaarde en de contextwaarde.

Deze waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. Het is de globale beoordeling die het uitgangspunt vormt voor de evaluatie. Voor opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed dienen de waarden en criteria afgetoetst te worden binnen het geografische kader van het inventarisproject. Met andere woorden: de opname van een gebouw of object in de inventaris wordt nooit object per object besloten, maar steeds in het kader van de erfgoedwaardeafweging van een groep van gebouwen of objecten per regio en/of per type.

Op basis van deze waarden en criteria selecteerde het inventaristeam in 1999 in Zwalm 215 panden en constructies met erfgoedwaarde voor opname in de inventaris bouwkundig erfgoed. In de twaalf deelgemeenten Beerlegem, Dikkele, Hundelgem, Meilegem, Munkzwalm, Paulatem, Roborst, Rozebeke, Sint-Blasius-Boekel, Sint-Denijs-Boekel, Sint-Maria-Latem en Nederzwalm-Hermelgem, zien we bouwkundig erfgoed dat een beeld geeft van landelijke gemeenten, bestaande uit een dorpskern rondom kerk en pastorie, soms met een kasteel, waarrond zich een agrarisch gebied bevindt met talrijke historische hoeves en watermolens. In de dorpskernen zien we telkens representatieve voorbeelden van dorpsarchitectuur als kloosters, scholen, dorpswoningen, landelijke gemeentehuizen, burger- en herenhuizen, cafés enzovoort, waarvan een groot deel uit de 19de eeuw. Er is aandacht voor klein erfgoed zoals wegkruisen en kapellen, ommegangen, grens- of schandpalen, die allemaal een historische waarde hebben binnen de verschillende deelgemeenten. Villa’s uit begin 20ste eeuw en het interbellum vormen de jongste groep erfgoed in de inventaris bouwkundig erfgoed van Zwalm, waaruit een schroom spreekt om recentere, vooruitstrevende architectuur als erfgoed te inventariseren.

Voor Beerlegem schreef het inventaristeam 21 fiches uit. Het gaat om getuigen van een voorheen typisch landbouwdorp met opmerkelijke inplanting in de dorpskern van het voormalige klooster en school gesticht door markiezin de Rode, mevrouw Thérèse, barones de Draeck in 1823, naast de parochiekerk en het uitgestrekte kasteeldomein van Beerlegem.

Dikkele telt 22 inventarisrelicten. Het is de kleinste deelgemeente van Zwalm. Het is voornamelijk een forenzengemeente naar het Brusselse en een landbouwdorp met nog enkele grote gesloten hoeves, zoals Hof ten Bloeme en Hof ter Hafselt. De kleine, van de drukke verkeerswegen geïsoleerde dorpskern met gekasseide hoofdstraat (Brouwerijstraat) gekenmerkt door kleinschalige bebouwing, werd volledig beschermd als dorpsgezicht in 1980. De nog bewaarde boerenhuizen tonen vrij vaak hetzelfde beraapte geveltype met getoogde muuropeningen.

Hundelgem is een typisch Zuid-Vlaams landbouwdorp met woonfunctie voor pendelaars naar het Brusselse, waarin men 13 panden en constructies opnam in de inventaris bouwkundig erfgoed, die hun erfgoedwaarde ontlenen aan hun representativiteit voor de landelijke dorpsarchitectuur. Hundelgem heeft slechts zeven straten op het stratenplan, met de dorpskern in de zuidoosthoek. Opvallende concentratie van bebouwing langsheen de Steenweg en de Hundelgemsebaan. Nog enkele hoeves, een windmolen vlakbij de dorpskern en een watermolen op de Passemaeregracht, de grens met Munkzwalm.

Meilegem is gelegen langs de Schelde. Het is een voornamelijk agrarische gemeente en forensengemeente met kleine dorpskern en voorts verspreide bewoning met nog slechts enkele hoeves in bedrijvigheid. Er werden 7 panden geïnventariseerd, allemaal typerend voor een landelijk dorp bij de parochiekerk.

Munkzwalm is de hoofdgemeente van Zwalm. Er werden 18 erfgoedobjecten opgenomen in de inventaris, voorbeelden van bescheiden architectuur in een gemeente met een agrarische en woonfunctie. Behalve de typische architectuur die we ook in de andere deelgemeenten van Zwalm terugvinden, is er is Zwalm ook een stationsgebouw, een gendarmerie en een gemeentehuis in een dokterswoning uit 1949 geïnventariseerd. 

Deelgemeente Nederzwalm-Hermelgem is een samensmelting van twee ooit zelfstandige gemeenten, Nederzwalm of Allerheiligen en Hermelgem. Nadat de parochies in 1847 werden samengevoegd, werden in 1849 ook de gemeenten samengevoegd tot één gemeente. De parochiekerk Sint-Mattheus van Hermelgem, gelegen vlakbij de Schelde, werd in 1850 gedeeltelijk afgebroken en deels als schuur gebruikt. Met het afbraakmateriaal werd de kerk van Nederzwalm uitgebreid. In Nederzwalm-Hermelgem zijn 40 panden en constructies geïnventariseerd, representatief voor landelijke dorpskernen met omliggende hoeves en watermolens. De brug over de Schelde, bepalend voor deze deelgemeente, waarvan de huidige constructie dateert van 1970, werd opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed.

Paulatem is een dorp met open landelijk karakter, anno 1999 slechts bestaande uit zeven straten met 53 huizen, onder meer vier landbouwbedrijven en één tuinbouwbedrijf. Er werden elf relicten opgenomen in de inventaris: hoeves, een grenspaal, de kerk en de pastorie.

In Robost werden 30 panden en constructies opgenomen in de inventaris. Het is een landbouw- en forenzengemeente met een authentieke dorpskom met vernieuwde kasseibestrating en voornamelijk laat-19de-eeuwse of begin-20ste-eeuwse bebouwing met mooie inplanting van de parochiekerk aan een pleintje met lindebomen en voormalige hoeves. In Robost is de steenbakkerij een voorbeeld van een pand met industrieel-archeologische waarde.

Rozebeke is een kleine landelijke gemeente aan de Zwalm, waarin men in 1999 16 panden opnam in de inventaris bouwkundig erfgoed. Landbouwgemeente met woonfunctie voor forenzen en dagtoerisme. De heel kleine dorpskern is geconcentreerd rondom de parochie- en bedevaartkerk met omringend en ommuurd kerkhof op het gekasseide Rozebekeplein; de kleinschalige bebouwing is representatief voor de kleine dorpen in de Zwalmstreek uit begin 20ste eeuw met het vroegere gemeentehuis, de dorpsherbergen, de voormalige kloosterschool en enkele hoeven. Het eenbeukige Romaanse kerkje groeide uit tot een gotische basilicale bedevaartkerk met interessant mobilair. Op de grens met Roborst staat de tot buitenhuis omgevormde stenen "koutermolen", nog steeds als blikvanger in het landschap, evenals de "Vijflindenkapel" ingeplant op het hoogste punt van de gemeente.

Sint-Blasius-Boekel is een landelijke deelgemeente van Zwalm, voornamelijk woongemeente voor forenzen naar Brussel. De oude hoeves werden op enkele schaarse uitzonderingen na verbouwd. Ook de dorpskom, nu doorsneden door een brede verkeersweg naar Horebeke, verloor zijn typische kleinschalige karakter, met veel vernieuwbouw. 13 goed bewaarde voorbeelden van dorps- en landelijke architectuur werden in 1999 opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed.

De inventaris van Sint-Denijs-Boekel bevat 36 relicten, representatief voor een in oorsprong uitgesproken agrarische gemeente, nu uitgegroeid tot woongemeente voor pendelaars. Vrij goed bewaarde dorpskern in sterk golvend landschap gedomineerd door de parochiekerk op het hoogste punt. Van de bewaarde watermolens vormt de beschermde watermolen, op de grens met Sint-Maria-Horebeke, een trekpleister voor dagtoerisme. In de dorpsgeschiedenis neemt het gehucht Wijlegem in het zuiden van de gemeente een aparte plaats in. De abdijhoeve Hof te Weylegem getuigt er van de ontginning van de streek door de Gentse Sint-Pietersabdij sinds 1040.

Sint-Maria-Latem, met 24 relicten in de inventaris bouwkundig erfgoed, is een kleine landelijke gemeente middenin de fusiegemeente Zwalm. Landelijk dorp met kleine dorpskern met radiaal stratenpatroon rond de architecturaal interessante parochiekerk; doorsneden door de schaars bebouwde steenweg Aalst-Oudenaarde, gedeeltelijk vernieuwd lijnrecht tracé vanaf de kerk van 1836. De vroeger in de streek zeer bekende ommegang van Onze-Lieve-Vrouw van VII Weeën zou opklimmen tot de 17de eeuw, de huidige ommegang met zes statiekapelletjes en de kerk als zevende statie, dateert voornamelijk uit de tweede helft van de 19de eeuw.

Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  :


Relaties

Is deel van

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Biestmolenstraat zonder nummer (Zwalm)
Bakstenen kapel onder zadeldak, voorpuntgevel met geschilderd opschrift en bekroond met ijzeren kruis, gebouwd in 1851.


Heufkensstraat 88 (Zwalm)
Vermoedelijk opklimmend tot de tweede helft van de 18de eeuw.


Rozebekeplein 13 (Zwalm)
Een eerste kerkje, een romaans zaalkerkje, dateert uit eind 11de of begin 12de eeuw, latere aanpassingen en uitbreidingen, omringd door een klein kerkhof omsloten door een lage bakstenen kerkhofmuur.


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Inventarisatie bouwkundig erfgoed Zwalm [online] https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/965 (Geraadpleegd op )