Geografisch thema

Koekelare

ID
13276
URI
https://id.erfgoed.net/themas/13276

Beschrijving

ALGEMENE SITUERING

In 1971 werden Koekelare, Bovekerke en Zande tot de gemeente Koekelare gefusioneerd. Die fusiegemeente ligt in het noorden van West-Vlaanderen op de grens van de Westhoek, het Houtland en de streek om Oostende. Koekelare behoort tot het arrondissement Diksmuide. Op 01/09/2009 telt de fusiegemeente Koekelare 8410 inwoners. De totale oppervlakte van de fusiegemeente bedraagt 3919 hectare.

 

FYSISCH-GEOGRAFISCHE KENMERKEN VAN DE FUSIEGEMEENTE

Fysisch-geografisch behoort de fusiegemeente Koekelare tot twee grotere landschappelijke regio's, enerzijds Zandig Vlaanderen en meer specifiek het Westelijk Houtland in het centraal en zuidelijk deel van het grondgebied (Koekelare en Bovekerke), en anderzijds de Kustpolders en meer specifiek het Westelijk Middelland in het noordelijk deel van het grondgebied (Zande). In de zuidoostelijke hoek van het grondgebied, aansluitend bij het grondgebied van Ichtegem en het gehucht Edewalle bij Handzame (Kortemark) en binnen het Westelijk Houtland, wordt ook nog het "Plateau van Wijnendale" onderscheiden, dat zich als een zogenaamd erosiereliëf uitstrekt van Aartrijke (Zedelgem) over Wijnendale (Torhout) tot aan "Ruidenberg-Belhutte". Deze zone correspondeert ook met de zogenaamde oude veldgebieden van Torhout, waarvan het "Wijnendalebos" in het naburige Torhout en Ichtegem een restant vormt.

De bodem is hoofdzakelijk samengesteld uit zand- en zandleemgronden uit het Eoceen (40 tot 70 miljoen jaar oud). De kustpolderzone benoorden de Moerdijkbeek omvat kleiige gronden van jongere zeeafzettingen die voornamelijk gronden afdekken die behoren tot het Pleistoceen.

Koekelare heeft een zacht tot plaatselijk sterk glooiend landschap met hoogteverschillen die variëren van circa 2,5 meter boven zeespiegelniveau in de laagvlakte van de Kustpolders tot circa 45 meter in het zuidoosten nabij "Belhutte" en "Ruidenberg", beiden behorend tot de westelijke steilrand van het Plateau van Wijnendale. Het reliëf neemt af ten noorden en ten westen van het grondgebied, respectievelijk naar de grondgebieden van Moere-Zevekote (Gistel), Sint-Pieters-Kapelle (Middelkerke) en Leke-Vladslo (Diksmuide) toe.

De beekstelsels ten zuiden van de hoofdgemeente, met de Kolvebeek als belangrijkste waterloop, wateren in essentie zuidwestwaarts af naar de Handzamevaart (deelbekken van de IJzer). Het beekstelsel van de Westbeek en de Vijvermolen/meers-beek, ten westen van de hoofdgemeente stroomt noordwestwaarts, via de Lekevaart af naar de Vladslovaart (deelbekken van de IJzer). De overige beekstelsels ten noorden van de hoofdgemeente, met de Wallebeek en de Sint-Maartensbeek als belangrijkste waterlopen, stromen in essentie noordwaarts naar de Laagvlakte van de Kustpolders, waar het oppervlaktewater noord- en oostwaarts over de Moerdijkbeek-Moerdijkvaart en Grootgeleed wordt afgeleid. Binnen de Kustpolderzone wordt een afzonderlijk stelsel van polderwaterlopen, waaronder Lekedijkgeleed en het Muizekensgeleed, door bemaling kunstmatig op peil gehouden. Deze zone watert uiteindelijk af naar de Vladslovaart (deelbekken van de IJzer).

Actuele bossen situeren zich tussen de dorpskernen van Koekelare en Bovekerke, thans bekend als het "domeinbos Koekelare". Zij corresponderen met een voormalig veldgebied dat pas omstreeks 1740 werd ontgonnen. Ook aan de oostkant van Koekelare (grens met Ichtegem) bevindt er zich een laat ontgonnen veldgebied. Dit heidegebied strekte zich ook uit over de buurparochies Ichtegem en Eernegem (Ichtegem). In een oorkonde van Karel de Goede, graaf van Vlaanderen, uit 1119 heette dit woeste heidegebied "wostinia" of "utfang".

De Provinciebaan (N363) doorsnijdt het zuiden van de gemeente van west naar oost. Het is de enige regionale verkeersader. De steenweg Torhout-Oostende (N33) passeert net ten oosten van het grondgebied.

 

HISTORISCHE INLEIDING VOOR DE FUSIEGEMEENTE KOEKELARE: VAN DE PREHISTORIE TOT DE VROEGE MIDDELEEUWEN

Neolithicum

Deze periode is voorlopig slechts beperkt vertegenwoordigd, maar niettemin laten enkele verspreide vondsten (opgravingen op het "Oosthof", veldprospectie langs de Sterrestraat, Koekelare) de aanwezigheid van de eerste landbouwersgemeenschappen in de omgeving van Koekelare vermoeden.

Bronstijd (tweede millennium voor Christus)

Op grondgebied Koekelare bevindt zich één van de belangrijkste proto-historische archeologische sites uit de regio. Via luchtfotografische prospectie heeft men diverse concentraties van circulaire monumenten kunnen vaststellen. Alles samen zijn er nu al 26 cirkels gekend. Op het gehucht "Boutikel" (omgeving kruispunt Carrestraat/ Zuidstraat) kwamen tot op heden tien cirkelvormige structuren (acht enkelvoudige en twee dubbele cirkels), alsook twee vierkante grachtstructuren aan het licht. Ongetwijfeld maken deze structuren deel uit van een grotere archeologische site die zich zowel in oostelijke als in westelijke richting uitstrekt. Niet alleen de combinatie van cirkelvormige en vierkante grachtstructuren, maar ook de aanwezigheid van grafheuvels met dubbele grachten maakt deze site uniek. Uit recent onderzoek is namelijk gebleken dat slechts tien procent van de grafheuvels gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van een dubbele concentrische gracht. Ook in de onmiddellijke omgeving van het gehucht de "Pottebezem" (Brugse Heirweg, Pottebezemstraat) werden een zevental circulaire structuren aangetroffen, waarvan één met een dubbele gracht. Verder heeft men ook nabij de Hovaeremolen (Wulfaertsdijk/ Hovaerestraat), op het gehucht "De Mokker", de "Ruidenberg", het gehucht "Leugenboom" (Leugenboomstraat, Clevenstraat), "Kruisstraat" en de Swal (straatnaam) gelijkaardige vaststellingen gedaan met telkens één of twee enkelvoudige cirkels.

Men gaat ervan uit dat deze circulaire structuren restanten zijn van grafheuvels, te dateren in de Bronstijd (tweede millennium voor Christus). Het heuvellichaam zelf en de bijzettingen zijn niet bewaard gebleven, maar in de loop der eeuwen door grootschalige en intensieve landbouw volledig verploegd en genivelleerd.

Onmiddellijk stelt zich de vraag naar de locatie van de bijhorende nederzettingen. Men neemt aan dat deze zich op relatief korte afstand van de grafmonumenten moeten bevinden. Onderzoek heeft namelijk al aangetoond dat de meeste grafvelden te situeren zijn op licht verhoogde locaties, op plaatsen, die van op een relatief grote afstand duidelijk zichtbaar waren. De inplanting van de nederzetting moest evenwel aan andere topografische en hydrografische criteria beantwoorden.

Ook in Bovekerke (Burgemeester Van Ackerestraat) is een enkelvoudige bronstijdgrafcirkel aangetroffen.

IJzertijd (700-50 voor Christus)

Op het gehucht "Boutikel" kruispunt (Carrestraat/ Zuidstraat) heeft men bij de aanleg van een gaspijpleiding in 1994 een gracht aangetroffen, die deel uitmaakt van een perceleringssysteem. Op basis van de aangetroffen archaeologica wordt de gracht gedateerd in de late La Tèneperiode (120 voor Christus tot 50 na Christus).

Ook het vierkant grafmonument dat men op "Boutikel" vastgesteld heeft, dateert vermoedelijk uit de IJzertijd, misschien uit de Romeinse periode. Scherven, die men tijdens opgravingen in het gemeentelijk park (Sint-Maartensplein) gerecupereerd heeft, getuigen eveneens van menselijke aanwezigheid in de IJzertijd.

Naar analogie met de Vlaamse zandstreek kan dan ook van enkele verspreide boerderijen sprake zijn.

Bij het leggen van de gasleiding Lichtervelde-Nieuwpoort in 1994 doorheen Koekelare en Bovekerke werd een late-IJzertijdsite (circa 120 vóór - 50 na Christus) op de wijk "Boutikel" aangesneden (vaatwerk, perceelsgracht).

Een eigenlijke nederzetting uit beide periodes werd tot dusver niet aangetroffen. Wel zou het tracé van de Brugse Heirweg en de Ichtegemstraat op een Keltische(?) weg teruggaan. Dit tracé is te volgen van Hondschoote (Noord-Frankrijk) tot in Aartrijke (Zedelgem).

Gallo-Romeinse tijd (1ste-4de eeuw)

Tal van Gallo-Romeinse vondsten (keramiek, karren- en perceleringssporen, silo’s, brandgraven enz.) geven aan dat er langs een Keltische weg, wellicht in de buurt van het huidige centrum, een nederzetting bestond. De Romeinse bezetter gebruikte die weg verder, voordat in de laat-Romeinse tijd de Steenstraat (deel van de heerweg Kassel-Aardenburg) werd aangelegd. In Aartrijke (Zedelgem) liepen beide wegen in elkaar. Een deel van de Steenstraat vormt al eeuwen de zuidoostelijke grens met Handzame (Kortemark).

Romeinse periode

Zoals overal in (zandig) Vlaanderen neemt het aantal sporen en vondsten in de Romeinse periode duidelijk toe. De sporen concentreren zich in de bloeiperiode van de tweede en derde eeuw.

Bij de opgraving op het "Oosthof" zijn een (rijk) brandrestengraf, karrensporen, een silo, kuilen en greppels aangetroffen. Het archeologisch onderzoek naar aanleiding van de aanleg van de aardgaspijpleiding (1994) leverde informatie over de Gallo-Romeinse percelering aan de Steenstraat, en tweemaal aan de Brugse Heirweg. Nederzettingssporen kwamen aan het licht in de buurt van de Zuidstraat (greppels en kuilen).

Andere betekenisvolle aanwijzingen liggen in de aanwezigheid van twee diverticula, secundaire wegen op Koekelaars grondgebied. De Brugse Heirweg verbond oorspronkelijk Kassel over Sint-Winoksbergen (Noord-Frankrijk) met Aartrijke (Zedelgem), van waaruit Oudenburg, Brugge en Torhout konden bereikt worden. Door overstromingen in de kustvlakte vanaf het eind van de derde eeuw raakte de weg onderbroken. Via de Steenstraat kon vanuit Aartrijke over Poperinge Kassel bereikt worden. Langs beide wegen kunnen verschillende Romeinse vondsten aangegeven worden.


Bron     : Vanneste P. & Baert S. met medewerking van Boone B., Creyf S. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Koekelare met deelgemeenten Bovekerke en Zande, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL46, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Vanneste, Pol
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Koekelare [online] https://id.erfgoed.net/themas/13276 (Geraadpleegd op )