Inhoudelijk thema

Sociale huisvesting: kunst in de (semi)publieke ruimte (1945-1985)

ID: 136   URI: https://id.erfgoed.net/themas/136

Beschrijving

Heel wat sociale huisvestingsprojecten, voornamelijk uit de naoorlogse periode, bevatten monumentale kunstwerken, in de vorm van vrijstaande beelden of wandkunst (mozaïek, sgraffito, reliëfs, wandschilderingen of glasramen) in de openbare of gemeenschappelijke delen van gebouwen zoals inkomhallen, trappenpartijen en gemeenschapslokalen. Deze kunstwerken ontstonden vanuit de idee dat de bewoners van deze wijken niet alleen recht hadden op comfortabele woningen en moderne voorzieningen zoals speelpleinen maar ook op schoonheid, wat op haar beurt zou bijdragen tot een aangename leefomgeving.

In de naoorlogse periode was er algemeen een groot draagvlak voor integratie van kunst in architectuur, zowel bij architecten (internationaal bijvoorbeeld op het CIAM-congres van Bridgewater in 1947, nationaal onder andere bij Renaat Braem) en kunstenaars (verenigingen zoals Groupe Espace, Forces Murales) als bij de overheid. Die laatste trachtte met de Wet Masereel uit 1947 (die in Vlaanderen tot 1985 van kracht bleef) een cultureel democratiseringsproces te stimuleren en de deelname van de burgers aan kunst en cultuur te vergroten door kunstintegratie in openbare gebouwen te stimuleren. De kunst in sociale woningbouw viel echter niet onder deze wet en werd vooral gestimuleerd door de lokale overheden en huisvestingsmaatschappijen, die vaak nauw verstrengeld waren. De inbreng van de nationale overheid bleef beperkt tot het Nationaal Instituut voor de Huisvesting (NIH) die beeldhouwwerken schonk naar aanleiding van haar nationale Prijs voor de Groenruimten in de jaren 1960 en 1970. Veel vaker werden beelden aangebracht door de maatschappij zelf bij de oplevering of inhuldiging van de wijk of naar aanleiding van een mijlpaal in haar geschiedenis (bijvoorbeeld de 1.000ste woning). Een aantal huisvestingsmaatschappijen (zoals de Mechelse Goedkope Woning) besteedde hier in het bijzonder aandacht aan.

Iconografisch refereren heel wat kunstwerken enerzijds aan de imaginaire vooroorlogse Heimatcultuur: de gelukkige familie, spelende kinderen, de liefde tussen man en vrouw, de verzoening, arbeiders en dagelijkse activiteiten zijn enkele onderwerpen die regelmatig terugkomen. Anderzijds verwijzen de kunstenaars, al dan niet in opdracht van de huisvestingsmaatschappij, vaak naar de inspanning van de plaatselijke overheden om de stads- of dorpskern weer leefbaar te maken. Die streefden toen naar een betere en gezondere levenskwaliteit voor alle inwoners. Handen, werktuigen (truweel en houweel), appartementsgebouwen, kleine krottenwoningen, de natuur, de zon, een duif en een arbeider/inwoner zijn iconografische elementen die regelmatig terugkomen. Zij symboliseren de heropleving van de wijk en het geloof in de moderne toekomst uit. Deze thema’s werden zowel in figuratieve als meer gestileerde composities uitgewerkt. Zuiver abstracte beelden zijn eerder een uitzondering.

Erfgoedwaarden en –criteria

Kunstwerken in sociale wijken hebben in de eerste plaats een artistieke waarde (vormgeving, materiaalgebruik, ambacht, medewerking van kunstenaars), in sommige gevallen aangevuld met een historische waarde omdat het kunstwerk werd aangebracht naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis of iconografisch verwijst naar een belangrijke persoon,… De contextwaarde was een doorslaggevend criterium in het bepalen van de waarde van deze kunstwerken (met name het feit dat de kunstwerken gemaakt zijn voor de sociale woonwijk). In een aantal gevallen is de artistieke en historische waarde van deze kunstwerken zo hoog dat ze weerhouden werden voor de selectie ondanks het feit dat de context intussen ingrijpend is gewijzigd, bijvoorbeeld bij de wijk Oud Oefenplein in Mechelen.


Bron     : VAN HERCK K., VANDEWEGHE E., VERHELST J. 2016: Goed wonen voor iedereen: een rijke geschiedenis. Onderzoek naar de erfgoedwaarden van het sociale woningbouwpatrimonium in Vlaanderen, Onderzoeksrapport Onroerend Erfgoed 52, Brussel.
Auteurs :  Van Herck, Karina, Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Dordrechtlaan 8-16, 17-50, 51-85, Gabriël Vervoortstraat 27-109, Pastoor Holthofplein 2-8 (Antwerpen)
In 1960 krijgt Braem opdracht voor de Arenawijk in Deurne, het opzet gaat uit van in totaal 911 wooneenheden verspreid over woontorens en woonblokken en winkelruimte.


Mariadal 2-29, 30, 10A (Temse)
Hof met 28 bejaardenwoningen en clubhuis, in 1965 gerealiseerd door de sociale huisvestingsmaatschappij Bouwmaatschappij van Temse naar plannen van architect Rik De Rijck en stedenbouwkundige Arthur Canfyn uit 1961.


Ballaarstraat 75-79 (Antwerpen)
Complex bejaardenwoningen met oorspronkelijk 32 wooneenheden rond een gemeenschappelijk hof aan de Durletstraat, naar ontwerp van architect Fritz Van Averbeke uit 1937. Uitgebreid met een woonblok van tien flats met winkel en zeven bijkomende bejaardenwoningen aan de Ballaarstraat, naar ontwerp van architect Hugo Van Kuyck uit 1950. Beide complexen werden gebouwd in opdracht van de sociale huisvestingsmaatschappij Onze Woning.