Beschermd monument

Herenhuis Dhanis

Beschermd monument van 14-09-2016 tot heden
ID: 14865   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/14865

Besluiten

Herenwoning Dhanis
definitieve beschermingsbesluiten: 14-09-2016  ID: 5979

Beschrijving

Deze bescherming betreft het gehele perceel waarop de herenwoning Dhanis gelegen is, dus met inbegrip van de binnenplaats, koetshuis en tuinmuur met poort.



Waarden

De herenwoning Dhanis, met inbegrip van het koetshuis, de open binnenplaats en de tuinmuur met poort is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

stedenbouwkundige waarde

De herenwoning Dhanis, opgetrokken tussen 1870 en 1873, is gelegen aan de Leien, een brede boulevard rond de 16de-eeuwse binnenstad, vanaf de jaren 1864 volgens het verkavelingsplan van Théodore van Bever aangelegd op de vrijgekomen gronden bij het afbreken van de Spaanse vesten. Langs deze nieuwe verkeersas verrezen burger- en herenhuizen en nieuwe openbare gebouwen als bakens in het straatbeeld zoals het Justitiepaleis, de Vlaamse Opera en de Nationale Bank. Binnen deze context van de 19de-eeuwse stadsuitbreiding van Antwerpen vertegenwoordigt de herenwoning Dhanis met bewaarde open binnenplaats, koetshuis en tuinmuur met poort, een gaaf bewaard ensemble en een zeldzame getuige van de karakteristieke, statige bebouwing uit de ontstaansperiode van de leien. Dankzij een markante hoekinplanting op één van de verbindingslanen tussen het meest standingvolle segment van de Leien en het Stadspark, vis-à-vis de voormalige Nationale Bank van België, bepaalt het pand in grote mate het beeld van dit strategische kruispunt tussen de binnenstad, de Leien, het stadspark en de invalswegen uit zuidelijke richting (Lange Leemstraat en Mechelsesteenweg). Gescheiden door drie hoogbouwcomplexen van recentere datum, sluit de herenwoning Dhanis aan bij het meest gaaf bewaarde en voorname huizenblok van de Leien, gelegen aan de Frankrijklei nummers 103 tot en met 115.

historische waarde

Het monumentale herenhuis Dhanis met bewaard koetshuis, open binnenplaats en tuinmuur met poort, weerspiegelt in zijn configuratie en architecturale uitstraling de economische welvaart van Antwerpen dat in de tweede helft van de 19de eeuw een sterke economische bloei kende door onder meer de expansie van de haven. De woning werd in 1870-1873 opgericht door Guillaume Dhanis (1822-1889), een succesvol handelaar en telg van een vooraanstaande Antwerpse familie. Ook de volgende eigenaar Alphense Aerts, die ca. 1906 een koetshuis en tuinmuur met poort liet optrekken alsook enkele verbouwingswerken liet uitvoeren, was een vooraanstaand persoon in het Antwerpse zakenleven, meer bepaald in het scheepvaartmilieu. Beide eigenaars kunnen model staan voor het type bouwheer dat zich vanaf de tweede helft van de 19de eeuw aan de nieuw aangelegde Leien vestigde: kapitaalkrachtige vertegenwoordigers van de mercantiele elite, bedrijvig in handel, nijverheid, scheepvaart en de 'haute finance'.

architecturale waarde

Ontwerper van de herenwoning Dhanis is de bekende Antwerpse architect L. Van Opstal, actief van het begin van de jaren 1850 tot kort voor 1900, en vader van architectE. Van Opstal. Alleen al in de jaren 1870 bracht architect L. Van Opstal meer dan honderd woningen tot stand in Antwerpen, gaande van veelal neoclassicistische burgerhuizen tot de meest prestigieuze herenwoningen voor het patriciaat, met een grote concentratie op de Leien en rond het Stadspark. Van zijn hand zijn ook het in de jaren 1930 verdwenen pendant van de herenwoning Dhanis, het "hotel Elsen-Cateaux" op de hoek van de Maria-Henriëttalei en de Rubenslei, het "hotel van Dael" op de hoek van de Maria-Henriëttalei en de Van Breestraat en het iets bescheidener "hotel Grisar" op de hoek van de Frankrijklei en de Louiza-Marialei. Van dit type herenwoning met hoekinplanting, dat destijds op de zij-assen het beeld van de Leien en de bebouwing rond het Stadspark bepaalde, vormt de herenwoning Dhanis, een gaaf en zeldzaam exemplaar. De herenwoning Dhanis is door de gevelarchitectuur, de vrijwel ongewijzigde planindeling en het rijke interieur, een zeer representatief voorbeeld van burgerlijke architectuur uit het derde kwart van de 19de eeuw. De woning, gebouwd tussen 1870-1873 in een neoclassicistische stijl, verrijkt met elementen ontleend aan de Franse Seconde Empire, is opgevat als een hoekpand met bepleisterde gevels van vijf bij drie traveeën, omvattend een souterrain en drie bouwlagen onder een schilddak. In de door monumentale risalieten geritmeerde voor- en zijgevel verheffen zich boven een gebakte bel-etage de door balkons, zuilen en/of entablementen gemarkeerde bovenverdiepingen. De toegang gebeurt via een vestibule die als een afzonderlijk travee tegen het hoofdvolume aanleunt. De planindeling, gekenmerkt door een doordachte circulatie, beantwoordt aan de typologie van de herenwoning, geschikt voor een riante levensstijl met inwonend dienstpersoneel. De vestibule alsook de ontvangstruimtes en privévertrekken op de bel-etage en de eerste bovenverdieping, zoals de centrale trapzaal met majestueuze bordestrap en galerij waarrond een enfilade van salons geschikt is, zijn opmerkelijk omwille van hun gaaf bewaard 19de-eeuwse voorkomen en architecturale kwaliteit op het vlak van ruimtewerking, interieuraankleding en -afwerking. Aan de soberdere binnenafwerking van de tweede bovenverdieping is duidelijk dat dit niveau eerder bestemd was voor personeel. De authenticiteit van het 19de-eeuwse exterieur en interieur wordt versterkt door het bewaarde (vermoedelijk oorspronkelijk) historisch schrijn- en smeedwerk en de enkele beglazing van het schrijnwerk. Achter de herenwoning Dhanis strekt zich een open binnenplaats uit met koetshuis en afgesloten door een hoge tuinmuur met smeedijzeren hek en een dito poort. De eclectische pittoreske vormgeving van het in 1906 toegevoegde koetshuis met art nouveau- en cottage-getinte elementen getuigt van een algemene smaakverandering in bouwstijl ca. 1900. Het koetshuis verrast door het volumespel, de gevarieerde muuropeningen, het divers materiaalgebruik in de buitengevels en de decoratieve waterpomp. De intact bewaarde paardenstallen documenteren het gebruik van dit bijgebouw. De door pilasters gelede tuinmuur sluit aan bij het neoclassicistisch geheel en de solitair uitgegroeide plataan tussen het koetshuis en de tuinmuur vormt een beeldbepalend groenelement op de binnenplaats en in de straat. Dergelijk ensemble met bewaarde configuratie van woonhuis, koetshuis, open binnenplaats en tuinmuur in het centrum van de stad is in een hedendaagse stedelijke context een uitzonderlijk gegeven.

artistieke waarde

Voor de herenwoning Dhanis berust de artistieke waarde op de decoratieve uitwerking van de bepleisterde straatgevels, maar in het bijzonder op de uitzonderlijk rijke afwerking van het interieur. De neoclassicistisch opgevatte buitengevels worden verrijkt met sierelementen ontleend aan de Franse Second Empire. Het interieur behoort tot de meest authentieke en representatieve voorbeelden van burgerlijke interieurkunst uit de tweede helft van de 19de eeuw, geïnspireerd op Parijse voorbeelden. Het interieur is opgevat in een neoclassicistische stijl, typerend voor het derde kwart van de 19de eeuw, en wordt gekenmerkt door een eclectisch samengaan van overwegend neo-Lodewijk XVI, neorégence- en neorenaissance-elementen en siermotieven. In de interieuraankleding is duidelijk gestreefd naar het scheppen van schoonheid waarbij veel aandacht ging naar de vormgeving in functie van de stijlkeuze, het materiaalgebruik en de afwerking. Vooral de vestibule, de aansluitende grote trapzaal en de salons die hierop uitgeven, weerspiegelen dit in hun aankleding en inrichting. De vestibule ontleent haar statig karakter aan het met zuilen geflankeerde marmeren trapbordes, de uitwerking van de plint, de vloer van steengoedtegels met rijke boord en de geleding en het sierstucwerk van wanden en plafonds. De trapzaal wordt gedomineerd door de prestigieuze bordestrap met decoratieve ijzeren trapleuning en door de met zuilen gemarkeerde galerij. De ruimte vormt over de twee niveaus één harmonisch geheel omwille van de doorgetrokken plafond- en wanddecoratie en het binnenschrijnwerk waarbij veel aandacht ging naar de plaatsing en uitwerking van de dubbele paneeldeuren. De vier salons op de bel-etage en het hoeksalon op de eerste bovenverdieping zijn rijk gestoffeerde, artistieke ensembles met bewaarde marmeren schouwen, ingewerkte spiegels, parketvloeren, beschilderde cassetten- en stucplafonds, beschilderde en bewerkte gelambriseerde wanden - al dan niet gecombineerd met geschilderde doeken, damast- of papierbehang-, supraportes, vensteromkastingen, gordijnkappen en ajourwerk. In de tweede traphal en de dito bovenverdieping zet de neoclassicistische aankleding zich voort in sober stucwerk met sierlijsten en pilasters. Ook de dienstvertrekken kregen een gepaste afwerking zoals het 'office' met bewaarde wandkasten van pitchpine en een keukenlift en het souterrain met een vloer van steengoedtegels en een lambrisering van faience.

culturele waarde

De herenwoning met rijk uitgewerkte straatgevels en gaaf bewaard interieur is representatief voor de sociale status van de burgerlijke elite in de belle epoque en ademt nog hun woon- en leefstijl. Hun woonst diende de voorspoed en de ondernemingsgeest alsook de kunstzinnige behoeften van hun klasse te weerspiegelen. De ruimtelijke indeling en circulatie van de woning geeft duidelijk het onderscheid weer tussen de rijkelijk ingerichte bel-etage en eerste bovenverdieping met majestueuze traphal en de ontvangst- en privévertrekken van de eigenaar en de andere verdiepingen met voornamelijk werk- en nutsruimtes voor het personeel.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Herenhuis Dhanis

Maria-Henriëttalei 1 (Antwerpen)
Het gaat om een woning gebouwd rond 1870 in opdracht van Guillaume Dhanis (1822-1889) en zijn echtgenote Emma Michiels.