Klooster van de Visitatie

Beschermd monument van 30-09-2014 tot heden

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Kraainem, Zaventem
Deelgemeente Kraainem, Sint-Stevens-Woluwe
Straat Hebronlaan
Locatie Hebronlaan 5 (Kraainem), Hebronlaan 33 (Zaventem)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.01/20000/107.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Klooster van de Visitatie

Hebronlaan 1-5, 33, Kraainem, Zaventem (Vlaams-Brabant)

Het klooster van de visitandinessen werd gebouwd in 1928-1930 door architect Paul Bellot in een opmerkelijke baksteenstijl, klooster ligt op grondgebied Kraainem en Zaventem.

Beschrijving

Deze bescherming betreft het klooster van de Visitatie.

Waarden

Klooster van de Visitatie is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De orde van de visitandinessen werd in 1610 gesticht te Annecy in Frankrijk door Jeanne de Chantal en Franciscus van Sales. In de Zuidelijke Nederlanden werd op 12 februari 1667 een klooster te Brussel gesticht. Dat klooster werd in 1930 overgebracht naar de gloednieuwe gebouwen (1928-1930) in Zaventem / Kraainem en is de enige vestigingsplaats in België van de Zusters van de Visitatie. De site bestond uit een klooster met conciërgewoning, in 1937 aangevuld met een woning voor de aalmoezenier. Reeds van bij de bouw werd het klooster als een belangrijke realisatie beschouwd met een constante stroom van bezoekers. Dat hield pas op toen op 16 september 1930 het slotklooster werd ingericht.

historische waarde

in casu architectuurhistorische waarde: Het slotklooster werd opgetrokken in 1928-1930 naar ontwerp van Dom Paul Bellot in een markante baksteenstijl met invloeden van art deco en baksteenmodernisme (Amsterdamse school). Het is één van de weinige ontwerpen van Dom Bellot die in één campagne werden gerealiseerd. Het ontwerp dateert uit het laatste jaar dat Dom Bellot in ballingschap in Nederland verbleef. Het is een schoolvoorbeeld van de architecturale principes van Dom Bellot waarbij vernieuwing vertrekt vanuit traditie. Met nieuwe materialen (gekleurde baksteen, gewapend en zichtbaar beton, paraboolbogen) geeft hij de eeuwenoude tradities van het middeleeuwse monastieke leven vorm. Zijn ontwerpen leidden in de jaren 1930 en 1940 in Canada tot een architectuurstrekking die zich het ‘Bellotisme’ noemt. Het ontwerp te Kraainem was zo vernieuwend dat er meteen een stroom van bezoekers op gang kwam. Kort na de bouw verschenen er eveneens artikels in de architectuurpers. De bijhorende conciërgewoning werd conform het gedachtengoed van Dom Bellot door hemzelf secundair vormgegeven met een mansardedak, baksteendecoratie maar niet gekleurd. De gevel uitgevend op het kloosterdomein is gesloten. De aalmoezenierswoning uit 1937 is een getuige van de Belgische tak van Bellotisme en vormgegeven door architect Stassin.

artistieke waarde

Het klooster werd opgetrokken in 1928-1930 naar ontwerp van Dom Paul Bellot in een persoonlijke baksteenstijl met invloeden van art deco en baksteenmodernisme (Amsterdamse school). Het is een representatief voorbeeld binnen het oeuvre van Paul Bellot waarbij hij eeuwenoude monastieke architecturale principes naar structuur, aanleg en materiaalgebruik (alternerend gekleurde natuursteen, baksteen, …) hertaalt in moderne vormgeving (paraboolbogen) en materiaalgebruik zoals - al dan niet zichtbaar - gewapend beton, gekleurde baksteen en voegmortels, … Het overbodige wordt geschrapt. Zo werden beuken in de kapel weggelaten. Eveneens representatief voor Dom Paul Bellot is het regionalisme waarbij hij die materialen gebruikt die streekeigen zijn (beton, baksteen uit West-Vlaanderen, Kortrijkse platte pannen). De studiereis naar Spanje uit zijn jeugd vertaalt zich in Arabische en Mozarabische invloeden in de vormgeving (honingraatmotieven, mirhab, verslankende zuilen, …). Met het klooster te Kraainem schiep Paul Bellot een ‘architecture parlante’ die aan de buitenzijde toont wat de functies van het interieur zijn, inclusief de hiërarchie van de gebouwen en ruimtes. In het interieur werd bijzondere architecturale aandacht besteed aan (pand-)gangen, trapconstructies en kapel die met granittovloeren, kleurrijke baksteen en kwalitatief binnenschrijnwerk zijn afgewerkt, terwijl andere ruimtes als de cellen, spreekkamer, refter, … zonder enige vorm van decoratie werden opgeleverd. De inrichting van de kapittelzaal - uniek is de ligging op de bovenverdieping (zo ontworpen door Dom Bellot) - bleef bewaard net als drie kwalitatief hoogstaande neogotische glas-in-loodramen van het vooraanstaande en internationaal gewaardeerde atelier Mayer’sche Hofkunstanstalt München. In de kapel bleef de typische inrichting voor een slotklooster met afgescheiden zusterkoor, religieus centrum en lekenbeuk (haaks op zusterkoor om de zusters niet te zien), inclusief de koorbanken, dienst- en hoogaltaar bewaard. Op het domein twee woningen, Hebronlaan 1 en 3. De bijhorende conciërgewoning werd conform het gedachtengoed van Dom Bellot door hem zelf secundair vormgegeven met een mansardedak, baksteendecoratie maar niet gekleurd. De gevel uitgevend op het kloosterdomein is gesloten. De aalmoezenierswoning uit 1937 is een getuige van de Belgische tak van Bellotisme en vormgegeven door architect Stassin. Het getuigt van de bestendiging van Bellot’s stijl door gebruik van baksteendecoratie, mijterbogen, verslankende pilasters en raamomlijstingen.

sociaal-culturele waarde

Het klooster werd gebouwd als slotklooster. De tweedeling tussen slot (rond pandgang) en publiek deel met zijn spreekkamers, grote sacristie en kamers voor de priesters (oostelijke vleugel aansluitend bij de kapel) is naar plattegrond, functies en inrichting duidelijk herkenbaar. Zo bleef de grote spreekkamer met scheiding tussen bezoekers en slotzusters intact bewaard net als de afzonderlijke beuk in de kerk voor de gelovigen en de afscheiding tussen zusterkoor en kerk. Het volledige terrein is ommuurd en de huizen op het domein hebben toegang noch zicht op de kloostertuin. Op het domein staan boomgaarden en in de noord-oostelijke hoek werd een kerkhof voor de zusters ingericht. De woningen van aalmoezenier en conciërge hebben geen zicht noch contact met de kloostertuin.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.