Beschermd monument

Villa Muller naar ontwerp van Marcel Spittael

Beschermd monument van 09-06-2017 tot heden
ID: 21042   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/21042

Besluiten

Villa Muller
definitieve beschermingsbesluiten: 09-06-2017  ID: 14462

Beschrijving

Deze bescherming betreft de villa Muller met bijhorende garage en tuin (volledige perceel).



Waarden

Villa Muller met bijhorende garage en tuin zijn beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

architecturale waarde

Architect Marcel Spittael (1899-1981) studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel tot in 1920. Op vijfentwintigjarige leeftijd wint hij samen met Paul Lebon de eerste prijs in de wedstrijd voor de bouw van het Instituut voor Tropische Geneeskunde Prins Leopold in Antwerpen . Een eerste meesterwerk is een feit: het in 1995 als monument beschermde instituut is een prachtige realisatie in art deco-stijl. Verder zijn uit het oeuvre van Spittael momenteel vooral privéwohingen en appartementsgebouwen bekend, over het algemeen uiterst verzorgde constructies in een modernistisch of art deco-getinte vormentaal. Werken van Spittael worden regelmatig gepubliceerd in de bekende architectuurtijdschriften uit de periode en ook later als 'La Cité', ' L'Emulation', 'Batir', 'Rythme' en 'Le Document'. Met de familie Muller-Steinkuhler als opdrachtgevers krijgt Marcel Spittael de kans om een tweede meesterwerk te realiseren, ditmaal met een overtuigd modernistisch vormentaal voor het exterieur, gecombineerd met een geraffineerd sobere art deco 9fwerking voor het interieur, het geheel uitgevoerd met het hetzelfde oog voor detail en de hoogstaande graad van afwerking die zijn oeuvre kenmerken.

Vergelijkend onderzoek van het geïnventariseerde en beschermde patrimonium in Vlaanderen toont aan dat grootschalige, goed bewaarde modernistische villa's uit het interbellum, vergelijkbaar met de Villa Muller in onze regio een zeldzaam gegeven zijn. Deze stelling wordt onderschreven door verschillende nationale en internationale docenten en experts: Francis Strauven, Anne Van Loo, Marc Dubois, Pablo Lhoas, Francis Mefzger, Els Autrique, Paul Hervé Parsyen de Brusselse KCML. Zij benadrukken eveneens de uitzonderlijke bewaringstoestand van de Villa Muller en de zeldzaamheid en hoge kwaliteit van het interieur in art deco-stijl. Internationaal kan deze villa worden geplaatst naast (beschermde) voorbeelden zoals de villa Cavrois (1929-1932) van Robert Mallet-Stevens in Croix (Roubaix) en het huis Sonneveld van Brinkman en Van der Vlugt in Rotterdam (1933).

De villa is een representatief voorbeeld van modernistische baksteenarchitectuur uit het interbellum. Ze sluit aan bij het tactiele baksteenmodernisme van architecten als Henri van de Velde en Willem-Marinus Dudok. Kenmerkend zijn de strakke, zakelijke vormgeving met verspringende volumes, die evenwel gevat zijn in een harmonische compositie waar horizontale en verticale elementen elkaar in evenwicht houden. De travee-indeling is onregelmatig, aangepast aan de functies in het interieur en aan de lichtinval. Een typerend detail als de vlaggenmast verwijst naar de scheepsbouw; een vooruitstrevend element als het dakterras naar de internationale stijl. Doorgetrokken lateien in beton boven de rechthoekige muuropeningen, die soms overhoeks doorlopen, zorgen voor een horizontaliserend effect, net als de smalle lekdrempels in blauwe hardsteen onder de vensters. Opmerkelijke elementen zijn de halfronde erker op pilotis ter hoogte van de inkompartij en de halfronde loggia van de living aan tuinzijde en de bijna gevelhoge, smalle lancetvensters in de westgevel van de traptoren. Het geheel is uitgevoerd in geelbruine baksteen met schaduwvoeg. De villa is sober van vormgeving, maar wel uiterst verzorgd afgewerkt en bleef uitstekend bewaard qua exterieur, getuige vergelijking met de oorspronkelijke bouwplannen. Bijzonder is grote schaal van de villa, die uitzonderlijk is binnen de (modernistische) woningbouw in het interbellum.

De planopbouw is, aansluitend bij de status van de opdrachtgevers, geconcipieerd voor een representatieve functie en is op die manier ook uitstekend doordacht. De ruime woonvertrekken (living en eetkamer), kunnen tot één geheel aan elkaar geschakeld worden door de dubbele deuren naar de grote hal te openen, het appartement van de eigenaars en de vertrekken voorzien voor logerende vrienden worden verbonden door een intiemere, maar niet minder fraai uitgewerkte nachthal. De erker die de ingang accentueert zou de woning als verlicht baken ongetwijfeld een bijzondere uitstraling kunnen verlenen bij feestelijke gelegenheden. De utilitaire ruimtes en de vertrekken van de bedienden zijn gegroepeerd aan de andere kant van de villa en staan met elkaar in verbinding via de traptoren, die een discretie circulatie van het dienstpersoneel mogelijk maakt, zoals het in een huishouden van standing paste.

Vooruitstrevend is de manier waarop de planindeling rekening houdt met oriëntatie en lichtinval en de tuin bij de woning betrekt, onder meer door middel van brede en overhoekse raampartijen en de loggia in de living. Eveneens modern zijn de voorzieningen voor de bedienden op zich: ook zij krijgen vanuit hun slaapkamer een uitzicht op de tuin en hebben een volwaardige badkamer tot hun beschikking. Het platte dak, uitgewerkt als dakterras is een zuiver modernistisch element. Bijzonder functioneel doordacht is de garage, met dubbele garagepoort aan weerskanten, voor een eenvoudige circulatie met de wagen. Ook passend binnen het modernistische idioom waarin de villa is geconcipieerd, is de functionele uitrusting met tal van ingebouwde kasten en ingewerkte nissen en het feit dat de villa voorzien is van alle moderne comfort. Het maakt haar tot een uitzonderlijk voorbeeld van een woning die in de interbellumperiode reeds voorzien was van alle moderne uitrustingen.

Dit alles maakt de villa tot een zeldzaam, representatief en uitzonderlijk authentiek bewaard voorbeeld van een grootschalige, hoogkwalitatieve realisatie in de villabouw in het interbellum in Vlaanderen, hetgeen·eveneens door nationale en internationale experten voor deze periode wordt bevestigd.

artistieke waarde

De villa werd door de architect uitgewerkt als totaalconcept. Ze werd in 1938 compleet opgeleverd,. met inbegrip van de interieurinrichting zoals te zien op foto's van kort na de bouw. Ingebouwde kasten, de inrichting van de badkamers en de keuken werden reeds voorzien op de bouwplannen.

De interieurafwerking in de representatieve vertrekken getuigt van een geraffineerde, sobere, bijna ornamentloze weelde door het gebruik van hoogkwalitatieve materialen als parket, marmer, bladgoud, keramische tegels en exotische houtsoorten in combinatie met een hoogstaande, onberispelijke afwerking, typerend voor de art-decostijl. Doorheen de woning worden steeds terugkerende materialen gebruikt, wat zorgt voor eenheid en harmonie. De kwaliteit van afwerking én uitvoering van bepaalde elementen is uitzonderlijk te noemen. Getuige hiervan onder meerde plaatsing van de marmerpanelen in de inkomhal, de afwerking van trap en trapleuning in de grote hal en de uitvoering van het houten schrijnwerk van de schuiframen, die op verschillende plaatsen in de woning voorkomen. In de utilitaire ruimtes wordt geopteerd voor een functionele, moderne vormgeving en wordt niet op kwaliteit van afwerking ingeboet, getuige bijvoorbeeld de monumentale diensttrap in granito. De interieurinrichting bleef- met uitzondering vari de badkamers, de keuken en bijkeukens- tot in de details bewaard, wat uitzonderlijk is voor een woning uit deze periode, zoals eveneens bevestigd wordt door nationale en internationale experten.

Dit alles maakt het interieur van de villa tot een zeldzaam, representatief en uitzonderlijk authentiek bewaard voorbeeld van een hoogkwalitatieve realisatie in art deco-stijl in Vlaanderen, hetgeen eveneens door nationale en internationale experten voor deze periode wordt bevestigd.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Villa Muller naar ontwerp van Marcel Spittael

Beukenlaan 17 (Sint-Genesius-Rode)
Monumentale villa in nieuwe zakelijkheid ontworpen in 1938 en gelegen te midden van een omhaagde tuin.