Park Elzenhof

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Aarschot
Deelgemeente Aarschot
Straat Nieuwland
Locatie Nieuwland 1-3 (Aarschot)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie tuinen en parken in het Hageland - Noordoosten van Vlaams-Brabant (geografische inventarisatie: 1997 - 2007).
Toegankelijkheid Publiek toegankelijk

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Typologieopenbare parken, tuin- en parkbeplantingen, vijvers
Dateringderde kwart 19de eeuw, tweede kwart 19de eeuw, vierde kwart 19de eeuw, vóór WO I
SoortCarpinus betulus (gewone haagbeuk), Castanea sativa (tamme kastanje), Chamaecyparis pisifera (Sawaraschijncipres, Japanse cipres, Sawaracipres), Fagus sylvatica (gewone beuk), Fagus sylvatica 'Asplenifolia' (varenbeuk), Fagus sylvatica 'Atropunicea' (bruine beuk), Juniperus rigida, Liriodendron tulipifera (Amerikaanse tulpenboom), Quercus palustris (moeraseik), Quercus robur (zomereik), Quercus robur 'Albomarmorata', Quercus rubra (Amerikaanse eik), Sassafras albidum, Sequoiadendron giganteum (mammoetboom, reuzensequoia), Thuja plicata (reuzenlevensboom)

Beschrijving

Landschappelijk park met vijver, aangelegd rond 1850 naast buitenverblijf, later omgebouwd tot eclectisch kasteel; oorspronkelijk 7 hectare lusthof, rond 1900 bijna 14 hectare, later weer gehalveerd; diverse oude en zeldzame bomen.

Het Elzenhof – vroeger meestal 'Het Elzen' of 'De Elzen' genoemd – is ontstaan uit een bescheiden jachtpaviljoen of zomerverblijf. Het werd rond 1840 gebouwd door Jan Van Ophem, notaris (en burgemeester van Aarschot vanaf 1849 tot aan zijn dood in 1882), voor zijn dochter Catharina, de enige overlevende van zijn vier kinderen. Het paviljoen werd gesitueerd in het gebied 'De Elzen', een mozaïek van elzenbosjes, weiden en vochtige akkers, op vochtige zandleemgronden aan de zuidrand van de Demervallei, tussen de Moutlaak en de weg naar Rivieren, op ongeveer één kilometer ten westen van Aarschot. In 1847-1852 werd het substantieel vergroot (te oordelen naar de kadastrale opmetingsschetsen en de toename van het kadastraal inkomen) en voorzien van twee losstaande dienstgebouwen. De uiteindelijke vorm van het 'kasteel', dat in de ochtend van 12 december 1969 afbrandde, werd vooral bepaald door verbouwingen uit de jaren 1870. De oudste gekende afbeelding, een ansichtkaart verstuurd in 1901, toont tegen een achtergrond van wierookcipressen – (Calocedrus decurrens) een witgepleisterd, neoclassicistisch-eclectisch gebouw met een uitspringend middenrisaliet dat bekroond wordt door een driehoekig fronton. Bij latere verbouwingen (1910-1920) zal daar nog een mansardedak met dakkapellen en oeils-de-boeuf aan toegevoegd worden.

In 1888 was het Elzenhof nog steeds eigendom van Catharina van Ophem, weduwe van Felix d'Udekem. Het landgoed besloeg toen een groot gedeelte van de ruimte tussen Aarschot en Gelrode enerzijds, en tussen de Demer en de Liedberg anderzijds, circa 53 hectare. Hiervan waren 7 hectare bebouwd of als tuin of park aangelegd, volgens een patroon dat al op de stafkaart van 1865 zichtbaar is: centraal bevindt zich een spoelvormige, noord-zuidgerichte vijver met een eilandje, dat via een brugje met het vasteland verbonden was. Ten westen van de vijver ligt een bebost perceel van 1,5 hectare dat door een ringpad ontsloten wordt. Ten oosten van de vijver, aan de rand van een open ruimte, staat het kasteel met aanhorigheden. De hoofdtoegang wordt gevormd door een rechte, 250 meter lange oprijlaan, die vanuit het oosten op het kasteel toeloopt. Loodrecht op deze laan splitsen evenwijdig drie zijlaantjes af die aansluiten op het landschappelijk tracé in het beboste gedeelte aan de overzijde van de vijver. Het bosmassief aan de noordzijde van deze ruimte biedt een brede doorkijk in de richting van het kasteel van Meetshoven, één kilometer noordwaarts.

De stafkaart van 1865 toont twee roos ingekleurde vakken, die symbool staan voor intensief bewerkte stukken grond, moes- of bloementuin. Eén bevindt zich aan het einde van de oprijlaan, in het verlengde van het kasteel, mogelijk een bloementuin of een reeks van bloembedden; het andere ligt ten zuiden van het beboste gedeelte, tegen de huidige Nieuwlandstraat aan, mogelijk een ommuurde of omhaagde moestuin. Dit patroon vinden we ongeschonden terug op de stafkaart van 1893 (ICM, 1896), met uitzondering van het omheinde tuinperceel bij de Nieuwlandstraat, dat nu ook bebost is en door een kronkelpad ontsloten wordt. In 1888 wordt ook een grote "broeikas" geregistreerd.

Op de stafkaart van 1908 worden ingrijpende veranderingen geregistreerd, die misschien verband houden met het aantreden van een nieuwe eigenaar, Henri De Pauw, hoofdingenieur bij het bestuur van 'Bruggen en Wegen'. Dankzij zijn huwelijk met een nicht van Catharina van Ophem had hij in 1895 het Elzenhof geërfd maar twee jaar later stierf hij. Door de toenemende intensiteit van het verkeer op de in 1862 aangelegde spoorlijn Leuven-Aarschot was bovendien de oude spoorwegovergang van de Rivierenstraat (waar de oostelijke oprijlaan van aftakte) nog moeilijk te gebruiken. Vanaf de zuidrand van het domein werd een nieuwe toegang aangelegd, zodat men via een brede bocht het kasteel bereikte. Dankzij de bouw van een klein viaduct in 1911 werd het nut van deze nieuwe oprijlaan aanzienlijk vergroot. In diezelfde periode werd aan de overzijde van de Nieuwlandstraat ook een boerderij gebouwd; alle componenten van het traditionele landgoed zijn dan aanwezig.

Het meest opvallend is de uitbreiding van het park in noordoostelijke richting met meer dan vijf hectare, bijna een verdubbeling van de oppervlakte die op de vorige kaartedities als park herkenbaar is. In 1920, als de verbouwings- en heraanlegwerken worden afgerond, registreert het kadaster een "lusthof" van 14 hectare en een "lustvijver" van 42 are. De beemden bij de Moutlaak worden via lusvormige lanen met het 19de-eeuwse park verbonden. De structuur die op de stafkaart van 1908 gesuggereerd wordt, is van laatlandschappelijke signatuur: geen enkele lijn loopt nog recht, de lanen en dreefjes vormen een kluwen van lussen, ellipsen en ovalen.

De landschappelijke aankleding van de landbouwgronden ten noordoosten van het kasteel moet erg oppervlakkig geweest zijn (vergelijk met het beemdlandschap rond het kasteel van Schoonhoven) en was blijkbaar ook geen lang leven beschoren, want op de latere stafkaarten wordt ze niet meer aangegeven. Van eventuele sierbeplantingen is ook niets meer overgebleven. De verbouwings- en (her)aanlegwerken werden door de oorlogsomstandigheden pas in 1919 beëindigd. In 1965 werd het domein door de stad Aarschot aangekocht van de erfgenamen van de laatste privé-eigenaar en -bewoner, advocaat Alfred Raport, met de bedoeling er een instelling voor buitengewoon lager onderwijs te vestigen. Na de brand van 1969 werd de bovenverdieping van het kasteel gesloopt. In 1996 werd het kasteel heropgebouwd volgens het oorspronkelijke grondplan en volume, maar met moderne materialen en een sterk afwijkende detaillering. Het huidige, gerestaureerde Elzenhof vertoont nog slechts een oppervlakkige gelijkenis met het kasteel van vóór de brand. In het gebouw is nu de stedelijke muziekschool gehuisvest. De school voor bijzonder secundair onderwijs werd uitgebouwd op percelen ten oosten van het kasteel; de afdeling tuinbouw kon aldus gebruikmaken van de serres en dienstgebouwen van het Elzenhof. Het gebruik van het domein door de gemeenschap ging gepaard met een toenemend aantal recreatieve voorzieningen (basketbal-, volleybal- en tennisterreinen, speeltuigen, kinderspeeltuigen, zandbak…) verspreid over het hele domein, maar vooral in het oostelijke gedeelte.

Tot de oorspronkelijke beplantingen uit de tijd van het jachtpaviljoen behoren vermoedelijk een bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), enkele tamme kastanjes (Castanea sativa) en een Amerikaanse tulpenboom (Liriodendron tulipifera), alle met omtrekken van meer dan 400 centimeter (gemeten op 150 cm hoogte). Het gros van de bomen, onder meer de beuken die vanouds het westelijke bosgedeelte uitmaken, dateert uit de De Pauwperiode en de landschappelijke uitbreiding van het park (1895-1920). Naast een groot aantal gewone en bruine beuken, zomereik (Quercus robur), Amerikaanse eik (Quercus rubra), moeraseik (Quercus palustris), Amerikaanse tulpenboom, plataan (Platanus x hispanica), reuzenlevensboom (Thuja plicata), weymouthden (Pinus strobus), mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), moerascipres (Taxodium distichum) en diverse lindesoorten (Tilia sp.), omvat deze generatie ook zeldzame bomen: varenbeuk (Fagus sylvatica 'Asplenifolia'), zomereik met witgemarmerd blad (Quercus robur 'Albomarmorata'), en vooral drie exemplaren Amerikaanse sassafras (Sassafras albidum), waarvan een die met 130 cm stamomtrek tot de dikste gekende van België behoort – of behoorde want ze werden alledrie recentelijk stomweg gerooid. Opmerkelijk is het bonte massief geurige 'harde Gentse' azalea's – de gele Pontische azalea (Rhododendron luteum) en andere kleuren ('Knap Hill', 'Fanny') – op het schiereilandje op de westelijke oever van de vijver. De Pontische azalea heeft zich trouwens over het hele domein uitgezaaid.

Merkwaardige bomen (opname 21 mei 1997)

  • 3. mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) 353
  • 5. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 379
  • 10. Amerikaanse eik (Quercus rubra) 503
  • 11. gewone beuk (Fagus sylvatica) 355
  • 12. gewone haagbeuk (Carpinus betulus) 220
  • 18. Amerikaanse tulpenboom (Liriodendron tulipifera) 412 (130)
  • 21. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 354
  • 22. varenbeuk (Fagus sylvatica 'Asplenifolia') 216
  • 23. zomereik met witgemarmerd blad (Quercus robur 'Albomarmorata') 185
  • 45. moeraseik (Quercus palustris) 313
  • 47. zomereik (Quercus robur) 358
  • 53. Amerikaanse sassafras (Sassafras albidum) 130 – recentelijk gerooid
  • 61. reuzenlevensboom (Thuja plicata) 234
  • 63. tamme kastanje (Castanea sativa) 411
  • 65. grootbladige beuk (Fagus sylvatica 'Latifolia') 79
  • 66. Juniperus rigida 174 (gemeten op 10 cm hoogte)
  • 67. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 488
  • 69. sawaracipres met pluimvormig vertakte twijgen (Chamaecyparis pisifera 'Plumosa') 140, 100, 84, 47, 236 ( gemeten op 50 cm hoogte)
  • 70. tamme kastanje (Castanea sativa) 377

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger [212] Aarschot, art. 1414 nr. 149, art. 1620 nrs. 176 en 177.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschets Aarschot 1848 nr. 17, 1849 nr. 39, 1852 nr. 15, 1871 nr. 22 en 1875 nr. 8, 1911 nr. 25 en 1920 nr. 66.
  • BAEYENS L. & SCHEYS G., Bodemkaart van België: kaartblad Aarschot 75W, Centrum voor Bodemkartering, 1958.
  • BAUDOUIN J.C. e.a., Bomen in België. Dendrologische inventaris 1987-1992, Stichting Spoelberch-Artois in samenwerking met de Belgische Dendrologische Vereniging, 1992, p. 390.
  • HELLEBAUT F., De familie van Ophem te Aarschot, in: Het Oude Land van Aarschot 5(3), 1970, p. 3, 82.
  • OP DE BEECK E., Aarschot, evolutie van een stadsbeeld, een straten- en platenboek, Aarschot, Rotary Club, 1982, p. 86, 87.

Bron: DENEEF R., 2007: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Hageland - Noordoosten van Vlaams-Brabant. Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Boortmeerbeek, Diest , Haacht, Keerbergen, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tremelo.

Auteurs: De Jaeck, Herlinde & Deneef, Roger

Datum tekst: 2007

Relaties

maakt deel uit van Aarschot

Aarschot (Aarschot)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.