Domein van Rivieren

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Aarschot
Deelgemeente Gelrode
Straat Begijnendijksesteenweg
Locatie Begijnendijksesteenweg 221 (Aarschot)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie tuinen en parken in het Hageland - Noordoosten van Vlaams-Brabant (geografische inventarisatie: 1997 - 2007).
Toegankelijkheid Niet toegankelijk

Juridische gevolgen

Beschrijving

Oorspronkelijk omwalde kasteelsite met hoog- en neerhof, vernietigd in 1866; landschappelijk park (5,5 hectare) aangelegd circa 1880 rond nieuw gebouwd eclectisch kasteel; bruine beuken in '12 apostelen'-formatie, typisch voor de regio.

De 'meander' van Vorsdonk

Het noordwestelijke gedeelte van Gelrode valt samen met een grote, lobvormige uitstulping van de Demervallei. Dit is de meest oostelijke van de grote, ingesneden meanders langs de benedenlopen van Dijle en Demer. De andere meanders bevinden zich stroomafwaarts van Werchter, onder meer de Putten van Fon­teyn en de Blaasberg te Tremelo, de Broekelei te Keerbergen, het Cassenbroek te Bonheiden en de Donk van Hever. Deze fossiele meanders zijn waarschijnlijk van laatglaciale ouderdom (meer bepaald uit het Jongere Dryas, circa 9000 – 8500 vóór Christus). Zij zijn qua afmetingen en straal duidelijk te onderscheiden van de talrijke 'hoefijzers' of vrije meanders, die tijdens de laatste 300 jaar van de Demer en de Dijle werden afgesneden wegens de scheepvaart of in het kader van waterbeheersingswerken. De meander van Vorsdonk-Turfputten onderscheidt zich bovendien door de talrijke, min of meer gestroomlijnde, zandige opduikingen ('donken'), die in het noorden van het gebied de Lange Heuvel vormen en, meer zuidelijk, het duinachtige massief waarop Vorsdonkbos gesitueerd is. Deze donken hebben een structurerende rol gespeeld bij de aanleg van het landschappelijk park rond 1880.

De heerlijkheid van Rivieren

Toen François Tahon de la Motte (telg van een uit Binche afkomstige, in 1719 geadelde familie) op 24 thermidor van het jaar XI (1803) in het huwelijk trad met Aimée Dirix de Bretel, nicht en enige erfgenaam van de laatste feodale heer van Rivieren, werd hij niet alleen de grootste grondeigenaar van Gelrode – minstens één achtste van het dorp (83 van de 688 hectaren), maar ook titularis van enkele rechten, die beschouwd kunnen worden als relicten van de vroegere heerlijke rechten: het visrecht en de "passagie" op de Demer. Zijn eigendommen besloegen, op enkele enclaves na, bijna de hele westelijke helft van de meanderlob.

Het kasteel van Rivieren gaat terug tot een strategisch belangrijk, feodaal slot, zetel van de heerlijkheid van Rivieren, voor het eerst vermeld in 1197. In de 'albums' van hertog Karel van Croÿ aan het einde van de 16de eeuw wordt een gebouwencomplex afgebeeld, omgeven door een cirkelvormige slotgracht. Het hoofdelement is een vierkante, ijzerzandstenen slottoren, volledig door water omgeven en alleen bereikbaar via een houten brugje vanuit het neerhof. Dit beeld behoorde al sinds 1764 tot het verleden. Het kasteel was "op zijn nieuwe bouwtrant gebouwd", zoals de inspecteur van het kadaster (nog) in 1830 opmerkte, en er was "ook eene buitenplaats in bouwing". Van het kasteel "in nieuwen bouwtrant" zijn ons geen afbeeldingen bekend; vermoedelijk gaat het om een sober, witgepleisterd, neoclassicistisch gebouw, wellicht vergelijkbaar met het nabijgelegen, nog bestaande kasteel van Nieuwland, dat rond 1800 door baron de Loen d'Enschede was gebouwd. Zoals blijkt uit de Primitieve kadasterkaart (anno 1822) was de tweeledige, feodale structuur bewaard gebleven: de cirkelvormige slotgracht, mogelijk zelfs de donjon – weliswaar 'drooggelegd' – en een gedeelte van de neerhofgebouwen. Aan de overkant van de Rivierendreef was een nieuw, langgerekt gebouw verschenen, mogelijk de "buitenplaats" waarvan sprake is in bovengenoemd verslag.

Landschappelijke aanleg en bodemgesteldheid

In 1830 was het kasteel, volgens het verslag van de ambtenaar van het kadaster, onbewoond en het "zoude in de zomer eene aangename verblijfplaats opleveren indien het onderhouden was". In 1866 werd het op last van de weduwe van François Tahon tot op de grond afgebroken en vervangen door een eclectisch landhuis, 50 m verderop in oostelijke richting. De verbouwing die het nieuwe kasteel zijn huidige vorm gaf, werd twintig jaar later uitgevoerd door Oscar van den Eynde, volksvertegenwoordiger, provincieraadslid, burgemeester van Gelrode en vanaf 1929 ook baron en de Rivieren, die in 1877 het domein van Rivieren had geërfd samen met Meetshoven van baron Oscar Surmont de Volsberge. Tegelijkertijd werd over de in 1860 uitgevoerde meandercoupure ten westen van het kasteel een nieuwe brug over de Demer gebouwd. De straat van Betekom naar Gelrode, in de kadastrale atlas van Popp (1860) nog "Rivieren Dreef" genoemd, werd vervolgens in die richting verlegd.

Op de stafkaart van 1893 tekent zich rond het kasteel een landschappelijk park af, te herkennen aan een 8-vormig ontsluitingspatroon, dat nog grotendeels bewaard is – een grote zuidelijke en een kleine noordelijke lus. Het nieuwe kasteel ligt op het snijpunt van beide lussen. In een meandercoupure bij de nieuwe Demerbrug (op het grondgebied Betekom) wordt een perceel boomgaard afgebeeld. De kasteelsite, die in feite de grootste donk in beslag neemt, wordt door een rechte dreef verbonden met de donk waarop het eigenlijke Vorsdonkbos ligt. Het bos zelf wordt opgesmukt met boomsoorten met een zekere sierwaarde, zoals bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') en Amerikaanse eik (Quercus rubra). Het kadaster noteert een lusthof van 5,5 hectare, maar het landschappelijk aangelegde gebied beslaat minstens het dubbele.

Een luchtfoto uit 1928 en de stafkaart van 1930 (ICM, 1936) geven een idee van hoe dit parklandschap eruitzag vóór het werd verdoezeld door populierenaanplantingen en allerlei houtopslag: een open beemdgebied met verspreide bosjes of bomengroepen, meestal op de donken. Het kasteel bevindt zich in het centrum van een open ruimte, omsloten door een golvende bosrand en gestoffeerd met bomengroepjes. De dicht in elkaar geplante groep bruine beuken op een heuveltje ten zuidoosten van het kasteel vormt een streektypische stijlfiguur, die we in diverse parken in de regio (zoals bij het Nieuw Kasteel van Boutersem, het kasteel van Kersbeek te Kortenaken, de tuin bij de pastorie van het begijnhof te Diest, enzomeer) hebben aangetroffen en die door de eigenaars vaak als 'de Twaalf Apostelen' worden aangeduid (maar meestal ontbreken er enkele); de dikste 'apostel' heeft hier een stamomtrek van 392 cm, de dunste van 250 cm.

Ten zuidwesten van het kasteel is er nog een tweede beplantingsheuvel met moeraseiken (Quercus palustris). De golvende zoom van het randplantsoen vormt de achtergrond voor enkele bijzondere bomen, zoals edele zilverspar met blauwgrijze naalden (Abies procera 'Glauca') en reuzenlevensboom (Thuja plicata). De dikke tamme kastanje (Castanea sativa) tussen het kasteel en de 'Twaalf Apostelen' is een 'spaartelg' op een oude hakhoutstoof uit de tijd van Tahon, vóór de aanleg van het landschappelijk park.

Merkwaardige bomen (opnamen 1 en 7 oktober 1998)
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimeter weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • 11. grootbladesdoorn (Acer macrophyllum) 130/98/57, driestammig exemplaar
  • 12. hemelboom (Ailanthus altissima) 260, dikste van vier
  • 15. edele zilverspar met blauwgrijze naalden (Abies procera 'Glauca') 250
  • 22. tamme kastanje (Castanea sativa) 376
  • 26. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 365 (gemeten op 130 cm hoogte)
  • 28. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 392
  • 40. reuzenlevensboom (Thuja plicata) 258
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger [212] Aarschot, art. 913.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschets Gelrode 1889 nr. 8.
  • Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht, Evere, bundel 269, cliché A.1.a./39.
  • Arenbergarchief, K.U. Leuven, nr. F. 281 fol. 116(59), figuratieve kaart van het Hof van Rivieren, 1597.
  • ANNE DE MOLINA J. e.a., Etat présent de la noblesse du royaume de Belgique, V, 1962, p. 187.
  • DE SMEDT P., Paleografie en kwartair-geologie van het confluentiegebied Dijle-Demer, in Acta Geographica Lovaniensia, 11, 1973, p. 144.
  • DE STEIN D'ALTENSTEIN I., Tahon, in Annuaire de la noblesse de Belgique, XIVe jg., Brussel, H. Tarlier, 1860, p. 244.
  • OP DE BEECK E. & ELSEN R., Aarschot, evolutie van een stadsbeeld – Een straten- en platenboek, Aarschot, uitgever E. Op de Beeck in samenwerking met Rotary Club Aarschot, 1982, p. 273.
  • DUVOS­QUEL J.M., BERGER R., JACQUET P., JACQUET-LADRIER F. & MINNEN B., Albums de Croÿ – Bezittingen der Croÿs in Brabant, Vlaanderen, Artesie en het Naamse, Brussel, Gemeentekrediet van België, 1985, plaat 10 "Betekom" en plaat 15 "Het slot van Rivieren" (1596-98).
  • MINNEN B., Het hertogdom Aarschot onder Karel van Croÿ(1595-1612), kadasters en gezichten, Gemeentekrediet van België, 1993, plaat 14.
  • SCHEYS F., Rivieren en zijn bewoners in de tweede helft van de 18de eeuw, in Het Oude Land van Aarschot, 18(4), 1983, p. 160-167.

Bron: DENEEF R., 2007: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Hageland - Noordoosten van Vlaams-Brabant. Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Boortmeerbeek, Diest , Haacht, Keerbergen, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tremelo.

Auteurs: De Jaeck, Herlinde; Deneef, Roger & Wijnant, Jo

Datum tekst: 2007

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Gelrode

Gelrode (Aarschot)

omvat Kasteel van Rivieren

Begijnendijksesteenweg 221, Aarschot (Vlaams-Brabant)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.