Centrale Werkplaats Mechelen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mechelen
Deelgemeente Mechelen
Straat Leuvensesteenweg
Locatie Leuvensesteenweg 30, Mechelen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Mechelen extra muros (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Mechelen extra muros (geografische inventarisatie: 01-01-1995 - 31-12-1995).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Centrale Werkplaats Mechelen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Centrale Werkplaats Mechelen: werkplaatsen, laboratorium, fuelloods en watertoren
gelegen te Leuvensesteenweg 30 (Mechelen)

Deze bescherming is geldig sinds 20-02-1998.

Beschrijving

Centrale Werkplaats, modo Arsenaal. Industrieterrein van de NMBS, begrensd door Leuvensesteenweg, Hanswijkdries, Motstraat, Bautersemstraat, Leuvensevaart en Stationsstraat.

Historiek

Voor het onderhoud en de herstelling van het rollend materieel hadden de ontwerpers van de staatsspoorweg ook herstellingswerkplaatsen voorzien. Voor Mechelen, centraal gelegen in het spoorwegnet voorzagen ze een "centrale werkplaats" waar naast herstellingen en herzieningen ook nieuwe voertuigen werden gebouwd. Het ging echter vooral om assemblage met materiaal van toeleveringsbedrijven. Een voorlopig atelier werd ondergebracht in het oude dominicanenklooster in de Goswin de Stassartstraat, dat sedert de Franse Revolutie omgevormd was tot wapenarsenaal: vandaar de benaming "arsenaal" en "arsenaalmannen".

In 1836 werd op een terrein tussen het toenmalige station en de Leuvensesteenweg gestart met de bouw van een rijtuigloods en werkplaatsen; laatstgenoemde waren in 1839 bedrijfsklaar. Het Arsenaal was de eerste grootschalige fabriek te Mechelen. Van de oorspronkelijke werkplaats (1839-1860) bleven echter slechts een klein gedeelte van het schilderswerkhuis, en een heel klein deel van de herstellingswerkplaats voor locomotieven bewaard.

Tussen 1860 en 1885 was de centrale werkplaats één grote bouwwerf; het territorium, dat in noordelijke, oostelijke en zuidelijke richting werd uitgebreid, werd bebouwd met vele nieuwe, meestal voor herstelling van rijtuigen en wagens bestemde gebouwen. In 1865 werd de hoofdingang van de Stationsstraat naar de Leuvensesteenweg verplaatst; pas in 1899 werd een tweede ingang, aan de Leuvensevaart, toegevoegd. De nog bestaande herstellingswerkplaats voor rijtuigen, aanbesteed in 1872 en 1873, een voor die tijd groot werkhuis (244 meter op 77 meter), werd opgetrokken parallel met de Leuvensesteenweg; ze werd in 1944 geteisterd en in 1952 op dezelfde plaats herbouwd. De zagerij van 1878 werd later omgevormd tot gereedschapswerf en wordt nu onder meer gebruikt door de brandweer; de twee aanpalende houtloodsen, eveneens van 1878, werden in 1934 vervangen door het centrale bureau. Ook voor de in 1879 opgerichte "Service de la Commission de Réception de Malines", die optrad als keurdienst, werden verschillende gebouwen opgetrokken, onder meer het nu nog bestaande laboratorium voor mechanische proeven van 1880-1882. In 1877 werd de lijn Mechelen-Leuven die dwars door het arsenaal liep buiten dienst gesteld en omgeleid naar het huidige tracé; van die eerste spoorlijn zijn nog sporen merkbaar, onder meer het bredere gedeelte van de Hanswijkdries en de spievormige verkaveling aan de Leuvensesteenweg te Muizen, daar waar spoor en baan elkaar onder een scherpe hoek kruisten.

De periode 1885-1926 wordt gekenmerkt door aanzienlijke terreinuitbreiding (van 25 hectare in 1885 tot 48 hectare in 1901) en de bouw van vier grote werkhuizen. Van de smidse bleef na de bombardementen in 1944 amper één vierde overeind, dat hersteld werd en nu deel uitmaakt van de motorwagenwerkplaats; in 1900 werd een bouwwerk van 178,10 meter op 40,56 meter aanbesteed geschikt voor houtzagerij, elektrische centrale met generatoren en ijzerdraaierij, circa 1935 vergroot aan de noordzijde; het bevat heden de wikkelwerkplaats, elektrische centrale, telefooncentrale en remwerf.

Tussen 1926 en 1944 werden de werkplaatsen heringericht voor de herstelling van stoomlocomotieven; kettingwerk en een planningstelsel werden ingevoerd, betonwegen aangelegd en het terrein verfraaid met bomen, gras- en bloemperken. In 1925-1930 werden twee grote loodsen voor herstelling van bogierijtuigen gebouwd, respectievelijk ten oosten en ten westen van de overlader; bogierijtuigen werden hier echter nooit hersteld; wel werden deze loodsen vanaf circa 1930 gebruikt voor de herstelling van stoomlocomotieven; ze werden zwaar beschadigd tijdens de bombardementen van 1944 en kort na de oorlog hersteld; sedert 1956 - de laatste stoomlocomotief verliet het arsenaal op 24 januari 1956 - worden ze voor herstelling en constructie van elektrische locomotieven en motorrijtuigen benut. Het U-vormige bureaucomplex, tevens voorzien van een geneeskundige dienst, dateert van 1934.

Voor de Tweede Wereldoorlog was het arsenaal uitgegroeid tot een indrukwekkend complex; door het luchtoffensief van 1944 werd echter driekwart van de Mechelse spoorweginstallaties vernield. Na de oorlog werd onmiddellijk met de heropbouw gestart; het eerste nieuwe bouwwerk (1946) was de watertoren aan de Motstraat. Gedurende bijna twintig jaar werd er intensief gebouwd tot grosso modo de huidige stand van zaken werd bereikt.

Beschrijving

De huidige oppervlakte van het Arsenaal bedraagt ruim 36 hectare. Het staat heden in voor de volledige periodische herstelling van de gesleepte rijtuigen, elektrische motorrijtuigen, dieselmotorwagens en een deel van de elektrische locomotieven, evenals voor de accidentele herstellingen van het materieel.

Niettegenstaande de grote schade aangericht in 1944, vertoont het huidige gebouwenbestand nog voldoende getuigen uit de verschillende bouwperioden, om de evolutie van de industrie-architectuur binnen één bedrijf over een periode van bijna honderdvijftig jaar toe te lichten. Door de aard van de productie gaat het hier in hoofdzaak om rechthoekige langshallen van grote afmetingen.

Uit de eerste bouwperiode resten twee bakstenen loodsen met vernieuwd zadeldak, waarop later de data 1841, 1875 en 1835 zijn aangebracht. Opgericht als schrijnwerkerij-schilderswerkhuis, doen ze nu respectievelijk dienst als regionaal spoorwegmuseum "De Mijlpaal" en magazijn. Vooral de meest noordelijke loods (gedateerd 1841) met witgeschilderde buitengevels op gepikte plint, witstenen hoekkettingen, rondboogvormige deels blinde muuropeningen verbonden door een kordon ter hoogte van de imposten, modillons onder de dakgoot en de als fronton uitgewerkte punt van de kopgevel, leunt nog zeer sterk aan bij de laatclassicistische bouwkunst.

De aanpalende, heden tweebeukige loods met parallelle zadeldaken, opgericht circa 1843 voor de herstelling van locomotieven en tenders, wordt heden gebruikt als magazijn; de vrijstaande langsgevel laat nog de oorspronkelijke draagconstructie met gietijzeren kolommen zien. De loods dwars op laatstgenoemde, waar nu de brandweer en de museumwerkplaats zijn ondergebracht, werd in 1878 opgericht als houtzagerij: witgeschilderd bakstenen gebouw op gepikte plint onder zadeldak; de langsgevels met segmentboogvensters onder ontlastingsboog, zijn per travee verzwaard met uitgewerkte penanten; de tuitvormig verhoogde kopgevels geflankeerd door monumentale hoekposten, zijn afgewerkt met dekstenen van arduin en voorzien van een rondboogluikje ter hoogte van het dak; westgevel met bewaarde segmentboogpoorten.

Van 1880-1882 dateert het laboratorium voor mechanische proeven, heden bewaarplaats voor wisselstukken en garage; de westvleugel, één van de weinige hallen met twee bouwlagen, wordt gemarkeerd door grote vensternissen, waarin telkens een rechthoekig en een rondboogvenster met ijzeren roeden is ondergebracht; de lagere, aansluitende vleugel heeft segmentboogvensters met natuurstenen sleutel en hoekblokken in de kopgevel, rechthoekig in de langsgevel.

Uit deze periode dateren waarschijnlijk ook een heden als magazijn gebruikte hal, zie vormgeving van de zuidkopgevel en bewaarde noklantaarn van de oostbeuk, en het gebouw getypeerd door segmentboognisen waarin heden het wielenmagazijn en de lassersschool zijn ondergebracht.

Van de in 1900 aanbestede fabriekshal, heden wikkelwerkplaats, elektrische centrale, telefooncentrale en remwerf, bleef nog een groot deel als dusdanig bewaard. De bakstenen langshal vertoont een hoofdstructuur die telkens drie traveeën onder één licht hellend schilddak groepeert, aan de oostelijke langsgevel gemarkeerd door verzwaarde muurdammen en grote segmentboogvensters met ijzeren vensterroeden; de breder uitgewerkte middelste compartimenten, gelegen in het verlengde van de grote overlader (100 ton), zijn voorzien van een puntgevel. De aanpalende hoge hal dateert van circa 1935.

Ook de voormalige fuelloods, nu magazijn van de netreserve klimt op tot circa 1905. Het is een vrijstaand, aan een spoor grenzend bakstenen gebouw onder zadeldak, geopend met kleine en grote segmentboogvensters met ijzeren roeden, natuurstenen sleutel en hoekblokken; door de verhoging van de begane grond, zie de natuurstenen sokkel met rechthoekige keldervensters, werden aan de spoorzijde loopbruggen aangebracht; aan dezelfde zijde bevindt zich een luifel op ijzeren consoles.

De twee grote loodsen ten oosten en ten westen van de 100-ton-overlader, heden respectievelijk de hal voor de herstelling van het reizigersmaterieel en de wieldraaierij/motorenwerkplaats klimmen op tot de jaren circa 1925-1930; ze vertonen een betonnen skeletstructuur met bakstenen invulmuren, doorbroken door grote rechthoekige vensters met betonnen ramen en ijzeren roeden; de parallel geplaatste zadeldaken met grote glasvlakken, rusten op metalen vakwerkspanten van verschillende types. De versiering van de gevels door middel van verdiepte, concentrische rechthoeken en de vormgeving van de geveltoppen van de meest oostelijke, hoger opgetrokken beuken, verwijzen naar de art deco.

Het symmetrisch opgebouwde U-vormige bureaugebouw van 1934 met zijn afgeronde hoeken, sterke horizontale belijning, typisch metselwerk, metalen ramen en grote deurluifels leunt eerder aan bij de nieuwe zakelijkheid.

De watertoren nabij de Motstraat, van 1946, heeft een cilindrische, gesloten bakstenen voet en onbeklede Intzekuip met een inhoud van 400 kubieke meter.

De grote herstellingswerkplaats voor rijtuigen parallel aan de Leuvensesteenweg, werd in 1952 op dezelfde plaats heropgebouwd als de vorige. Evenals de in 1946 gebouwde fabricatiehal en smidse, hebben deze loodsen een betonnen skelet, bakstenen muren met rechthoekige ramen, zadel- of sheddaken; in het interieur overheersen de enorme vakwerkspanten en grote glasvlakken.

  • ROGIER M.C.G., Bijdrage tot de geschiedenis van de Belgische spoorwegen te Mechelen, Mechelen, 1978.
  • ROGIER M.C.G., Mechelen middelpunt van de Belgische staatsspoorweg, Mechelen, 1983.
  • VAN CRAENENBROECK W., Eenheid in verscheidenheid. Watertorens in België, Brussel, 1991, 87.
  • VERMOORTEL F., Mechelen, de mémoires van een stad, Brugge, 1986, 19, 21.

Bron: Kennes H., Plomteux G. & Steyaert R. 1995: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kanton Mechelen, Bouwen door de eeuwen heen in in Vlaanderen 13N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Plomteux, Greet

Datum tekst: 1995

Relaties

maakt deel uit van Leuvensesteenweg (Mechelen)

Leuvensesteenweg (Mechelen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.