erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Antonius

bouwkundig element
ID: 200198   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200198

Juridische gevolgen

Beschrijving

Neoclassicistische kerk van 1842 met omringend, ommuurd kerkhof, gelegen aan de hoofdstraat van het landelijke gehucht Wolfsdonk.

Historiek

Op de Ferrariskaart van 1771-1777 wordt Wolfsdonk aangeduid als 'Hameau Wolfdonck', een kleine woonkern omgeven door akkers.

Op kerkelijk gebied was Wolfsdonk in oorsprong afhankelijk van Langdorp, een parochie die op haar beurt sinds 1260 afhankelijk was van de abdij van Sint-Geertrui in Leuven. Om de kerkdiensten te kunnen bijwonen moesten de inwoners van Wolfsdonk zich bijgevolg naar Langdorp begeven. De naam Wolfsdonk duikt in de geschreven bronnen voor het eerst op in 1435, wanneer de inwoners aan de abdij van Sint-Geertrui vragen om een eigen kapel te mogen bouwen op de plaats waar volgens de overlevering een houten beeldje van Sint-Antonius in een boom hing. De abdij gaf de toelating om "ter voorsegde plaetse, te Wolfsdonck, een capelle oft oratorie" op te richten; in 1437 gaf ook de bisschop van Luik, Johan van Heinsberg, zijn goedkeuring. Al in 1457 werd deze kapel aanzienlijk uitgebreid. Het gehucht groeide uit tot een klein bedevaartsoord voor Sint-Antonius-abt en kon zo genieten van vele schenkingen tot onderhoud van de kapel. Het album De Croy van 1597 toont de toenmalige kapel als een eenbeukige, georiënteerde constructie in gotische stijl, geritmeerd door steunberen en voorzien van een polygonale dakruiter of klokkentoren; de kapel was parallel met de straat ingeplant.

Hoewel in Wolfsdonk verschillende missen werden opgedragen, waaronder de mis voor Sint-Antonius op vrijdag, gingen de zondagsvieringen, dopen, begrafenissen en catecheselessen nog steeds door in Langdorp. In 1786 vroegen een aantal vooraanstaanden van Wolfsdonk om de oprichting van een eigen parochie; hoewel het bisdom positief reageerde, was de Sint-Geertrui-abdij niet akkoord. Wolfsdonk kreeg vanaf 1788 wel een eigen onderpastoor maar bleef een hulpparochie van Langdorp. Overleden inwoners werden van dan af wel aan de kapel begraven. Door de instelling van het concordaat van Napoleon (1801) werd Langdorp bij het nieuwe decanaat Aarschot gevoegd; de Onze-Lieve-Vrouwekerk aldaar werd vanaf 1803 parochiekerk, de Sint-Pieterskerk van Langdorp werd een hulpkerk of succursale en de kapel van Wolfsdonk een annex. In 1805 kocht de toenmalige kapelaan Frans Van Hove een orgel bij de orgelbouwers Arnold en Arnold-Joseph Graindorge zoals blijkt uit hun inkomstenboek; dit orgel was vermoedelijk afkomstig uit een klooster dat werd opgeheven tijdens de Franse Revolutie.

Ten gevolge van de geleidelijke bevolkingstoename werd in 1806 de vraag gesteld aan het bisdom om de kapel te mogen uitbreiden; de toestemming werd verleend en meerdere malen werden herstellingen doorgevoerd. Desondanks was de kapel in 1839 in zo’n slechte staat dat er beslist werd om een nieuwe kerk te bouwen. François Drossaert (1793-1863), toenmalig stadsarchitect van Tienen, tekende het ontwerp voor de huidige neoclassicistische kerk. De oude kapel werd gesloopt en op 18 april 1842 werd de eerste steen gelegd van de nieuwe kerk; bij Koninklijk Besluit van 11 juli 1842 werd beslist dat Wolfsdonk vanaf 1 januari 1843 een succursale kerk zou worden. Op 20 december 1842 werd Wolfsdonk echter een zelfstandige parochie, waardoor de inwoners niet langer moesten instaan voor het onderhoud van de bedienaar. De bouw zou volgens de literatuur afgerond zijn in het voorjaar van 1845, hoewel de kerk al in 1842 samen met een uitbreiding van het kerkhof op het kadaster werd geregistreerd. Het geheel werd opgetrokken uit baksteen, afkomstig uit Boom of het naburige Ramsel. De kerk werd gezegend op 18 juni 1845.

In de daarop volgende periode werd nog steeds verder gewerkt; zo zou een deel van de kerkhofmuur gemetst zijn in 1847. In 1851 werd een door Drossaert ontworpen hoogaltaar geplaatst en in 1852 werd de barokke preekstoel van de gesloten begijnhofkerk in Aarschot aangekocht. Op 11 juli 1853 volgde de inwijding door de aartsbisschop van Mechelen, kardinaal Engelbert Sterckx. De gietijzeren communiebank dateert van 1856 en het orgel van de oude kapel werd in 1870 herbouwd door orgelmaker Leonard Drijvers uit Rotselaar. In 1869 werd het kerkhof nogmaals uitgebreid en in 1892 werd het dak verhoogd en vernieuwd (zie de nog zichtbare bouwnaden; tegelijkertijd werd een nieuw portaal gebouwd; deze werken werden uitgevoerd door de gebroeders De Bruyn, aannemers uit Ledeberg (Gent). Op 15 april 1928 werd het hoogaltaar met tabernakel door brand vernield; onmiddellijk daarna werd in Leuven een nieuw witmarmeren altaar aangekocht.

Doorheen de jaren werden meermaals onderhouds- en herstellingswerken uitgevoerd. In de jaren 2000 werd overgegaan tot een grondige restauratie van de buitenzijde, werken die beëindigd werden in 2012. Bij de viering van 170 jaar parochie werden vier nieuwe glasramen met heiligenfiguren gerealiseerd (in de twee meest noordelijke traveeën) door atelier Theys en Miseur uit Holsbeek. Momenteel (2013) worden plannen gemaakt voor de restauratie ven het beschermde orgel en een herinrichtingsproject van het oude kerkhof.

Bij de heraanleg van de dorpskern in 1963 werd het noordelijke deel van het kerkhof ingepalmd voor de aanleg van parkeerplaatsen waardoor de oude kerkhofmuur aan de straat werd afgebroken en achteruit geschoven. Het omringende ommuurde kerkhof bevat vandaag nog diverse ijzeren kruisen en meerdere, van oudsher lichtblauw geschilderde, houten kruisjes van kindergraven.

Beschrijving

Niet-georiënteerde longitudinale kruiskerk met een driebeukig schip van vier traveeën en ingebouwde toren aan de noordzijde, een nauwelijks uitspringend transept met vlakke sluiting en een koor van één rechte travee met polygonale, blinde sluiting en flankerende zijkoren; de koorsluiting zit gevat tussen de sacristie ten westen en een bergruimte ten oosten; beide annexen zijn aan de buitenzijde verbonden door een getraliede rondboognis waar voorheen een piëta stond opgesteld, momenteel gerestaureerd en overgebracht naar het interieur; in de nis bevindt zich vandaag de grafplaat van Eerwaarde Heer Joannes Antonius Peeters (1799-1880), geboren te Wolfsdonk en weldoener van deze kerk. Rechts naast de nis is er een tweede grafplaat van pastoor Josephus Van Houdt (1854-1919).

Het geheel is opgetrokken uit baksteen onder een gecombineerde leien bedaking. De inkom bevindt zich in de noordelijke (straat)gevel die is uitgewerkt als een neoclassicistische, hoger oplopende frontongevel in risaliet; het fronton zelf wordt gemarkeerd door een omlopende houten kroonlijst en een uurwerk in het frontonveld. De rechthoekige inkompoort is gevat in een hardstenen frontonomlijsting en wordt hogerop bekroond door een eenvoudig rondboogvenster. De natuurstenen plint loopt door over de noordgevels van de zijbeuken die hier gemarkeerd worden door een blind rondboogvenster; tegen de gevel van de oostelijke zijbeuk werden gedenkplaten aangebracht voor de gesneuvelden van beide Wereldoorlogen en de hier begraven oud-strijders.

De ingebouwde vierkante toren onder ingesnoerde leien naaldspits telt twee zichtbare geledingen met in de bovenste geleding aan elke zijde een rondbogig galmgat waarvan de archivolt gestut wordt door flankerende, ontdubbelde pilasters. De overige gevels van schip, transept, koor en annexen vertonen een sober uitzicht met eenvoudige rondboogvensters op hardstenen lekdrempels; de gevels van het schip en de zijkoren worden afgelijnd door een houten kroonlijst op modillons.

Interieur

Het interieur is vrij eenvoudig uitgewerkt met bepleisterde en beschilderde wanden die geritmeerd worden door pilasters met een composietkapiteel, in het koor gelijkaardige gecanneleerde halfzuilen; de middenbeuk, transept en koor zijn overdekt door een tongewelf, neerkomend op een omlopend klassiek hoofdgestel dat in de middenbeuk gestut wordt door zuilen met een composietkapiteel op een vierkante sokkel; de zijbeuken en zijkoren zijn geplafonneerd, vandaag zijn deze plafonds bekleed met planchetten. De sacristie heeft een fraai uitgewerkte neoclassicistische lambrisering met ingebouwde kasten.

Mobilair

Witmarmeren hoofdaltaar, aangekocht na de brand van 1928; eenvoudige zijaltaren van rood marmer, links toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, rechts aan Sint-Antonius met houten Sint-Antoniusbeeld, volgens gegevens van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium uit de periode 1501-1510; barokke preekstoel afkomstig uit de begijnhofkerk van Aarschot, volgens dezelfde bron van de hand van Ghijsbrecht Hechtermans, 2de helft 17de eeuw; gietijzeren communiebank van 1856; biechtstoelen in neo-Lodewijk XVI-stijl. Geschilderde kruisweg, 1898, door pastoor Couwenbergh en bewaarde glasramen met centrale heiligenfiguren.

Het orgel dateert volgens de constructie-eigenschappen uit de 18de eeuw; het werd in 1805 aangekocht bij de orgelbouwers Arnold en Arnold-Joseph Graindorge, en in 1870 herbouwd door orgelmaker Leonard Drijvers uit Rotselaar. Het orgel bevat zowel loden als houten (grenen) pijpen en bevat nog enkele originele 18de-eeuwse elementen. De orgelkast is 17de-eeuws en het orgel was in oorsprong een balustrade-orgel. De bovenzijde van het prospekt is met de verplaatsing naar Wolfsdonk voorzien van een valse bovenbouw. De vleugelstukken zijn waarschijnlijk nog origineel.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Aarschot, Afdeling III (Langdorp 1), sectie A 1842/2.
  • 170 jaar Wolfsdonkse parochie geschiedenis. Brochure Sint-Antonius parochie Wolfsdonk.
  • FAUCONNIER A., ROOSE P. 1977: Het Historisch orgel in Vlaanderen, deel II b, Brussel, 14-17.
  • PEETERS A. e.a. 1976: Honderd jaar de lens op Langdorp, Langdorp.

Bron     : -
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2013


Relaties

  • Omvat
    Orgel kerk Sint-Antonius Abt
    Aarschot (Aarschot)

  • Is deel van
    Langdorp
    Langdorp (Aarschot)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Antonius [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200198 (Geraadpleegd op 20-10-2019)