Hoeve en herberg De Helle

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Pepingen
Deelgemeente Pepingen
Straat Trop
Locatie Trop 11, Pepingen (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed De Helle, hoeve en herberg

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

is beschermd als monument Hoeve en herberg De Helle met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 08-04-2008.

Beschrijving

Ietwat geïsoleerd ingeplant halverwege een helling, in een nog landelijke context vormt deze voormalige hoeve met éénlaags bakstenen woonhuis, lemen schuur en bakhuis een zowel typologisch als qua voorkomen en omkadering gaaf bewaard voorbeeld van een kleine Pajottenlandse hoeve.

Tijdens het ancien régime behoorde Pepingen, en dit in tegenstelling tot de omliggende dorpen die onder Brabant ressorteerden, tot het graafschap Henegouwen. Deze grensligging gaf aanleiding tot tal van feodale twisten en verklaart de vaak grillige gemeentegrenzen. Zo vormt het gehucht Trop een grote enclave tussen Bogaarden en Bellingen, met Pepingen verbonden door een smalle, amper 25 meter brede strook.

Trop op de Ferrariskaart (1771-1775) aangeduid als "hameau Terhapt" en eerder vermeld als Ter Hopt (1607) en Terhope (1725) vormde vanouds een kleine agglomeratie gesitueerd aan weerszijden van de Hondzochtstraat, de oude verbindingsweg Heikruis-Tubize. De specifieke ligging verklaart wellicht het bestaan indertijd van een viertal afspanningen met bovenaan de helling de Hemel, wat lager het Vagevuur en helemaal onderaan d’Helle, het huidige Trop 11, sinds de 19de eeuw in het bezit van de familie Luyckx. Zoals vroeger op het platteland gebruikelijk waren het kleine landbouwbedrijven die tezelfdertijd als herberg functioneerden. Momenteel is de hoeve niet langer als dusdanig in gebruik.

Deze kleine, in haar huidige vorm vermoedelijk 1844 te dateren hoeve ligt enigszins excentrisch, onderaan de helling van de slingerende verbindingsweg – een gebetoneerde ruilverkavelingweg - met het centrum van Bogaarden. Ze is ietwat terugwijkend, parallel met de straat opgesteld, te midden van een nog deels met meidoornhagen omzoomd ruim perceel en kijkt in zuidoostelijke richting uit over de vallei van de Roskambeek.

Het complex bestaat uit een éénlaags, bakstenen woonhuis van het langgeveltype met in het verlengde een kleine vakwerkschuur en links, ter hoogte van de straat, een bakstenen bakhuis.

Het bakstenen woonhuis op witgeschilderde en gecementeerde plint telt zes traveeën onder een geknikt, overkragend (gootloos) pannen zadeldak (rode en zwarte handvormpan). De straatgevel is opengewerkt met vijf rechthoekige vensters met hardstenen onder- en bovendorpels en vernieuwde houten luiken. De toegangsdeur ter hoogte van de derde travee alsook het naastliggend keldergat zijn gevat in een rechthoekige, eveneens hardstenen omlijsting terwijl het zolderniveau wordt gemarkeerd door witgeschilderde houten luiken met houten onderdorpel. Naar verluidt droeg de voorgevel eertijds het jaartal 1844.

De achtergevel met gecementeerde plint en een verticale bouwnaad ter hoogte van de derde travee contrasteert door zijn geslotenheid en totaal verschillend venstertype: links twee recente venstertjes, rechts drie houten kozijnen met houten onderdorpel, waarvan twee met tussenstijl. Opmerkelijk zijn ook de twee houten zolderkozijnen, met houten diefijzers en buitenluiken met smeedijzeren beslag alsook de beluikte, smalle rechthoekige keldergaten. Deze elementen, in combinatie met een traditionele indeling met grote kamers aan de voorzijde en ondiepe vertrekken waaronder de klassieke mose met (verdwenen) kannenbank aan de achterzijde kunnen wijzen op een versteende vakwerkbouw.

Aan straatzijde bevindt zich een ruim inkomsas met links de mooie kamer, rechts de woonkeuken waarop de grote slaapkamer aansluit. Vanuit de woonkeuken zijn ook de mose en de ruime, overwelfde kelders (linkerwoonhelft) met steile natuurstenen trap en bakstenen vloer rechtstreeks toegankelijk. De drie grote kamers waarvan één met rode tegelvloer, de andere met hardstenen recuperatievloer zijn elk uitgerust met een haard in gesinterde baksteen, waarvan twee met geprofileerde houten haardbalk. In de woonkeuken wordt hij geflankeerd door een wandhoge muurkast met ingebouwde staande klok. Op de zichtbare moerbalken rust een traditionele spantstructuur.

Rechts, in het verlengde van het woonhuis bevindt zich een kleine lemen vakwerkschuur van het dwarstype, met hoge bakstenen voeting en pannen zadeldak (rode handvormpan). Het linkergedeelte (nu berging en bijkeuken) met verhoogde vloer en van het schuurgedeelte gescheiden door een lemen vakwerkwand werd gebruikt als stalling (zie kaarsnis en deur in scheidingswand met woonhuis), van buitenaf toegankelijk via twee, in elkaars as geplaatste opgeklampte deuren met boven- en onderdeur en smeedijzeren beslag. De dakstructuur bestaat uit drie traditionele spanten met houten vergaringen, ter hoogte van de dwarsdoorgang rustend op centraal geplaatste houten stutten en ter hoogte van de dorsvloer een lage bakstenen scheidingsmuur. Op één van de klampen van de vierkante poort aan straatzijde het opschrift I.B.C. 1866. De poort aan veldzijde wordt momenteel aan buitenzijde gemaskeerd door een houten bijgebouwtje. Tegen de straatgevel, ter hoogte van de scheiding met het woonhuis, een klein bakstenen buitentoilet met zadeldakje en halve houten deur.

Op veilige (brand)afstand, ter hoogte van de straat, staat het eveneens in baksteen opgetrokken bakhuis met pannen zadeldak, beleemde oven en houten vensterkozijnen, aan straatzijde voorzien van houten diefijzers en een luikje met smeedijzeren beslag. Bij het complex hoort een groot, zacht glooiend weideperceel met fruitbomen, knotwilgen en een beekje dat zich achter de schuur poelvormig verwijdt, het geheel nog gedeeltelijk omringd met een meidoornhaag. Aan straatzijde bevindt zich een voortuin met betonafsluiting en houten hekken terwijl de moestuin achteraan wordt omzoomd met een meidoornhaag.

  • SCHEPPERS H. 2004: Kronieken van Pepingen, (onuitgegeven).
  • Mondelinge informatie eigenaars.

Bron: Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Beschermingsdossier DB002261, Hoeve en herberg De Helle (G. Paesmans, 2008).

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum tekst: 2008

Relaties

maakt deel uit van Pepingen

Pepingen (Pepingen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.