erfgoedobject

Modernistisch appartementsgebouw

bouwkundig element
ID: 214905   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214905

Juridische gevolgen

Beschrijving

Modernistisch appartementsgebouw opgetrokken in opdracht van de naamloze maatschappij Union Mobilière et Immobilière, naar een ontwerp door de architecten Jean-Jules Eggericx en Joseph Somers uit 1934. Aannemer was de Compagnie Anversoise de Travaux, die de werken tussen 1934 en 1936 ten uitvoer bracht. Volgens de bouwplannen omvatte het programma in totaal 21 koopappartementen, een winkel- of kantoorruimte, vier garages en een conciërgewoning. Het complex vervangt een voornaam, neoclassicistisch herenhuis op de hoek van de Frankrijklei en de Lange Leemstraat, gebouwd in opdracht van Jacques Storms, naar een ontwerp door de architect Lievin Van Opstal uit 1875.

Historiek en context

De naamloze maatschappij Union Mobilière en Immobilière, werd in 1929 opgericht met als doel de aan- en verkoop, de bouw, verhuur en exploitatie van appartementsgebouwen. Initiatiefnemers en hoofdaandeelhouders (95 %) waren Armand-Eugène en Emile Blaton, medeoprichters de industriëlen Gustave Horlait, François Kensier en Octave Aubecq, de Doornikse notaris Charles-Joseph Roger en de boekhouder Georges Degreppe. De gebroeders Blaton stonden sinds 1927 als derde generatie aan het hoofd van de Entreprises Blaton-Aubert, een van de belangrijkste bouwbedrijven van Brussel, opgericht in 1865 en gespecialiseerd in industriepanden, burgerlijke bouwkunde en gewapend beton. Dochteronderneming Union Mobilière et Immobilière, gevestigd in de bedrijfszetel van Blaton-Aubert te Schaarbeek, was één van de Brusselse vastgoedmaatschappijen of projectontwikkelaars die zich vanaf de latere jaren 1920 positioneerden op de lucratieve markt van het koopappartement. Als gevolg van de wet op het mede-eigendom uit 1924, en gestimuleerd door de economische crisis, kende deze sector tijdens de jaren 1930 zijn eerste grote bloei. De woonformule van het appartementsgebouw in mede-eigendom, breidde zich in deze periode dankzij de bouw van luxe-residenties uit tot de welstellende bourgeoisie.

De Brusselse architect Jean-Jules Eggericx verwierf in de jaren 1920 een internationale reputatie onder modernisten, door het ontwerp van de coöperatieve tuinwijken Le Logis en Floréal in Watermaal-Bosvoorde, blijk gevend van een sterk sociaal engagement. Eind jaren 1920 legde hij mee de basis voor de ontwikkeling van een nieuw type grootstedelijk appartementsgebouw, dat beantwoordde aan de eigentijdse noden van rationaliteit, comfort en standing van de betere middenklasse. Zijn eerste realisatie op dat vlak was het appartementsgebouw van de maatschappij Sobeco uit 1929-33 (Kroonlaan 218, Elsene), ontworpen samen met architect Raphaël Verwilghen, waar hij zelf zijn kantoor vestigde. Eggericx introduceerde hier het typische profiel van oplopende erkerpartijen en getrapt terugwijkende topverdiepingen, dat ook het appartementsgebouw van de Union Mobilière et Immobilière aan de Frankrijklei kenmerkt. De geraffineerde eenvoud en gestroomlijnde elegantie van deze architectuur, vindt een weerspiegeling in de rationele plattegrond van de flats, met bijzondere aandacht voor lichtinval en uitrusting. Zijn gekende oeuvre telt een twaalftal van dergelijke gebouwen, met als hoogtepunt de veertien verdiepingen hoge tweelingtorens Résidence Leopold en Albert aan de De Meeûssquare in de Brusselse Leopoldswijk, eveneens in samenwerking met Verwilghen ontstaan in 1935-40.

Voor de gebroeders Blaton realiseerde Jean-Jules Eggericx minstens nog een appartementsgebouw in Brussel (Sint-Michielslaan 77, Etterbeek), ontworpen in 1935. Na het complex aan de Frankrijklei kwam in Antwerpen nog een tweede flatgebouw tot stand op de hoek van de Mechelsesteenweg en de Justitiestraat, een ontwerp in opdracht van de advocaat Louis Jacobs-Havenith uit 1936. Beide behoren door hun inplanting en omvang tot de meest opvallende modernistische flats uit de jaren 1930 in Antwerpen. Vergelijkbare voorbeelden zijn de iets vroegere appartementsgebouwen De Moderne Woning en Tolkowsky door architect François Dens in de Jan Van Rijswijcklaan. Het ontwerp van het appartementsgebouw aan de Frankrijklei is op basis van typologie en stijlkenmerken in eerste instantie toe te schrijven aan Eggericx, als representatief voor zijn rijpere oeuvre. Wellicht werd architect Joseph Somers als plaatselijk vertegenwoordiger ingeschakeld, hoewel hij naar eigen verklaring geen verantwoordelijkheid droeg over de uitvoering van de bouwwerken. Zelf realiseerde Somers in Antwerpen tijdens de jaren 1930 een tiental appartementsgebouwen, en van eind jaren 1940 tot eind jaren 1950 zelfs een 25-tal, de naoorlogse groep in een weinig opvallende, conventionele architectuur, conform aan de gangbare bouwprogramma’s.

Architectuur

Met een bouwvolume waarvan de lengte het drievoud bedraagt van de breedte, negen bij drie traveeën, omvat het imposante complex acht bouwlagen onder een plat dak waarop een kleine dakverdieping. De rechthoekige plattegrond neemt het volledige perceel in, met uitsparing van drie ondiepe lichtschachten aan de achterzijde. Waar een betonskelet werd toegepast voor de structuur, kregen de straatgevels een parement van zwart gepolijst graniet op de begane grond, en witte natuursteenplaten op de verdiepingen, gecombineerd met stalen schrijnwerk. Het meest opvallende kenmerk van deze architectuur is het getrapte profiel van het bouwvolume, zowel in verticale als in horizontale zin, dat een dynamische plasticiteit genereert. Dit ontwerpprincipe had vanuit rationeel oogpunt tot doel de woonoppervlakte, de lichtinval evenals het uitzicht te optimaliseren, en in relatie tot de stedenbouwkundige context het bouwvolume in massa te reduceren.

Eigen aan het modernisme rijst de bovenbouw in overstek boven de volkomen vlakke pui uit, waarbij het zwevende karakter nog wordt versterkt door het kleurcontrast in wit en zwart. Volgens een functionele logica valt uit de sterk geaffirmeerde verticale gevelgeleding de opdeling in drie modules appartementen duidelijk af te lezen. Brede vensterregisters binnen doorgetrokken lekdrempels en waterlijsten onderscheiden even nadrukkelijk de bouwlagen. De hoekpartij aan de Frankrijklei die de meest voorname appartementen herbergt, heeft een volkomen symmetrisch opzet, over de volledige bouwhoogte geflankeerd door twee paar gestapelde rechthoekige erkers. In het aanpalende volume aan de Lange Leemstraat markeren brede, over de eerste vijf verdieping oplopende erkerpartijen, afgetekend de twee overige modules appartementen. Hogerop wijken de bovenste twee verdiepingen hier volgens het 'set-back'-principe terug, met als accent een centrale erker tussen terrassen per appartement. Het inkomportaal bevindt zich in de middenas zijde Lange Leemstraat, links geflankeerd door de garages en de dienstingang, rechts door winkelvitrines aan de Frankrijklei. Waar het oorspronkelijk drieledige stalen vensterschrijnwerk van de bovenverdiepingen volledig is vernieuwd, bleven de inkomdeuren, benedenvensters en mogelijk ook de vitrines behouden.

Het appartementsgebouw omvat zeven woonlagen van elk drie appartementen, daar waar de begane grond ruimte biedt aan de centrale inkomhal, een winkel, de conciërgewoning, volgens de bouwplannen vier - vandaag drie - garages en een bergplaats. In de ondergrond bevinden zich de privé-kelders en de verwarmingsinstallatie met steenkoolopslag; de dakverdieping herbergt een vijftal extra kamertjes. Twee trappenhuizen met lift verzekeren de verticale circulatie: het grootste bedient de hoek- en rechter module, het kleinere de linker module. Het standingvolle karakter van het complex gericht op een bemiddeld bewonersprofiel, blijkt onder meer uit de royale aanleg van de inkomhal met een dubbele trappenpartij, en uit de uitrusting van de appartementen voor inwonend personeel.

Eigentijds van opvatting kenmerken de appartementen zich door een compacte, praktisch ingedeelde plattegrond, georganiseerd rond een centrale hal. Zij beschikken elk over een suite van salon en eetkamer, twee slaapkamers en een badkamer, en verder over een dienstcompartiment, met keuken, meidenkamer en terras. Vrijwel identiek in de linker en rechtermodule, onderscheiden de appartementen in de hoekmodule zich door een iets grotere oppervlakte, die vooral de salon-en-eetkamersuite ten goede komt, gesitueerd over de volledige breedte zijde Frankrijklei. Het ruimteverlies dat de appartementen op de hoogste verdiepingen boeken door het 'set-back'-principe, wordt gecompenseerd door de aanwezigheid van terrassen. De inkomhal heeft een wandbekleding in donker graniet of marmer met integratie van de verchroomde brievenbussen, en een vloer in dambordpatroon. In de winkelruimte is de typische witte granitovloer met afgetekend mozaïekraster bewaard.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1934#45397, 18#3665 en 18#5849, 1875#77 en 1876#456; foto FOTO-OF#5556.
  • LUND, I.A. & MOOGIN, T. 2012: Rigueur, engagement et pragmatisme. Les immeubles à appartements de Jean-Jules Eggericx, in CULOT, M. (redactie), J.-J. Eggericx. Gentleman architecte, créateur de cités-jardins, Brussel, 214-227.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2013


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Modernistisch appartementsgebouw [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214905 (Geraadpleegd op 17-09-2019)