erfgoedobject

Appartementsgebouw Philea

bouwkundig element
ID: 215241   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215241

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Appartementsgebouw in art-decostijl naar een ontwerp door de architect Alfons Francken, gebouwd in opdracht van R. Vandenhaute. Waar de bouwplannen die met de bouwaanvraag werden ingediend op 1 februari 1920 zijn gedateerd, werkte Francken vermoedelijk al in 1919 en wellicht zelfs sinds 1914 aan het ontwerp. Aannemer van de werken was het in de nabije Marialei gevestigde bouwbedrijf J. Van Riel & Ed. Ceurvorst, concessionaris van het Franse Bétons Armés Hennebique. Na de voltooiing van "Philea", lieten de vennoten Van Riel en Ceurvorst aan de overzijde van de straat voor eigen rekening het complex "Cyclops", "Vulcan" en "Titan" optrekken, gevolgd door het appartementsgebouw "Goliath". Ook voor deze vastgoedprojecten leverde Francken tussen 1921 en 1926 het ontwerp. Met zijn acht bouwlagen geldt het appartementsgebouw "Philea" als een van de vroegste voorbeelden van hoogbouw in Antwerpen. Uitgevoerd ondanks een geweigerde bouwvergunning, vormde de dakverdieping een inbreuk op de toegestane bouwhoogte, wat zich overigens zou herhalen bij de bouw het negen bouwlagen tellende "Cyclops", "Vulcan" en "Titan".

Het appartementsgebouw "Philea" behoort tot de allereerste bouwprojecten van Alfons Francken uit het vroege interbellum. In Antwerpen actief als architect vanaf 1906, werd zijn loopbaan onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, die hij als krijgsgevangene in Duitsland doormaakte. Na dit eerste hoogbouwcomplex deed Francken in 1921 opnieuw van zich spreken door het eigentijdse rationalisme van het "Magazijn Nieuwland" op de hoek van de Lange en de Korte Brilstraat, een vandaag verdwenen constructie uit gewapend beton van het Hennebique-type. Met het complex "Cyclops", "Vulcan" en "Titan", dat tijdens de jaren 1920 in meerdere buitenlandse architectuurpublicaties werd opgenomen, verwierf Francken vervolgens een internationale reputatie als vooraanstaand vertegenwoordiger van de Belgische avant-garde. Uit deze periode dateert ook zijn lidmaatschap van de Kring voor Moderne Kunst, en de oprichting van het architectuurtijdschrift Bouwkunde dat slechts een kortstondig bestaan kende.

Het belang van de vijf hoogbouwflats van Alfons Francken in de Helenalei, die tot de vroegste in Antwerpen behoren, berust vooral op het vernieuwende karakter van typologie, planconcept en constructiewijze. De gevelarchitectuur daarentegen leunt veeleer behoudend aan bij de art deco. Pas met de woonblokken van de huisvestingsmaatschappij Onze Woning aan het Stuivenbergplein en de Geelhandplaats, en het vakbondsgebouw van de Algemeene Centrale van Bouw-, Ameublementwerkers en Gemengde Vakken in de Van Arteveldestraat, evolueerde de architect omstreeks 1930 naar het pragmatische modernisme dat zijn latere oeuvre zou kenmerken. Een wankele gezondheid dwong Francken zijn beroepsactiviteiten kort na de Tweede Wereldoorlog te beëindigen.

Architectuur

Twee ongelijke traveeën breed, omvat het appartementsgebouw acht bouwlagen, waarvan de laatste twee als pseudo-mansarde en terugwijkende dakverdieping zijn opgevat. Opgetrokken met een structuur uit gewapend beton type Hennebique, werd voor het gevelfront een parement uit witte natuursteen toegepast, met een arduinen plint en een leien dakbedekking. De gevelcompositie beantwoordt aan de klassieke driedeling: een dubbelhoge pui met fries, een bovenbouw in kolossale orde, en een vlakke attiek. Asymmetrisch van opbouw ligt de klemtoon op de brede zijtravee, die wordt gemarkeerd door driezijdige, over de eerste vijf bouwlagen oplopende erkers. Driezijdig vormgegeven borstweringen dragen op hun beurt bij tot de dynamische volumewerking van de opstand. Het geveldecor is beperkt tot twee opmerkelijke, in expressionistische stijl gebeeldhouwde reliëfs naar ontwerp van Alfons Francken zelf. Met voorstelling van een vrouwen- en mannenfiguur, flankeren zij het venster boven het inkomportaal. Oorspronkelijk opgevat als een rondboogloggia, werd dit laatste in 1963 gedicht met een rechthoekige deuromlijsting, waarbij de volledige pui een bekleding kreeg uit arduin. Het schrijnwerk van de bovenvensters en dakkapellen, met kleine roeden in het bovenlicht en oorspronkelijk donker van kleurstelling, is bewaard. Daarentegen werd de voortuinafsluiting met smeedijzeren hekken vernieuwd.

Volgens de bouwplannen was het gebouw oorspronkelijk opgedeeld in een privéwoning die de begane grond en de tussenverdieping besloeg, vijf identieke huurappartementen verbonden door de traphal met lift en conciërgeloge, en een dakverdieping met mansardekamers en zolders. Beschikkend over een eigen inkom en traphal, bood de privéwoning gelijkvloers ruimte aan de voor burgerhuizen gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda, en verder de keuken met office en pomphuis. Hierboven strekte zich een drieledige suite van kantoren uit, met een staalkamer en een archiefruimte. Conventioneel van plattegrond, bestaan de appartementen uit eenzelfde enfilade van salon, eetkamer, veranda en terras, aangevuld met een spreekkamer, twee slaapkamers, de keuken en de badkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1920#9230, 1920#9877, 1920#10007 en 18#44901, 1921#11814 (Noordnatie).
  • Architectuurarchief Vlaanderen, Archief Alfons Francken, dossier Vandenhaute.
  • DE VOS, D. 1921: Werk van jongeren, De Bouwgids 8-12.7, 122-127.
  • AVERMAETE, R. 1933: L’Architecte A. Francken, Bâtir 8, 292-293.
  • L.D.M. 1934: Bij het werk van Alfons Francken K.M.B.A., K.M.B.A. 5.4, 79-88.
  • COPERS, C., GEYBELS, R. & FRANCK, S. 2002: Tussen baksteen en utopie, Antwerpen, 91-101.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2013


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Appartementsgebouw Philea [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215241 (Geraadpleegd op 19-11-2019)