Kantoorgebouw IMALSO

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Thonetlaan
Locatie Thonetlaan 102, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris bouwkundig erfgoed 2013 (ad hoc-inventarisatie: 01-01-2013 - 28-11-2013).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kantoorgebouw IMALSO

Deze vaststelling is geldig sinds 28-11-2013.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Modernistisch kantoorgebouw met garage en ateliers, opgetrokken als hoofdzetel van de intercommunale IMALSO, naar een ontwerp door de architecten Vincent Cols en Jules De Roeck uit 1953. Aangevat begin 1954, werd het complex voltooid in 1955.

Historiek

IMALSO, de Intercommunale Maatschappij voor de Linker Schelde Oever, werd op 9 maart 1929 opgericht om de ontwikkeling van het in 1923 bij Antwerpen aangehechte gehucht Sint-Anneke op de Linkeroever te stimuleren en te coördineren, en een verbinding met de Rechteroever tot stand te brengen. De samenwerkende actoren waren de stad Antwerpen en de stad Sint-Niklaas, de gemeenten Zwijndrecht, Melsele, Beveren en Burcht, de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen en de Belgische Staat. Na oeverloze discussies rond het al dan niet bouwen van een brugverbinding over de Schelde werd uiteindelijk besloten twee tunnels tussen de kernstad en Linkeroever te graven: de Waaslandtunnel voor voertuigen en de Sint-Annatunnel voor voetgangers, beide ontworpen door architect Emiel Van Averbeke en plechtig ingehuldigd in 1933. Naast het bouwen, onderhouden en exploiteren van deze tunnels, kreeg IMALSO eveneens de taak de gronden op Linkeroever te valoriseren en te verkopen. De maatschappij werd opgericht voor 70 jaar. Tegelijk met de bouw van de twee tunnels, schreef IMALSO in augustus 1932 een ideeënwedstrijd uit voor de toekomstige ontwikkeling van Linkeroever. Het kruim van de architectenwereld nam aan deze wedstrijd deel, onder meer ook Le Corbusier. Deze ontwierp een grootschalig plan dat een consequente uitwerking was van zijn visioen van de "Ville Radieuse", een utopische metropool die de thuishaven moest worden van een harmonieus georganiseerde maatschappij. Le Corbusier voorzag een nieuwe stad voor 300.000 inwoners, die met haar brede lanen, getande bouwinplanting en torenbouw een assertieve tegenpool zou vormen voor de historische stad aan de overkant. De wedstrijdcommissie wees unaniem Le Corbusiers voorstel af en miste daarmee de kans om op Linkeroever wereldgeschiedenis te schrijven. Van zijn plan – dat de meester later “één van zijn beste ontwerpen” zou noemen – werden bij de ontwikkeling van Linkeroever in de jaren 1950 enkel de brede rechte lanen en de centrale perspectivische as in het verlengde van de kathedraal overgenomen. Geen enkele van de inzendingen, evenmin het in 1936 door Paul De Heem en Van Averbeke - op basis van de bij de wedstrijd verworven documentatie - herziene plan, werd weerhouden wegens te duur, te utopisch, te gewaagd, enzovoort. Uiteindelijk werd het gebied van Linkeroever door grote verkeersassen in geometrische vierkanten ingedeeld, die in de jaren 1950 en 1960 zonder uitgesproken stedenbouwkundige visie geleidelijk een invulling kregen, aanvankelijk vooral met eengezinswoningen en villa's - de oudste dateerden al uit de jaren 1930, later vooral met hoogbouw. Voorzieningen als scholen, kerken, bibliotheken, winkels en supermarkten, sociaal-culturele centra en gelegenheden voor sportbeoefening rezen uit de grond zonder in een duidelijke structuur te worden ingebed. In 1999 werd IMALSO opgeheven, waarna de taken en verantwoordelijkheden van de maatschappij werden overgenomen door de Vlaamse Overheid.

Voor de bouw van haar eigen zetel in 1953-1955 deed IMALSO beroep op het vermaarde Antwerpse architectenbureau Cols & De Roeck, dat zich in die jaren specialiseerde in het ontwerpen van grote bedrijfsgebouwen. Het bouwprogramma was zeer complex: in eenzelfde gebouw moesten zowel garages, werkplaatsen en magazijnen als lokalen en kantoren voor technische, administratieve en sociale ondersteuning worden ondergebracht. De bestemming van de lokalen en de oriëntatie van het gebouw bepaalden de planindeling: garages en tekenzalen werden aan de noordzijde ingebracht, directiekantoren, vergaderzaal en lokalen met een sociale functie aan de zuidzijde. Deze laatste genoten van een schitterend gezicht op de stad en de stroom. De nauwe samenwerking tussen bekwame werfleiders en dito architecten resulteerde in een indrukwekkende realisatie met uitgekiende opbouw en ingenieuze, praktische planindeling. Het IMALSO-gebouw is representatief voor de naoorlogse productie van het architectenbureau Cols & De Roeck. De stijlvoering met zeer ruimtelijk gedachte volumewerking, strakke vlakverdelingen, uitgesproken kleurstellingen is sterk in de zakelijke stijl verankerd. De architecturale expressie is grotendeels toe te schrijven aan de harmonische opbouw van het geheel. Ondanks de tegenstrijdige functies van de verschillende lokalen: kantoren, garages, werkplaatsen, magazijnen, restaurant, kleed- en wasplaatsen, … vertoont het gebouw een uitzonderlijke compositorische samenhang. De solide constructie, uitgevoerd met moderne technieken en materialen (gewapend beton, staal), is expliciet aangewend als esthetisch en vormbepalend element. De afwerking, zowel uit- als inwendig, is eenduidig en consequent en versterkt het concept dat ruimtelijkheid en licht centraal stelt. Materialen zijn gekozen omwille van hun praktische en functionele eigenschappen (onderhoudsvriendelijke en slijtvaste vloerbedekkingen, geluiddempende plafonds …), de kleurstellingen gekoppeld aan sfeer en beleving (frisse ivoorkleurige buitengevels, zachte beige/grijze tinten in de kantoren, gele vloeren in de ateliers, felrode met witte accenten in de refter,..). Het concept dat aan de basis ligt van het IMALSO-gebouw getuigt enerzijds van een uitzonderlijke architecturale vrijheid, die door de lichtheid in uitvoering - een skeletbouw met grote doorlopende glaspartijen, lichte en heldere kleuren, elegante en flexibele elementen - extra wordt benadrukt, anderzijds van een doorgedreven nauwgezetheid, die zich op alle niveaus - planmatig, constructief, vormelijk en decoratief, manifesteert.

Opgericht in 1912 realiseerde het architectenbureau Cols & De Roeck in haar 53-jarig bestaan een omvangrijk en verscheiden oeuvre. Afhankelijk van de opdrachtgever of het programma kozen ze voor een traditionele of een meer moderne en functionele vormgeving. Ze genoten vooral waardering als producenten van bedrijfs- en kantoorgebouwen. Na de opheffing van de vennootschap in 1965 gingen enkele medewerkers tot in de jaren 1980 verder als Groep Vincent Cols en Architectengroep. Vincent Cols behaalde in 1911 zijn ingenieursdiploma aan de Leuvense universiteit, Jules De Roeck studeerde architectuur aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Samen brachten ze grotendeels in de provincie Antwerpen gelegen tuinwijken, privé-woningen, appartementsgebouwen, kerken, kantoren, bedrijven, verzorgingsinstellingen, cinema’s en hotels tot stand. In de jaren 1920 en 1930 ontwierpen Cols en De Roeck voor een overwegend gegoed cliënteel cottages, Anglo-Normandische landhuizen en woningen met stijlkenmerken ontleend aan de Franse Lodewijkstijlen. Modern comfort en een vaak rationele planvoering gaan er samen met een traditionele bouwwijze en materiaalgebruik. De inplanting in een groene omgeving en de tuinaanleg waren van groot belang. De tuinwijken en sociale woningen, samen meer dan 800 woningen gelegen in een tiental gemeenten en in 1920 en 1921 in opdracht van De Goedkope Woning van het arrondissement Antwerpen ontworpen, ademden dezelfde sfeer. Cols en De Roeck brachten de nieuwe ideeën inzake sociale huisvesting in de praktijk en verwerkten Nederlandse en Engelse invloeden tot een sobere art deco. De art-decostijl kenmerkt ook hun kerken en hotels, zoals hotel Century op de De Keyserlei en de kerken Onze-Lieve-Vrouw Middelares en Heilige Lodewijk in Berchem en Onze-Lieve-Vrouw Heilige Rozenkrans in Wilrijk. Een moderne koers voeren ze met hun appartements-, kantoor- en bedrijfsgebouwen. Hier opteerden ze voor sobere en functionele gebouwen, opgericht met nieuwe technieken en materialen en voorzien van transparante en functioneel ingerichte ruimtes. De Antwerpse Fordvestiging en de Permekegarages, de elektriciteitscentrale in Merksem en de kantoorgebouwen voor de Société Hypothécaire Belge (1927-1928) in de Lange Klarenstraat, en de Société d’Electricité de L’Escaut (circa 1941) in de Nationalestraat illustreren hun aanpak. In dezelfde geest verwezenlijkte het bureau Cols & De Roeck zijn naoorlogse oeuvre. Stads- en plattelandswoningen behielden grotendeels hun pittoresk, rustiek uiterlijk, met pannen- of rieten daken, houten schrijnwerk en crèmekleurige bepleistering. De architecten lieten zich echter vooral opmerken door hun bedrijfsarchitectuur. In de jaren 1950 en 1960 werd een groot deel van de kantoren en industriële vestigingen in Antwerpen en omgeving door hen ontworpen, naast het IMALSO-gebouw onder meer General Motors (1949 en volgende) in het havengebied en Liebig aan het Albertkanaal in Schoten (1958 en volgende).

Architectuur

Het IMALSO-gebouw is een semi-industrieel bedrijfspand. Het plan naar ontwerp van de architectenvennootschap Vincent Cols en Jules De Roeck werd in 1953 ingediend en in 1955 was het gebouw klaar. Op enkele aanpassingen na is het in zijn oorspronkelijke toestand bewaard. Het bevat de administratie- en directiekantoren van de voormalige IMALSO, een vergaderzaal, een ontvangstruimte voor klanten, een bedrijfsrestaurant, eertijds met aparte dinerruimte voor de directie, alsook een garage en ateliers voor herstellings- en onderhoudswerken.

Het hoger beschreven programma is ondergebracht in verschillende, in elkaar passende balkvormige volumes, die één tot vier bouwlagen hoog zijn. Alle volumes zijn afgedekt met platte daken waarvan een aantal, onder meer boven de garage, door kunstglazen lichtkoepels zijn doorbroken. De slechts één bouwlaag hoge inkompartij is met haar opengewerkte glazen wanden, haar dun plat dak op taps toelopende betonnen pijlers en haar uitkragende afgeronde luifel, opgevat als een overdekte galerij. Het doorlopende ivoorkleurige, bakstenen parement van het aansluitende volume en de voortzetting van de vensterregisters tot in de voorhal versterken het galerijeffect.

Door de zandige ondergrond van het terrein werd het hele complex gefundeerd op 159 "Pieux Franki"-heipalen met een gemiddelde lengte van 12 m. De constructie van het gebouw bestaat - op de stalen structuur van een vleugel van de garage en de refter na - uit een skeletstructuur van gewapend beton met stalen overspanningen en betonnen roosteringen. De stalen constructies werden geleverd door de firma Nobels-Peelman uit Sint-Niklaas. De buitengevels zijn overwegend afgewerkt met een parement van ivoorkleurige baksteen, gemetseld in Vlaams verband. De gevelsteen werd geleverd door de firma J. Haentjens uit Antwerpen. Eén gevelvlak aan de oostzijde is bekleed met gefrijnde witte natuursteenplaten met vrije compositie. De omlopende plint is uitgevoerd in arduin. Het oorspronkelijk bakstenen parement aan de westzijde is vervangen door een lichtgrijs geschilderde raaplaag.

De sobere, vlakke lijstgevels worden voornamelijk horizontaal gemarkeerd, enerzijds door de aflijnende lijsten bovenaan, anderzijds door de modulair ingedeelde vensterregisters die over de hele gevelbreedte doorlopen. Alleen ter hoogte van de trapzaal is over bijna de volledige gevelhoogte een verticale glaspartij ingebracht. De vierledige toegang tot de garage vertoont een uitgesproken verticale geleding die door de breed uitstekende luifel op twee derde hoogte toch weer een horizontale accentuering krijgt. Enkele gevelvlakken zijn verdiept. Aan de zuidelijke gevel is, ter hoogte van de directielokalen en de vergaderzaal, een smal over de volledige gevelbreedte doorlopend balkon met fijne ijzeren leuning aangebracht. De oorspronkelijke vensterramen van gegoten staal Superzelith, geleverd door de firma Moens & co uit Brussel, zijn sedert enkele jaren vervangen door aluminiumramen; in de trappenhal van de diensttrap bleef ter hoogte van de cafetaria nog één oorspronkelijk raam bewaard. De oorspronkelijke kantelpoorten van de garage werden geleverd door de firma Vander Planck te Fayt-lez-Manage.

De planindeling vertoont een gelijkvloerse verdieping van 1640 m² met voorhal en trappenhal, enkele kleinere sociale ruimten zoals een kleed- en waslokaal voor dames, een verbandkamer, toiletten, verder een diensttrap, een lift en woongelegenheid voor de huisbewaarder. Het grootste deel van de begane grond wordt echter ingenomen door de garage, opgedeeld in een parkeerruimte en een met vier kantelpoorten afgescheiden herstelplaats, verspreid vergezeld van diverse kleinere magazijnen en werkruimten. De beperkte kelderruimte - slechts 185 m² - bevat een stook- en een schuilkelder. De eerste verdieping met een oppervlakte van 1125 m² heeft een trappenhal met bordes en aansluitende bureauruimte, een was- en kleedlokaal voor heren, een donkere kamer, archiefruimtes, voorts een werkplaats voor metaalbewerking, een schrijnwerkerij en enkele magazijnen die de grote vide ter hoogte van de garage omsluiten. De tweede verdieping met een oppervlakte van 1130 m² wordt op de trappenhal met bordes, sanitaire ruimte, diensttrap en lift na, integraal gebruikt als kantoorruimte met twee directiekantoren, een grote vergaderzaal en een wachtplaats voor de directie enerzijds en een in compartimenten opgedeelde grote kantoorruimte met hal voor het publiek anderzijds. Op de tussenverdieping naar de derde verdieping bevindt zich een ventilatiekamer. De derde verdieping tot slot, 230 m² groot, bevat een refter met ingerichte keuken en aparte koelkamer, een afzonderlijk lokaal - vroeger de eetplaats voor de directie, de diensttrap en de lift.

Interieur

De opbouw met grote glaspartijen en lichtkoepels vertaalt zich in een lumineus interieur dat gekenmerkt wordt door in zicht gelaten constructieve elementen, een lichtheid in vormgeving en aandacht voor kleurstelling en decoratieve details. Opvallende inrichtingskenmerken zijn de grote inpandige garageruimte, de werkplaatsen op de eerste, de uitgebreide kantoorruimte op de tweede en het afgescheiden bedrijfsrestaurant op de derde verdieping. Wat de afwerking betreft gelden enkele algemene kenmerken: de technische ruimten en diensttrap zijn gevloerd, eerstgenoemde met gele, laatstgenoemde met rode keramische tegels die zonder voeg zijn geplaatst. Alle kantoren en de bordessen van de grote trappenhal zijn gevloerd met Floor-flex-tegels - beige/grijze tinten voor kantoren en trapzaal, helrood met witte accenten in de personeelsrefter - die evenals de akoestische plaketten Travertone op de plafonds werden geleverd door de firma Henri Wouters te Brussel. In de technische lokalen zijn de overspanningen en roosters zichtbaar. Al het binnenschrijnwerk is origineel. In de meeste lokalen zijn de wanden bepleisterd en beschilderd. De oorspronkelijke schilderwerken werden uitgevoerd door de firma B. & P. Peré uit Antwerpen. Het binnenwerk van het gebouw werd geschilderd met Astralatex-emulsie van Plastische Harsen Cellux-Ftalaaklak. De elektriciteitswerken werden uitgevoerd door de firma Frits Peeters te Antwerpen, die ook de nog aanwezige verlichtingsarmaturen en elektrische uurwerken leverde.

De hoofdingang ter hoogte van de Thonetlaan vertoont een voorhal die uitgeeft op een ruime ontvangsthal die op haar beurt aansluit op de trapzaal. De oorspronkelijke arduinen vloer loopt door tot in de trapzaal. De buiten- en tussenwanden van de eerste twee vertrekken zijn volledig in glas uitgevoerd; de doorlopende binnenwand vertoont hetzelfde ivoorkleurige bakstenen parement als de buitengevels van het complex. De oorspronkelijke deuren van het inkomportaal alsook de buitenwanden van getemperd spiegelglas in gealuminiseerde, goud getinte metalen profielen zogenaamd "Wallspan", uitgevoerd door Metalen Galler in Antwerpen, werden vervangen. De cirkelvormige lichtarmaturen in het plafond zijn nog aanwezig.

De trapzaal wordt getypeerd door een open, bijzonder lichte stalen trapconstructie, een soort combinatie van bordes- en Engelse trap, met teakhouten treden. De stalen trap werd gesmeed door de firma Homeco uit Hombeek. De onderste, licht gebogen vlucht klimt vanaf de tussenverdieping cirkelvormig naar boven; over de volledige lengte van de trap zijn smalle hekvormige leuningen op fijne pijlers aangebracht; de afgeronde handgrepen van de leuningen zijn goudkleurig. Elke verdieping heeft een ruim bordes gevloerd met beige/grijs gemarmerde Floor-flextegels. De wanden van de trapzaal zijn uitgevoerd in ivoorkleurig baksteenmetselwerk in Vlaams verband, de plafonds voorzien van akoestische platen (hoogste verdieping) en cirkelvormig ingewerkte lichtarmaturen. De glazen vleugeldeur in gealuminiseerde, goud getinte metalen kader naar de wachtplaats voor de directie op de tweede verdieping is origineel evenals de grotere, beglaasde scheiwand met vleugeldeur en dito metalen kader die toegang verleent tot de hal voor het publiek. Een gelijkaardig omkaderd binnenvenster bevindt zich in de traphal en verlicht de aanpalende vestiaire.

De diensttrap, die ingebracht is terzijde van de garage en tevens alle verdiepingen ontsluit, voert naar de refter op de derde verdieping. Het is een gesloten bordestrap waarvan de treden en bordessen met rode en de stootborden met ivoorkleurige keramische tegels zijn afgewerkt. De handgrepen zijn metalen buizen op dito beugels die op de gesloten trapleuning of in de muur zijn bevestigd.

De wanden van de directielokalen zijn bekleed met geprofileerde houten panelen die één doorlopend geheel vormen met de deuren van de wandkasten. Op de vloeren ligt nu parket, mogelijk bovenop de oorspronkelijke Floor-flextegels. In de kooflijsten is indirecte verlichting voorzien. De voormalige meubelen voor de directieburelen evenals de hoger vermelde lambriseringen/wandkasten werden geleverd door de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene. Van het meubilair zelf zijn nog enkele zeteltjes in de hal voor het publiek bewaard. De ontvangstzaal bij de directiekantoren vertoont eveneens omlopende houten wandkasten en lambriseringen, een uitgewerkte kooflijst met indirecte verlichting en een platte koepel met gehamerde glasplaten in een stalen kader. De oorspronkelijke meubelen voor de zaal van de beheerraad werden geleverd door de firma Stéphane Jasinski, decorateur te Bussel. De huidige inrichting van deze vergaderzaal, meubilering en wandafwerking, dateert van omstreeks 1975 (zie ooggetuigen, oude foto’s en archiefstukken). Het monumentale wandtapijt "De Zeemeerminnen", gesigneerd Julien Van Vlasselaer 1955, werd speciaal voor deze ruimte ontworpen. Ook hier is indirecte verlichting aangebracht in de kooflijsten.

De huidige indeling van de grote kantoorruimte vertoont veertien door tussenschotten gescheiden modules. De verplaatsbare, metalen scheiwanden met beglaasde bovenpartijen zogenaamd "Snead" werden geleverd door de firma Moens & co. De vrijstaande pijlers van de dragende constructie zijn zichtbaar aanwezig. De Floor-flextegels zijn beige/grijs gemarmerd. Het plafond met akoestische platen is doorbroken door rechthoekig ingewerkte verlichtingsarmaturen.

De personeelsrefter biedt met zijn grote vensterregisters een prachtig panoramisch gezicht op de Schelde, de haven en de stad. De vloerbekleding bestaat uit rood gemarmerde Floor-flextegels, alternerend met gelijkaardige witte tegels die volgens een regelmatig patroon zijn ingebracht. De dragende stalen constructie is prominent aanwezig. De gietijzeren radiators alsook het valse plafond met akoestische platen en cirkelvormige, ingewerkte lichtarmaturen gaan terug tot de bouwperiode. In de noordwestelijke hoek bevindt zich de keuken met gemetselde toog die aan de buitenzijde met keramische tegels – effen tegels alternerend met figuratief versierde tegels - is bekleed en waarvan de hoeken door geprofileerde houten panelen zijn beschermd. De keukenwanden zijn met effen, gele keramische tegels bezet, de vloer met kleine grijs getinte tegeltjes. De nog aanwezige keukenmeubelen (de inoxmeubelen uitgezonderd) werden geleverd door de firma Van de Ven; de keukentoestellen zijn vernieuwd. Een aparte koelkamer van het merk "Frigidaire" sluit aan bij de keuken. De houten tafeltjes met trapeziumvormige pootjes en de stoelen met buizenframe, de zitting en rugleuning overtrokken met kunstleer, zijn nog origineel; de tafels zijn evenals de togen en werkbladen in de keuken met blauw getinte formica afgewerkt.

In de ruim verlichte garages bevinden zich onderhouds- en smeerinstallaties. Ook hier zijn de oorspronkelijke tegelvloeren bewaard. De werkplaatsen op de tussenverdieping zijn rechtstreeks verbonden met de garages. De vloeren zijn er afgewerkt met gele keramische tegeltjes. In de beglaasde scheiwanden tussen werkplaatsen en garage is het oorspronkelijk stalen binnenschrijnwerk nog aanwezig De betonnen overspanningen en roosteringen zijn in zicht gelaten. De kleed- en wasplaatsen voor het personeel bevinden zich op het zelfde niveau als de werkplaatsen. De geel betegelde vloeren zijn origineel. De tot de bouwperiode teruggaande gemetselde douchecabines en aansluitende wanden zijn met ivoorkleurige verglaasde tegels bekleed; alle hoeken zijn afgerond.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 18#31829.
  • Architectuurarchief Provincie Antwerpen, archief Architectenbureau Vincent Cols-Jules De Roeck, dossier Kantoorgebouw IMALSO.
  • DE NEUVILLE, L. 1956, Le nouvel immeuble pour bureaux et garages de "L’IMALSO", à Anvers. Architectes: Vincent Cols et Jules De Roeck, La Technique des Travaux, 32.9-10, 263-268.
  • MEES, V. & RAEYMAEKERS, K. 2008: In het spoor van de toekomst 1958-2058. De Antwerpse fifties in 40 stappen, Antwerpen, 108-109.
  • S.n. 1956: Imalso. Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever I.M.A.L.S.O. Thonetlaan 2, Antwerpen-West. Architekten Cols & De Roeck en Vennoten, Bouwen en Wonen 3.4, 181-189.
  • S.n. 1957: Le nouveau complexe de l'Imalso. Architectes: Vincent Cols et Jules De Roeck, La Maison, 13.2, 52-55.
  • S.n. 1959: Bureaux de l’Imalso, Avenue Thonet Anvers-Ouest. Architectes: Cols et De Roeck & ass., Architecture 59, 8.27, 158.

Bron: Archief Onroerend Erfgoed Antwerpen, dossier IMALSO-gebouw

Auteurs: Braeken, Jo & Plomteux, Greet

Datum tekst: 2013

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Linkeroever

Antwerpen (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.