Kasteelsite van Wezemaal

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Rotselaar
Deelgemeente Wezemaal
Straat Aarschotsesteenweg, Rigessel
Locatie Aarschotsesteenweg, Rigessel (Rotselaar)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

is beschermd als archeologische site Kasteelsite van Wezemaal

Deze bescherming is geldig sinds 16-12-2014.

Beschrijving

De kasteelsite van Wezemaal omvat de ondergrondse funderingen van het 12de-eeuwse kasteel van de heren van Wezemaal.

Archeologische nota

De naam Wisemale verschijnt voor het eerst in 1044. De 13de-eeuwse oorkonden wijzen erop dat Wezemaal van oorsprong een allodiale heerlijkheid (eigen goed) was. Wanneer juist de heerlijkheid Wezemaal is ontstaan is niet bekend. Vanaf de 12de eeuw zijn er in de bronnen aanwijzingen voor het bestaan van de familie van Wezemaal. De oudst bekende heer van Wezemaal is Arnold I (1166/1171-circa 1217). Het kasteel stond er in ieder geval al in 1232 en wellicht is er ook al een versterking in de 12de eeuw aanwezig geweest (mogelijk reeds vóór 1206).

Onder Arnold II (circa 1219-1261/1264) behoorden de heren van Wezemaal tot één van de belangrijkste adellijke families binnen het hertogdom Brabant. Arnold II was de eerste die de titel hertogelijke maarschalk gebruikte, een soort van stafchef van het hertogelijke leger. Arnold III (1261/1264-1266) verloor in 1266 een opstand tegen hertogin Aleidis van Brabant en Jan I van Brabant. Hij trad in bij de orde van de Tempeliers. Zijn broer Godfried werd toen ook heer van Wezemaal (1266-1272/1274).

De zoon van Godfried, Arnold IV van Wezemaal (1272/1274) sneuvelde in 1302, tijdens de Guldensporenslag en werd opgevolgd door zijn zoon Arnold V (1302-1316/1317), die werd opgevolgd door zijn broer Willem I (1316/1317-vóór 1367). Ondanks duidelijke tekenen van achteruitgang bleven Willem I en zijn zoon Willem II (1357/1367-1372) nog altijd tot de allerhoogste rangen van de Brabantse adel behoren. In de loop van de 14de eeuw verschoof de voorkeur van de familie naar Westerlo, waar zij rond 1400 een nieuw kasteel bouwden met een imposante donjon. De heren van Wezemaal werden toen ook in Westerlo begraven.

Onder de broer van Willem II, Jan I van Wezemaal (1372/1373-1417), deed zich een heropleving van het familiebezit voor. Bij de dood van Jan II (1417-1464), wellicht het meest invloedrijke lid van de familie, kwam Wezemaal in het bezit van Karel van Bourgondië (de latere Karel de Stoute). In 1472 werd Wezemaal verkocht aan Guy van Brimeu, een luitenant van Karel de Stoute en ridder de Orde van het Gulden Vlies. Hij werd in 1477 onthoofd op de markt van Gent. Het kasteel ging over op zijn erfgenamen.

Over het kasteel weten we dat het in de 13de eeuw een slotkapel had. Vanuit de archivalische bronnen is het onmogelijk om tot aan de 15de eeuw details te geven. Pas tijdens het bewind van Jan II krijgen we een beter zicht op de aard en de opbouw van het kasteel. Uit de rekeningen blijkt vooral dat in de jaren 1440-1442 vele werkzaamheden op het kasteel hebben plaatsgevonden vooral met betrekking tot woon- en economische functies. Maar ook in deze rekeningen worden verdedigende kenmerken van het kasteel niet of nauwelijks vermeld.

Het kasteel bestond uit een neer- en opperhof. De toegang tot het omgrachte neerhof werd bereikt via een poort. Op het neerhof stonden onder meer stallen, een wijnhuis, een duiventil, een schuur en waarschijnlijk een aantal huisjes. Ook de kapel was mogelijk op dit neerhof aanwezig. Met uitzondering van de poort lijken de gebouwen hoofdzakelijk uit vakwerk te bestaan. Ook het opperhof was omgracht. De ingang van het opperhof werd gevormd door een poortgebouw. Tenminste twee belangrijke gebouwen zijn aanwezig, namelijk het ridderhuis en de zaal. Vermoedelijk waren ze beide van steen en in of nabij het ridderhuis was een kelder aanwezig. Verder waren er op het opperhof nog diverse houten structuren aanwezig waaronder de kaaskamer.

Het globale grondplan op het opperhof is moeilijk te bepalen. Op basis van de algemene ontwikkeling van laatmiddeleeuwse kastelen en de vermelding van diverse structuren lijkt zowel een kasteeltype met een rond, veelhoekig of vierkant grondplan mogelijk. Vooral het veelhoekige kasteeltype lijkt in het zuiden van het hertogdom Brabant vrij lang bestaan te hebben.

Bij de dood van Jan II in 1464 was het kasteel in relatief slechte staat en waren diverse reparaties noodzakelijk. Vanaf het moment dat het kasteel in het bezit komt van de familie Brimeu, aan het einde van de 15de eeuw, zijn er nauwelijks gegevens over het kasteel bekend.

Bij de aanvang van de nieuwe tijd lijkt het kasteel van Wezemaal nog een laatmiddeleeuws karakter te hebben waarbij verdedigingselementen, hoewel weinig functioneel, nog het uiterlijk bepalen. Op het kasteel zijn nog vele gebouwen aanwezig voor de uitgebreide hofhouding. Vele van deze bouwwerken waren gemaakt van vakwerk en diverse daken bedekt met stro.

In de loop van de 17de eeuw verandert geleidelijk het uitzicht. Aangezien een uitgebreide hofhouding niet meer nodig was worden diverse houten structuren gesloopt. De meeste gebouwen lijken nu in steen opgetrokken en ook de belangrijkste daken worden bedekt met pannen en leien. Zowel op het neer- en opperhof komen stenen fundamenten voor en bovendien worden ook diverse ondergrondse ruimten vermeld.

In de 18de eeuw wordt voornamelijk aan het interieur van het kasteel gewerkt. Er komen nieuwe ruimten en vooral de plafonds worden gemoderniseerd. Ondanks deze reparaties verandert het kasteel van Wezemaal aan het einde van de 18de eeuw, onder hertog Wolfgang-Guillaume d’Ursel, van een ‘lusthof’ naar een soort van ‘lasthof’. Het onderhouden van een kasteel is duur en mede door de financiële problemen van de familie d’Ursel is het kasteel aan het einde van de 18de eeuw enigszins verouderd. Het definitieve einde komt bij de Brabantse Omwenteling in 1789. In dit en het daaropvolgende jaar wordt het kasteel gesloopt en verandert het kasteelcomplex in een enorme massa puin.

Na de sloop van het kasteel in 1790 bleef het gebied gedurende zes jaar braak liggen. Er werd druk overlegd wat het kasteelterrein rendabel kon maken. Door de onregelmatige en ongelijke ligging en ook het feit dat fundamenten van de afgebroken gebouwen in de grond waren gebleven, was het niet geschikt als landbouwgrond. Het meest rendabel was om de grond te beplanten met fruitbomen en dit samen met de visrijke grachten te beheren als een tuin in vroege (Engelse) landschapstijl. In de jaren 1796-1797 werd druk gewerkt aan deze Engelse hof.

Tot wanneer het terrein beheerd werd als Engelse Hof is onduidelijk. In de tweede helft van de 19de eeuw was het gebied nog in gebruik als boomgaard maar het grachtenstelsel werd gedeeltelijk aangepast. De oude vijvers van de Engelse tuin lijken nu vervangen door een rechthoekige gracht.

In de tweede helft van de 20ste eeuw komt de familie Liekens in het bezit van de voormalige kasteelsite. Zij willen het gebied omvormen tot akkergrond maar dit bleek niet mogelijk vanwege de vele stenen in de grond. Men probeerde verschillende fundamenten te slopen en het gebied werd deels geëgaliseerd door het opvullen van laagtes en grachten. Toch werd uiteindelijk besloten om de boomgaard te behouden. De bomen werden recent verwijderd.

Onmiddellijk ten westen van de bescherming als archeologische zone, op het huidige perceel 445h, werd in 2012 ook een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek werd de uiterste rand van de kasteelgracht over een lengte van enkele tientallen meters duidelijk waargenomen, deels begrensd door een rij ingeheide palen. Deze feitelijke vaststelling is zo een (gedeeltelijke) bevestiging van het eerder uitgevoerde boor- en geofysisch onderzoek op de kasteelsite. Bovendien werden op dit terrein ook de (ondiep bewaarde) ijzerzandstenen fundamenten aangesneden van een vierkant/rechthoekig gebouw, dat niet werd waargenomen met het magnetometrisch onderzoek dat op deze locatie eerder door RAAP werd uitgevoerd (zie verder). Het gebouw dat hier werd opgegraven staat mogelijk ook aangeduid op de figuratieve kaart van het dorp Wezemaal uit circa 1598 en lijkt een eerdere vaststelling te onderschrijven, namelijk dat deze kaart behoorlijk nauwkeurig is (en dus ook het kasteelcomplex relatief goed weergeeft). Op het terrein werden ook sporen aangetroffen van wat geïnterpreteerd wordt als een roedeberg of hooiberg, een constructie die gebruikt werd voor de opslag van grote hoeveelheden hooi of andere oogst. Niet onbelangrijk tenslotte is de aanwezigheid, eveneens op perceel 445h, van bewoning uit de middenijzertijd (minimaal één hoofdgebouw, zes bijgebouwen en een crematiegraf).

Beschrijving

Het terrein was tot voor kort boomgaard en grasland. De boomgaard is intussen verdwenen en het volledige terrein is onder grasland gebracht. De stobben van de omgezaagde bomen zijn nog waarneembaar op het terrein en werden dus niet verwijderd.

Op het terrein zijn zowel het opgehoogde neerhof als het opperhof, en zelfs de globale ligging van de grachten in het landschap, nog steeds herkenbaar.

Het veldonderzoek van RAAP Archeologisch Adviesbureau (2011) bestond uit geofysisch onderzoek (weerstandsmeting en magnetometrisch onderzoek) en een controlerend en karterend booronderzoek. Uit de synthese van de onderzoeksresultaten blijkt dat het kasteel van Wezemaal was opgebouwd in een relatief natte omgeving. Zowel op het opperhof als het neerhof lijkt om deze reden een ophoging te zijn aangebracht om bewoning mogelijk te maken. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt ook dat de figuratieve kaart van het dorp Wezemaal uit circa 1598, het kasteelcomplex relatief goed weergeeft. Niet alleen zijn boven en neerhof in relatief goede verhoudingen en positie ten opzichte van elkaar aangegeven, ook de niet centrale ingang van het terrein lijkt beter aangegeven dan op jongere iconografische bronnen. De locatie en vorm van het gebouw op het opperhof kon relatief nauwkeurig vastgelegd worden. Dit gebouw was, in overeenstemming met de historische kaarten, volledig omringd door water. Opmerkelijk is dat de vorm van het kasteel op het weerstandsbeeld enigszins kan vergeleken worden met de oudste bekende afbeelding van het kasteel van omstreeks 1550, een schetsmatige weergave van het territorium van de heerlijkheden Wezemaal en Rotselaar (Katholieke Universiteit Leuven, universiteitsarchief, Arenbergarchief, nr. 2444). Op deze afbeelding is een laatmiddeleeuwse burcht herkenbaar met twee bastions en een weermuur die aan de overzijde gebogen is. Indien het weerstandsbeeld overeenkomt met deze verschijningsvorm blijkt dat de afbeelding enigszins is uitgerekt, de werkelijke situatie heeft een meer vierkante vorm. De bastions bevinden zich bovendien aan de westelijke zijde van het hoofdgebouw. Dit zou zeer goed aansluiten met de landschappelijke situatie, want het kasteel was voornamelijk kwetsbaar langs de drogere noordelijke en westelijke zijden. Aan de oost- en zuidzijde was de landschappelijke situatie te nat om vanuit deze richtingen bedreigd te worden. Of het weerstandsbeeld daadwerkelijk overeenkomt met deze oudste afbeelding kan enkel onderzocht worden door middel van proefsleuven.

Voor de aanwezigheid van een donjon, een veel voorkomend kasteeltype in de omgeving, zijn geen aanwijzingen gevonden. Gezien de ontwikkeling van kastelen lijkt een stenen hoofdgebouw aanwezig geweest. Hoewel redelijkerwijs mag aangenomen worden dat een dergelijk zwaar gefundeerd gebouw met dikke muren zichtbaar zou moeten zijn op het magnetometrisch en weerstandsbeeld, kunnen de fundamenten ook voor een groot deel uitgebroken zijn of kan een van de mogelijke bastions aan de westzijde de oorspronkelijke donjon betreffen. Verder waren diverse gebouwen wellicht in hout gebouwd en tegen de weermuur geplaatst.

Uit het controlerend booronderzoek blijkt dat in de fundamenten zowel baksteen als ijzerzandsteen gebruikt werd. Het vondstmateriaal maakt verder duidelijk dat delen van het kasteel bedekt zijn geweest met een leien dak en daktegels. In de 15de of 16de eeuw was ook een tegelkachel op het opperhof aanwezig. De datering van de structuur op het weerstandsbeeld blijft onzeker, temeer daar het onbekend blijft of al deze muren wel tot één fase behoren. Het is opvallend dat op het opperhof relatief veel middeleeuws aardewerk werd aangetroffen, voornamelijk uit de 13de en 14de eeuw. Aangezien het aardewerk verspreid is over het gehele opperhof, lijkt al een uitgebreider kasteeltype met vierkante, polygonale of ronde vorm aanwezig te zijn. Een alleenstaande donjon temidden van water (bijv. Hof van Rivieren in Gelrode, toren Ter Heyde en Torenveld in Rotselaar) of een hoge motteheuvel was in de 13de of 14de eeuw niet (meer) aanwezig. Enkele scherven dateren van de 12de of 13de eeuw. Of in de periode hiervoor ook al een versterking aanwezig was, kan niet bevestigd worden. Een eventuele oudere versterking betrof mogelijk een zogenaamde motte, eventueel met donjon. De aanwezigheid van een motteheuvel kan een verklaring zijn voor een gebogen weermuur aan de oostzijde.

Afhankelijk van de interpretatie van het boorprofiel van boring 77 (natuurlijk of oude gracht) zou een kleinere motteheuvel met een doorsnede van circa 30 of 25 meter op het kasteelterrein mogelijk zijn geweest. Bij de aanpassing van het kasteel zou dan de heuvel zijn afgevlakt waarbij ook oudere scherven en constructies verdwenen zijn. Een ringmuur werd gebouwd en aan de westzijde ontstond geleidelijk een meer rechthoekige weermuur met torens op de hoeken. Dat dergelijke ontwikkelingen niet vreemd zijn bewijst de opgraving aan het kasteel van Londerzeel. Voor Wezemaal is deze ontwikkeling echter zeer hypothetisch, maar een interessante vraagstelling voor verder onderzoek. In de loop van de nieuwe tijd kreeg het kasteel een rechthoekige vorm. Deze is niet direct zichtbaar op het weerstandsbeeld. Mogelijk waren de jongere fases minder diep gefundeerd en bij de sloop volledig uitgebroken en waren ze grotendeels voortgebouwd op de oudere funderingen.

Op het neerhof is de situatie complexer. Hoewel uit het geofysisch onderzoek diverse globale structuren zichtbaar zijn, blijft de precieze interpretatie toch onduidelijk. Waarschijnlijk is dit te wijten aan het feit dat in de loop van de tijd veel verschillende structuren zijn aangelegd, verbouwd en ten dele gesloopt. Tot slot zijn ook de grachten en de latere Engelse tuin tijdens het veldonderzoek aangetoond. Aan de ingang van het neerhof zijn in de gracht twee muren herkenbaar, wellicht restanten van de stenen brug die in de 18de eeuw werd gebouwd. In de gracht tussen het neer- en opperhof is mogelijk een bruggenhoofd aanwezig.

Uit het geofysisch onderzoek en het controlerend booronderzoek blijkt duidelijk dat nog funderingen en/of uitbraaksporen van het kasteel in de ondergrond herkenbaar zijn. Ook op het neerhof zijn nog funderingen/uitbraaksporen aanwezig, hoewel de precieze verschijningspatronen van de gebouwen hier onduidelijk zijn. De grachten zijn nog globaal herkenbaar, zowel visueel als qua opvulling. De conservering van organisch materiaal onder droge omstandigheden is over het algemeen slecht. Meestal is buiten de grondsporen alleen ceramiek en steen bewaard gebleven. De grachten zijn echter relatief vochtig tot zeer nat waardoor organisch materiaal in de diepere ondergrond bewaard is gebleven. Dit betekent dat naast organisch vondstmateriaal zoals objecten van hout, bot, textiel en leer ook veel informatie over het landschap, landschapsgebruik en de voedseleconomie aanwezig is.

  • KEIJERS D. & TOPS B. 2011: Studieopdracht naar een archeologische evaluatie en waardering van de kasteelsite te Wezemaal. Gemeente Rotselaar, provincie Vlaams-Brabant, RAAP-RAPPORT 2439, Weesp.
  • DE BEENHOUWER J., BERVOETS G. & ARCKENS M., Tussentijds verslag van de opgraving Wezemaal 2013/5012, opgemaakt op 28/2/2014: voorlopige resultaten in werkput 2, Onuitgegeven rapport Fodia bvba.
  • DE BEENHOUWER J., BERVOETS G. & ARCKENS M., Tussentijds verslag van de opgraving Wezemaal 2013/5012, opgemaakt op 16/02/2014: voorlopige resultaten in werkput 1, Onuitgegeven rapport Fodia bvba.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/24094/101.1, Rotselaar: de kasteelsite van Wezemaal.

Auteurs: Van den Hove, Peter

Datum tekst: 2014

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Wezemaal

Wezemaal (Rotselaar)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.