erfgoedobject

Domein Roosbeek

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 300799   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300799

Beschrijving

Dorpskasteel, ver­bouwd tot hof van plaisantie in het midden van de 17de eeuw en verbouwd eind 19de eeuw; aanleg sier­tuin (bijna 6 hectare 'lustgrond' en 'lustvijvers') rond 1820; geen uitgesproken heraanleg in landschappelijke stijl tijdens de 19de eeuw, veeleer accen­tuering van grote assen; weinig res­tanten van oude beplantingen.

Wie vandaag het kasteeldomein van Roosbeek bezoekt zal in de huidige toestand met moeite de flatterende beschrijving ("de beaux jardins") van Wauters herkennen. Van formele elementen en oude aanplantingen is – voor zover we konden nagaan – nauwelijks sprake. De oudste bomen – vooral platanen (Platanus x hispanica) met stamomtrekken tot 3 meter, gemeten op 150 cm hoogte – bevinden zich aan de oostzijde van het kasteel. De toegangsdreef die vanuit het zuidwesten, vanaf de Moffelstraat, naar het kasteel toel­oopt bestaat uit jonge zomereiken (Quercus robur) met stamom­trekken van minder dan 2 meter. De meest aanplantingen – witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum), hemelboom (Ailanthus altissima), bontbladige cultivar van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), fijnspar (Picea abies) – zijn relatief jong en bestaan voor een groot gedeelte uit canadapopulier (Populus x canadensis). De grote vijver waarvan Wauters gewag maakt vervierdubbelde in oppervlakte ergens tussen 1930 en 1950 – toen de hele Blauw­schuurweide ("Blaes schuer Weide" op de Primitieve kadasterkaart) én de "kasteelbemden" tussen het kasteel en de watermolen op de Velpe, circa 300 meter stroomafwaarts, in vijver werden om­gezet.

Het kasteel, dat aan de oorsprong ligt van het bestaande gebouw, werd opgetrokken door Rodolf de Navarro (of Navarra), 'conseil de guerre', kwartiermeester van het Spaanse leger in de Nederlanden, gouverneur van het kasteel van Kortrijk... in 1640-1650, ongeveer op hetzelfde ogenblik dat Jean-Jac­ques de Caestre het neerhof bij de oude donjon van Boutersem 1,5 kilometer naar het wes­ten ombouwde tot een barokkasteel. De watermolen met zijn reservoir, het Primi­tieve perceel 58 (1 hectare 66 are 60 centiare), vormde misschien het historische aanknopings­punt voor het omgrachte hof van plaisantie en genetisch gezien zou men hier van een vroeg voorbeeld van een 'molen­vijverpark' kun­nen spreken (zoals bij het Berkenhof, Papiermoleken, het Groot Park te Bierbeek en het Nieuw Kasteel van Boutersem). Een schetsmatige afbeelding van het kasteel omstreeks 1650 staat in een van de kaartboeken van de abdij van 'tPark te Heverlee (Typographieboeck TB, F. 70). Op de Ferrariskaart (1771-1775) vormt het gebouwencomplex een naar het zuidoosten gekeerde U en de hoofdtoegang naar het domein was een met bomen beplante, 500 meter lange en rechte dreef. Van deze dreef valt in het begin van de 19de eeuw geen spoor meer te bekennen. Links van het kasteel bevond zich een grote boom­gaard (het latere perceel 54) met een vijvertje (nummer 55), aan de rechterkant een omheinde tuin met padenkruis en, daarachter, een korte dreef die naar de watermolen leidde. In vergelijking met bijvoorbeeld het domein van Kwabeek te Vertrijk erg eenvoudig en sober.

De indruk van soberheid wordt nog versterkt door de vorm van de grote, langwerpige vijver, die langs één zijde nog grotendeels bepaald wordt door de loop van de Velpe. Intrigerend is het rechthoekige schiereilandje in de grote vijver, dat als perceel 57, "lustgrond", op de Primitieve kadasterkaart (1824) overleeft en pas in 1842 wordt afgevoerd. In de Primi­tieve kadastrale legger wordt voor bijna 3,5 hectare "lustgrond" opgegeven, naast een grote "lustvijver", een perceel "hof" (nummer 53, 7 are groot) en het "speel­huis". Als eigenaar wordt baron Gaspar "Deloen" genoemd, in feite: Gaspar Louis Joseph de Loën d'En­schede (1810-1851). Hij was de zoon van François Joseph de Loën, voormalig kapitein in het Oostenrijkse leger, die onder Willem I belangrijke functies vervulde en bij de hoeve van Nieuwland te Aarschot (Gelrode) rond 1810 een kasteeltje bouwde. Dat het goed door de Loën vooral of uitsluitend als 'speelhuis', om te overzomeren, gebruikt werd, zou men kunnen afl­eiden uit het opgegeven domicilie (Mons-Bergen) en uit de ge­boor­teplaatsen van zijn kinderen.

Als we het kadaster en ook de topografische kaart van Vander Maelen (1845-1850) mogen geloven, werden rond 1840 enkele ingrijpende veranderingen doorgevoerd die, de tijdsgeest in aanmerking genomen, vreemd genoeg tenderen naar een strakkere geometrie, onder meer door het doortrekken van enkele zuidwest-noordoost gerichte assen, parallel aan de Kasteelstraat. Deze configuratie is nog zichtbaar op de militaire topografische kaart van 1893 (ICM, 1896), maar op de kaart van 1908 (ICM, 1923) heeft de slingerende lijn op bescheiden wijze haar intrede gedaan in de beboste zone ten zuiden van het kasteel, dat overigens naar ontwerp van Joris Helleputte in 1882-1884 gron­dig en met weinig respect voor de historische authen­ticiteit was verbouwd. Aan de Kas­teelstraat in het zuiden van het dom­ein werd, naast de oude toegang, een tweede toe­gang gemaakt, die een progressieve, pittoreske be­nadering van het kasteelcomplex mogelijk maakte. De auteur van deze veran­dering was ridder Philippe de Wouters de Bouchout, die in 1905 eigenaar was geworden. In 1946 wordt het kasteeldomein door zijn erfgenamen verkocht aan een houthandelaar en misschien verklaart dat het huidige uit­zicht. Over de exploten van diezelfde houthandelaar te Perk, Rotselaar, Veltem, Winksele, Boutersem, Lubbeek en ook Roosbeek, lezen we in diverse nummers van het Maandelijks Bulletin van de vereeniging voor het Behoud van Natuur en Stedenschoon in de jaargangen 1925 en 1926 verontwaar­digde commentaren.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschets Roosbeek 1842/4.
  • Maandelijks Bulletin van de vereeniging voor het Behoud van Natuur en Stedenschoon (jaargangen 1925, p. 193 en 1926, p. 11, 92 en 111)
  • DOUXCHAMPS H., La famille de Wouters d'Oplinter (II), Bruxelles, Association familiale de Wouters, p. 548-549.
  • MAES K. e.a., Joris Helleputte, architect en politicus, 1852-1925. Deel II: oeuvrecatalogus, Leuven, Universitaire Pers, Kadoc, 1998, p. 37-39.
  • POPLIMONT C., La Belgique héraldique, VI, Paris, Henri Carion, 1866, p. 392-394.
  • WAUTERS A., Géographie et histoire des communes belges. Arron­dissement de Louvain – canton de Glabbeek, Bruxelles, Culture et Civilisation (fa­csimile van editie 1882), 1963, p. 107.

Bron     : DENEEF R., 2004: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Bierbeek, Boutersem, Glabbeek en Oud-Heverlee, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger
Datum  : 2004


Relaties

  • Is deel van
    Roosbeek
    Roosbeek (Boutersem)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Domein Roosbeek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300799 (Geraadpleegd op 17-09-2019)