Prehistorisch sitecomplex in alluviale context van de Wingevallei

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Holsbeek, Rotselaar, Leuven
Deelgemeente Kortrijk-Dutsel, Holsbeek, Nieuwrode, Rotselaar, Wezemaal, Wilsele
Straat
Locatie Holsbeek, Kortrijk-Dutsel, Nieuwrode (Holsbeek), Wilsele (Leuven), Rotselaar, Wezemaal (Rotselaar)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • AZ-project Alluviale gebieden (bureauonderzoek, inventarisatie: 2010 - 2016).

Juridische gevolgen

Beschrijving

Algemene situering

De Wingevallei, een uitloper van het valleiencomplex van Dijle-Gete-Demer, doorsnijdt het droge Zandig Hageland van oost naar west. De Molenbeek ontspringt in Binkom (Lubbeek). Vlak bij de Gempmolen stroomt de Winge in de Molenbeek, die vanaf dan ook Winge genoemd wordt. De Winge mondt uit in de Demer te Werchter (Rotselaar). Ze is gelegen tussen twee WZW-ONO gerichte ruggen van getuigenheuvels (in het noorden de Wijngaardberg en Benniksberg en in het zuiden een uitloper van het Kesselbergmassief: de Chartreuzenberg en Speelberg). Deze heuvels zijn glauconiethoudende zandbanken, overgebleven van de Diestiaan-transgressie , die weinig erosiegevoelig waren waardoor ze, na de daling van het zeeniveau, als heuvelruggen in het landschap overbleven. De Winge wordt gevoed door de Grote Losting, de Kleine Losting, de Droge Beek en de Grote Leibeek. In het Holoceen zetten de riviertjes tussen de depressies belangrijke hoeveelheden alluvium af. Zo ontstond er een brede vlakke Wingevallei. Door afzetting van zandige sedimenten langsheen de waterlopen tijdens overstromingen, werden er hoger en droger gelegen zones (oeverwallen), gevormd.

De afgebakende zone omvat het westelijke centrale gedeelte van de vallei van de Winge en een aantal van diens zijlopen.

Bodemkundig bestaat de vallei uit alluviale natte tot zeer natte leem- en kleibodems met een reductiehorizont. Plaatselijk komt er veen voor.

Archeologische nota

De tot nu toe oudste sporen van menselijke aanwezigheid in de Wingevallei dateren van het middenpaleolithicum (ca. 300.000/250.000 tot 40.000/30.000 BP). Bij een zandexploitatie werden een 200-tal artefacten ingezameld (Van Peer 1982a; Van Peer 1982b). Het mesolithicum (ca. 9500 – 4000 v.Chr.) is relatief goed gekend in de Wingevallei. Jagers-verzamelaars trokken tijdelijke kampementen op, vrijwel steeds op kleine zandige hoogtes en vooral op de oeverwallen in de nabijheid van open water. Deze kampementen dienden onder meer als uitvalsbasis voor de jacht. Het voornaamste overblijfsel van deze activiteiten is het lithisch materiaal: werktuigen en afval van vuursteenbewerking. Dit is op verschillende plaatsen dagzomend aanwezig op de akkers. Naast mesolithische overblijfselen werden ook enkele neolithische gebruiksvoorwerpen aangetroffen.

De eerste systematische veldkartering van de regio gebeurde door August Boschmans, een gerenommeerd amateurarcheoloog. Hij bracht een tiental archeologische vindplaatsen in kaart. Boschmans’ prospectieonderzoek lag mede aan de basis van het doctoraat van professor P.M. Vermeersch over de prehistorie in het noordelijk Hageland (Vermeersch 1976). Dit onderzoek leidde tot opgravingen op enkele sites, waaronder Crabbé’s veld (S.n. 1986; Huyghe 1983), site Marrant en site Boomkwekerij (Vermeersch 1972). In de jaren 1984 en 1985 voerde Geert Vynckier, in het kader van een B.T.K.-project, een intensieve prospectie en inventarisatie uit in het projectgebied. Hij zamelde materiaal in op de al bekende sites, waaronder Rotselaarsebaan en Hof ter Winge , maar ontdekte ook een aantal nieuwe sites, waaronder Wingewijk (Vynckier 1989). In opdracht van professor Vermeersch verrichtte hij ook een boorcampagne waarbij de zoektocht naar bewaard veen centraal stond. Dit veen werd aangetroffen op enkele sites, zoals Rotselaarpad, Boomkwekerij en langs de Aarschotsesteenweg, een tiental meter van de Winge.

Meer recent kwam, bij de aanleg van een aquafin leiding, een vroegmesolithisch site aan het licht te Holsbeek- Rotselaarsebaan. Hier werden ca. 480 lithische artefacten (vuursteen, Wommersomkwartiet en kwartsite van Tienen) ingezameld. Interessant is dat deze site zich niet zoals de gekende oppervlaktevindplaatsen bevindt op de hogere gelegen oeverwallen, maar in de natte kleigronden aan de rand van de vallei (Van Baelen 2011; Van Baelen & Vanmontfort 2011).

Vondsten uit de metaaltijden zijn tot op heden in het gebied spaarzaam gekend. Bij de aanleg van de Park & Ride zone aan het rondpunt van Rotselaar werden de restanten van een Romeinse villa in ijzerzandsteen teruggevonden (In’t Ven 2005, 144). De vroegmiddeleeuwse periode is tot nu toe niet archeologisch geattesteerd in het gebied. Vanaf de late middeleeuwen zijn een aantal historische bouwwerken bewaard gebleven. Een exhaustieve lijst van alle monumenten die beschermd en/of opgenomen zijn, vindt men in de Inventaris van het Onroerend Erfgoed.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

*Evaluatie van de bewaringstoestand

De archeologische zone omvat de belangrijkste cluster aan gekende vindplaatsen uit de prehistorie in het westelijke gedeelte van de Wingevallei. De oostelijke begrenzing van de zone is gesitueerd ten oosten van de gekende prehistorische vindplaats ‘Dunberg’ (Vermeersch 1976). De overige grenzen worden bepaald door de rand van de Wingevallei zelf. De afbakening omvat zo een belangrijk complex aan waterlopen en opduikingen in de vallei, waarbij een groot aantal gekende sites is gevat. Wellicht is er eveneens een groot potentieel voor de aanwezigheid van prehistorische sites in de rest van de Wingevallei, bv. ten oosten, hier zijn momenteel echter veel minder gegevens voorhanden door een gebrek aan systematische prospecties.

Van deze gekende sites is het reeds ingezamelde lithisch materiaal goed gedocumenteerd en beschikbaar in verschillende depots. Het grootste deel van de collectie van Gust Boschmans bevindt zich momenteel in het depot van het agentschap Onroerend Erfgoed. In de collectie zitten o.a. de silexartefacten van site Toren ter Heide, site Wingewijk, site Boomkwekerij en site Marrant te Holsbeek. Ook van kleinere, minder bekende mesolithische sites van de Wingevallei heeft hij materiaal verzameld. Daarnaast zijn er nog andere amateurarcheologen die kleinere ensembles in hun bezit hebben, maar waarvan we niet altijd op de hoogte zijn. Het materiaal dat tijdens het prospectieproject werd bijeengebracht door Geert Vynckier bevindt zich in het depot/archief van het Labo voor Prehistorie van de KU-Leuven.

De bewaringtoestand van de archeologische sites in het gebied hangt nauw samen met de variatie in bodems. De ontdekking van de site te Holsbeek-Rotselaarsebaan, gesitueerd onder kleiige afzettingen toont alvast aan dat niet alleen op de hoger gelegen oeverwallen prehistorische site kunnen verwacht worden.

Colluviale bodems zorgen voor een afdekkend pakket dat de aanwezige archeologische resten een goede bescherming biedt. In het studiegebied vormen de colluviale gronden veelal de overgangszones tussen de Diestiaanheuvels en de Wingevallei. Deze zones bezitten dan ook veel mogelijkheden wat betreft het aantreffen van goed bewaarde prehistorische sites. Het afdekkende pakket zorgt echter ook voor beperkingen voor het archeologisch onderzoek. Veldkartering via een gewone veldprospectie is op deze gronden uiteraard niet mogelijk, het archeologisch materiaal dat eventueel aan het oppervlak zichtbaar is immers steeds een deel van het colluvium. Om een archeologische verkenning op deze zones uit te voeren is het daarom steeds noodzakelijk om met proefsleuven te werken, of met prospectieboringen gericht op het opsporen van steentijdsites.

De natte gronden en alluviale zones zijn in het studiegebied voornamelijk de valleigronden van de Winge. In het verleden werden deze natte zones op archeologisch gebied min of meer stiefmoederlijk behandeld. Enerzijds is dit omwille van het feit dat in het algemeen deze zones als minder of niet geschikt geacht worden voor bewoning, anderzijds omwille van de moeilijkheden die deze gronden opleveren voor het archeologisch onderzoek (problemen met de hoge grondwaterstand). De alluviale zones leveren daarbij de bijkomende moeilijkheid dat opsporen van sites via een gewone terreinprospectie hier niet mogelijk is omwille van het afdekkende alluviale pakket. Deze gronden hebben echter wel grote mogelijkheden op archeologisch gebied. Voor de alluviale gronden geldt immers hetzelfde als voor de colluviale gronden en plaggenbodems: het afdekkende pakket biedt een beschermende werking voor de onderliggende archeologische structuren en andere vondsten. Bovendien zorgt de hoge watertafel (indien zij over lange periodes vrij constant is geweest) voor zeer goede bewaringsmogelijkheden van archeologisch materiaal. Tenslotte moeten we vermelden dat deze zones in vele periodes wel degelijk groot belang hadden. In prehistorische periodes bijvoorbeeld waren zij bijvoorbeeld belangrijke jachtgebieden voor de mens, zoals ook vastgesteld in het studiegebied door de inplanting van vele mesolithische sites op de oeverwallen langs de Winge. In vele periodes vormen deze gebieden ook de plaats waar veel religieuze handelingen en begravingen werden uitgevoerd.

De bodems met veen vormen op archeologisch gebied eveneens belangrijke zones. Zij waren immers dikwijls grote aantrekkingspolen voor de prehistorische mens, vooral tijdens het mesolithicum. Deze venen waren namelijk de drinkplaatsen bij uitstek voor groot en klein wild, en voorzagen uiteraard eveneens de mens van water. In de metaaltijden waren zij bovendien eveneens de plaats waar vele cultushandelingen werden uitgevoerd. Getuige een groot aantal depotvondsten dat in dergelijke zones werden gedaan. Zoals voor de natte zones geldt bovendien dat zij goede mogelijkheden bieden voor de bewaring van organisch materiaal. Tenslotte moeten we hier vermelden dat deze venen eveneens belangrijke bron voor paleo-ecologisch onderzoek. Zij bieden namelijk, door pollen en zaden gevangen in de opeenvolgende veenlagen, een blik op de evolutie van het landschap in de omgeving (cf. Munaut 1995; Munaut et al. 1972).

De droge bodems in het gebied vormen de plateausituaties en andere topografisch hoger gelegen zones, zoals oeverwallen. Vanaf het neolithicum zien we het belang van de landbouw en daarmee het gebruik van de hogere, drogere gronden toenemen. Vooral grote zandruggen langs de beek werden, ook in latere periodes, geprefereerd als nederzettingsareaal. Een veldverkenning op deze gebieden kan veel gegevens opleveren betreffende de aanwezigheid van archeologische sites. In het verleden heeft dit soort onderzoek in het studiegebied heel wat prehistorische sites opgeleverd.

*Motivatie voor afbakening De afgebakende zone omvat het centrale gedeelte van de Wingevallei met enkele van diens bijlopen. De afbakening in de vallei is gebaseerd op de gekende spreiding van prehistorische (steentijd) vindplaatsen in het gebied, en de randen van de alluviale vlakte.

*Beschrijving van de erfgoedkenmerken

De archeologische zone van de Wingevallei omvat het centrale gedeelte van de alluviale vlakte van de Winge en enkele van diens bijlopen. In deze vlakte komen verschillende donken voor, waarop zich tal van prehistorische sites uit het mesolithicum bevinden, gekend via veldkarteringen en opgravingen. Deze vindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiingen van lithisch materiaal (o.a.vuursteen, kwartsiet, ftaniet), die wijzen op activiteiten als jacht, wonen, en vuursteenbewerking. In de alluviale sedimenten en veen is ook bewaring van organisch materiaal mogelijk. Deze organische afzettingen bieden eveneens een waardevol archief voor paleo-ecologisch onderzoek.

  • S.N. 1986: Holsbeek - site "Crabbé's Veld": Eindverslag, Jaarboek van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving 26, 57-71.
  • DRIESEN, P. 2009: Bureaustudie i.k.v. de aanleg van de DN 1000 aardgasvervoerleiding VTN2 in de provincies Vlaams-Brabant en Limburg. Studie uitgevoerd in opdracht van Fluxys nv., onuitgegeven rapport, Fluxys nv.
  • HUYGE, D. 1983: De prehistorische bewoning van het Crabbé's veld te Holsbeek, Mededelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en Omgeving 23, 198-211.
  • IN 'T VEN, I., DE CLERCQ, W. (red.) 2005: Een lijn door het landschap. Archeologie en het VTN-project 1997-1998, Archeologie in Vlaanderen Monografie 5, Brussel.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • MULLENDERS, W., DESAIR, M., GILOT, E. 1972: Recherches palynologiques et datations C14 sur les depots tourbeux de Holsbeek, Archaeologia Belgica 138, 133-134.
  • MUNAUT, A. 1995: A new pollen analysis in the Late Glacial deposits of the Winge valley (Brabant, Belgium) In: Gullentops, F. (ed.), Wetlands in Flanders - Contributions to the Palaeohydrology of the temperate Zone in the last 15.000 years, s.p.
  • RENSINK, E. (red.) 2008: Archeologie en beekdalen. Schatkamers van het verleden, Utrecht.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • VAN BAELEN, A. 2011: Archeologisch onderzoek te Holsbeek Rotselaarsebaan. Een jager-verzamelaarsite uit het mesolithicum, Recent Archeologisch onderzoek in Vlaams-Brabant 2011, 15-16.
  • VAN BAELEN, A., VANMONTFORT, B. 2011: Evaluatie van een mesolithische vindplaats te Holsbeek-Rotselaarsebaan 2 (B). Opgravingscampagne 2011, Notae Praehistoricae 31, 87-99.
  • VAN PEER, P. 1982a: A Middle Palaeolithic Industry from Rotselaar (Brabant), Helinium 1982.22, 238-254.
  • VAN PEER, P. 1982b: Rotselaar en Schulen. Two Middle Palaeolithic sites from Lower Belgium, Notae Praehistoricae 2, 11-21.61, 4-14.
  • VERMEERSCH, P.M. 1972: Twee mesolithische sites te Holsbeek, Archaeologia Belgica 138, Brussel.
  • VYNCKIER, G. 1989: Holsbeek: Wingewijk (Bt.). Een mesolithisch site langs de Winge, De Brabantse Folklore 263, 195-200.

Bron: AZ dossier

Auteurs: Jansen, Isabelle; Meylemans, Erwin & Vynckier, Geert

Datum tekst: 2016

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Holsbeek

Holsbeek (Holsbeek)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kortrijk-Dutsel

Kortrijk-Dutsel (Holsbeek)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Nieuwrode

Nieuwrode (Holsbeek)

maakt deel uit van Rotselaar

Rotselaar (Rotselaar)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Wezemaal

Wezemaal (Rotselaar)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Wilsele

Wilsele (Leuven)

U kunt deze pagina citeren als:

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Prehistorisch sitecomplex in alluviale context van de Wingevallei [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303008 (geraadpleegd op ).
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.