erfgoedobject

Architectenwoning Theo Van Dormael

bouwkundig element
ID: 305605   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305605

Beschrijving

Het eigen woonhuis van de architect Theo Van Dormael bevindt zich in de Kardinaal Mercierlaan te Heverlee. Hij ontwierp deze villa in 1929, op een moment dat hij reeds samenwerkte met zijn zoon Paul Van Dormael, eveneens architect.

Daarvoor woonde Theo Van Dormael met zijn gezin iets verder op de Kardinaal Mercierlaan, in een eclectische, historiserende woning die hij omstreeks 1918 ontwierp als grondige verbouwing van bestaande hoevegebouwen.

De eigen woning die Theo Van Dormael in 1929 bouwde, onderscheidt zich sterk van de overige woningen in het oeuvre van de architect die, voornamelijk in de Leuvense binnenstad, erg historiserend te werk ging. Eclectische burger- en arbeidershuizen kenmerken zijn oeuvre voor de Eerste Wereldoorlog alsook in de jaren 1920. Deze woning naar een ontwerp van 1929, wordt gekenmerkt door een sterke versobering, het achterwege laten van ornamentiek, en het abstraheren van de gevelgeleding, waarbij elementen uit de art deco en het regionalisme worden gecombineerd. Mogelijk is de invloed van zijn zoon Paul Van Dormael mee verantwoordelijk voor deze stijlevolutie.

De contextwaarde van deze villa schuilt in het geheel van opeenvolgende villa’s op grote percelen, in vele gevallen achterin gelegen, die het overgrote deel van de Kardinaal Mercierlaan kenmerken. Deze straat vormde samen met de Jules Vandenbemptlaan en de Koning Leopold III-laan, een geliefde woonplaats voor de welgestelde bewoners van Heverlee, in vele gevallen personeel (professoren) verbonden aan de Leuvense universiteit. Grote, vrijstaande villa’s werden opgetrokken in een verscheidenheid aan stijlen. Kenmerkend voor de Kardinaal Mercierlaan zijn de villa’s, gebouwd in de eerste helft van de vorige eeuw, in een regionalistische stijl.

Deze grote villa op een heel ruim perceel ligt teruggetrokken langs de Kardinaal Mercierlaan. Verhoogd en van de weg gescheiden door talrijke groenaanplantingen, is de woning vandaag ingericht als restaurant, weinig zichtbaar vanop de groene dreef.

De villa telt twee bouwlagen onder een tentdak van zwarte pannen. De woning heeft een vierkante plattegrond, met gevels die evenwaardig zijn uitgewerkt. De gevels bestaan voornamelijk uit rode baksteen, met het gebruik van blauwe hardsteen voor de druiplijsten, de hoekstenen aan de vensters en voor de deuromlijsting. De gevels zijn horizontaliserend opgebouwd, door de doorlopende onderdorpels en als friezen uitgewerkte rollagen van de rechthoekige vensters op beide bouwlagen. In elke gevel is een verticaal accent aanwezig, hetzij een erker, hetzij een schoorsteen. Eenvoudige rechthoekige vensters kenmerken de verschillende traveeën, alle met een bovenlicht met verticale roedeverdeling. Dit schrijnwerk werd over de volledige woning vervangen door houten schrijnwerk met een eenvoudigere indeling.

De oostelijke gevel werd als voorgevel uitgewerkt, met twee toegangen: links de iets bredere en met zijlicht en negblokken gemarkeerde hoofdingang, rechts de smallere dienstingang. Een oprit tegen de oostelijke perceelsgrens brengt de bezoeker vanaf de Kardinaal Mercierlaan naar de toegang. Boven de zijingang bevindt zich een hardstenen muurtegel met het jaartal van de woning.

De noordelijke straatgevel naar de Kardinaal Mercierlaan valt op vanop de straat door een centraal boven de kroonlijst uitstekend drielicht, dat een over de twee bouwlagen doorlopende driezijdige erker bekroont. Tegen deze gevel werd later, in functie van de horecafunctie, een vijfzijdige veranda in de rechtse travee toegevoegd. Deze uitbouw werd opgetrokken in dezelfde esthetiek als de hoofdbouw (baksteen en grijze hardsteen). De linkse travee is zeer eenvoudig uitgewerkt, met op elke bouwlaag een rechthoekig venster, zoals ook de oorspronkelijke rechtertravee was uitgewerkt.

De zuidelijke gevel is geopend door tien rechthoekige vensters, onregelmatig over de traveeën geplaatst, tien beneden en vier boven. Opvallend aan deze gevelzijde zijn de hoog boven het dak uitstekende bakstenen schoorstenen.

In de westelijke gevel valt de rechthoekige erker met een leien bedaking ter hoogte van de gelijkvloerse verdieping op in de rechtertravee. Links daarvan openen drie vensters elke bouwlaag.

De plannen in het bouwdossier benoemen de functies van de verschillende ruimtes niet. Afgaande op de ontdubbelde ingangen, wordt uitgegaan van een woon- en ontvangstgedeelte aan tuinzijde, en een dienstgedeelte aan noordzijde. De voordeur in de tweede travee verschaft de toegang tot een kleine inkomhal die uitgeeft op een grote centrale traphal. De verschillende vertrekken van het gelijkvloers werden rond deze hal geordend en toegankelijk gemaakt. Een centrale trappenpartij vormt de verbinding tussen de kelder, het gelijkvloers en de verdieping. Links van de hal (zuid) bevindt zich een ruimte die enkel toegankelijk is vanaf de inkompartij. Vermoedelijk fungeerde deze ruimte als bureau, zodat de architecten Van Dormael ook klanten thuis konden ontvangen zonder dat deze door de private vertrekken moesten. Aansluitend wellicht een kleine wachtruimte. Aan de andere kant van de hal (noord) identificeren we dienstingang en keukens. De westelijke helft van de woning wordt ingenomen door een enfilade van twee grote vertrekken, wellicht woon- en eetkamer. Ook op de eerste verdieping werden de verschillende vertrekken rond de trappenhal geordend. Een tweede, parallelle diensttrap zorgde voor de verbinding met de kelder en de zolderverdieping.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1929/4 (bouwvergunning 02.02.1929) en dossier 1929/108 (bouwvergunning 22.06.1929).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Theo Van Dormael [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305605 (Geraadpleegd op 17-10-2019)