erfgoedobject

Appartementsgebouw in art deco

bouwkundig element
ID
307580
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307580

Beschrijving

Half vrijstaand appartementsgebouw in art-decostijl op de hoek van de Koninklijkelaan en de Hilda Ramstraat. Het complex werd voor eigen rekening ontworpen en opgetrokken door de architect Louis Van Rijmenant, die de bouwaanvraag indiende op 18 augustus 1925.

Historiek en context

Het programma omvatte in totaal negen appartementen van drie verschillende types, uitgerust met een conciërgewoning, een garage en meidenkamers. Van Rijmenant betrok hier zelf een appartement tot 1929-1930, en verhuisde vervolgens naar zijn nieuw gebouwde appartementsgebouw aan de Jan Van Rijswijcklaan 31.

Louis Van Rijmenant was in Antwerpen actief als architect en bouwpromotor van kort na de Eerste Wereldoorlog minstens tot 1943. In deze nieuwe wijk van Berchem realiseerde hij in de eerste helft van de jaren 1920 meerdere burgerhuizen en meergezinswoningen zowel in de conventionele beaux-artsstijl als de eigentijdse art deco, zoals Elisabethlaan 73, Koninklijkelaan 35, 37, 43 (hoek Hilda Ramstraat 57-59), 45 en 47. Het appartementsgebouw op de hoek van de Koninklijkelaan en de Hilda Ramstraat is het vroegst gekende van een reeks flatgebouwen in art-decostijl uit de jaren 1925 tot 1935, waaronder Jan Van Rijswijcklaan 5 en 29-31, Korte Lozanastraat 1 en Charlottalei 32-34. Twee van de flatgebouwen aan de Jan Van Rijswijcklaan werden eveneens door Van Rijmenant zelf bekostigd. Zijn hoogbouwcomplexen zijn representatief voor de ontwikkeling van dit woningtype, dat vanaf het interbellum een hoge vlucht nam in Antwerpen. Het getuigt van de  groeiende voorkeur onder de gegoede burgerij voor het standingvolle appartement voorzien van alle luxe en comfort, als alternatief voor het burgerhuis in de stad of wonen op het platteland.

In 2005 vroeg de Gemeenschap van Eigenaars een bouwvergunning voor gevelwerken ter hoogte van de bovenste verdieping van het appartementsgebouw, naar ontwerp van architect Kris Vos. Het betrof het bekleden van het volledige vijfde register met crepi (vandaag plaatmateriaal) en het toevoegen van de kroonlijst onder deze verdieping. Door de inbreng van een horizontaal geleed attiekniveau wijzigt deze ingreep de oorspronkelijk verticale dynamiek van de opstanden, eigen aan de architectuur van Van Rijmenant.

Architectuur

Het straatbeeld van de Koninklijkelaan wordt gedomineerd door de typologie van het burgerhuis uit de jaren 1920 en 1930, waarvan het voortuintje wordt afgesloten door een al dan niet bewaard smeedijzeren hekwerk. Het appartementsgebouw Van Rijmenant, dat qua bouwhoogte en gevelbreedte contrasteert met de aanpalende woningen, springt dus meteen in het oog. Het complex toont qua stijl en ornament echter wel gelijkenissen met een aantal andere gebouwen aan de Koninklijkelaan, wat getuigt van de populariteit van de art-decostijl omstreeks de jaren 1930. Desalniettemin zijn er diverse verschillen terug te vinden in gevelopbouw en materiaalgebruik van deze gebouwen, wat dan weer de verscheidenheid van de stijl aantoont. Het art-decokarakter komt in het appartementsgebouw vooral tot uiting door een eerder eenvoudige en strakke vormgeving. De verticale dynamiek van het bouwvolume berust op het ritme van kolossale pilasters in zowel voor- als zijgevel. Daarnaast zijn ook de geometrische ornamenten op de gevel en het toegepaste contrast tussen natuur- en baksteen karakteristiek voor de stijl. De nabijgelegen meergezinswoning op de hoek van de Koninklijkelaan en de Elisabethlaan, die Van Rijmenant een jaar eerder ontwierp, ligt qua uitzicht in lijn met het appartementsgebouw. Door de keuze voor natuur- en baksteen oogt  het appartementsgebouw echter eigentijdser dan de meergezinswoning, waarvan de gevels volledig in witte natuursteen zijn uitgevoerd. Het appartementsgebouw is met de voorgevel georiënteerd naar de Koninklijkelaan en wordt ervan gescheiden door een bescheiden voortuintje. Net zoals bij de andere woningen aan de laan werd ook hier aanvankelijk een decoratief smeedijzeren hekwerk voorzien door de architect, maar dit is niet langer aanwezig. Mede dankzij de inplanting op een hoekperceel kent dit hoogbouwcomplex, dat tot de vroege appartementsgebouwen uit het interbellum behoort, een imposante uitstraling.

Het appartementsgebouw bestaat in totaal uit vijf bouwlagen en een entresol onder een plat dak, en is volledig onderkelderd. De gevelopstanden hebben een parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, op een plint uit blauwe hardsteen. Witte natuursteen is gebruikt voor het inkom- en dienstportaal, de kruisvormige ornamenten op de borstweringen, de lekdrempels en de geribde dagkanten van de vensters in de zijgevel. Verder zijn de erkerpartij en de pilasters van de voorgevel bekleed in imitatie-natuursteen, evenals de in beton uitgevoerde lateien en erkerbases. Zowel de voor- als de zijgevel kennen een duidelijk verticale geleding door de toepassing van kolossale pilasters die over alle bouwlagen heen doorlopen tot boven de daklijst. Hierbij werd afgeweken van het oorspronkelijke ontwerp, waarin de erkerpartijen hoger waren opgetrokken, met een typisch getapte bekroning. In de zijgevel zijn de pilasters afgewerkt met getrapte topstukken, die door de recente bekleding van het volledige vijfde register aan het zicht werden onttrokken. De voorgevel van het complex aan de Koninklijkelaan is drie traveeën breed en beantwoordt aan  een axiaal symmetrische opbouw. Deze geleding wordt benadrukt door de bekleding in imitatie-natuursteen van zowel de erkerpartij in de middenas als de laterale pilasters. Het inkomportaal springt uit de middenas, gemarkeerd door gelede pilasters, en vormt de basis van de rechthoekige erkerpartij met drielichten die oploopt over de bovenverdiepingen. De zijgevel aan de Hilda Ramstraat telt zes traveeën, waarvan de bredere tweede en laatste worden gemarkeerd door over de bovenverdiepingen oplopende, driezijdige erkerpartijen. In deze opstand doorbreken de garagepoort, de dienstingang met zijlicht en het entresolniveau in de drie linker traveeën de regelmaat van het ordonnantieschema. Dit wordt in voor- en zijgevel bepaald door registers van rechthoekige vensters met individuele lekdrempels, en kruisvormige ornamenten op de borstweringen. Van het oorspronkelijke schrijnwerk bleven enkel de houten inkomdeuren met siersmeedwerk (hoofd- en dienstingang) bewaard, evenals de smeedijzeren keldertralies. Het vensterschrijnwerk, oorspronkelijk guillotineramen en dubbele T-ramen, en de garagepoort zijn vernieuwd. In de bouwplannen werd voorzien in een sierlijk gesmede voortuinafsluiting, vensterleuningen en een vleugeldeur met stralend patroon.

Het appartementsgebouw wordt ontsloten door de gemeenschappelijke inkomhal, centraal ingeplant in de lengterichting van het gebouw, met de hoofdingang aan de Koninklijkelaan. De inkomhal sluit in rechte hoek aan op de traphal met bordestrap en lift, centraal ingeplant in de breedte van het gebouw. In het verlengde van de traphal bevindt zich de dienstingang die centraal uitmondt in de zijgevel aan de Hilda Ramstraat. Volgens de bouwplannen wordt de zuidelijke helft van de begane grond ingenomen door het gelijkvloerse appartement, opgesplitst door de inkomhal. De eetkamer, keuken en badkamer ten oosten, zijn verbonden met de twee slaapkamers en de spreekkamer ten westen, door een ‘brugkamer’ op entresolniveau boven de inkomhal. De noordelijke helft van de begane grond biedt ruimte aan het dienstgedeelte, met een eigen circulatie en traphal vanaf de dienstingang. Het omvat de garage met smeerput die uitgeeft op de Hilda Ramstraat, en verder de loge, eetkamer en keuken van de conciërge, die over een slaapkamer beschikt op entresolniveau. Daar bevinden zich ook zeven meidenkamers, en een ‘lavabo’ annex wc. De vier bovenverdiepingen omvatten telkens twee appartementen, het grootste gericht op de Koninklijkelaan en het kleinere op de Hilda Ramstraat, respectievelijk ten zuiden en noorden van de traphal. Beide types appartementen bestaan uit een centrale hal in de lengterichting van het gebouw, een suite van eetkamer met salon aan de straatzijde, en twee tot drie slaapkamers. De functionele ruimten zoals de keuken en de badkamer liggen aan de binnenzijde van het bouwblok, uitgevend op de langgerekte binnenplaats. Ter hoogte van de keuken beschikt elk appartement ook over een bescheiden, inpandig terras, uitgerust met een wc en een stortkoker voor huisvuil. Het appartementsgebouw is volledig onderkelderd, opgedeeld in een grote gemeenschappelijke wasruimte met droogkelder, een stookplaats, kolenkelders en acht private kelders voor de appartementen.

In de centrale hal van het appartementsgebouw is de historische lift bewaard, volgens de merkplaat vervaardigd door de liftenbouwer Etienne Thiery uit de Violetstraat 33-35, vanaf het begin van de 20ste eeuw één van de belangrijkste firma’s voor het plaatsen van liften in Antwerpen. De verzorgd uitgevoerde eiken liftkooi met paneelwerk en koepeldak, is voorzien van stalen en houten harmonicadeuren, het oorspronkelijke bedieningspaneel en de vermelde koperen merkplaat.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 961#7802, 3220#82 en 3220#246; foto’s 1107#6596.

Auteurs :  Ventriglia, Melisa
Datum  : 2021


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Appartementsgebouw in art deco [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307580 (Geraadpleegd op 09-05-2021)