erfgoedobject

Amerikaans hospitaal

bouwkundig element
ID: 32845   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/32845

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd monument Amerikaans hospitaal
    Deze bescherming is geldig sinds 07-12-2011

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Lazaret
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Historiek

Gebouwen van een voormalig hospitaal, opgetrokken net na de Eerste Wereldoorlog met de hulp van het Amerikaanse Rode Kruis.


De stad Wervik ontsnapt tijdens de Eerste Wereldoorlog niet aan het oorlogsgeweld. Onder meer bij het gehucht Kruiseke wordt in oktober-november 1914 zwaar gevochten tussen Duitse en Britse troepen. Het front schuift tijdens de Eerste Slag bij Ieper westwaarts op, waardoor Wervik in het Duits hinterland (zogenaamd Operationsgebiet) komt te liggen. Wervik valt voortaan onder militair bestuur, met troepenkwartieren en bijhorende voorzieningen. Heel wat bestaande gebouwen worden ingericht ten behoeve van het Duitse leger, terwijl ook nieuwe infrastructuur wordt opgetrokken. Er heerst tijdens de Eerste Wereldoorlog aldus een heel drukke militaire activiteit.
De bevolking is onder de Duitse bezetting onderworpen aan vele verordeningen, verbodsbepalingen, opeisingen en werkverplichtingen. Britse artilleriegranaten veroorzaken bovendien talrijke verwoestingen. In de eerste helft van juni 1917, in de aanloop van het geallieerde offensief (wat de Derde Slag bij Ieper zou worden), wordt de bevolking geëvacueerd naar de provincies Brabant en Limburg.
Wervik is midden oktober 1918 volledig bevrijd. De teruggekeerde bevolking treft er een half verwoeste stad aan, vol puinhopen, granaattrechters, blindgangers en veldgraven. De herstellingen en wederopbouw komen moeizaam op gang.

Zowel tijdens als na de oorlog bieden Amerikaanse instanties hulp aan de getroffen Belgische bevolking. Via de Commission for Relief in Belgium en het Amerikaanse Rode Kruis wordt de aanvoer van Amerikaanse levensmiddelen en andere hulpacties georganiseerd.

Een afdeling van het Amerikaanse Rode Kruis vestigt zich na de wapenstilstand tijdelijk in Wervik. In de stad blijkt er geen hospitaal ter beschikking te zijn voor de terugkerende bevolking. Het Sint-Janshospitaal is door het oorlogsgeweld volledig onbruikbaar geworden en ook het 'Geesthuis' blijkt niet geschikt om als hospitaal ingericht te worden.
Onder leiding van Captain Eppstein van het Amerikaanse Rode Kruis worden gronden van de hoeve Godtschalck aangekocht. Deze site ligt aan het begin van de Koestraat en grenst aan oostelijke zijde aan het 'Geesthuis' (waar de hospitaalzusters een tijdelijk onderkomen vinden), aan westelijke zijde aan het Franse klooster en aan noordelijke zijde (overkant Koestraat) aan het klooster en de school van de Zusters van Liefde. De site loopt door tot aan de Leie.
In 1919-1921 worden er gebouwen opgetrokken, die gefinancierd zouden zijn met de naar verluidt 'spotgoedkoopen' verkoop van Amerikaanse goederen in de getroffen gebieden. In het complex komen er verschillende medische diensten, waaronder ziekenzalen, een behandelingskamer voor gewonden door munitie, een operatiekamer voor dokter Henri D'Hondt en Amerikaanse medewerkers, een materniteit (1920-1921) en de aanzet voor een sanatorium (zou nooit gerealiseerd worden).
Wanneer het Amerikaanse Rode Kruis het land verlaat in april 1919, worden de gebouwen toevertrouwd aan Dokter D'Hondt, de voorzitter van de plaatselijke Gezondheidscommissie. In 1921 beslist het stadsbestuur om het oude Sint-Janshospitaal te herstellen. Dit herstelde hospitaal wordt in november 1923 in gebruik genomen. De Amerikaanse klinieke blijft nadien diverse functies behouden.

De mutatieschets van 1933 toont hoe de gebouwen op het onbebouwde terrein opgetrokken zijn. Rond een terrein zijn in U-vorm drie van elkaar gescheiden vleugels opgebouwd, volgens een symmetrische logica. De zuidelijke vleugel, rond 1968 afgebroken, bestaat uit één gebouw met rechthoekige plattegrond en met centraal vooraan, tegenover de (bewaarde) toegangspoort een uitsprong in de vorm van een apsis (halve veelhoek). Achter de zuidelijke vleugel staan volgens de mutatieschets van 1933 nog drie kleinere, rechthoekige constructies waarvan één open constructie tegen de oostelijke rand, vlak achter het hoofdgebouw en twee kleinere gebouwen verder achterin gelegen.

Er kon niet volledig achterhaald worden welke medische voorzieningen waar precies ondergebracht waren. In de westelijke vleugel zouden o.m. de ziekenzalen ingericht zijn, terwijl de gewonden door munitie in de zuidelijke vleugel zouden behandeld zijn.
Volgens de staat 223 (mutatiejaar 1933) staan alle gebouwen inderdaad op naam van Dr. D'Hondt en zijn de gebouwen van de oostelijke vleugel als twee woonhuizen ingericht. De chauffeur van Dr. D'Hondt vestigt zich in 1921 in de oostelijke vleugel (de familie verlaat dit pand in 1992). Het andere woonhuis wordt ingenomen door de hovenier. Die moet onder meer de boomgaard verzorgen, die achter (ten zuiden) van de zuidelijke vleugel (kant Leie) aangelegd is.

De westelijke vleugel, die als kinderkribbe is ingericht, geeft later ook onderdak aan het Medisch Centrum. Deze diensten verhuizen in 1982. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt de zuidelijke vleugel door de Duitse bezetter gebruikt als paardenstal. In 1954 staat Dr. D'Hondt de gebouwen af aan het bisdom Brugge. Later worden deze gebouwen gebruikt door jeugdbewegingen en als turnzaal. Milac (Militianen Actie, katholieke vormingsbeweging in het Belgisch leger) houdt er voorbereidingen op het leger. In 1968 wordt de zuidelijke vleugel gesloopt. In 1972 is de nieuwe zaal van Site d'Arke voltooid.

Beschrijving

Site met twee vleugels, aan westelijke en oostelijke zijde van een plein met afsluitingsmuur aan straatzijde (noordelijke zijde), dit alles aangelegd volgens een symmetrische logica. Het oorspronkelijk bakstenen gebouw ten zuiden van het plein is verdwenen, evenals enkele kleinere gebouwen en aanbouwen. Alle gebouwen zijn opgetrokken uit donkerrode baksteen, de daken zijn belegd met ruitvormige schalies (bitumen).

Het westelijk gebouw (één bouwlaag) bestaat uit een centraal, langgerekt middengedeelte (twaalf traveeën) onder zadeldak, waarop een kleiner zadeldak is geplaatst met lichtstraat. Dit centraal gedeelte zit vervat tussen twee haakse gebouwen (drie traveeën) met puntgevel, eveneens onder zadeldak.

Aan de oostelijke zijde staan twee oorspronkelijke gebouwen. Het centrale deel (één bouwlaag, vijf traveeën) van het grootste complex onder zadeldak wordt geflankeerd door twee haakse gebouwen (twee bouwlagen, drie traveeën) met puntgevel, eveneens onder zadeldak.

Het kleiner gebouw (tegen straatzijde) eveneens onder zadeldak, bestaat uit één bouwlaag en drie traveeën, waarvan de middelste travee uitspringt.

De puntgevels worden afgelijnd door middel van een houten gootlijst rustend op houten consoles (niet steeds aanwezig) ter hoogte van de gordingen. De gevels worden gekenmerkt door een gecementeerde plint met imitatievoegwerk en expressief metselwerk, dat de travee-indeling benadrukt. De gevels worden geritmeerd door bakstenen pijlers tussen de muuropeningen, die aan de plint geprofileerd zijn uitgewerkt. Of de muuropeningen zitten vervat in verdiepte muurvelden onder steekboogvormige streklaag. De deuropening van het kleine gebouw aan straatzijde zit onder een steekboogvormige ontlastingsboog. De muuropeningen van de haakse gebouwen (westelijk gebouw) zijn overspannen met een latei.

Het oorspronkelijk schrijnwerk van de muuropeningen, getypeerd door een kleine roedeverdeling (zie historisch fotomateriaal), is vervangen behalve bij de bewaarde lichtstraat. Op het meest noordwestelijk gebouw zijn er restanten van een ijzeren vlaggenstokhouder.

De houten dakconstructies zijn behouden, evenals de uitgewerkte lichtstraat in het westelijk gebouw. De indeling van de binnenruimtes is naderhand aangepast.

De bakstenen afsluitingsmuur bevat een centrale voetgangerstoegang, die links en rechts trapsgewijs is uitgewerkt en voorzien is van afzaten. Aan de achterzijde wordt deze toegang geflankeerd door twee schuingeplaatste steunberen. Boven de toegang liggen arduinen dekstenen, geflankeerd door hoger opgetrokken pilasters onder piramidale arduinen deksteen. Aan beide zijden van de afsluitingsmuur zit nog een toegang, opnieuw gekenmerkt door een getrapte afwerking.

  • Informatie verstrekt door R. Verbeke (18/5/2011).
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207: Mutatieschetsen en bijhorende 223: Mutatiestaat, Wervik, 1984/503, 1982/65, 1971/78, 1933/79.
  • DELEPIERE A.-M. & HUYS M., Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kantons Mesen - Wervik - Zonnebeke, (Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N3), Brussel – Turnhout, 1991.
  • LEFERE A., Geschiedenis van Wervik. ° 9/12/1884 (onuitgegeven verslagen).
  • MASIL S., In dienst van kerk en grens. Politieke, sociale en economische knelpunten in de geschiedenis van de Wervikse grensarbeiders (1900 – 1939), Universiteit Gent, 1998-1999 (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), te raadplegen op E-thesis .
  • OLIEUX M. De voorgeschiedenis van d'Arke, in: Verslagen en mededelingen van de Stedelijke Oudheidkundige Commissie Wervik. Jaarboek 1996.
  • VERBEKE R.V., Verschillende nationaliteiten in 1914-1919 in Wervik, in: 1914-1918 Wervik – Geluwe (Stad Wervik - Cahier 2010).

Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.01/33029/735.1, Amerikaans Hospitaal te Wervik (Hannelore Decoodt, 2011).
Auteurs :  Decoodt, Hannelore
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Amerikaans hospitaal [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/32845 (Geraadpleegd op 01-04-2020)