Landgoed 't Kasteeltje

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Zwart Goor
Provincie Antwerpen
Gemeente Merksplas
Deelgemeente Merksplas
Straat Zwart Goor, Steenweg op Weelde
Locatie Zwart Goor 2, Steenweg op Weelde 15, Merksplas (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Merksplas (actualisaties: 18-06-2007 - 18-06-2007).
  • Adrescontrole Merksplas (adrescontroles: 19-02-2007 - 19-02-2007).
  • Inventarisatie Merksplas (geografische inventarisatie: 01-01-2002 - 31-12-2002).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Landgoed 't Kasteeltje

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Landgoed 't Kasteeltje

Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019.

Beschrijving

Voormalig landgoed, heden Dienstverleningscentrum 't Zwartgoor.

Historiek

Het ontstaan van het domein voert ons terug naar de ontginning van de Zwartgoorheide, een uitgestrekt heide- en vennengebied in het noorden van de gemeente, in 1856 aangekocht door François Splingard, ingenieur van bruggen en wegen uit Brussel, kort daarna met masten beplant en in de volgende jaren gestadig uitgebreid.

Zeven elkaar niet kruisende hoofddreven (zie de verbondenheid van de familie met de vrijmetselarij) werden er aangelegd; de belangrijkste was de Torendreef, verder de Kromven-, Molen-, Eiken-, Turnhoutse-, Berkelaar- en Rijkevorselsedreef. In 1863 begonnen als buitenverblijf, werd het toen nog bescheiden landhuis in 1892 de vaste verblijfplaats van Charles, zoon en opvolger van de eerste eigenaar († 1916).

In 1919 werd het goed verkocht aan zakenman en industrieel Martin Verbeeck, die het uitrustte met een goed georganiseerde boerderij, een tuinbouwbedrijf, een hoenderpark en een bloemisterij. Nadat de familie Verbeeck in 1936 't Zwart Goor had verlaten, veranderde het viermaal van eigenaar: de Société Générale, de houthandelaars Santens en de Proft en de N.V. Lamarcor; in 1946 werd deze vennootschap door de zusters norbertinessen van Duffel, sedert 1967 Convent van Betlehem genoemd, overgenomen.

Aanvankelijk een schoolkolonie voor verzwakte stadskinderen, werd 't Zwart Goor in 1949 omgevormd tot preventorium voor met tuberculose bedreigde kinderen. In 1958 werden de eerste mentaal gehandicapte meisjes er opgenomen en in 1962 verhuisde het volledig Medisch-Pedagogisch Instituut Sint-Aloysius van Duffel naar Merksplas (BLO en BUSO + internaat). In 1982 werd gestart met de opvang van volwassen mentaal gehandicapten.

In 1863 werden aan de zuidwestelijke kant van het Zwartgoorven de eerste huizen opgetrokken. In de omgeving van het Berkelaar, waar de klei zich vlak bij de bovenlaag bevond, werden de benodigde stenen gebakken in veldovens. François Splingard bouwde een "hof" of "kasteeltje", een rij stallen en een schuur, U-vormig ingeplant en met de opening naar het dorp; in de achterliggende tuin werd een arbeiderswoning opgericht, in 1926 gesloopt. Het langgerekt hof had geen bovenverdieping, wel een koetshuis in het meest noordelijke deel.

Herhaaldelijk werd het verbouwd en kreeg het ook andere bestemmingen. Heden fungeert het als klooster. In 1878 kreeg het woongedeelte tegen de Torendreef een bovenverdieping; kort na 1885 werd het koetshuis omgevormd tot woonruimte met stallingen en in 1919 bij het hof geannexeerd. Het oude boswachtershuis, in 1911 opgericht naast de stallen, werd in 1964 gesloopt.

Ten tijde van Martin Verbeeck werd het verwaarloosde hof in enkele jaren in een weelderig landhuis herschapen. De eerste fase van de verbouwingswerken dateert van 1919. De boerderij werd volledig gescheiden van het landhuis en de staloppervlakte bijna verdubbeld; in de voormalige schaapskooi werd een woning ingericht voor de kastelein; het vrijgekomen koetshuis werd bij het landhuis gevoegd. Na deze verbouwingen vormden het landhuis en de boerderij een H, respectievelijk met de opening naar het dorp en het Lipseinde. Voortaan zou men spreken van de "grote koer" voor het landhuis en de "kleine koer" achter de boerderij. In 1921 en 1922 werden op de kleine koer paarden- en koeienstallen bijgebouwd. Tevens werden naast de nieuwe stallen verscheidene werkplaatsen en een machinehuis opgetrokken.

De meest ingrijpende verbouwingen dateren van 1926. Het noordelijk deel van het landhuis (het vroegere koetshuis) werd tot op dezelfde hoogte gebracht als het oude woongedeelte; voor het dienstpersoneel werden mansardekamers ingericht en het oude hof Splingard werd volledig gemoderniseerd (met centrale verwarming op steenkool, eigen elektriciteitsproductie, badkamers met stromend water, telefoon). De afsluitingsmuur aan de grote koer verdween, er werden stallingen aan de oostzijde van de boerderij bijgeplaatst, alle bijgebouwtjes achter het landhuis gesloopt en in de plaats een lusttuin met serres aangelegd. Voor de bloemist werd een nieuw huis opgericht aan de Kromvendreef (het latere aalmoezeniershuis), voor de opzichter een tegenover de Molendreef en voor de jachtwachter een tegenover de grote toegangspoort.

De houten poort aan de Torendreef werd in 1926 vervangen door de huidige van sierbeton, ontworpen en geplaatst door de firma Janssens uit Westmeerbeek, in detail uitgevoerd door J. Van Houdt uit Schilde; het opschrift aan de achterzijde "Vroeger vennen gagel en heide/ Heden velden bossen en weiden" verwijst naar de oorsprong van het domein. De ondiepe moerput, de Rijt, werd omgetoverd tot een prachtige vijver met bewaard betonnen botenhuis (imitatievakwerkbouw), dito eendenhok, pseudo-boombrug naar het eiland en rustieke bank, alles ontworpen en geleverd door dezelfde firma.

In 1931 werden de bestaande serres achter het landhuis gesloopt en vervangen door een vierkant, beter te verwarmen serrecomplex tegenover de woning van de bloemist. In de oostelijk gelegen stallingen werd een woning ingericht voor de kastelein, er kwam een afdak aan de paardenstallen en achter de schuur werd een wagenloods bijgezet.

Op het domein bevonden zich ook verscheidene kippenhokken, de grootste achter de woning van de jachtwachter, waar ook de broedmachines voor de kuikenkweek werden geïnstalleerd.

Ten behoeve van de verschillende doelgroepen die zich na de Tweede Wereldoorlog op het domein vestigden werden van 1946 tot 1970 voortdurend nieuwe paviljoenen opgericht, bestaande gebouwen gesloopt of aan de gewijzigde noden aangepast. Sedertdien werden nog uitsluitend kleine verbeteringen aangebracht.

Ter hoogte van de oude stallen (de boerderij werd in 1963 volledig gesloopt) verrees in 1964-1965 het administratiegebouw.

Beschrijving

Landhuis (klooster)

Bewaard, doch aangepast landhuis, heden klooster van acht traveeën en twee bouwlagen onder overkragend zadeldak (leien) met klimmende dakkapellen en twee rondbogige dakvensters; kleine dakruiter met klok ter hoogte van de tweede travee. Verankerde bakstenen, later bepleisterde en beschilderde lijst- en zijpuntgevels met gecementeerde plint en houten kroonlijst. Uitkragende zijpuntgevels met pseudo-vakwerk in de top. Voor- en zijgevels met beluikte, segmentbogige muuropeningen met kordonvormende lekdempels op de bovenverdieping. Achtergevel met rechthoekige, ter hoogte van de trapzaal klimmende muuropeningen. Gevelbreed terras met breukstenen trappartijen en betonnen balustrade. Franse tuin van circa 1926 met vooraan witgeschilderd Heilig Hartbeeld op sokkel, centrale ronde vijver, gras- en bloemperken met betonnen zitbankjes en waterput, achteraan een pergola over de volle breedte; aansluitend parkgedeelte met calvarie en Heilig Graf, gesigneerd H. De Cuyper. Voormalige "grote koer" met rozenperk waarin witgeschilderd Sint-Jozefbeeld op hoge sokkel.

Interieur: bewaarde voormalige keuken met grote, gemetselde open haard, aansluitende vaste kasten, plafond met pseudo-samengestelde balklaag, witte en rode tegelvloer. Parallel gelegen eetplaats met witstenen schoorsteenmantel en rode tegelvloer; aansluitende trapzaal met houten trap met mooi uitgewerkte leuning. Parallel gelegen bureeltje met houten schoorsteenmantel.

Bijgebouwen

Bijgebouwen van 1926 met cottage-allures, met name witgeschilderd bakstenen aalmoezeniershuis met pseudo-vakwerk en complex leien (eertijds rieten) dak; aan steenweg op Weelde 15, bakstenen, deels bepleisterd jachtwachtershuis, eveneens met pseudo-vakwerk onder pannen zadeldak. Bewaarde schuur van voormalig serrecomplex. Bewaarde hokken van voormalige kippenkwekerij.

  • JANSSEN H., Hier woon ik. 50 jaar religieus geïnspireerde dienstverlening op 't Zwart Goor, Merksplas, 1996.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 2002: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Hoogstraten,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N4, Brussel - Turnhout.

Datum tekst: 2002

Aanvullende informatie

Het administratiegebouw van 1964-1965 werd in 2015 afgebroken.

  • Informatie verkregen van de gemeente Merksplas, januari 2018.

Hooft, Elise (23-01-2018 )

Relaties

maakt deel uit van Merksplas

Merksplas (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.