Woning Alsteens

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Overijse
Deelgemeente Overijse
Straat Dobralaan
Locatie Dobralaan 28, Overijse (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Synchronisatie onderzoeksproject Renaat Braem (1910-2001) (synchronisaties: 16-09-2010 - 31-10-2010).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Woning Alsteens

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Woning Alsteens

Deze bescherming is geldig sinds 17-03-2003.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Met het ontwerp van de woning Alsteens in Overijse krijgt Braem in de zomer van 1966 een naar eigen zeggen "gedroomde opgave voor een gedroomde klant … iemand die ik begreep en die mij begreep, een fantasierijk en politiek helderziend kunstenaar". De opdrachtgever voor dit woonhuis met atelier is de jonge Gerard Alsteens (°1940), die het bouwproject samen met zijn tweelingbroer Edgard en zijn oudere zus Denise zal realiseren. Opgeleid aan Sint-Lucas in Brussel, staat Alsteens op dat moment aan het begin van zijn loopbaan als politiek tekenaar en kunstschilder onder het pseudoniem Gal. In 1964 wordt hij de huiscartoonist van het progressieve weekblad De Nieuwe, waar ook de kunstcriticus en vriend van Braem K.N. Elno deel uitmaakt van de redactie. Braem zelf publiceert er in 1966 het artikel 'Totale vernieuwing of totale ondergang?', dat mee aan de basis ligt van zijn spraakmakende boekje Het lelijkste land ter wereld. In hetzelfde jaar ontwerpt hij overigens ook een woning voor Leo Geerts, de literatuurrecensent van De Nieuwe, die echter niet zal worden gebouwd.

Het bouwterrein maakt deel uit van de recente verkaveling Lotissement du Parc nabij de Terhulpsesteenweg, op de grens van het gehucht Maleizen en de gemeente La Hulpe. Gelegen aan het einde van een doodlopende zijstraat van de bestaande Labbélaan, biedt het perceel een afgelegen ligging aan de rand van een uitgestrekt bosgebied. Aanvankelijk plant Braem een volkomen open woonconcept met een gecombineerde werk- en leefruimte, maar op verzoek van Alsteens, voor wie het werk als kunstenaar een maximale concentratie vereist, voorziet hij toch in een apart atelier. Verder is het programma gericht op de woonbehoeften van een toekomstig gezin met twee of drie kinderen. De woning Alsteens wordt simultaan ontworpen met de woning Brauns-Brants in dezelfde gemeente en vervolgens ook ongeveer gelijktijdig opgetrokken door aannemer A. van Eester uit Nijlen. Het uitgangspunt voor het concept is in beide gevallen een autonome, meerledige dakstructuur met een haast transparante invulling. Braem laat zich inspireren door de helling van het terrein, die hij virtuoos doortrekt in de ruimtelijke en vormelijke compositie van het gebouw. Zijn streven naar een biomorfe vormgeving komt hier tot volle ontplooiing, waarbij de vormen van de natuur worden vertaald in een dynamische, brutalistische architectuur, die opgaat in het landschap. Daarmee behoort de woning Alsteens tot de artistieke hoogtepunten van zijn rijpere loopbaan. Ze werd ook volkomen intact bewaard.

In oktober 1966 komt een eerste voorontwerp tot stand, dat zonder noemenswaardige wijzigingen begin 1967 tot de definitieve plannen wordt omgezet. Na het verkrijgen van de bouwvergunning in maart, gaat de bouw in juli 1967 van dat jaar van start, om begin 1969 volledig te worden afgewerkt. Gerard Alsteens blijkt bij nader inzien echter de stedelijke omgeving als biotoop en inspiratiebron voor zijn werk te verkiezen boven het leven in de natuur en besluit het pas gebouwde huis te verhuren. Naar aanleiding hiervan schrijft Braem in december 1968 aan Elno: "De gal heeft verraad gepleegd, in die zin dat hij het huis, dat ik met veel liefde voor hem heb ontworpen, niet zal bewonen. Zijn vrouw schijnt bang te zijn op den buiten, zij woont liever in de stinkende stad …" Braem vreest dat zijn schepping in handen zal vallen "van een of andere Amerikaan van Casteau of een bourgeois uit Brussel, die het om hals zouden brengen" en vraagt Elno te bemiddelen bij de volkshogeschool Stichting-Lodewijk de Raet om de woning in gebruik te nemen als ontmoetingscentrum. Verwijzend naar de rustige ligging in een bos dicht bij Brussel, de beschikking over een "kookplaats", een grote gemeenschapszaal, een bibliotheek of commissiezaal, en drie slaapkamers met eigen badgelegenheid, formuleert hij daarbij een valabel alternatief voor de oorspronkelijk bedoelde woonfunctie. Twintig jaar later kijkt hij in Het schoonste land ter wereld berustend op het voorval terug: "Het werd dus te huur gesteld en na een paar dagen door een Amerikaan betrokken, die bereid was er een ferme huur voor te betalen. Sindsdien is het onafgebroken door buitenlanders bewoond. Ze leken er altijd erg tevreden en waren fier er te wonen. Ik vermeld dit omdat eruit blijkt dat mijn werk onmiddellijk bevalt aan beschaafde lieden, geen Belgen! De sociale, socialistische Braem is er dus voor de elite, 't is erg."

Naar analogie van het gelijktijdig ontworpen Middelheimpaviljoen, lijken in de woning Alsteens de wanden in een krachtige golfbeweging uit de grond op te rijzen en als steunberen het dakschild te schragen. Een monolithische haard herleidt de kern van de woning tot zijn meest primitieve essentie, een oervorm van het wonen, terwijl de ruimte rondom wordt omsloten als een beschermende, halfdoorzichtige schelp die zich opent naar het licht. De constructie uit beton en baksteen, oorspronkelijk bedoeld om wit te worden geschilderd, bestaat uit drie getrapte volumes die naar achteren verbreden, onder overstekende, hellende en concaaf gebogen schaaldaken. Deze oplossing, vergelijkbaar met de woning Brants-Brauns, komt enerzijds voort uit de trechtervorm van het terrein en volgt anderzijds op organische wijze het natuurlijke reliëf van het terrein. De voorste twee volumes bieden onderaan ruimte aan de garage, de stookplaats en het atelier, en bovenaan aan de woonkamer. Beide laatste ruimtes vertonen een tweeledige structuur, onderverdeeld door een niveauverschil. De woonkamer bestaat uit een zithoek op het hoogste niveau, een open keuken en een eetplaats met vaste tafel op het laagste niveau, dat één geheel vormt met de hal en de vestiaire. Dit laatste niveau, dat de schakel vormt tussen het woon- en slaapgedeelte, is vanaf de straat bereikbaar via een lang hellend vlak, een toegangstrap en een overluifeld portaal. Het slaapgedeelte in het derde en laagst gesitueerde volume is onderverdeeld in een slaapkamer voor de ouders en twee kinderkamers, elk met een eigen badcel. Deze kamers worden ook uitwendig tot afzonderlijke, zwevende entiteiten uitgewerkt, plastisch geaccentueerd door waterspuwers en steunend op een opengewerkte arcade voor houtopslag.

Verrassend geplaatste lichtstroken en vensteropeningen met ellips- en trapeziumvormen en schrijnwerk in afzelia, betrekken de leefruimten bij de omringende natuur en geleiden de lichtinval en de perspectiefwerking. In het interieur domineren gebogen, witgeschilderde baksteenwanden en golvende houten zolderingen, voorzien van ingebouwde verlichting, met bijzondere aandacht voor de textuur van de oppervlakken. De plastisch uitgewerkte, conische schoorsteen, die in de zithoek organisch is uitgebouwd tot een haast vernaculaire open haard met geïntegreerd zitje, steekt hoog boven de bedaking uit. Rond deze schoorsteen meandert de trap die de verschillende niveaus met elkaar verbindt. Onder de schuin geplaatste en met staalkabels opgespannen raampartij van de woonkamer, laat Braem de vloer kwartrond overlopen in de wand om met losse kussens te worden gebruikt als zitgelegenheid. Als visuele afscheiding van de eetplaats en de hal ontwerpt hij een ellipsvormig kamerscherm, dat echter niet wordt uitgevoerd. De bestaande bebossing met vooral beuk en berk wordt maximaal gevrijwaard, zonder enige vorm van interventie in de natuurlijke staat van het terrein.

  • Archives d'Architecture Moderne, Archief Renaat Braem, Dossiernummer 169.
  • Gemeente Overijse, Archief Ruimtelijke Ordening, Bouwdossier 235/FL/3.
  • Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, Archief Renaat Braem, 414.
  • GRYSEELS L. 1973: Rond een open haard, oervorm van wonen, Zie magazine 25, 48-51.

Bron: Braeken J. (ed.) 2010: Renaat Braem 1910-2001. Architect, Relicta Monografieën 6. Archeologie, Monumenten en Landschapsonderzoek in Vlaanderen, Brussel.

Auteurs: Braeken, Jo

Relaties

maakt deel uit van Maleizen

Overijse (Overijse)

is gerelateerd aan Woning Brauns-Brants

Kasteelstraat 76, Overijse (Vlaams-Brabant)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.